Het journaal van
Bontekoe
Naam: Linde Nieman
Docent: W.M. Wagemaker
Boekverslagnummer: 2
Klas: H4D
, Titel:
Het boek heet ‘Het journaal van Bontekoe’ en is geschreven door Thomas Rosenboom. Het boek
is uitgebracht in 2001 door de uitgeverij Salamander Klassiek. Het boek heeft het leesniveau 3.
Samenvatting:
In 28 december 1618 vertrok Bontekoe als schipper van het schip Nieuw Hoorn van Texel naar
Bantam op Java. Op het schip waren 206 bemanningsleden aan boord. In het begin verliep alles
vrij voorspoedig: het schip voer langs Brazilië, en arriveerde eind mei 1619 bij Kaap de Goede
Hoop. Het schip werd niet aan land gelegd vanwege het slechte weer en omdat er nog genoeg
voedsel aan boord was had dit ook geen haast. Het schip voer vervolgens in 21 dagen naar
Réunion en in negen dagen naar Sancta Maria en vertrok daar weer op 8 september. In de loop
van de reis overleden 17 mensen. Op 19 november 1619 vloog door onvoorzichtigheid van
botteliersmaat Keelemeyn een vat brandewijn in brand en daarna vlogen ook de smidskolen in
brand. Een half uur nadat de brand geblust leek te zijn laaide deze weer op; de kolen waren nog
niet geheel geblust. Op het schip waren 360 halve vaten buskruit aanwezig, deze diende deels ter
verdediging voor onderweg en deels ter transport naar Oost-Indië. Tijdens de brand stelde
Bontekoe voor dit deel van de lading overboord te gooien, maar koopman Hein Rol was daar eerst
tegen omdat het kruit nog nodig kon zijn als het schip nog aangevallen zou worden door Spaanse
schepen. Nadat de brand zich uitbreidde verlieten een aantal bemanningsleden het schip zonder
toestemming van de kapitein. Ze vluchtte met kleinere boten weg. Bontekoe beschouwde dit als
drossen, dat wil zeggen deserteren, hoewel Hein Rol, die boven Bontekoe stond, er ook bij was.
De resterende bemanning begon alsnog het kruit overboord te zetten, maar de brand bereikte het
nog aanwezige kruit en het schip explodeerde. Van de 119 personen die nog aan boord waren
overleefden maar twee het: Bontekoe, die zwaar gewond raakte, en de jongeman Hermen van
Kniphuysen. Ze werden door de boot met de overige bemanningsleden aan boord genomen. Het
aantal overlevenden was daarmee 72. Soms was er voedsel: één keer kwamen er meeuwen over
de boot heen vliegen, die gepakt konden worden, en een andere keer waren er vliegende vissen.
Er was geen drinkwater en sommigen dronken uit wanhoop zeewater of hun urine. Het eerste
raadde Bontekoe af, het tweede deed hij ook een poosje, tot deze ondrinkbaar werd. Uiteindelijk
ging het regenen en had men weer drinkwater. Aan voedsel was zo'n gebrek dat de bemanning
de scheepsjongens wilde doden om op te eten. Bontekoe was daartegen, waardoor ze bereid
waren nog drie dagen te wachten. Net op tijd, dertien dagen na het vergaan van de Nieuw Hoorn,
werd een eilandje in Straat Soenda bereikt, 15 mijl uit de kust van Sumatra, waar men zich tegoed
deed aan kokosnoten. Daarna gingen ze door naar het vasteland van Sumatra. Hier troffen de
schipbreukelingen autochtonen aan van wie ze eerst voedsel konden kopen met de munten die ze
hadden kunnen meenemen uit het vergane schip. Daarna werden ze echter door de plaatselijke
bevolking aangevallen, waarbij elf bemanningsleden werden gedood en vier moesten worden
achtergelaten. Zo bleven er dus nog maar 57 overlevenden
over. De boot kwam bij Java 23 Nederlandse schepen tegen
onder commando van Frederik de Houtman, Verdeeld over de
schepen gingen de overlevenden mee naar Batavia, waar
Bontekoe en Rol werden ontvangen door Jan Pieterszoon Coen.
Bontekoe kreeg hier een nieuw schip toegewezen en werd naar
de Zuid-Chinese Zee gestuurd. Zijn opdracht bestond onder
andere uit het aanhalen van handelsbetrekkingen met China, en
de Spanjaarden die op de Filipijnen gevestigd waren het leven
zuur maken. Hieronder viel ook het overvallen van Spaanse
schepen en het ronselen of zelfs ontvoeren van Chinese arbeiders om op plantages op het pas
veroverde Formosa te werken. Uiteindelijk vertrok hij in november 1625 als schipper van de
Hollandia van Batavia naar Hoorn. Op de terugreis verloor hij in een orkaan bijna weer zijn schip.
Op Madagaskar maakten de autochtonen het de Fries Hilke Jopkins en een paar van zijn
Bontekoe
Naam: Linde Nieman
Docent: W.M. Wagemaker
Boekverslagnummer: 2
Klas: H4D
, Titel:
Het boek heet ‘Het journaal van Bontekoe’ en is geschreven door Thomas Rosenboom. Het boek
is uitgebracht in 2001 door de uitgeverij Salamander Klassiek. Het boek heeft het leesniveau 3.
Samenvatting:
In 28 december 1618 vertrok Bontekoe als schipper van het schip Nieuw Hoorn van Texel naar
Bantam op Java. Op het schip waren 206 bemanningsleden aan boord. In het begin verliep alles
vrij voorspoedig: het schip voer langs Brazilië, en arriveerde eind mei 1619 bij Kaap de Goede
Hoop. Het schip werd niet aan land gelegd vanwege het slechte weer en omdat er nog genoeg
voedsel aan boord was had dit ook geen haast. Het schip voer vervolgens in 21 dagen naar
Réunion en in negen dagen naar Sancta Maria en vertrok daar weer op 8 september. In de loop
van de reis overleden 17 mensen. Op 19 november 1619 vloog door onvoorzichtigheid van
botteliersmaat Keelemeyn een vat brandewijn in brand en daarna vlogen ook de smidskolen in
brand. Een half uur nadat de brand geblust leek te zijn laaide deze weer op; de kolen waren nog
niet geheel geblust. Op het schip waren 360 halve vaten buskruit aanwezig, deze diende deels ter
verdediging voor onderweg en deels ter transport naar Oost-Indië. Tijdens de brand stelde
Bontekoe voor dit deel van de lading overboord te gooien, maar koopman Hein Rol was daar eerst
tegen omdat het kruit nog nodig kon zijn als het schip nog aangevallen zou worden door Spaanse
schepen. Nadat de brand zich uitbreidde verlieten een aantal bemanningsleden het schip zonder
toestemming van de kapitein. Ze vluchtte met kleinere boten weg. Bontekoe beschouwde dit als
drossen, dat wil zeggen deserteren, hoewel Hein Rol, die boven Bontekoe stond, er ook bij was.
De resterende bemanning begon alsnog het kruit overboord te zetten, maar de brand bereikte het
nog aanwezige kruit en het schip explodeerde. Van de 119 personen die nog aan boord waren
overleefden maar twee het: Bontekoe, die zwaar gewond raakte, en de jongeman Hermen van
Kniphuysen. Ze werden door de boot met de overige bemanningsleden aan boord genomen. Het
aantal overlevenden was daarmee 72. Soms was er voedsel: één keer kwamen er meeuwen over
de boot heen vliegen, die gepakt konden worden, en een andere keer waren er vliegende vissen.
Er was geen drinkwater en sommigen dronken uit wanhoop zeewater of hun urine. Het eerste
raadde Bontekoe af, het tweede deed hij ook een poosje, tot deze ondrinkbaar werd. Uiteindelijk
ging het regenen en had men weer drinkwater. Aan voedsel was zo'n gebrek dat de bemanning
de scheepsjongens wilde doden om op te eten. Bontekoe was daartegen, waardoor ze bereid
waren nog drie dagen te wachten. Net op tijd, dertien dagen na het vergaan van de Nieuw Hoorn,
werd een eilandje in Straat Soenda bereikt, 15 mijl uit de kust van Sumatra, waar men zich tegoed
deed aan kokosnoten. Daarna gingen ze door naar het vasteland van Sumatra. Hier troffen de
schipbreukelingen autochtonen aan van wie ze eerst voedsel konden kopen met de munten die ze
hadden kunnen meenemen uit het vergane schip. Daarna werden ze echter door de plaatselijke
bevolking aangevallen, waarbij elf bemanningsleden werden gedood en vier moesten worden
achtergelaten. Zo bleven er dus nog maar 57 overlevenden
over. De boot kwam bij Java 23 Nederlandse schepen tegen
onder commando van Frederik de Houtman, Verdeeld over de
schepen gingen de overlevenden mee naar Batavia, waar
Bontekoe en Rol werden ontvangen door Jan Pieterszoon Coen.
Bontekoe kreeg hier een nieuw schip toegewezen en werd naar
de Zuid-Chinese Zee gestuurd. Zijn opdracht bestond onder
andere uit het aanhalen van handelsbetrekkingen met China, en
de Spanjaarden die op de Filipijnen gevestigd waren het leven
zuur maken. Hieronder viel ook het overvallen van Spaanse
schepen en het ronselen of zelfs ontvoeren van Chinese arbeiders om op plantages op het pas
veroverde Formosa te werken. Uiteindelijk vertrok hij in november 1625 als schipper van de
Hollandia van Batavia naar Hoorn. Op de terugreis verloor hij in een orkaan bijna weer zijn schip.
Op Madagaskar maakten de autochtonen het de Fries Hilke Jopkins en een paar van zijn