Pathalogie Hoorcollege 1
Tentamenstof: collegeslides + wetenschappelijke artikelen
Pathologie
Pathos = lijden, ziekte
Logos = kennis, wetenschap, leer, kunde
Pathogenese = ontstaaan, ontwikkeling en verloop van ziekten
Ethologie -> leer van oorzakelijke factoren
Diagnose
Symptomen: gevolgen > manifestatie ziekteverschijnselen
Behandeling > bewegingswetenschapen
Gezondheid (WHO)
Gezondheid is een toestand van een zo optimaal mogelijk fysiek, mentaal en sociaal welzijn,
waarbij iedereen de kans moet hebben om als mens capaciteiten te ontwikkelen en te
gebruiken met een maximum aantal vrijheidsgraden en keuzemogelijkheden (1986)
Ziekten en oorzaken
Opbouw van een organismen
Cellen -> vormen weefsel (voorbeeld: epitheel = bindweefsel, spiervezel en zenuwweefsel)->
organen -> organisme
Functie weefsel: bij elkaar houden van iets, bekleden, beschermen, secretie, absorptie,
extretie , filtratie, difussie en sensorische ontvangst
Cel = de kleinste funtionele eenheid van een organisme
Processen in een humane cel:
o Energie voorziening
o Selectieve permeabiliteit van membran
o …
Wat zit er in een cel:
o Lysosoom zorgt voor afbraak van moleculen: af te breken
o Mitochondrieln
o Celtrioll -> celdeling
o Ribossom -> eiwitsynthese
o Golgi -> eiwitten omvormen tot eindprocuet
o Glad er
Oorzaken ziektes op verschillende niveaus
Ethiologie van pathologie kan op drie niveaus:
o Genetische functie
, o Fysiologische/biochemische functie cel
o Bouw of rangschikking vna celle, weefsels en organen
Vaak afwijkingen op meerdere niveaus
Homeostase = dynamische evenwich tussen verstoringen (externemilieu en noxen) en
lichaamsreacties (constant houden). Ernstige verstoring homeostase = ziekte
Cellulaire reacties op noxen (afbeelding pp slide 15)
Cel homeostae (noxen ) -> cel met schade
o Milde schade reversibele schade (spierpijn, verbranden etc.)
o Zware schade adaptatie (roken), nieuwe homeostase bereikt
Normaal epitheelweefsel wordt palveiselepitheel cel (metaplasie)
als het niet lukt om weer homeostase te bereiken
o necrose -> omringende schade
niet-genetisch + wordt veroorzaakt door externe factoren, zoals trauma of
infectie
ongecontroleerde celdood, irreversibele ……..
o apoptose -> lokale schade -> verwijderen van ongewenste of abnormale cellen
bij alzeimer, parkinsom -> overmatige apoptose van neuronen
kanker > onvoldoende apoptose
nox = schadelijke prikkel -> leasie = verstoring homeostase -> prikkel = soort, duur, intensiteit ->
aanpassingsvermogen = soort cel, leeftijd en conditie
endogeen = vanuit organisme zelf
- erfelijke predispositie
- reactie op (in)activiteit
- senescentie (veroudering)
- stressreactie
- immunologische reacties
exogeen: van buitenaf
- fysisch
- chemisch
- intoxicatie
- voedingsdeficiëntie
- infectieus agens
- hypoxie
adaptatie van cellen
- verhoogde (hypertrofie), verlaagde (atrofie ) activiteit - > grotere spiercellen
- differentiatie (wijziging cel = morfologie / differantiale ) = metaplasie
,Hartspiercel
niet pathalogisch : flink trainen -> hypertrofie -> hartspier is groter
Pathalogisch: vernauwing aortaklep door ziekte -> het hart moet harder werken ->
hypertrofie van de hartspiercellen en een verhoogde activiteit
Voorbeeld atrofie
- Atrofie: afname celgrootte -> kleiner worden van cel/weefsel/orgaan
o Fysiologisch: veroudering van huid, hersenen, spieren
o Pathologisch: straling/cytostatica, spierziekte (ALS (aantasting motorische neuronen),
MS (ontsteking CNS))
- Aaantal cellen = ongewijzigd
- Vezels = kleiner
- (door beschadiging van veel axonen …)
Regressie = achteruitgang van ….
- Cel kan niet aanpassen aan noxe, maar sterft niet -> minderweedige cel qua structuur en
functie = degeneratie
o Intracellulair
Enzymdefect, bijv phenylketonurie (PKU) = stoornis aminozuur metabolisme
Ontbreken enzym
Intercellulair, bindweefsel
Sclerosering, littekenweefsel
Necrose = plaatselijk afsterven van lichaamsweefsel
Gangreen = afgestorven weefsel
- Droog gangreen: afgestorven weefsel door afsluiten van arteriele circulatie)
- Nat gangreen: afgestorven weefsel met infectie -> verergering proces)
Bijv. bij diabetes, bevriezing/verbranding, avascularisatie (afsterven van de heupkop, door gebrek
aan bloedtoevoer)
Hart Hoorcollege 2
Herhaling
Twee types hartcellen
- Gespecialiseerd geleidend systeem
o SA-knoop (pacemakercellen automatisch gaan vuren door gapjunctions)
Actipotentiaal
Snelle depolarisatie door influx van calcium door L-type kanalen
Repolarisatie door calcium inactivatie en kalium efflux
, Pacemakerpotentaal door funnychannels gaan open bij repolarisatie (Na en
Ca T-type influx)
o AV-knoop
o Bundel van His
o Purkinjevezels
- Contracterende cellen = cardiale myocyten = hartspiercellen (artriaal en ventriculair)
o Plateau potentiaal veroorzaakt door L-type calcium kanalen
o Verklaring voor dat elke hartspiercel zich ook als pacemakercel kan gedragen, want
alle pacemakercellen hebben ook L-type calcium kanalen.
o Depolarisatie -> snelle influx natrium, repolarisatie Na inactivatie en K efflux,
pleateau door Ca influx en K efflux, verdere repolarisatie door K efflux en Ca
inactivatie
Voorgeleiding van elektrische signaal
- Alle cellen aan elkaar via gapjunctions, dus de ionen zullen via gapjunctions naar volgende cel
door concentratieverschil.
o P-top -> depolarisatie atria
o Pauze in AV knoop
o Heeel snel naar apex via bundel van his en dan krijg je
o Q-top
o S-T segment alle in pateaufase
o Repolarisatie gaat weg van positieve elektrode, dus positef (T-top)
- De ups-en-downs in het ECG worden veroorzaakt door:
o Het soort elektrische fenomeen
o De richting van de voortgeleiding
Tentamenstof: collegeslides + wetenschappelijke artikelen
Pathologie
Pathos = lijden, ziekte
Logos = kennis, wetenschap, leer, kunde
Pathogenese = ontstaaan, ontwikkeling en verloop van ziekten
Ethologie -> leer van oorzakelijke factoren
Diagnose
Symptomen: gevolgen > manifestatie ziekteverschijnselen
Behandeling > bewegingswetenschapen
Gezondheid (WHO)
Gezondheid is een toestand van een zo optimaal mogelijk fysiek, mentaal en sociaal welzijn,
waarbij iedereen de kans moet hebben om als mens capaciteiten te ontwikkelen en te
gebruiken met een maximum aantal vrijheidsgraden en keuzemogelijkheden (1986)
Ziekten en oorzaken
Opbouw van een organismen
Cellen -> vormen weefsel (voorbeeld: epitheel = bindweefsel, spiervezel en zenuwweefsel)->
organen -> organisme
Functie weefsel: bij elkaar houden van iets, bekleden, beschermen, secretie, absorptie,
extretie , filtratie, difussie en sensorische ontvangst
Cel = de kleinste funtionele eenheid van een organisme
Processen in een humane cel:
o Energie voorziening
o Selectieve permeabiliteit van membran
o …
Wat zit er in een cel:
o Lysosoom zorgt voor afbraak van moleculen: af te breken
o Mitochondrieln
o Celtrioll -> celdeling
o Ribossom -> eiwitsynthese
o Golgi -> eiwitten omvormen tot eindprocuet
o Glad er
Oorzaken ziektes op verschillende niveaus
Ethiologie van pathologie kan op drie niveaus:
o Genetische functie
, o Fysiologische/biochemische functie cel
o Bouw of rangschikking vna celle, weefsels en organen
Vaak afwijkingen op meerdere niveaus
Homeostase = dynamische evenwich tussen verstoringen (externemilieu en noxen) en
lichaamsreacties (constant houden). Ernstige verstoring homeostase = ziekte
Cellulaire reacties op noxen (afbeelding pp slide 15)
Cel homeostae (noxen ) -> cel met schade
o Milde schade reversibele schade (spierpijn, verbranden etc.)
o Zware schade adaptatie (roken), nieuwe homeostase bereikt
Normaal epitheelweefsel wordt palveiselepitheel cel (metaplasie)
als het niet lukt om weer homeostase te bereiken
o necrose -> omringende schade
niet-genetisch + wordt veroorzaakt door externe factoren, zoals trauma of
infectie
ongecontroleerde celdood, irreversibele ……..
o apoptose -> lokale schade -> verwijderen van ongewenste of abnormale cellen
bij alzeimer, parkinsom -> overmatige apoptose van neuronen
kanker > onvoldoende apoptose
nox = schadelijke prikkel -> leasie = verstoring homeostase -> prikkel = soort, duur, intensiteit ->
aanpassingsvermogen = soort cel, leeftijd en conditie
endogeen = vanuit organisme zelf
- erfelijke predispositie
- reactie op (in)activiteit
- senescentie (veroudering)
- stressreactie
- immunologische reacties
exogeen: van buitenaf
- fysisch
- chemisch
- intoxicatie
- voedingsdeficiëntie
- infectieus agens
- hypoxie
adaptatie van cellen
- verhoogde (hypertrofie), verlaagde (atrofie ) activiteit - > grotere spiercellen
- differentiatie (wijziging cel = morfologie / differantiale ) = metaplasie
,Hartspiercel
niet pathalogisch : flink trainen -> hypertrofie -> hartspier is groter
Pathalogisch: vernauwing aortaklep door ziekte -> het hart moet harder werken ->
hypertrofie van de hartspiercellen en een verhoogde activiteit
Voorbeeld atrofie
- Atrofie: afname celgrootte -> kleiner worden van cel/weefsel/orgaan
o Fysiologisch: veroudering van huid, hersenen, spieren
o Pathologisch: straling/cytostatica, spierziekte (ALS (aantasting motorische neuronen),
MS (ontsteking CNS))
- Aaantal cellen = ongewijzigd
- Vezels = kleiner
- (door beschadiging van veel axonen …)
Regressie = achteruitgang van ….
- Cel kan niet aanpassen aan noxe, maar sterft niet -> minderweedige cel qua structuur en
functie = degeneratie
o Intracellulair
Enzymdefect, bijv phenylketonurie (PKU) = stoornis aminozuur metabolisme
Ontbreken enzym
Intercellulair, bindweefsel
Sclerosering, littekenweefsel
Necrose = plaatselijk afsterven van lichaamsweefsel
Gangreen = afgestorven weefsel
- Droog gangreen: afgestorven weefsel door afsluiten van arteriele circulatie)
- Nat gangreen: afgestorven weefsel met infectie -> verergering proces)
Bijv. bij diabetes, bevriezing/verbranding, avascularisatie (afsterven van de heupkop, door gebrek
aan bloedtoevoer)
Hart Hoorcollege 2
Herhaling
Twee types hartcellen
- Gespecialiseerd geleidend systeem
o SA-knoop (pacemakercellen automatisch gaan vuren door gapjunctions)
Actipotentiaal
Snelle depolarisatie door influx van calcium door L-type kanalen
Repolarisatie door calcium inactivatie en kalium efflux
, Pacemakerpotentaal door funnychannels gaan open bij repolarisatie (Na en
Ca T-type influx)
o AV-knoop
o Bundel van His
o Purkinjevezels
- Contracterende cellen = cardiale myocyten = hartspiercellen (artriaal en ventriculair)
o Plateau potentiaal veroorzaakt door L-type calcium kanalen
o Verklaring voor dat elke hartspiercel zich ook als pacemakercel kan gedragen, want
alle pacemakercellen hebben ook L-type calcium kanalen.
o Depolarisatie -> snelle influx natrium, repolarisatie Na inactivatie en K efflux,
pleateau door Ca influx en K efflux, verdere repolarisatie door K efflux en Ca
inactivatie
Voorgeleiding van elektrische signaal
- Alle cellen aan elkaar via gapjunctions, dus de ionen zullen via gapjunctions naar volgende cel
door concentratieverschil.
o P-top -> depolarisatie atria
o Pauze in AV knoop
o Heeel snel naar apex via bundel van his en dan krijg je
o Q-top
o S-T segment alle in pateaufase
o Repolarisatie gaat weg van positieve elektrode, dus positef (T-top)
- De ups-en-downs in het ECG worden veroorzaakt door:
o Het soort elektrische fenomeen
o De richting van de voortgeleiding