Thema 4 – parameters – pijn
1. Wat is pijn
Pijn moeilijk in een paar zinnen samen te vatten.
Oorzaak: complexiteit van pijn
Pijn beïnvloed door een wirwar van
o Lichamelijke en
o Niet-lichamelijke factoren
1.1. Definitie van de International Association for the Study of Pain (IASP, 1991)
’Pijn is een onplezierige sensorische en/of emotionele ervaring die in verband
wordt gebracht met actuele of potentiële weefselbeschadiging, of in dergelijke
termen wordt beschreven.’+ “pijn is altijd subjectief en ieder persoon leert door
ervaring in zijn leven pijn te benoemen en door cognitieve en emotionele
ontwikkeling deze te uiten tegen de achtergrond van zijn cultuur.”
Pijn kan samenhangen met actuele weefselbeschadiging
Pijn kan samenhangen met potentiële weefselbeschadiging
Pijn aan het lichaam voelen zonder dat er actueel sprake is van lichamelijk letsel
(chronische pijnklachten)
1.2. Definitie van McCaffery (1979)
'Pijn is wat de ZO zegt dat het is en treedt op wanneer hij zegt dat zij optreedt'.
Expliciet aandacht voor de subjectieve dimensie van pijn. De persoon met pijn de enige die
iets over de aard en het bestaan van pijn kan zeggen.
De vpk mag niet beslissen wnr iemand pijn heeft of niet. Coma (verbaal niet mogelijk)
kijken naar parameters.
2. Hoe ontstaat pijn?
2.1. Weefselbeschadiging
Vb.: acute pijn door operatie, verkeersongevallen
Bij weefselbeschadiging worden de uiteinden van nociceptoren (=zenuwen die gevoelig zijn
voor schadelijke prikkels) geprikkeld.
“Nociceptieve pijn” = pijn bij “niet-neurogeen weefsel”-schade.
Bij sommige chronische pijnen speelt weefselschade een duidelijke rol (reumatoïde artritis)
2.2. Geen aantoonbate weefselbeschadiging
Bij hoofdpijn vaak geen sprake van aantoonbare weefselschade.
Fantoompijn = pijn die gevoeld wordt op de plaats van een geamputeerd lichaamsdeel.
Soms begint de pijn na weefselbeschadiging, maar nog voortdurend als de
weefselbeschadiging niet meer (aantoonbaar) aanwezig is.
3. Pijnbeleving
Het is subjectief en kan voor iedereen anders zijn.
3.1. Lichamelijke factoren
Vermoeidheid, misselijkheid
3.2. Psychische factoren
Angst, spanning, machteloosheid, depressie… beïnvloeden negatief
3.3. Sociale factoren
, Eenzaamheid en gebrek aan sociale ondersteuning, drukte
3.4. Spirituele factoren
Pijn als straf, als hulp tot innerlijke groei
3.5. De duur van de pijn
Kort als minder erg ervaren
3.6. Het beeld dat een patiënt heeft v/d achterliggende aandoening
Kanker frequent geassocieerd met ondraaglijke, niet te bestrijden pijn.
4. Reacties op pijn
4.1. Soorten pijnreacties
Verbaal pijngedrag: het praten over de pijn.
Non-verbaal pijngedrag: huilen, kreunen, zuchten en schreeuwen. Bij kinderen, ouderen
met dementie, als mensen plots veranderen van gedrag.
Fysieke reacties:
Verandering in polsfrequentie, bloeddruk en ademhalingsfrequentie. Kan zowel dalen als
stijgen.
Bleek worden en flauwvallen
Overvloedig transpireren
Toename van de spierspanning
4.2. Beïnvloedende factoren
Pijnbeleving
Sociale omstandigheden: minder uiting bij isolement.
Culturele verschillen (Zuid-Europa West-Europa)
4.3. Belangrijke opmerkingen
Comateuze patiënten, heel jonge kinderen, verstandelijk gehandicapten, dementerende
mensen; zijn niet of minder goed in staat om hun pijn in woorden te beschrijven hun non-
verbaal gedrag observeren.
5. Soorten pijn
5.1. Acute pijn – postoperatieve pijn
= acute pijn door weefselbeschadiging ten gevolge van een operatie.
Postoperatieve pijnervaring is afhankelijk van
De wisselwerking tss lichamelijke, psychische, sociale en spirituele kenmerken
De operatie zelf: plaats, aard, duur v/d operatie
Bepaalde operaties: operaties v/d bovenbuik of thorax leiden tot meer pijnklachten dan bv
operaties aan de voet of hand
Voorbereiding
Aanwezigheid van complicaties
Toepassing van anesthesie voor, tijdens en na de operatie
Kwaliteit v/d postoperatieve zorg (farmacologische of niet-farmacologische interventies)
Postoperatieve pijn is in veel gevallen onderbehandeld.
Wordt gezien als ‘iets normaals, wat er nu eenmaal bij hoort’
Te weinig individuele afstemming
Reden van belang van goede postoperatieve pijnbestrijding
Veel mensen houden langdurig pijn na chirurgische ingrepen
Preventie ontstaan ‘pijngeheugen’
1. Wat is pijn
Pijn moeilijk in een paar zinnen samen te vatten.
Oorzaak: complexiteit van pijn
Pijn beïnvloed door een wirwar van
o Lichamelijke en
o Niet-lichamelijke factoren
1.1. Definitie van de International Association for the Study of Pain (IASP, 1991)
’Pijn is een onplezierige sensorische en/of emotionele ervaring die in verband
wordt gebracht met actuele of potentiële weefselbeschadiging, of in dergelijke
termen wordt beschreven.’+ “pijn is altijd subjectief en ieder persoon leert door
ervaring in zijn leven pijn te benoemen en door cognitieve en emotionele
ontwikkeling deze te uiten tegen de achtergrond van zijn cultuur.”
Pijn kan samenhangen met actuele weefselbeschadiging
Pijn kan samenhangen met potentiële weefselbeschadiging
Pijn aan het lichaam voelen zonder dat er actueel sprake is van lichamelijk letsel
(chronische pijnklachten)
1.2. Definitie van McCaffery (1979)
'Pijn is wat de ZO zegt dat het is en treedt op wanneer hij zegt dat zij optreedt'.
Expliciet aandacht voor de subjectieve dimensie van pijn. De persoon met pijn de enige die
iets over de aard en het bestaan van pijn kan zeggen.
De vpk mag niet beslissen wnr iemand pijn heeft of niet. Coma (verbaal niet mogelijk)
kijken naar parameters.
2. Hoe ontstaat pijn?
2.1. Weefselbeschadiging
Vb.: acute pijn door operatie, verkeersongevallen
Bij weefselbeschadiging worden de uiteinden van nociceptoren (=zenuwen die gevoelig zijn
voor schadelijke prikkels) geprikkeld.
“Nociceptieve pijn” = pijn bij “niet-neurogeen weefsel”-schade.
Bij sommige chronische pijnen speelt weefselschade een duidelijke rol (reumatoïde artritis)
2.2. Geen aantoonbate weefselbeschadiging
Bij hoofdpijn vaak geen sprake van aantoonbare weefselschade.
Fantoompijn = pijn die gevoeld wordt op de plaats van een geamputeerd lichaamsdeel.
Soms begint de pijn na weefselbeschadiging, maar nog voortdurend als de
weefselbeschadiging niet meer (aantoonbaar) aanwezig is.
3. Pijnbeleving
Het is subjectief en kan voor iedereen anders zijn.
3.1. Lichamelijke factoren
Vermoeidheid, misselijkheid
3.2. Psychische factoren
Angst, spanning, machteloosheid, depressie… beïnvloeden negatief
3.3. Sociale factoren
, Eenzaamheid en gebrek aan sociale ondersteuning, drukte
3.4. Spirituele factoren
Pijn als straf, als hulp tot innerlijke groei
3.5. De duur van de pijn
Kort als minder erg ervaren
3.6. Het beeld dat een patiënt heeft v/d achterliggende aandoening
Kanker frequent geassocieerd met ondraaglijke, niet te bestrijden pijn.
4. Reacties op pijn
4.1. Soorten pijnreacties
Verbaal pijngedrag: het praten over de pijn.
Non-verbaal pijngedrag: huilen, kreunen, zuchten en schreeuwen. Bij kinderen, ouderen
met dementie, als mensen plots veranderen van gedrag.
Fysieke reacties:
Verandering in polsfrequentie, bloeddruk en ademhalingsfrequentie. Kan zowel dalen als
stijgen.
Bleek worden en flauwvallen
Overvloedig transpireren
Toename van de spierspanning
4.2. Beïnvloedende factoren
Pijnbeleving
Sociale omstandigheden: minder uiting bij isolement.
Culturele verschillen (Zuid-Europa West-Europa)
4.3. Belangrijke opmerkingen
Comateuze patiënten, heel jonge kinderen, verstandelijk gehandicapten, dementerende
mensen; zijn niet of minder goed in staat om hun pijn in woorden te beschrijven hun non-
verbaal gedrag observeren.
5. Soorten pijn
5.1. Acute pijn – postoperatieve pijn
= acute pijn door weefselbeschadiging ten gevolge van een operatie.
Postoperatieve pijnervaring is afhankelijk van
De wisselwerking tss lichamelijke, psychische, sociale en spirituele kenmerken
De operatie zelf: plaats, aard, duur v/d operatie
Bepaalde operaties: operaties v/d bovenbuik of thorax leiden tot meer pijnklachten dan bv
operaties aan de voet of hand
Voorbereiding
Aanwezigheid van complicaties
Toepassing van anesthesie voor, tijdens en na de operatie
Kwaliteit v/d postoperatieve zorg (farmacologische of niet-farmacologische interventies)
Postoperatieve pijn is in veel gevallen onderbehandeld.
Wordt gezien als ‘iets normaals, wat er nu eenmaal bij hoort’
Te weinig individuele afstemming
Reden van belang van goede postoperatieve pijnbestrijding
Veel mensen houden langdurig pijn na chirurgische ingrepen
Preventie ontstaan ‘pijngeheugen’