Fiscaal- en arbeidsovereenkomstenrecht
MK vragen
Vraag 1
Reeds sedert 2000 houdt een in de USA gevestigde moedervennootschap Usco alle
aandelen aan in een in België gevestigde dochtervennootschap Belco. Belco betaalt
jaarlijks royalities aan Usco voor het gebruik van een octrooi dat door Usco
ontwikkeld werd. De royality is gelijk aan 8% van het jaarlijks omzetcijfer dat Belco
realiseert uit de verkoop van medicijnen die het in België produceert d.m.v. het
octrooi. De Belgische fiscus heeft in 2008 een doorgedreven controle verricht in de
farmaceutische sector en beweert dat het in deze sector en voor soortgelijke
medicijnen gangbaar is dat een royality wordt betaald die maximaal 5% van het
jaarlijkse omzetcijfer bedraagt. Belco slaagt er niet in het tegenbewijs te leveren dat
de 8% royality die zij aan Usco heeft aangerekend marktconform is. Dientengevolge
mag de Belgische fiscus:
A: Op grond van Art 26 WIB de aftrek van de zogenaamde overdreven royality (3%
van het omzetcijfer) als verdoken dividend aan het boekhoudkundig nettoresultaat
van Belco toevoegen. Aangezien de overdreven royality niet meer in het vermogen
van Belco aanwezig is, is deze economisch als dividend aan haar aandeelhouder
Usco uitgekeerd. Belco zal dit verdoken dividend aan het tarief van 33% belast
worden (te verhogen met aanvullende crisisbijdrage en eventueel met de sanctie
voor onvoldoende voorafbetalingen). Daarnaast zal haar nog een aanslag in de
roerende voorheffing worden opgelegd wegens verkapte dividenduitkering.
B: Op grond van Art 26 WIB dezelfde correctie uitvoeren als sub a, maar de fiscus
kan geen aanslag in de roerende voorheffing ten name van Belco opleggen, want
dividenden die Belco aan Usco uitkeert zijn vrijgesteld van roerende voorheffing
aangezien Usco meer dan 10% van de aandelen van Belco heeft aangehouden voor
een onderbroken periode van meer dan een jaar.
C: Op grond van Art 26 WIB de aftrek van de zogenaamde overdreven royality (3%
van het omzetcijfer) als kost verwerpen bij de Belgische vennootschap en dit bedrag
als verworpen uitgave aan het boekhoudkundig netto resultaat van de vennootschap
toevoegen. De vennootschap zal op deze verworpen uitgave belast worden aan het
tarief van 33% (te verhogen met aanvullende crisisbijdrage en eventueel met de
sanctie voor onvoldoende voorafbetalingen). Er kan geen aanslag in de roerende
voorheffing worden opgelegd want de winstcorrectie neemt niet de vorm aan van
een verdoken dividenduitkering.
D: Op grond van Art 205/1 en volgende WIB de Belgische vennootschap het recht
ontzeggen om aanspraak te maken op de belastingaftrek voor octrooi-inkomsten.
Oplossing
Artikel 26: wanneer een in België gevestigde onderneming abnormale of
goedgunstige voordelen verleent, worden die voordelen ALTIJD bij haar eigen winst
gevoegd INDIEN de voordelen toekomen aan een buitenlandse inrichting ten
aanzien dewelke de Belgische onderneming zich (on)rechtstreeks in een band van
,wederzijdse afhankelijkheid bevindt. De fiscus zal dus de kost verwerpen en dit
bedrag als VU belasten aan 33%.
Antwoord C
Vraag 2
De NV Spider (een leverancier van autozetels voor General Moters in Antwerpen) is
gevestigd in het industriepark in Herentals. In 2005 kocht Spider een stuk grond
waarop het in 2006 een nieuwe montagehall heeft gebouwd. Datzelfde jaar heeft
Spider het gebouw in gebruik genomen. Op de bouw van de montagehall heeft
Spider 200.000 euro BTW betaald en in de loop van 2006 in aftrek gebracht van de
BTW op haar output. Ten gevolge van de aanhoudende problemen bij GM daalt de
productie en verkoop bij Spider in 2009 spectaculair. Het is duidelijk dat wanneer GM
haar activiteiten in Antwerpen zou stopzetten Spider verplicht zal zijn haar
activiteiten zeer sterk te verminderen. Welke van de volgende beweringen vat op
correcte wijze samen wat de fiscale gevolgen zullen zijn van de eventuele verkoop
van de montagehall en de grond in de loop van 2010?
A: De verkoop van de grond en de hall zal aan 10% registratierechten onderworpen
zijn. De BTW die spider in 2006 heeft afgetrokken op de bouw van de hall moet
worden herzien ten belope van 11/15 want de hall wordt niet met BTW verkocht. Het
BTW-bedrag dat herzien moet worden moet Spider aan de schatkist terugbetalen.
B: De verkoop van de grond zal aan registratierechten (10%) onderworpen zijn en de
verkoop van de montagehall zal van rechtswege aan 21% btw onderworpen zijn. De
btw die Spider in 2006 heeft afgetrokken op de bouw van de hall moet niet herzien
worden want de hall wordt met BTW verkocht.
C: De verkoop van de grond zal aan registratierechten (10%) onderworpen zijn en de
verkoop van de montagehall zal aan 21% btw onderworpen zijn op voorwaarde dat
Spider de optie licht om de verkoop aan BTW te onderwerpen. De BTW die Spider in
2006 heeft afgetrokken op de bouw van de hall moet niet herzien worden want
Spider heeft een occasionele BTW-plichtige voor de verkoop van de Hall.
D: De verkoop van de grond en de hall zullen aan 10% registratierechten
onderworpen zijn. Dit heeft geen gevolgen voor de BTW die Spider in 2006
afgetrokken heeft naar aanleiding van de bouw van de hall. Het recht op vooraftrek
van BTW ontstaat immers definitief in het jaar van ontvangst van de
aankoopfacturen en kan in dat jaar worden geclaimd voor het hele bedrag aan BTW
van de aankoopfacturen.
Oplossing:
Artikel 8: eenieder die een gebouw heeft opgericht of verkregen met voldoening van
BTW en het binnen de 2 jaar na eerste ingebruikneming onder bezwarende titel
vervreemd is BP ten aanzien van dit goed en het bijhorende terrein. Hier is eerste
ingebruikneming in 2006, en verkoop in 2010 NV Spider is dus niet van
rechtswege BP op deze verkoop.
,Artikel 44, §3: de levering van gebouwen en het bijhorende terrein worden
vrijgesteld van belasting (tenzij de vervreemding gebeurt binnen een termijn van 2
jaar na de eerste ingebruikneming) deze verkoop wordt dus vrijgesteld van btw.
Artikel 48: de vooraftrek van BTW op onroerende goederen is niet definitief en kan
15 jaar herzien worden. De herziening heeft elk jaar plaats tot beloop van 1/15 van
het bedrag van die belasting. In dit geval zijn 11/15 jaar nog niet verstreken dus
herziening voor 11/15.
Antwoord A
Vraag 3
Hieronder volgen vier beweringen. Slechts één ervan is juist. Duid de juiste aan:
A: Belgische vennootschappen moeten jaarlijks een keuze maken tussen aftrek voor
risico-kapitaal (notionele interest aftrek) en DBI-aftrek.
B: Een Belgische vennootschap NV koopt in 2005 51% van de aandelen van een
Cypriotische vennootschap, die in Cyprus een hotel uitbaat. De aandelen staan als
financieel vast actief bij de Belgische aandeelhouder geboekt. De Cyprische
vennootschap is in Cyprus onderworpen aan het normaal regime van de
vennootschapsbelasting. De winst uit hotelexploitatie wordt in Cyprus slechts aan
10% belast. Als de Belgische nv in 2008 dividenden ontvangt uit de aandelen in de
Cypriotische vennootschap, zullen deze dividenden voor 95% van belasting zijn
vrijgesteld niettegenstaande het grote tariefverschil tussen België en Cyprus.
C: Een Belgische BVBA heeft een werkelijk gestort kapitaal van 100.000 euro. Ze
sluit haar vereffening af met een positief saldo van 500.000 euro, na afbetaling van
alle schuldeisers (inclusief de Vennootschapsbelasting op het vereffeningsresultaat).
Op het bedrag van 500.000 euro dat ze aan haar twee aandeelhouders/natuurlijke
personen uitkeert moet ze geen roerende voorheffing inhouden.
D: Bij zijn eerstvolgende optreden in Brussel zal Neil Young (inwoner van Canada) in
België geen belasting betalen op de vergoeding die hij ontvangt van de Belgische
inrichter van het concert. Young's aanwezigheid in België (iets meer dan 24 uur) is
te kort om hem als belastingsplichtige aan te merken. Buitenlanders zijn in België
immers maar belastbaar als er een duurzame aanwezigheid is die in het WIB als
vaste inrichting wordt gedefinieerd.
Oplossing:
Aftrek voor risico-kapitaal en DBI-aftrek staan los van elkaar (A is fout).
De Cyprische vennootschap is onderworpen aan het normaal regime van
vennootschapsbelasting (kwaliteitsvoorwaarde), de Belgische vennootschap
beschikt over meer dan 10% van de aandelen van de Cyprische vennootschap
(participatievoorwaarde) en de heeft deze aandelen al meer dan 1 jaar
ononderbroken in bezit (permanentievoorwaarde). De DBI-voorwaarden zijn voldaan
waardoor de dividenden 100% aftrekbaar zijn (B is correct).
, Uitkeringen die komen uit het gestorte kapitaal worden niet belast en ook niet
onderworpen aan RV MAAR op het bedrag van 500.000 zal wel RV aangerekend
worden (C is fout).
Neil Young’s inkomen mbt dit optreden is een in België verkregen inkomst waardoor
hij aan de Belgische belasting onderworpen wordt. Het al dan niet hebben van een
VI is hier niet van belang (D is fout).
MK vragen
Vraag 1
Reeds sedert 2000 houdt een in de USA gevestigde moedervennootschap Usco alle
aandelen aan in een in België gevestigde dochtervennootschap Belco. Belco betaalt
jaarlijks royalities aan Usco voor het gebruik van een octrooi dat door Usco
ontwikkeld werd. De royality is gelijk aan 8% van het jaarlijks omzetcijfer dat Belco
realiseert uit de verkoop van medicijnen die het in België produceert d.m.v. het
octrooi. De Belgische fiscus heeft in 2008 een doorgedreven controle verricht in de
farmaceutische sector en beweert dat het in deze sector en voor soortgelijke
medicijnen gangbaar is dat een royality wordt betaald die maximaal 5% van het
jaarlijkse omzetcijfer bedraagt. Belco slaagt er niet in het tegenbewijs te leveren dat
de 8% royality die zij aan Usco heeft aangerekend marktconform is. Dientengevolge
mag de Belgische fiscus:
A: Op grond van Art 26 WIB de aftrek van de zogenaamde overdreven royality (3%
van het omzetcijfer) als verdoken dividend aan het boekhoudkundig nettoresultaat
van Belco toevoegen. Aangezien de overdreven royality niet meer in het vermogen
van Belco aanwezig is, is deze economisch als dividend aan haar aandeelhouder
Usco uitgekeerd. Belco zal dit verdoken dividend aan het tarief van 33% belast
worden (te verhogen met aanvullende crisisbijdrage en eventueel met de sanctie
voor onvoldoende voorafbetalingen). Daarnaast zal haar nog een aanslag in de
roerende voorheffing worden opgelegd wegens verkapte dividenduitkering.
B: Op grond van Art 26 WIB dezelfde correctie uitvoeren als sub a, maar de fiscus
kan geen aanslag in de roerende voorheffing ten name van Belco opleggen, want
dividenden die Belco aan Usco uitkeert zijn vrijgesteld van roerende voorheffing
aangezien Usco meer dan 10% van de aandelen van Belco heeft aangehouden voor
een onderbroken periode van meer dan een jaar.
C: Op grond van Art 26 WIB de aftrek van de zogenaamde overdreven royality (3%
van het omzetcijfer) als kost verwerpen bij de Belgische vennootschap en dit bedrag
als verworpen uitgave aan het boekhoudkundig netto resultaat van de vennootschap
toevoegen. De vennootschap zal op deze verworpen uitgave belast worden aan het
tarief van 33% (te verhogen met aanvullende crisisbijdrage en eventueel met de
sanctie voor onvoldoende voorafbetalingen). Er kan geen aanslag in de roerende
voorheffing worden opgelegd want de winstcorrectie neemt niet de vorm aan van
een verdoken dividenduitkering.
D: Op grond van Art 205/1 en volgende WIB de Belgische vennootschap het recht
ontzeggen om aanspraak te maken op de belastingaftrek voor octrooi-inkomsten.
Oplossing
Artikel 26: wanneer een in België gevestigde onderneming abnormale of
goedgunstige voordelen verleent, worden die voordelen ALTIJD bij haar eigen winst
gevoegd INDIEN de voordelen toekomen aan een buitenlandse inrichting ten
aanzien dewelke de Belgische onderneming zich (on)rechtstreeks in een band van
,wederzijdse afhankelijkheid bevindt. De fiscus zal dus de kost verwerpen en dit
bedrag als VU belasten aan 33%.
Antwoord C
Vraag 2
De NV Spider (een leverancier van autozetels voor General Moters in Antwerpen) is
gevestigd in het industriepark in Herentals. In 2005 kocht Spider een stuk grond
waarop het in 2006 een nieuwe montagehall heeft gebouwd. Datzelfde jaar heeft
Spider het gebouw in gebruik genomen. Op de bouw van de montagehall heeft
Spider 200.000 euro BTW betaald en in de loop van 2006 in aftrek gebracht van de
BTW op haar output. Ten gevolge van de aanhoudende problemen bij GM daalt de
productie en verkoop bij Spider in 2009 spectaculair. Het is duidelijk dat wanneer GM
haar activiteiten in Antwerpen zou stopzetten Spider verplicht zal zijn haar
activiteiten zeer sterk te verminderen. Welke van de volgende beweringen vat op
correcte wijze samen wat de fiscale gevolgen zullen zijn van de eventuele verkoop
van de montagehall en de grond in de loop van 2010?
A: De verkoop van de grond en de hall zal aan 10% registratierechten onderworpen
zijn. De BTW die spider in 2006 heeft afgetrokken op de bouw van de hall moet
worden herzien ten belope van 11/15 want de hall wordt niet met BTW verkocht. Het
BTW-bedrag dat herzien moet worden moet Spider aan de schatkist terugbetalen.
B: De verkoop van de grond zal aan registratierechten (10%) onderworpen zijn en de
verkoop van de montagehall zal van rechtswege aan 21% btw onderworpen zijn. De
btw die Spider in 2006 heeft afgetrokken op de bouw van de hall moet niet herzien
worden want de hall wordt met BTW verkocht.
C: De verkoop van de grond zal aan registratierechten (10%) onderworpen zijn en de
verkoop van de montagehall zal aan 21% btw onderworpen zijn op voorwaarde dat
Spider de optie licht om de verkoop aan BTW te onderwerpen. De BTW die Spider in
2006 heeft afgetrokken op de bouw van de hall moet niet herzien worden want
Spider heeft een occasionele BTW-plichtige voor de verkoop van de Hall.
D: De verkoop van de grond en de hall zullen aan 10% registratierechten
onderworpen zijn. Dit heeft geen gevolgen voor de BTW die Spider in 2006
afgetrokken heeft naar aanleiding van de bouw van de hall. Het recht op vooraftrek
van BTW ontstaat immers definitief in het jaar van ontvangst van de
aankoopfacturen en kan in dat jaar worden geclaimd voor het hele bedrag aan BTW
van de aankoopfacturen.
Oplossing:
Artikel 8: eenieder die een gebouw heeft opgericht of verkregen met voldoening van
BTW en het binnen de 2 jaar na eerste ingebruikneming onder bezwarende titel
vervreemd is BP ten aanzien van dit goed en het bijhorende terrein. Hier is eerste
ingebruikneming in 2006, en verkoop in 2010 NV Spider is dus niet van
rechtswege BP op deze verkoop.
,Artikel 44, §3: de levering van gebouwen en het bijhorende terrein worden
vrijgesteld van belasting (tenzij de vervreemding gebeurt binnen een termijn van 2
jaar na de eerste ingebruikneming) deze verkoop wordt dus vrijgesteld van btw.
Artikel 48: de vooraftrek van BTW op onroerende goederen is niet definitief en kan
15 jaar herzien worden. De herziening heeft elk jaar plaats tot beloop van 1/15 van
het bedrag van die belasting. In dit geval zijn 11/15 jaar nog niet verstreken dus
herziening voor 11/15.
Antwoord A
Vraag 3
Hieronder volgen vier beweringen. Slechts één ervan is juist. Duid de juiste aan:
A: Belgische vennootschappen moeten jaarlijks een keuze maken tussen aftrek voor
risico-kapitaal (notionele interest aftrek) en DBI-aftrek.
B: Een Belgische vennootschap NV koopt in 2005 51% van de aandelen van een
Cypriotische vennootschap, die in Cyprus een hotel uitbaat. De aandelen staan als
financieel vast actief bij de Belgische aandeelhouder geboekt. De Cyprische
vennootschap is in Cyprus onderworpen aan het normaal regime van de
vennootschapsbelasting. De winst uit hotelexploitatie wordt in Cyprus slechts aan
10% belast. Als de Belgische nv in 2008 dividenden ontvangt uit de aandelen in de
Cypriotische vennootschap, zullen deze dividenden voor 95% van belasting zijn
vrijgesteld niettegenstaande het grote tariefverschil tussen België en Cyprus.
C: Een Belgische BVBA heeft een werkelijk gestort kapitaal van 100.000 euro. Ze
sluit haar vereffening af met een positief saldo van 500.000 euro, na afbetaling van
alle schuldeisers (inclusief de Vennootschapsbelasting op het vereffeningsresultaat).
Op het bedrag van 500.000 euro dat ze aan haar twee aandeelhouders/natuurlijke
personen uitkeert moet ze geen roerende voorheffing inhouden.
D: Bij zijn eerstvolgende optreden in Brussel zal Neil Young (inwoner van Canada) in
België geen belasting betalen op de vergoeding die hij ontvangt van de Belgische
inrichter van het concert. Young's aanwezigheid in België (iets meer dan 24 uur) is
te kort om hem als belastingsplichtige aan te merken. Buitenlanders zijn in België
immers maar belastbaar als er een duurzame aanwezigheid is die in het WIB als
vaste inrichting wordt gedefinieerd.
Oplossing:
Aftrek voor risico-kapitaal en DBI-aftrek staan los van elkaar (A is fout).
De Cyprische vennootschap is onderworpen aan het normaal regime van
vennootschapsbelasting (kwaliteitsvoorwaarde), de Belgische vennootschap
beschikt over meer dan 10% van de aandelen van de Cyprische vennootschap
(participatievoorwaarde) en de heeft deze aandelen al meer dan 1 jaar
ononderbroken in bezit (permanentievoorwaarde). De DBI-voorwaarden zijn voldaan
waardoor de dividenden 100% aftrekbaar zijn (B is correct).
, Uitkeringen die komen uit het gestorte kapitaal worden niet belast en ook niet
onderworpen aan RV MAAR op het bedrag van 500.000 zal wel RV aangerekend
worden (C is fout).
Neil Young’s inkomen mbt dit optreden is een in België verkregen inkomst waardoor
hij aan de Belgische belasting onderworpen wordt. Het al dan niet hebben van een
VI is hier niet van belang (D is fout).