100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting orgaanpathologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
41
Geüpload op
21-06-2025
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting vat kort alle aandoeningen samen met de belangrijkste info. Op een gestructureerde manier opgescheven. De foto's zijn er niet bij.

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
21 juni 2025
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Orgaanpathologie 1ste Master 2024-2025
Respiratiestelsel
1. Neusholte en sinussen
1.1 Congenitale afwijkingen
• Choanale atresie: zeldzaam; neus-keelopeningen niet aangelegd → afgesloten zacht gehemelte → geen
neusademhaling, slikproblemen, pneumonie.
1.2 Circulatiestoornissen
• Epistaxis: uni of bilateraal neusbloedingen. Lokale oorzaken: rhinitis (epitheel/mucosa beschadiging),
atrofische rhinitis (varken, Pasteurella), vreemd voorwerp, ethmoid hematoom (paard), luchtzakontsteking
(paard), tumoren, coagulopathie. Diepere oorzaken (long): pneumonie, coagulopathie, exercise-induced
pulmonary haemorrhage (paard, kleine bloedingen na inspanning, soms zichtbaar als bloed uit de neus).
1.3 Inflammatie
Types van rhinitis
• Sereuze rhinitis: acute virale rhinitis
• Catarrale/muceuze rhinitis: ontsteking
• Suppuratieve/purulente rhinitis: neutrofielen
• Mucopurulente rhinitis: slijm + etter → chronische gevallen
• Hemorrhagiche rhinitis: inflammatie, vreemd voorwerp, tumor, coagulatiestoornis
• Vreemd voorwerp rhinitis: granulomateuze ontstekingsreactie met macrofagen (reuzecellen), plasmacellen,
neutrofielen. Mucosa en/of submucosa beschadigd. Diep biopt.
• Mycotische rhinitis: mucopurulent, histologie: hyfen. Oppervlakkig in mucosa.
• Allergische rhinitis: mucopurulent → lymfoplasmacytaire rhinitis (bilaterale neusvloei met squameuze
metaplasie)
Rhinitis bij de kat
• Feliene herpesvirus 1: ulceratieve rhinitis/stomatitis/conjunctivitis → necrose tracheobronchiaal epitheel
• Feliene calicivirus: ulceratieve rhinitis (vooral ulceraties thv muil)
• Cryptococcus: thv neus (meer een dermatitis), granulomateuze ontstekingsreactie → gezwollen ulcerende
neusspiegel
Sinusitis: vaak uitbreiding van rhinitis, veel bacteriën; ook mogelijk primair. Sinonasale aspergillose: primair/secundair,
vaak samen met rhinitis, macroscopisch niet herkenbaar, microscopisch schimmelhyphe; conidiosporen → pro-
inflammatoir, hyphen → lokale immuniteitsonderdrukking. Post-onthoorning sinusitis (rund)

2. Farynx, larynx en trachea
2.1 Congenitale afwijkingen
• Brachycefaal obstructief syndroom: anatomische afwijkingen → inspiratoire dyspnee, infecties, risico op
acute sterfte bij inspanning/hitte. Afwijkingen: vernauwde neusgaten (gradueel, evt. chirurgie), verlengd zacht
gehemelte (epiglottis bekneld, inspiratoire flap → turbulentie, wondjes, infecties), eversie laryngeale zakjes
(onderdruk → inflammatie, kraakbeencollaps), macroglossie, vernauwde trachea (tot 50%)
• Trachea collaps: dorsaal ligament naar binnen diverteren, afplatting, brachycefalen en pony’s
2.2 Inflammatie
• Tracheïtis: multifactorieel (viraal: CAV2, PI2, CDV, IBR; bacterieel: Bordetella bronchiseptica, Fusobacterium
necrophorum; parasitair: Oslerus osleri), vooral bij rund en hond; hyperemische mucosa met muceus beleg.

3. Long
3.1 Congenitale afwijkingen
• Primaire ciliaire dyskinesie: ciliën geen normale slagbeweging (probleem eiwitten microtubuli), ook
problemen bij spermatozoa en situs inversus (verplaatsing organen)
• Pulmonale melanosis: verhoogde pigmentatie, kan ook op tong en slokdarm, schaap: frontale meningen
• Longhypoplasie: onvoldoende aangelegd. Gehele longen of enkel bronchiolen.

MARTHE D'HAEYERE 1

,Orgaanpathologie 1ste Master 2024-2025
• Accessoire longkwab: kan op verschillende plaatsen gevormd worden, thv hals geeft het complicaties
3.2 Stofwisselingsstoornissen
• Pulmonale calcificatie: fosfaat/Ca huishouding → hyperparathyroïdie: ↑ Ca in bloed. Long is PM weinig
gecollabeerd, wit onregelmatig granulomateus aspect op pleura, puinsteenlong, aorta ook. (long=alkalisch)
• Heterotropische ossificatie: mesenchymale cellen op gecalcificeerde longen: bot vormen, toevalsbevinding
• Atelectase: alveolen gecollabeerd, kleinere long, donker, hard, rubberachtig
o Foetale atelectase: normaal
o Congenitale atelectase: prematuur of dikbilkalveren, hyaliene membraanziekte: EW slaan neer
o Compressie atelectase: long van buitenaf dichtgeduwd, te hoge infiltratieanesthesie
o Obstructie atelectase: long dichtgedrukt van binnenuit. Vooral grote en klein bronchen. Alveolen
collaberen. Niet zo frequent. Vaak partiële obstructie: dan eerder emfyseem dan atelctase.
o Hypostatische atelectase: uitzakken van bloed, PM of AM: langdurige anesthesie, verkleind en donker
o Slacht atelectase: gevolg van uitdrogen subpleuraal weefsel, rode vlekjes net onder pleura.
• Pulmonaal emfyseem: door pneumonie, COPD, BRSV, bronchiale subobstructies. Rund + varken: geen poriën
van Kohn
o Alveolair emfyseem: luchtopstapeling in de alveolen, bleke uitpuilende zones, voelt zacht, komt ook
voor bij agonie (bleek en sponsachtig, eerder diffuus). Histo: grote holten
o Interstitieel emfyseem: luchtopstapeling in het interstitium, rund, lobuli duidelijk gescheiden
o Subpeuraal emfyseem: lucht onder de pleura, blaasjes onder de pleura, runderen en varkens
o Bulleus emfyseem: lucht in grote blazen, kan ontstaan uit subpleuraal emfyseem
• Pneumoconiose = anthracose: stoflong, stof en vuil in macrofagen, zwarte puntjes. Kan naar regionale lnn.
3.3 Circulatiestoornissen
• Hyperemie: actief door inflammatie of passief door stuwing door hartfalen, voelt rubberachtig, kan je
indrukken, longen donkerrood, vasodilatatie.
• Congestie en longoedeem: congestief hartfalen → passieve stuwing → longoedeem. Vaak bij honden. Meer
rood, vocht uitgetreden uit alveoli, pitting oedeem
• Longbloedingen: gevolg van: acute longbeschadiging, acute pneumonie, erge inspanning, DIC, agonie, hond:
leptospirose. Histo: RBC in alveoli. (moeilijk om van hyperemie te onderscheiden)
• Longlobstorsie: hemorrhagische infarcering, necrose, weefseltoxines. Histo: RBC, onduidelijke alveolaire septa
• Longoedeem: frequent
o Cardiogeen longoedeem: ↑ hydrostatische druk door hartinsufficiëntie, ribindrukken, zacht,
indrukbaar. Histo: eiwitrijk vocht, verdikte alveolaire septa gevuld met RBC en veel macrofagen
o Niet-cardiogeen longoedeem: ↑ permeabiliteit thv schade aan bloedvaten, door infectie. Histo:
eiwitrijk vocht, eosinofiel, hyaliene membranen, macrofagen + neutrofielen.
OF door ↓ oncotische/osmotische druk: door cachexie (bloed weinig EW → vocht treedt uit)
• Interstitieel oedeem: lichtgeel vocht tussen lobuli, gelatineus. Histo: lege brede ruimtes
• Spumeus vocht: lucht en eiwitten, eerder agonie dan acute hartinsufficiëntie
• Longembolie: duale bloedvoorziening, dus kleine embolie heeft weinig gevolgen
o Pulmonale trombo-embolie: infectieus. Door bloedklontervorming.
o Septische embolie: geïnfecteerd, kan komen door vegetatieve (parasitaire) endocarditis, douche effect
o Tumorembolie: metastatische tumoren van vb melkklier, vlezige long, lokaal of diffuus
• Longinfarct: niet veel voorkomend, weinig belang
3.4 Inflammatie
Pneumonie: longontsteking, neutrofielen en macrofagen stellen proteasen vrij en vormen O2-radicalen →
weefselschade → minder elastisch. Histo: verdikte alveolaire septa, RBC, macrofagen, neutrofielen. PAM.
• Bronchopneumonie: aërogene oorzaak → bronchen → alveolen in cranioventrale longdelen. Poriën van
Kohn: snelle verspreiding, grotere pneumonie. Varken en rund: meer lokaal
• Suppuratieve bronchopneumonie: als het chronisch wordt: abcesvorming in cranioventrale delen.

MARTHE D'HAEYERE 2

,Orgaanpathologie 1ste Master 2024-2025
• Fibrineuze bronchopneumonie: rund en varken: bacteriën die fibrine vrijstellen (hematogeen of aërogeen).
Wit beleg op pleura of septa of alveoli. Cranioventrale longdelen. Kunnen neutrofielen op afkomen →
neutrofielen → necro-supperatieve inflammatie. Gevolgen: abcessen, sekwester, adhesieve pleuritis, fibrose,
granulatieweefsel (broncholitis obliterans). Long zo hard dat die rechtop kan staan (rund)
• Aspiratie pneumonie: aantasting trachea, bronchen, cranioventrale longkwabben. Septisch: necrotiserende-
gangrineuze ontsteking met gas- en ettervorming en fibrine. Steriel: granulomateuze ontstekingsreactie (olie)
→ exogene lipide pneumonie (histo). Agonala aspiratie: rund, geen ontsteking, tijdens agonie een ructus
• Interstitiële pneumonie: alveolaire septa primair betrokken, diffuus. Aërogeen: immuuncomplexen.
Hematogeen: sepsis, DIC, parasitair: angiostrongylus vasorum (hond), endotoxines LPS, caniene adenovirus,
klassieke varkenspestvirus. Ribindeukingen, geen collaps, geen exsudaat (itt longoedeem)!
o Acute interstitiële pneumonie: vergroting longen, diffuse hyperemie, ribindrukken, caniene
adenovirus. Histo: ARDS → necrose type 1 pneumocyten, hyaliene membranen, macrofagen. Na
epithelisatie: hyperplasie type 2 pneumocyten, macrofagen, neutrofielen, oedeem en emfyseem
o Chronische interstitiële pneumonie: fibrose septa, epithelisatie. Bacterieel of viraal. Secundair:
hyperplasie lymfoïd weefsel → peribronchiale cuffing (kan bij elke pneumonie)
o Broncho-interstitiële pneumonie: primaire beschadiging bornchiaal weefsel met necrose. Gevolg van
virus, kan secundaire bacteriële infectie op komen. Macro: zie je niet dat het broncho-interstitiëel is!
je ziet dat het diffuus is, ribindrukken, niet gecollabeerd, rubber. Histo: interstitium aangetast.
• Embolische pneumonie: hematogeen door bacteriële sepsis of trombo-embolie. Aantasting alveolaire septa,
multipel thv alle kwabben, nodules. Kan door staartbijten of vegetatieve endocarditis.
• Granulomateuze pneumonie: hematogeen, macrofagen: intersitiële pneumonie. Ook lipide pneumonie:
aërogeen. Mycobacteriën. Rhodococcus equi. Pyogranulomen, caseuze granulomen, lipide granulomen
o Pyogranulomen: Rhodococcus equi (veulens), grote witte knobbels met ingedroogde etter en
necrotisch materiaal, neutrofielen. Kan ook bij Aelrulostrongylus abstrusus (kat). Hoesten.
o Caseuze granulomen: rundertuberculose. Verkazing
o Lipidegranulomen: endogeen lipid granuloma. Pleura is gevlekt: rood centrum met witte rand. Histo:
macrofagen beladen met vet en cholesterolkristallen → toevalsbevinding

4. Borstholte
4.1 Metabole stoornissen
• Pneumothorax: lucht in borstholte: door emfyseem dat doorbreekt, trauma, intra-thoracale perforatie
slokdarm, vooral iatrogeen veroorzaakt tijdens anesthesie. Diafragma puilt meer uit naar maag. Compressie
atelectase long
4.2 Circulatiestoornissen
• Hydrothorax: vocht in borstholte door: ↑ hydrostatische druk (hartinsufficiëntie), cachexie, inflammatoir
• Chylothorax: lymfe, door trauma: ruptuur ductus thoracicus, of door verstoorde lymfedrainage (lymfoom)
• Hemothorax: ruptuur bloedvat (v. cava caudalis), coagulatiepathologiën, erge ontstekingen, aortaruptuur
(paard), ’t scherp (rund)
• Pyothorax: pleuropneumonie: purulente pleuritis, vaak bij katten. Ruptuur slokdarm, vvw, hematogeen
4.3 Inflammatie
• Pleuritis:
o Pyogranulomateuze pleuritis: katten met FIP, pyogranulomen in verschillende organen (serosa nier,
lever, darm, pleura), witachtige plaques, uitvloei in borstholte door vasculitis (geel EW-rijk vocht)
o Fibrineuze pleuritis: in aansluiting met pneumonie, geelachtig beleg. Varkens: Glaeserella, E. coli
o Adhesieve pleuritis: chronische letsels. Verkleving, bijna vergroeit met borstkas, trek je niet los.




MARTHE D'HAEYERE 3

, Orgaanpathologie 1ste Master 2024-2025
Spijsverteringsstelsel
1. Mondholte
1.1 Congenitale afwijkingen
• Cheiloschisis (hazenlip) en palatoschisis (gespleten gehemelte)
• Brachygnatia (verkorting kaken, inferior/superior), prognatia (verlenging kaken) en agnatia (geen aanleg kaak)
• Aglossia, microglossia en macroglossia (BWB, cavaliers, brachycephalen): tong
• Epitheliogenesis imperfecta: kalveren, epidermis niet volledig ontwikkeld, niet aangelegd, focaal.
1.2 Inflammatie: stomatitis
Oppervlakkige stomatitis:
• Catarrale stomatitis: minimale inflammatoire reactie, toegenomen mucus productie. Candidase: wit-geel
beleg op tong (door AB), histo: pseudohyfen. Gaat ook parakeratose induceren (onregelmatig beleg)
• Vesiculaire stomatitis: blaasjes/vesikels in of net onder epitheel. Feliene calicivirus (kat). GHD: boosaardige
kattharaalkoorts, mond en klauwzeer. Blaasjes kunnen ruptureren: erosies-ulceraties
• Erosieve en ulceratieve stomatitis: auto-immuunreactie (As tegen EW in eptiheel of BM) (honden) of
lymfoplasmacytaire ontsteking (gingivostomatitis) (katten) of uremische stomatitis (nierinsufficiëntie) (KHD)
Diepe stomatitis:
• Necrotiserende stomatitis: rund: necrobacillose tong, farynx, wang door Fusobacterium necrophorum
• Granulomateuze stomatitis: katten, eosinofiel granuloom complex, influx van eosinofielen (DDX tumor)
• Pyogranulomateuze stomatitis: glossitis, runderen, zoals necrotiserende stomatitis, maar dan Actinobaccilus.
Houten tong.

2. Tanden en periodontium
2.1 Congenitale afwijkingen
• Anodontia en oligodontia: geen en te weinig tandaanleg
• Polydontia (te veel tanden) of pseudopolydontia (melktanden niet uitgevallen)
• Ectopische tand: tandcyste paard (os temporale): zwelling net onder oor. Ontwikkelingsstoornis.
• Diastema: tanden sluiten niet mooi op elkaar, secundaire ontstekingen: tandwortelabcessen, tandvlees
• Email hypoplasie: hondenziektevirus: ameloblasten aangetast, kan ook bij hevige koortstoten, diepe letsels
van onderliggend dentine, is gevoeliger dan oppervlakkige letsels.
2.2 Stofwisselingsstoornissen
• Tandverkleuring: fluorosis (door moeder), porfyrie, zwartverkleuring (planten), geelverkleuring (tetracyclines)
• Tandslijtage: konijnen (olifantentanden), paarden (trappengebid): dysbacteriose en koliek, schaargebit
• Tandresorptie: katten (feline odontoclastic resportive necklesions) thv hals tand en paarden (resorptie
odontoblasten thv tandwortel, tot alveolair bot) en ook Equine odontoclastic resorption and hypercementosis
2.3 Inflammatie
• Tandplaque: bacteriële biofilm. Bij ernstige letsels: preventief AB toegediend. Materia alba → subragingivale
(Gr+) tandpaque → subgingivale tandplaque (Gr-). Zuur → ↓ fagocytose → demineralisatie → cariës
• Tandsteen: bacteriële biofilm → mineralisatie → bruine tandsteen → secundaire gingivitis → ontsteking →
MMP, prostaglandinen, cytokines → uitbreiding naar periodontium → periodontitis → botresorptie,
destructie bindweefsel → wortelabces → fistulatie → destructie bloedvaten → verhoogd risico op
septicemieën, vaak nood aan antibiotica
• Cariës: tandbederf, zuur of hypoplasie email of secundair door voedsel, mechanische beschadiging (paard)

3. Speekselklieren
3.1 Congenitale afwijkingen: hypoplasie of aplasie van speekselklieren of afvoergangen
3.2 Stofwisselingsstoornissen
• Ranula: cysteuze ontaarding afvoergang sublinguale speekselklier, mucosereus vocht. Kan gaan ontsteken,
fibrotisch worden, kan ontstaan door speekselklierontsteking of coelithen (steentjes). Tong weggedrukt

MARTHE D'HAEYERE 4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
dhaeyeremarthe Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
54
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
6
Documenten
39
Laatst verkocht
2 weken geleden

3,0

2 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen