PEOPLE”.
WHAT PEOPLE SEE
1. What you see isn’t what your brain gets.
De waarheid is dat wat je brein bedenkt niet precies is wat je ogen zien. Je brein maakt
snelkoppelingen om snel een idee te krijgen van de wereld om je heen.
Je kunt beïnvloeden wat mensen zien of denken te zien door gebruik te maken van
vormen en kleuren.
Als je in het donker wilt zien, kijk dan niet recht vooruit.
Een oog had 7 miljoen kegeltjes (gevoelig voor fel licht) en 125 miljoen staafjes
(gevoelig voor weinig licht). De kegels zijn in het centrale gezichtsveld en de staafjes
zijn minder centraal. Dus als je bij weinig licht bent, zal je beter zien als je niet recht kijkt
naar het gebied dat je probeert te zien.
Wat u denkt dat mensen op uw webpagina zullen zien, is misschien niet wat ze wel
zien. Het kan afhangen van hun achtergrond, kennis, bekendheid met waar ze naar
kijken en verwachtingen. U kunt mensen misschien overhalen om de dingen op een
bepaalde manier te zien, afhankelijk van hoe ze worden gepresenteerd.
Mensen identificeren objecten door patronen te herkennen.
2. Peripheral vision is used more than central vision to get the gist of what you
see.
Je hebt twee soorten zicht: centraal en perifeer.
Centrale visie (central vision) = wat je gebruikt om dingen direct te bekijken en details te
zien
Perifeer zicht (peripheral vision) = omvat de rest van het gezichtsveld - gebieden die wel
zichtbaar zijn, maar waar je niet direct naar kijkt.
Perifere visie is belangrijker om de wereld om ons heen te begrijpen. Het lijkt erop dat
we vanuit ons perifere zicht informatie krijgen over wat voor soort scène we bekijken.
Centrale visie is het meest kritisch voor specifieke objectherkenning.
Perifere visie wordt gebruikt om de essentie van een scène te krijgen.
3. People identify objects by recognizing patterns.
Door patronen te herkennen, kun je snel de sensorische input begrijpen die je elke
seconde binnenkomt.