Samenvatting bedrijfsadministratie
H1: De boekhoudkundige cyclus
Boekhouding = de vorm van administratie waarbij de financiële gegevens voor een
persoon of instelling worden verzameld, vastgelegd en verwerkt.
Jaarrekening bestaat uit:
1. Een balans
2. Een winst- en verliesrekening
3. Een toelichting bij de balans en winst- en verliesrekening
Interne jaarrekening:
- Bestemd voor de leiding van de onderneming en andere functionarissen
binnen de onderneming.
- Kan meerder keren per jaar worden opgesteld.
Externe jaarrekening:
- Bestemd voor personen en instellingen buiten de onderneming (zoals
aandeelhouders).
- Wordt 1 keer per jaar gemaakt en moet aan eisen voldoen die in de wet
nauwkeurig zijn omschreven.
Balans = een overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van
een onderneming op een bepaald moment.
De balans is altijd in evenwicht.
Debetzijde = de linkerkant van de balans waar de bezittingen van de onderneming
zijn vermeld.
Creditzijde = de rechterkant van de balans waar het eigen vermogen en de schulden
van de onderneming zijn vermeld.
Hypothecaire lening = een lening met een gebouw als onderpand.
- Deze lening moet je meestal in termijnen terugbetalen over een periode van
20/30 jaar.
- Het terugbetalen van een lening noem je aflossen.
, - Ook moet je een vergoeding betalen aan de bank over het geleende bedrag =
interest.
Crediteuren = een persoon die jijzelf als ondernemer nog moet betalen, zoals aan je
leverancier.
Debiteuren = klanten die jou nog moeten betalen, omdat ze een schuld hebben bij
jouw bedrijf vanwege gekochte goederen of ontvangen diensten.
Debetzijde = activa = bezittingen
Creditzijde = passiva = schulden (vreemd vermogen)
Scontrovorm = horizontaal weergegeven (dus een linker- en rechterzijde).
Er geldt: bezittingen = eigen vermogen + schulden.
De posten op een balans plaats je altijd in een vaste volgorde = liquiditeitsbalans
Debetzijde: gerangschikt naar investeringsduur
1. Vaste activa
2. Vlottende activa
3. Liquide middelen
Creditzijde: gerangschikt naar beschikkingsduur
1. Eigen vermogen
2. Lang lopende schulden
3. Kort lopende schulden
, H2: Financiële feiten en boekingsdocumenten
Financiële feiten = alle gebeurtenissen die leiden tot veranderingen in de
samenstelling van de balans.
Van deze financiële feiten ontvang je bijna altijd een bewijsstuk.
Boekingsdocumenten = de bewijsstukken die je gebruikt om de boekhouding bij te
houden.
De winst- en verliesrekening = geeft een overzicht van de veranderingen in het eigen
vermogen gedurende een bepaalde periode.
Het eigen vermogen neemt toe door de brutowinst die bij de verkopen is betaald.
Het eigen vermogen neemt af doordat er allerlei bedrijfskosten worden gemaakt.
B = bankafschrift
IF = inkoopfactuur
K = kasstuk
M = memoriaalstuk of intern boekingsdocument
VF = verkoopfactuur
H1: De boekhoudkundige cyclus
Boekhouding = de vorm van administratie waarbij de financiële gegevens voor een
persoon of instelling worden verzameld, vastgelegd en verwerkt.
Jaarrekening bestaat uit:
1. Een balans
2. Een winst- en verliesrekening
3. Een toelichting bij de balans en winst- en verliesrekening
Interne jaarrekening:
- Bestemd voor de leiding van de onderneming en andere functionarissen
binnen de onderneming.
- Kan meerder keren per jaar worden opgesteld.
Externe jaarrekening:
- Bestemd voor personen en instellingen buiten de onderneming (zoals
aandeelhouders).
- Wordt 1 keer per jaar gemaakt en moet aan eisen voldoen die in de wet
nauwkeurig zijn omschreven.
Balans = een overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van
een onderneming op een bepaald moment.
De balans is altijd in evenwicht.
Debetzijde = de linkerkant van de balans waar de bezittingen van de onderneming
zijn vermeld.
Creditzijde = de rechterkant van de balans waar het eigen vermogen en de schulden
van de onderneming zijn vermeld.
Hypothecaire lening = een lening met een gebouw als onderpand.
- Deze lening moet je meestal in termijnen terugbetalen over een periode van
20/30 jaar.
- Het terugbetalen van een lening noem je aflossen.
, - Ook moet je een vergoeding betalen aan de bank over het geleende bedrag =
interest.
Crediteuren = een persoon die jijzelf als ondernemer nog moet betalen, zoals aan je
leverancier.
Debiteuren = klanten die jou nog moeten betalen, omdat ze een schuld hebben bij
jouw bedrijf vanwege gekochte goederen of ontvangen diensten.
Debetzijde = activa = bezittingen
Creditzijde = passiva = schulden (vreemd vermogen)
Scontrovorm = horizontaal weergegeven (dus een linker- en rechterzijde).
Er geldt: bezittingen = eigen vermogen + schulden.
De posten op een balans plaats je altijd in een vaste volgorde = liquiditeitsbalans
Debetzijde: gerangschikt naar investeringsduur
1. Vaste activa
2. Vlottende activa
3. Liquide middelen
Creditzijde: gerangschikt naar beschikkingsduur
1. Eigen vermogen
2. Lang lopende schulden
3. Kort lopende schulden
, H2: Financiële feiten en boekingsdocumenten
Financiële feiten = alle gebeurtenissen die leiden tot veranderingen in de
samenstelling van de balans.
Van deze financiële feiten ontvang je bijna altijd een bewijsstuk.
Boekingsdocumenten = de bewijsstukken die je gebruikt om de boekhouding bij te
houden.
De winst- en verliesrekening = geeft een overzicht van de veranderingen in het eigen
vermogen gedurende een bepaalde periode.
Het eigen vermogen neemt toe door de brutowinst die bij de verkopen is betaald.
Het eigen vermogen neemt af doordat er allerlei bedrijfskosten worden gemaakt.
B = bankafschrift
IF = inkoopfactuur
K = kasstuk
M = memoriaalstuk of intern boekingsdocument
VF = verkoopfactuur