BESTUURSRECHT – TILBURG UNIVERSITEIT
H1: Inleiding
- Bestuursrecht: recht voor (legitimerend)/van (instrumenteel)/tegen (waarborg)
het openbaar bestuur
- Betrekking op alle beleidsterreinen waarop het openbaar bestuur werkzaam is:
wat het doet en relatie tov burgers
Wat is het openbaar bestuur:
1. Uitvoerende macht (maar besturen is meer dan uitvoering van wetten)
2. Het van overheidswege behartigen van het algemeen belang
3. Openbaar gezag uitoefenen: het eenzijdig vaststellen van de rechtspositie van
andere rechtssubjecten
Oa besturen van gemeentes, provincies, waterschappen, ministeries, etc.
Bijzondere delen en algemeen deel van het bestuursrecht:
Bijzondere delen:
- Bv. omgevingsrecht (waaronder bv. milieurecht, waterrecht, ruimtelijk
bestuursrecht), huisvestingsrecht, vreemdelingenrecht, bestuursrecht inzake
openbare orde en veiligheid, economisch bestuursrecht, financieel bestuursrecht
en socialezekerheidsrecht
,H2: Kenmerken van het bestuursrecht (behalve §5 en
§6)
Nederland als democratische rechtsstaat:
- Overheid dient de fundamentele rechten en vrijheden van burgers te eerbiedigen
en zich in te zetten voor de verwerkelijking hiervan, terwijl dit alles gebeurt
onder controle van de door het volk in vrije verkiezingen gekozen
volksvertegenwoordiging
- Voldoen aan 4 fundamentele eisen om doelen van de rechtsstaat te bereiken:
1) Wetmatigheid van het bestuur
2) Rechterlijke controle
3) Evenwicht tussen de verschillende machten
(wetgevend/uitvoerend/rechtsprekend)
4) Eerbieding van grondrechten
§2 Twee uitgangspunten
1. Legaliteitsbeginsel
- Het bestuur heeft voor vele handelingen een grondslag nodig in een
(democratisch tot stand gekomen) wet én het bestuur dient te handelen conform
die wet wanneer het deze handelingen verricht
- Accent ligt op de voor een bevoegdheid van een bestuursorgaan benodigde
wettelijke grondslag bv. bevoegdheid om bestuurlijke sancties op te leggen en
hierbij verbod op terugwerkende kracht (art. 5:4 Awb)
- Verbod/gebod mag in een lagere regeling staan, maar moet uiteindelijk een
grondslag hebben in een wet in formele zin
- Vrijwel geen sprake van zuivere begunstiging door overheid: bv. als iemand
een uitkering krijgt, zijn hieraan belastende verplichtingen verbonden waaraan
de persoon zich moet houden om de uitkering niet te verliezen voor meeste
subsidies wettelijke grondslag benodigd (art. 4:23 Awb)
2. Specialiteitsbeginsel
- Overheid behartigt het algemeen belang, maar willekeur voorkomen: wetten
moeten een specifiek belang dienen én aan een of meer organen nauwkeurig
omschreven bevoegdheden geven om dat specifieke belang te behartigen
- Het bestuur mag bij de uitvoering van een bepaalde wettelijke regeling slechts
die belangen behartigen ter bescherming waarvan de betrokken regeling in het
leven is geroepen
§3 Structuur van de bestuursrechtelijke normstelling
Normadressaten:
- Normen die overheidsinstanties als geadresseerde (adressaat) hebben:
Veel wettelijke voorschriften leggen bestuursorganen verplichtingen op en
beleidsregels bevatten normen die het bestuursorgaan binden dat de regels zelf
opstelt
- MAAR: meeste normen zijn gericht tot burgers (waaronder bedrijven en
instellingen)
,Hiërarchische opbouw van het normenstelsel:
- Regel: een lagere regeling mag niet in strijd zijn met een hogere regeling
Verdragen/Secundair verdragsrecht
Statuut
Grondwet
Wetten in formele zin
Koninklijke Besluiten die regels bevatten (zoals amvb’s) (lagere wetgeving)
Ministeriële regelingen (verordeningen) (lagere wetgeving)
Provinciale verordeningen (lagere wetgeving)
Gemeentelijke verordeningen en waterschapsverordeningen (lagere wetgeving)
Beleidsregels
Vergunningsvoorschriften en voorschriften/verplichtingen verbonden aan een
beschikking
1. Verdragen
- Bv. EVRM, IVBPR, VEU, VWEU
- Secundair verdragsrecht: bv. EU-richtlijnen, EU-verordeningen vaak niet
rechtstreeks werkend EU recht
2. Statuut
- Regeling voor verhoudingen tussen Nederland en andere landen van het
Koninkrijk (Aruba/Curaçao/Sint Maarten)
- Meer staatsrecht dan bestuursrecht, want: weinig tot de burger gerichte regels
3. Grondwet
- Grondrechten en organisatierecht
- Meer staatsrecht dan bestuursrecht, want: weinig tot de burger gerichte regels
4. Wetten in formele zin
- Mogen niet in strijd zijn met grondwet, maar toetsingsverbod voor rechter:
rechter mag niet toetsen of een wifz in strijd is met de grondwet (art. 120 Gw)
5. Lagere wetgeving/wetten in materiële zin
- Bevatten algemeen verbindende voorschriften (AVV’s) die gericht zijn tot burgers
6. Beleidsregels
- Zijn geen wettelijke regels
- Regels die bestuursorganen (meestal) voor zichzelf opstellen, om een eerlijke en
consistente uitvoering van de aan hen toegekende bevoegdheden mogelijk te
maken
- Indien opgesteld en bekendgemaakt, moet een orgaan in beginsel conform deze
beleidsregels handelen (dus niet volledig bindend)
7. Vergunningsvoorschriften en voorschriften/verplichtingen verbonden
aan een beschikking
- Beschikking: besluiten voor individuele gevallen
- Mogen nooit in strijd zijn met algemene regels en in beginsel ook niet met
beleidsregels die op de beslissing tot verlening/weigering van een
vergunning/andere beschikking betrekking hebben
- Vergunningsvoorschriften: volledig bindend voor vergunninghouder
Gelede normstelsels:
1. Verticaal
- Het normstelsel is verticaal vertakt (met onderaan beschikkingen)
, 2. Horizontaal
- Voor een bepaalde activiteit zijn soms meer wetten en de daarop gebaseerde
regelgeving van belang
Algemene wet bestuursrecht (Awb):
- Tranches: zo worden de grotere stukken wetgeving waaruit Awb is opgebouwd
genoemd
- Gelaagde structuur: opbouw van algemeen naar bijzonder
- Doelen:
1. Meer eenheid (harmonisatie) in de bestuursrechtelijke wetgeving creëren
2. Systematiseren en vereenvoudigen van bestuursrechtelijke wetgeving
3. Het in de wet vastleggen van normen die in de rechtspraak zijn ontwikkeld
4. Het treffen van voorzieningen die naar hun aard een algemene regeling
behoeven omdat ze anders in elke regeling afzonderlijk zouden moeten
worden getroffen
5. Bescherming van de burger en de rechtsstaat
- 4 manieren waarop Awb richting geeft aan andere wetgeving (variërend in mate
van dwingendheid):
1. Dwingend recht tov lagere wetgeving
MAAR: ‘speciale wet’ gaat boven Awb (want Awb is algemene wet)
2. Regelend recht
Awb bevat hoofdregel, maar afwijking in lagere wetgeving mag: bv bij ‘tenzij
bij wettelijk voorschrift anders bepaald’
3. Aanvullend recht
4. Facultatief recht
Betrokken partijen mogen zelf beslissen of en hoe ze het toepassen
Wet versterking waarborgfunctie Awb (+ artikel Marseille e.a., 'Addendum
bij de ‘Kleine Gids voor het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb’, NJB 2024/867)
Dit wetsvoorstel past Awb aan met als doelen:
1. Zoeken naar evenwicht tussen consistente wetstoepassing (uniformiteit) en recht
doen aan het individuele geval (maatwerk)
2. Overheid moet besluiten voor burgers begrijpelijker te maken
3. Overheid moet zich bij de uitvoering van taken meer verplaatsen in de burger
4. Overheid moet zich bij de uitvoering van taken minder formeel opstellen
5. Versterking menselijke maat in het bestuursrecht
6. Dienstverlening van de overheid verbeteren
7. Laagdrempelige geschilbeslechting bevorderen
Consultatie:
- Iedereen die met Awb werkt mag op het wetsvoorstel reageren, en na de
beoordeling van de consultatie/uitvoerbaarheid/budget zal er weer een weging
zal plaatsvinden
Wat verandert er:
H1: Inleiding
- Bestuursrecht: recht voor (legitimerend)/van (instrumenteel)/tegen (waarborg)
het openbaar bestuur
- Betrekking op alle beleidsterreinen waarop het openbaar bestuur werkzaam is:
wat het doet en relatie tov burgers
Wat is het openbaar bestuur:
1. Uitvoerende macht (maar besturen is meer dan uitvoering van wetten)
2. Het van overheidswege behartigen van het algemeen belang
3. Openbaar gezag uitoefenen: het eenzijdig vaststellen van de rechtspositie van
andere rechtssubjecten
Oa besturen van gemeentes, provincies, waterschappen, ministeries, etc.
Bijzondere delen en algemeen deel van het bestuursrecht:
Bijzondere delen:
- Bv. omgevingsrecht (waaronder bv. milieurecht, waterrecht, ruimtelijk
bestuursrecht), huisvestingsrecht, vreemdelingenrecht, bestuursrecht inzake
openbare orde en veiligheid, economisch bestuursrecht, financieel bestuursrecht
en socialezekerheidsrecht
,H2: Kenmerken van het bestuursrecht (behalve §5 en
§6)
Nederland als democratische rechtsstaat:
- Overheid dient de fundamentele rechten en vrijheden van burgers te eerbiedigen
en zich in te zetten voor de verwerkelijking hiervan, terwijl dit alles gebeurt
onder controle van de door het volk in vrije verkiezingen gekozen
volksvertegenwoordiging
- Voldoen aan 4 fundamentele eisen om doelen van de rechtsstaat te bereiken:
1) Wetmatigheid van het bestuur
2) Rechterlijke controle
3) Evenwicht tussen de verschillende machten
(wetgevend/uitvoerend/rechtsprekend)
4) Eerbieding van grondrechten
§2 Twee uitgangspunten
1. Legaliteitsbeginsel
- Het bestuur heeft voor vele handelingen een grondslag nodig in een
(democratisch tot stand gekomen) wet én het bestuur dient te handelen conform
die wet wanneer het deze handelingen verricht
- Accent ligt op de voor een bevoegdheid van een bestuursorgaan benodigde
wettelijke grondslag bv. bevoegdheid om bestuurlijke sancties op te leggen en
hierbij verbod op terugwerkende kracht (art. 5:4 Awb)
- Verbod/gebod mag in een lagere regeling staan, maar moet uiteindelijk een
grondslag hebben in een wet in formele zin
- Vrijwel geen sprake van zuivere begunstiging door overheid: bv. als iemand
een uitkering krijgt, zijn hieraan belastende verplichtingen verbonden waaraan
de persoon zich moet houden om de uitkering niet te verliezen voor meeste
subsidies wettelijke grondslag benodigd (art. 4:23 Awb)
2. Specialiteitsbeginsel
- Overheid behartigt het algemeen belang, maar willekeur voorkomen: wetten
moeten een specifiek belang dienen én aan een of meer organen nauwkeurig
omschreven bevoegdheden geven om dat specifieke belang te behartigen
- Het bestuur mag bij de uitvoering van een bepaalde wettelijke regeling slechts
die belangen behartigen ter bescherming waarvan de betrokken regeling in het
leven is geroepen
§3 Structuur van de bestuursrechtelijke normstelling
Normadressaten:
- Normen die overheidsinstanties als geadresseerde (adressaat) hebben:
Veel wettelijke voorschriften leggen bestuursorganen verplichtingen op en
beleidsregels bevatten normen die het bestuursorgaan binden dat de regels zelf
opstelt
- MAAR: meeste normen zijn gericht tot burgers (waaronder bedrijven en
instellingen)
,Hiërarchische opbouw van het normenstelsel:
- Regel: een lagere regeling mag niet in strijd zijn met een hogere regeling
Verdragen/Secundair verdragsrecht
Statuut
Grondwet
Wetten in formele zin
Koninklijke Besluiten die regels bevatten (zoals amvb’s) (lagere wetgeving)
Ministeriële regelingen (verordeningen) (lagere wetgeving)
Provinciale verordeningen (lagere wetgeving)
Gemeentelijke verordeningen en waterschapsverordeningen (lagere wetgeving)
Beleidsregels
Vergunningsvoorschriften en voorschriften/verplichtingen verbonden aan een
beschikking
1. Verdragen
- Bv. EVRM, IVBPR, VEU, VWEU
- Secundair verdragsrecht: bv. EU-richtlijnen, EU-verordeningen vaak niet
rechtstreeks werkend EU recht
2. Statuut
- Regeling voor verhoudingen tussen Nederland en andere landen van het
Koninkrijk (Aruba/Curaçao/Sint Maarten)
- Meer staatsrecht dan bestuursrecht, want: weinig tot de burger gerichte regels
3. Grondwet
- Grondrechten en organisatierecht
- Meer staatsrecht dan bestuursrecht, want: weinig tot de burger gerichte regels
4. Wetten in formele zin
- Mogen niet in strijd zijn met grondwet, maar toetsingsverbod voor rechter:
rechter mag niet toetsen of een wifz in strijd is met de grondwet (art. 120 Gw)
5. Lagere wetgeving/wetten in materiële zin
- Bevatten algemeen verbindende voorschriften (AVV’s) die gericht zijn tot burgers
6. Beleidsregels
- Zijn geen wettelijke regels
- Regels die bestuursorganen (meestal) voor zichzelf opstellen, om een eerlijke en
consistente uitvoering van de aan hen toegekende bevoegdheden mogelijk te
maken
- Indien opgesteld en bekendgemaakt, moet een orgaan in beginsel conform deze
beleidsregels handelen (dus niet volledig bindend)
7. Vergunningsvoorschriften en voorschriften/verplichtingen verbonden
aan een beschikking
- Beschikking: besluiten voor individuele gevallen
- Mogen nooit in strijd zijn met algemene regels en in beginsel ook niet met
beleidsregels die op de beslissing tot verlening/weigering van een
vergunning/andere beschikking betrekking hebben
- Vergunningsvoorschriften: volledig bindend voor vergunninghouder
Gelede normstelsels:
1. Verticaal
- Het normstelsel is verticaal vertakt (met onderaan beschikkingen)
, 2. Horizontaal
- Voor een bepaalde activiteit zijn soms meer wetten en de daarop gebaseerde
regelgeving van belang
Algemene wet bestuursrecht (Awb):
- Tranches: zo worden de grotere stukken wetgeving waaruit Awb is opgebouwd
genoemd
- Gelaagde structuur: opbouw van algemeen naar bijzonder
- Doelen:
1. Meer eenheid (harmonisatie) in de bestuursrechtelijke wetgeving creëren
2. Systematiseren en vereenvoudigen van bestuursrechtelijke wetgeving
3. Het in de wet vastleggen van normen die in de rechtspraak zijn ontwikkeld
4. Het treffen van voorzieningen die naar hun aard een algemene regeling
behoeven omdat ze anders in elke regeling afzonderlijk zouden moeten
worden getroffen
5. Bescherming van de burger en de rechtsstaat
- 4 manieren waarop Awb richting geeft aan andere wetgeving (variërend in mate
van dwingendheid):
1. Dwingend recht tov lagere wetgeving
MAAR: ‘speciale wet’ gaat boven Awb (want Awb is algemene wet)
2. Regelend recht
Awb bevat hoofdregel, maar afwijking in lagere wetgeving mag: bv bij ‘tenzij
bij wettelijk voorschrift anders bepaald’
3. Aanvullend recht
4. Facultatief recht
Betrokken partijen mogen zelf beslissen of en hoe ze het toepassen
Wet versterking waarborgfunctie Awb (+ artikel Marseille e.a., 'Addendum
bij de ‘Kleine Gids voor het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb’, NJB 2024/867)
Dit wetsvoorstel past Awb aan met als doelen:
1. Zoeken naar evenwicht tussen consistente wetstoepassing (uniformiteit) en recht
doen aan het individuele geval (maatwerk)
2. Overheid moet besluiten voor burgers begrijpelijker te maken
3. Overheid moet zich bij de uitvoering van taken meer verplaatsen in de burger
4. Overheid moet zich bij de uitvoering van taken minder formeel opstellen
5. Versterking menselijke maat in het bestuursrecht
6. Dienstverlening van de overheid verbeteren
7. Laagdrempelige geschilbeslechting bevorderen
Consultatie:
- Iedereen die met Awb werkt mag op het wetsvoorstel reageren, en na de
beoordeling van de consultatie/uitvoerbaarheid/budget zal er weer een weging
zal plaatsvinden
Wat verandert er: