Pijnmanagement en revalidatie bij psychische aandoeningen
1. De evolutie naar multidisciplinaire aanpak
- Bonica (1960) zei dat we voor chronische pijn andere disciplines moesten inschakelen =
multidisciplinair.
- In 1994 kwam de definitie: ‘een sensoriële en emotionele ervaring gerelateerd aan
actuele of potentiële weefselbeschadiging’.
Dit gaf aanleiding tot een multidisciplinaire pijncentra.
- Biopsychosociaal model:
- Somatische component arts
- Mototrische component kinesitherapeut
- Psychosociale component psycholoog, sociale dienst
- Multidiciplinair werken vereist competenties:
Communicatievaardigheden: overleg.
Professionele, gespecialiseerde ervaring op eigen werkgebied.
Kennis van biopsychosociale aspecten van pijn en behandelingsmogelijkheden.
Professioneel zelfvertrouwen.
Gericht op team-work
Afstemmen van team in diagnostiek en communicatie naar patiënten = pré therapie.
- Evaluatie van multidisciplinair samenwerken na 6 maand
Maatschappij: werkhervatting, minder pijnstilling gebruik, geen gebruik van
gezondheidsvoorzieningen.
Persoonlijk: beter fysiek functioneren, betere kwaliteit van het leven,
symptoomreductie.
o Emotionele stress zorgt voor minder vooruitgang en bepaakt de werkstatus.
, - Hoe is het in belgië geëvolueerd?
2000 vanuit de overheid 5 erkende centra.
2013 hervormd en uitgebreid:
o 35 centra
o 104 teams met financiele steun, maar minder mindelen = algologische teams.
o 13 teams voor chronische pijn bij kinderen.
- Opdracht multidisciplinair team:
Regelmatig interdisciplinair overleg.
Diagnostiek en behandeling volgens het biopsychosociaal model.
Kennisnetwerk met het algologisch team.
Preventie en vroegdetectie.
Pijnbeleid en evolutie opvolgen.
- Het proces:
Eerst gaat de pijnarts door verwijzen naar psycholoog en kinesitherapie.
Dan komt iedereen samen en worden de resultaten besproken.
Er wordt een behandelingsplan gemaakt op maat.
Dan streven naar parallel lopende behandelingen.
Evaluaties.
- Evolutie van pijnstoornis:
DSM IV: binnen de groep van de somatoforme stoornissen (= heel breed)
o ≥1 localisaties en van voldoende ernst.
o Veroorzaakt significant lijden.
o Psychische factoren spelen een rol.
o Geen simulatie.
o Niet toe te schrijven aan andere aandoeningen.
DSM V: somatische-symptoomstoornis
o Zowel onverklaarde als verklaarde klachten.
o Klachten waar de patiënt onder lijdt.
o Excessieve gedachten, gevoelens, gedragingen.
Gedachten over de ernst
Ongerustheid
Veel tijd en energie besteden hieraan
1. De evolutie naar multidisciplinaire aanpak
- Bonica (1960) zei dat we voor chronische pijn andere disciplines moesten inschakelen =
multidisciplinair.
- In 1994 kwam de definitie: ‘een sensoriële en emotionele ervaring gerelateerd aan
actuele of potentiële weefselbeschadiging’.
Dit gaf aanleiding tot een multidisciplinaire pijncentra.
- Biopsychosociaal model:
- Somatische component arts
- Mototrische component kinesitherapeut
- Psychosociale component psycholoog, sociale dienst
- Multidiciplinair werken vereist competenties:
Communicatievaardigheden: overleg.
Professionele, gespecialiseerde ervaring op eigen werkgebied.
Kennis van biopsychosociale aspecten van pijn en behandelingsmogelijkheden.
Professioneel zelfvertrouwen.
Gericht op team-work
Afstemmen van team in diagnostiek en communicatie naar patiënten = pré therapie.
- Evaluatie van multidisciplinair samenwerken na 6 maand
Maatschappij: werkhervatting, minder pijnstilling gebruik, geen gebruik van
gezondheidsvoorzieningen.
Persoonlijk: beter fysiek functioneren, betere kwaliteit van het leven,
symptoomreductie.
o Emotionele stress zorgt voor minder vooruitgang en bepaakt de werkstatus.
, - Hoe is het in belgië geëvolueerd?
2000 vanuit de overheid 5 erkende centra.
2013 hervormd en uitgebreid:
o 35 centra
o 104 teams met financiele steun, maar minder mindelen = algologische teams.
o 13 teams voor chronische pijn bij kinderen.
- Opdracht multidisciplinair team:
Regelmatig interdisciplinair overleg.
Diagnostiek en behandeling volgens het biopsychosociaal model.
Kennisnetwerk met het algologisch team.
Preventie en vroegdetectie.
Pijnbeleid en evolutie opvolgen.
- Het proces:
Eerst gaat de pijnarts door verwijzen naar psycholoog en kinesitherapie.
Dan komt iedereen samen en worden de resultaten besproken.
Er wordt een behandelingsplan gemaakt op maat.
Dan streven naar parallel lopende behandelingen.
Evaluaties.
- Evolutie van pijnstoornis:
DSM IV: binnen de groep van de somatoforme stoornissen (= heel breed)
o ≥1 localisaties en van voldoende ernst.
o Veroorzaakt significant lijden.
o Psychische factoren spelen een rol.
o Geen simulatie.
o Niet toe te schrijven aan andere aandoeningen.
DSM V: somatische-symptoomstoornis
o Zowel onverklaarde als verklaarde klachten.
o Klachten waar de patiënt onder lijdt.
o Excessieve gedachten, gevoelens, gedragingen.
Gedachten over de ernst
Ongerustheid
Veel tijd en energie besteden hieraan