Verhalen vertellen en vragen stellen
1.2 Wat is levensbeschouwing?
Oké, dus levensbeschouwing is eigenlijk hoe jij naar het leven kijkt. Het gaat niet om
‘feitjes’ die je uit je hoofd moet kennen, maar meer om jouw eigen manier van
interpreteren en begrijpen. Het is alsof je een soort bril hebt waardoor je alles om je
heen ziet, en die bril bepaalt hoe jij de wereld ervaart.
Nu, levensbeschouwelijk leren betekent dat je jezelf ontwikkelt in hoe je naar het
leven kijkt. Je bouwt door de jaren heen een eigen verhaal op over wat voor jou
belangrijk is en waarom. Dit verhaal is uniek, omdat het gekleurd is door jouw eigen
waarden en ervaringen. Het is geen neutrale ‘verhaal’, maar eentje dat jij zelf hebt
samengesteld door keuzes te maken en betekenis te geven aan wat je meemaakt.
Denk eraan als een soort antwoord op grote vragen over het leven: waarom ben ik
hier? Wat maakt het leven de moeite waard? Dit zijn de ‘levensvragen’. Iedereen
heeft die vragen, en iedereen zoekt naar antwoorden. Soms vind je die antwoorden
in verhalen, tradities, geloof of rituelen. Al die dingen samen vormen een soort
levensbeschouwing, dat zijn die grote ideeën en stromingen die mensen door de tijd
heen hebben bedacht over het leven.
Kort gezegd: je eigen kijk op het leven en de grote vragen die daarbij horen, blijven
zich ontwikkelen. Het is een soort proces van continu zoeken en betekenis geven, en
dat maakt jouw verhaal heel uniek. En er zijn ook grote, georganiseerde
levensbeschouwingen (zoals religies), die door veel mensen gedeeld worden en die
ook antwoorden bieden op die grote vragen.
Dus, basically: jouw persoonlijke levensbeschouwing is je eigen verhaal en kijk op
het leven, en dat blijft veranderen terwijl je leeft. En die grote levensvragen blijven
altijd een beetje hetzelfde, maar de antwoorden die jij vindt, kunnen heel verschillend
zijn van die van iemand anders.
1.3 Uitgangspunten van de didactiek in dit boek
Dit boek verbindt twee onderwerpen, namelijk: het vak levensbeschouwelijk leren
en Burgerschap. Onder Geestelijke Stromingen verstaan we de ‘grote’
Levensbeschouwelijke stromingen in de wereld: christendom, het jodendom,
islam, hindoeïsme, boeddhisme en humanisme.
Het kennisgebied Levensbeschouwelijke stromingen moet aansluiten bij de eigen
levensbeschouwelijke ontwikkeling en levensvragen van leerlingen. De kennis van
Levensbeschouwelijke stromingen wordt volgens de kennisbasis Pabo benaderd
vanuit drie perspectieven: bronnen, ideeën en praktijken. De gedachte achter het
vak Levensbeschouwelijke stromingen was voorheen om kennis neutraal te
benaderen. Er was geen ruimte voor interpretatie of persoonlijke visievorming. In de
hedendaagse visie op leren is de rol van de leerkracht meer dan alleen kennis
overdragen. De kennis over en visie op hoe leerlingen leren, is veranderd. De
interpretatie van wat er op je afkomt, en hoe jij wat je hoort en ziet ‘haakt’ aan je
eigen ervaring, blijken cruciaal. Ook moet de informatie aansluiten bij de leefwereld
en leervragen van leerlingen.
De levensbeschouwing is in de samenleving en in het openbaar en bijzonder
onderwijs in beweging. Recente inzichten over levensbeschouwelijk leren sluiten
hierop aan. De didactiek gaat ervan uit dat:
iedereen zich ‘levensbeschouwelijk’ ontwikkelt, ongeacht de context waarin je
opgroeit;
, levensbeschouwelijk leren niet alleen gebeurt op scholen met een
levensbeschouwelijke signatuur;
levensbeschouwelijk leren niet alleen gebeurt in vooraf vormgegeven lessen.
Levensbeschouwelijk leren is meer dan alleen lesgeven. Volgens Biesta (2018)
oefenen onderwijsprocessen altijd een invloed uit in drie domeinen:
kwalificatie: het begeleiden van leerlingen naar het behalen van een diploma
socialisatie: het voorbereiden van leerlingen op actieve deelname aan de
samenleving
subjectificatie: de persoon willen zijn waarin je je leert te verhouden tot je
eigen vrijheid.
In dit boek gaan de auteurs ervan uit dat levensbeschouwelijk leren een belangrijk
onderdeel is van de brede persoonlijke vorming van kinderen. Levensbeschouwelijke
stromingen worden als vormingsgebied en niet als een kennisgebied benaderd en
is bovendien gericht op alle leerlingen op alle soorten scholen. Levensbeschouwelijk
leren staat daarbij niet los van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.
De sociaal-emotionele ontwikkeling die kinderen op de basisschool doormaken,
hangt nauw samen met de ontwikkeling van een levensbeschouwelijke identiteit.
Levensbeschouwelijk leren is direct verbonden met burgerschapsvorming.
Burgerschapsvorming leert kinderen om actief deel te nemen aan de democratische
samenleving en op een respectvolle, kritische, open manier om te gaan met alle
culturele en religieuze verschillen die ze tegenkomen. In 2021 is de wetgeving
rondom de burgerschapsopdracht van scholen aangescherpt. In het onderwijs zie je
dat daardoor de invulling van dit aandachtsbegied sterk in ontwikkeling is. De
belangrijkste uitkomsten en veranderde wetgeving zijn:
Hoofdpijlers binnen burgerschapsvorming zijn democratie en diversiteit.
De democratische waarden die centraal staan in dit vak zijn vrijheid,
gelijkheid en solidariteit.
Alle scholen in Nederland in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs
moeten aantonen dat zij op een samenhangende en doelgerichte manier
werken aan kennis, houding en vaardigheden rondom democratie en
diversiteit.
Een leerkracht heeft eigen levensbeschouwelijke bagage nodig. Als leerkracht doet
jouw eigen interpretatie, jouw mening, jouw eigen ‘kijk op het leven’ ertoe. Deze visie
op leren veronderstelt dat je samen met je leerlingen op onderzoek gaat naar wat je
belangrijk vindt in je leven, naar waar je in gelooft, hoe je tegen
levensbeschouwelijke praktijken aankijkt. Door na te denken over wie jij bent, hoe jij
tegen je leven aankijkt en waar je voor staat, ontwikkel je je eigen identiteit. Door
jouw persoonlijke (levensbeschouwelijke) identiteit te verbinden aan je visie en
handelen als leerkracht, ontwikkel je je professionele identiteit.
2.2 Levensbeschouwelijk onderwijs op de basisschool
Dus, je weet toch dat op de basisschool ze allerlei manieren gebruiken om over
levensbeschouwing te leren? Dat heet gewoon ‘levensbeschouwelijk onderwijs’.
Maar er zijn eigenlijk drie grote manieren waarop dat gebeurt, gebaseerd op een
theorie van Grimmitt:
1. Kennis over Levensbeschouwingen
Dit is gewoon dat kinderen leren wat verschillende levensbeschouwingen
(zoals christendom, islam, humanisme, etc.) zijn. Ze krijgen basiskennis, zodat
, ze weten wat er in de wereld aan ideeën bestaat. Vaak wordt dit geïntegreerd
in andere vakken, maar soms wordt er helemaal niks mee gedaan.
2. Socialiseren in één Levensbeschouwing
Hier draait het erom dat kinderen echt ‘meegaan’ in één bepaalde
levensbeschouwing, vaak die van de school of de omgeving. Bijvoorbeeld op
een katholieke school leren ze vooral over het katholieke geloof, en dat wordt
heel erg benadrukt. Soms gebeurt dat op scholen die heel sterk verbonden
zijn met een kerk of moskee. Op openbare scholen gebeurt dat ook, maar dan
meestal via lessen over godsdienst of levensbeschouwing, en de leraar speelt
dan een soort ‘insider’ rol.
3. Ontwikkeling van eigen Levensbeschouwing
In deze aanpak gaat het erom dat kinderen zelf ontdekken wat ze geloven en
welke levensvragen ze hebben. Het is niet alleen kennis of socialiseren, maar
vooral dat ze hun eigen manier vinden om naar het leven te kijken. Het leren
staat dus echt centraal, en er wordt gekeken naar wat de kinderen zelf
meemaken en vragen. Dit past ook beter bij onze samenleving, waar iedereen
heel verschillend is.
Dus, samengevat: eerst leer je wat, dan leer je mee gaan in één denkwijze, en
uiteindelijk mag je je eigen verhaal gaan maken. Cool, toch?
3.1 Doelen van levensbeschouwelijk leren
Stel je voor dat je gaat leren over jezelf, over anderen, en over hoe jij het leven ziet.
Dat heet levensbeschouwelijk leren. Het gaat erom dat je ontdekt wat jij belangrijk
vindt en waarom.
Hoe doe je dat?
Door te praten, te luisteren, en dingen te begrijpen die anderen belangrijk vinden. Je
leert niet alleen dingen letterlijk, maar ook wat mensen bedoelen en voelen. Dat
noemen ze interpretatie of betekenis geven.
Wat is het doel daarvan?
Er zijn drie grote doelen:
1. Jezelf beter leren kennen:
Je ontdekt wat jij echt belangrijk vindt en wat jouw eigen kijk op het leven is.
Het helpt je om jezelf te begrijpen en je eigen mening te vormen.
2. Omgaan met verschillen:
Je leert dat niet iedereen hetzelfde denkt of voelt, en dat is oke. Zo wordt je
meer open-minded en begrijp je dat iedereen zijn eigen verhaal heeft.
3. Wijsheid ontwikkelen:
Je krijgt een beter idee van hoe je je verhoudt tot de wereld. Het gaat niet
alleen over feiten weten, maar ook over hoe jij je verhoudt tot alles om je
heen.
Kortom: levensbeschouwelijk leren gaat erom dat je jezelf en anderen leert begrijpen
door samen na te denken over wat het leven betekent.
3.2 Visie op leren en kennis bij levensbeschouwelijk leren
Wat ik denk over leren en weten bij levensbeschouwelijk leren
Als je kinderen iets wilt leren, moet je echt nadenken over wat je meegeeft en waar
ze op kunnen aansluiten. Leren is niet zomaar iets dat je opdringt; het is een soort
gesprek tussen de leerling en haar omgeving. En zelfs in gewoon leren is het
, superbelangrijk dat de stof voor iemand betekenis heeft. Het idee hierachter komt uit
het constructivisme: dat iedereen z’n eigen werkelijkheid bouwt.
De meeste moderne theorieën over leren zijn het erover eens dat:
Alleen kennis doorgeven niet betekent dat de ander die kennis ook echt
oppikt.
Kennis die je hebt, is altijd subjectief, want iedereen ervaart dingen anders.
Kennis is pas echt waardevol als je het echt voelt en begrijpt.
Leren werkt het beste als je niet alleen weet, maar ook voelt, ervaart en
waardeert.
Het willen weten is de motor: als je écht nieuwsgierig bent, ga je dingen
uitzoeken, verwerken en onthouden.
Bij het leren rekening houden met waar iemand vandaan komt, haar achtergrond en
belevingswereld is heel belangrijk. Je richt je vooral op het proces, niet alleen op het
eindresultaat. Leren gebeurt niet alleen in de klas of volgens vaste lessen; het
gebeurt ook buiten school en buiten lessen om. Dat noem je non-formeel leren. Het
echte betekenisgeven gebeurt vaak onder de waterspiegel: dat is het onbewuste,
dieper liggende proces. Hoe jij als docent of begeleider daarmee omgaat, is dus heel
belangrijk.
Bij levensbeschouwelijk leren gaat het vooral om de subjectieve waarheid—de eigen
kijk op het leven. Het draait meer om wijsheid dan om ‘de’ waarheid: het gaat om
kennis die je kunt gebruiken, die gebaseerd is op je eigen levenservaringen en die
van anderen. Het verbinden van je eigen levensverhaal met dat van anderen geeft
een dieper ‘weten’. En er is ook het niet-weten, dat hoort erbij. Bij
levensbeschouwing gaat het dus niet alleen om kennis kennen van anderen, maar
vooral om je verbinden met die ander en zijn verhaal.
3.3 Levensbeschouwelijk leren is: Verhalen vertellen
Oké, dus eigenlijk gaat het erom dat we verhalen vertellen om te begrijpen wie we
zijn en wat ons beweegt. Het is alsof je je eigen levensverhaal ziet als een soort cool
avontuur dat je zelf deelt. Wanneer iemand een verhaal vertelt, kiest diegene wat
belangrijk is, gebruikt beeldspraak en details om je echt mee te nemen in zijn of haar
wereld. En jij als luisteraar interpreteert dat verhaal op jouw eigen manier, ziet dingen
anders en vult dingen zelf in.
Het mooie is dat verhalen niet alleen leuk zijn, maar ook helpen om te leren kennen
wat anderen denken en voelen. Het gaat niet om echte personen, maar om figuren in
verhalen die symbolisch kunnen staan voor dingen die ons bezighouden. Door deze
verhalen te horen en te vertellen, ontdekken kinderen dat hun vragen en twijfels niet
uniek zijn, maar dat iedereen met levensvragen zit. Het helpt ze te zien dat deze
vragen universeel zijn en dat zoeken naar antwoorden iets is wat iedereen doet, door
de geschiedenis heen.
Dus, door verhalen te delen, kunnen we samen nadenken over grote levensvragen
en onze eigen zoektocht beter begrijpen. Het is alsof je in andermans schoenen
stapt, en daardoor leert over jezelf en de wereld om je heen. En dat maakt het leren
niet alleen leuk, maar ook heel waardevol!
4.3 Verhalen vertellen in je les
Verhalen vertellen in je les
Bij het kiezen van een Verhaal in je les moet je voor jezelf een aantal vragen kunnen
beantwoorden:
1.2 Wat is levensbeschouwing?
Oké, dus levensbeschouwing is eigenlijk hoe jij naar het leven kijkt. Het gaat niet om
‘feitjes’ die je uit je hoofd moet kennen, maar meer om jouw eigen manier van
interpreteren en begrijpen. Het is alsof je een soort bril hebt waardoor je alles om je
heen ziet, en die bril bepaalt hoe jij de wereld ervaart.
Nu, levensbeschouwelijk leren betekent dat je jezelf ontwikkelt in hoe je naar het
leven kijkt. Je bouwt door de jaren heen een eigen verhaal op over wat voor jou
belangrijk is en waarom. Dit verhaal is uniek, omdat het gekleurd is door jouw eigen
waarden en ervaringen. Het is geen neutrale ‘verhaal’, maar eentje dat jij zelf hebt
samengesteld door keuzes te maken en betekenis te geven aan wat je meemaakt.
Denk eraan als een soort antwoord op grote vragen over het leven: waarom ben ik
hier? Wat maakt het leven de moeite waard? Dit zijn de ‘levensvragen’. Iedereen
heeft die vragen, en iedereen zoekt naar antwoorden. Soms vind je die antwoorden
in verhalen, tradities, geloof of rituelen. Al die dingen samen vormen een soort
levensbeschouwing, dat zijn die grote ideeën en stromingen die mensen door de tijd
heen hebben bedacht over het leven.
Kort gezegd: je eigen kijk op het leven en de grote vragen die daarbij horen, blijven
zich ontwikkelen. Het is een soort proces van continu zoeken en betekenis geven, en
dat maakt jouw verhaal heel uniek. En er zijn ook grote, georganiseerde
levensbeschouwingen (zoals religies), die door veel mensen gedeeld worden en die
ook antwoorden bieden op die grote vragen.
Dus, basically: jouw persoonlijke levensbeschouwing is je eigen verhaal en kijk op
het leven, en dat blijft veranderen terwijl je leeft. En die grote levensvragen blijven
altijd een beetje hetzelfde, maar de antwoorden die jij vindt, kunnen heel verschillend
zijn van die van iemand anders.
1.3 Uitgangspunten van de didactiek in dit boek
Dit boek verbindt twee onderwerpen, namelijk: het vak levensbeschouwelijk leren
en Burgerschap. Onder Geestelijke Stromingen verstaan we de ‘grote’
Levensbeschouwelijke stromingen in de wereld: christendom, het jodendom,
islam, hindoeïsme, boeddhisme en humanisme.
Het kennisgebied Levensbeschouwelijke stromingen moet aansluiten bij de eigen
levensbeschouwelijke ontwikkeling en levensvragen van leerlingen. De kennis van
Levensbeschouwelijke stromingen wordt volgens de kennisbasis Pabo benaderd
vanuit drie perspectieven: bronnen, ideeën en praktijken. De gedachte achter het
vak Levensbeschouwelijke stromingen was voorheen om kennis neutraal te
benaderen. Er was geen ruimte voor interpretatie of persoonlijke visievorming. In de
hedendaagse visie op leren is de rol van de leerkracht meer dan alleen kennis
overdragen. De kennis over en visie op hoe leerlingen leren, is veranderd. De
interpretatie van wat er op je afkomt, en hoe jij wat je hoort en ziet ‘haakt’ aan je
eigen ervaring, blijken cruciaal. Ook moet de informatie aansluiten bij de leefwereld
en leervragen van leerlingen.
De levensbeschouwing is in de samenleving en in het openbaar en bijzonder
onderwijs in beweging. Recente inzichten over levensbeschouwelijk leren sluiten
hierop aan. De didactiek gaat ervan uit dat:
iedereen zich ‘levensbeschouwelijk’ ontwikkelt, ongeacht de context waarin je
opgroeit;
, levensbeschouwelijk leren niet alleen gebeurt op scholen met een
levensbeschouwelijke signatuur;
levensbeschouwelijk leren niet alleen gebeurt in vooraf vormgegeven lessen.
Levensbeschouwelijk leren is meer dan alleen lesgeven. Volgens Biesta (2018)
oefenen onderwijsprocessen altijd een invloed uit in drie domeinen:
kwalificatie: het begeleiden van leerlingen naar het behalen van een diploma
socialisatie: het voorbereiden van leerlingen op actieve deelname aan de
samenleving
subjectificatie: de persoon willen zijn waarin je je leert te verhouden tot je
eigen vrijheid.
In dit boek gaan de auteurs ervan uit dat levensbeschouwelijk leren een belangrijk
onderdeel is van de brede persoonlijke vorming van kinderen. Levensbeschouwelijke
stromingen worden als vormingsgebied en niet als een kennisgebied benaderd en
is bovendien gericht op alle leerlingen op alle soorten scholen. Levensbeschouwelijk
leren staat daarbij niet los van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.
De sociaal-emotionele ontwikkeling die kinderen op de basisschool doormaken,
hangt nauw samen met de ontwikkeling van een levensbeschouwelijke identiteit.
Levensbeschouwelijk leren is direct verbonden met burgerschapsvorming.
Burgerschapsvorming leert kinderen om actief deel te nemen aan de democratische
samenleving en op een respectvolle, kritische, open manier om te gaan met alle
culturele en religieuze verschillen die ze tegenkomen. In 2021 is de wetgeving
rondom de burgerschapsopdracht van scholen aangescherpt. In het onderwijs zie je
dat daardoor de invulling van dit aandachtsbegied sterk in ontwikkeling is. De
belangrijkste uitkomsten en veranderde wetgeving zijn:
Hoofdpijlers binnen burgerschapsvorming zijn democratie en diversiteit.
De democratische waarden die centraal staan in dit vak zijn vrijheid,
gelijkheid en solidariteit.
Alle scholen in Nederland in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs
moeten aantonen dat zij op een samenhangende en doelgerichte manier
werken aan kennis, houding en vaardigheden rondom democratie en
diversiteit.
Een leerkracht heeft eigen levensbeschouwelijke bagage nodig. Als leerkracht doet
jouw eigen interpretatie, jouw mening, jouw eigen ‘kijk op het leven’ ertoe. Deze visie
op leren veronderstelt dat je samen met je leerlingen op onderzoek gaat naar wat je
belangrijk vindt in je leven, naar waar je in gelooft, hoe je tegen
levensbeschouwelijke praktijken aankijkt. Door na te denken over wie jij bent, hoe jij
tegen je leven aankijkt en waar je voor staat, ontwikkel je je eigen identiteit. Door
jouw persoonlijke (levensbeschouwelijke) identiteit te verbinden aan je visie en
handelen als leerkracht, ontwikkel je je professionele identiteit.
2.2 Levensbeschouwelijk onderwijs op de basisschool
Dus, je weet toch dat op de basisschool ze allerlei manieren gebruiken om over
levensbeschouwing te leren? Dat heet gewoon ‘levensbeschouwelijk onderwijs’.
Maar er zijn eigenlijk drie grote manieren waarop dat gebeurt, gebaseerd op een
theorie van Grimmitt:
1. Kennis over Levensbeschouwingen
Dit is gewoon dat kinderen leren wat verschillende levensbeschouwingen
(zoals christendom, islam, humanisme, etc.) zijn. Ze krijgen basiskennis, zodat
, ze weten wat er in de wereld aan ideeën bestaat. Vaak wordt dit geïntegreerd
in andere vakken, maar soms wordt er helemaal niks mee gedaan.
2. Socialiseren in één Levensbeschouwing
Hier draait het erom dat kinderen echt ‘meegaan’ in één bepaalde
levensbeschouwing, vaak die van de school of de omgeving. Bijvoorbeeld op
een katholieke school leren ze vooral over het katholieke geloof, en dat wordt
heel erg benadrukt. Soms gebeurt dat op scholen die heel sterk verbonden
zijn met een kerk of moskee. Op openbare scholen gebeurt dat ook, maar dan
meestal via lessen over godsdienst of levensbeschouwing, en de leraar speelt
dan een soort ‘insider’ rol.
3. Ontwikkeling van eigen Levensbeschouwing
In deze aanpak gaat het erom dat kinderen zelf ontdekken wat ze geloven en
welke levensvragen ze hebben. Het is niet alleen kennis of socialiseren, maar
vooral dat ze hun eigen manier vinden om naar het leven te kijken. Het leren
staat dus echt centraal, en er wordt gekeken naar wat de kinderen zelf
meemaken en vragen. Dit past ook beter bij onze samenleving, waar iedereen
heel verschillend is.
Dus, samengevat: eerst leer je wat, dan leer je mee gaan in één denkwijze, en
uiteindelijk mag je je eigen verhaal gaan maken. Cool, toch?
3.1 Doelen van levensbeschouwelijk leren
Stel je voor dat je gaat leren over jezelf, over anderen, en over hoe jij het leven ziet.
Dat heet levensbeschouwelijk leren. Het gaat erom dat je ontdekt wat jij belangrijk
vindt en waarom.
Hoe doe je dat?
Door te praten, te luisteren, en dingen te begrijpen die anderen belangrijk vinden. Je
leert niet alleen dingen letterlijk, maar ook wat mensen bedoelen en voelen. Dat
noemen ze interpretatie of betekenis geven.
Wat is het doel daarvan?
Er zijn drie grote doelen:
1. Jezelf beter leren kennen:
Je ontdekt wat jij echt belangrijk vindt en wat jouw eigen kijk op het leven is.
Het helpt je om jezelf te begrijpen en je eigen mening te vormen.
2. Omgaan met verschillen:
Je leert dat niet iedereen hetzelfde denkt of voelt, en dat is oke. Zo wordt je
meer open-minded en begrijp je dat iedereen zijn eigen verhaal heeft.
3. Wijsheid ontwikkelen:
Je krijgt een beter idee van hoe je je verhoudt tot de wereld. Het gaat niet
alleen over feiten weten, maar ook over hoe jij je verhoudt tot alles om je
heen.
Kortom: levensbeschouwelijk leren gaat erom dat je jezelf en anderen leert begrijpen
door samen na te denken over wat het leven betekent.
3.2 Visie op leren en kennis bij levensbeschouwelijk leren
Wat ik denk over leren en weten bij levensbeschouwelijk leren
Als je kinderen iets wilt leren, moet je echt nadenken over wat je meegeeft en waar
ze op kunnen aansluiten. Leren is niet zomaar iets dat je opdringt; het is een soort
gesprek tussen de leerling en haar omgeving. En zelfs in gewoon leren is het
, superbelangrijk dat de stof voor iemand betekenis heeft. Het idee hierachter komt uit
het constructivisme: dat iedereen z’n eigen werkelijkheid bouwt.
De meeste moderne theorieën over leren zijn het erover eens dat:
Alleen kennis doorgeven niet betekent dat de ander die kennis ook echt
oppikt.
Kennis die je hebt, is altijd subjectief, want iedereen ervaart dingen anders.
Kennis is pas echt waardevol als je het echt voelt en begrijpt.
Leren werkt het beste als je niet alleen weet, maar ook voelt, ervaart en
waardeert.
Het willen weten is de motor: als je écht nieuwsgierig bent, ga je dingen
uitzoeken, verwerken en onthouden.
Bij het leren rekening houden met waar iemand vandaan komt, haar achtergrond en
belevingswereld is heel belangrijk. Je richt je vooral op het proces, niet alleen op het
eindresultaat. Leren gebeurt niet alleen in de klas of volgens vaste lessen; het
gebeurt ook buiten school en buiten lessen om. Dat noem je non-formeel leren. Het
echte betekenisgeven gebeurt vaak onder de waterspiegel: dat is het onbewuste,
dieper liggende proces. Hoe jij als docent of begeleider daarmee omgaat, is dus heel
belangrijk.
Bij levensbeschouwelijk leren gaat het vooral om de subjectieve waarheid—de eigen
kijk op het leven. Het draait meer om wijsheid dan om ‘de’ waarheid: het gaat om
kennis die je kunt gebruiken, die gebaseerd is op je eigen levenservaringen en die
van anderen. Het verbinden van je eigen levensverhaal met dat van anderen geeft
een dieper ‘weten’. En er is ook het niet-weten, dat hoort erbij. Bij
levensbeschouwing gaat het dus niet alleen om kennis kennen van anderen, maar
vooral om je verbinden met die ander en zijn verhaal.
3.3 Levensbeschouwelijk leren is: Verhalen vertellen
Oké, dus eigenlijk gaat het erom dat we verhalen vertellen om te begrijpen wie we
zijn en wat ons beweegt. Het is alsof je je eigen levensverhaal ziet als een soort cool
avontuur dat je zelf deelt. Wanneer iemand een verhaal vertelt, kiest diegene wat
belangrijk is, gebruikt beeldspraak en details om je echt mee te nemen in zijn of haar
wereld. En jij als luisteraar interpreteert dat verhaal op jouw eigen manier, ziet dingen
anders en vult dingen zelf in.
Het mooie is dat verhalen niet alleen leuk zijn, maar ook helpen om te leren kennen
wat anderen denken en voelen. Het gaat niet om echte personen, maar om figuren in
verhalen die symbolisch kunnen staan voor dingen die ons bezighouden. Door deze
verhalen te horen en te vertellen, ontdekken kinderen dat hun vragen en twijfels niet
uniek zijn, maar dat iedereen met levensvragen zit. Het helpt ze te zien dat deze
vragen universeel zijn en dat zoeken naar antwoorden iets is wat iedereen doet, door
de geschiedenis heen.
Dus, door verhalen te delen, kunnen we samen nadenken over grote levensvragen
en onze eigen zoektocht beter begrijpen. Het is alsof je in andermans schoenen
stapt, en daardoor leert over jezelf en de wereld om je heen. En dat maakt het leren
niet alleen leuk, maar ook heel waardevol!
4.3 Verhalen vertellen in je les
Verhalen vertellen in je les
Bij het kiezen van een Verhaal in je les moet je voor jezelf een aantal vragen kunnen
beantwoorden: