Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 39 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Sociale psychologie - sociale psychologie/mens en omgeving (TP1BOKMO)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 39 pagina's

Deze samenvatting bevat alle leeruitkomsten van BOK mens en omgeving. De boeken sociale psychologie van Roos Vonk en groepsdynamica van Jan Remmerswaal worden hier in beschreven. De samenvatting is geschreven aan de hand van leeruitkomsten die bij het vak horen van week 1 tot week 8. De stof van het boek zit er in, samen met aantekeningen en stof vanuit de PowerPoints. Er worden veel voorbeelden gebruikt wat het fijn maakt om van te leren. Er is een duidelijk overzicht van alle weken en welke leeruitkomsten erbij horen.

Voorbeeld van de inhoud

Inhoud
De student kan uitleggen wat zelfbewustzijn, zelfkennis, de bronnen van
zelfkennis en zelfwaardering zijn en kan deze herkennen in een korte
casus............................................................................................................3
De student kan de vier zelfevaluatiemotieven uitleggen en herkennen in
een korte casus............................................................................................6
De student kan zelf-complexiteit uitleggen en beschrijven welke gevolgen
dit kan hebben voor een persoon................................................................9
De student kan de sociale vergelijkingstheorie van Festinger (1954) en de
sociometertheorie beschrijven en wat de relatie is met het zelfbeeld.........9
De student kan de verschillende motieven voor zelfpresentatie herkennen
in een korte casus en de student kan de gevolgen van zelfpresentatie
beschrijven.................................................................................................10
De student kan beschrijven hoe we andere waarnemen , hoe sociale
categorisatie werkt en welke relatie sociale categorisatie heeft met
stereotypen................................................................................................11
De student kan de verschillende vormen van attributie herkennen in een
korte casus.................................................................................................12
De student kan de fundamentele attributiefout en self-serving bias
uitleggen en herkennen in een casus........................................................13
De student kan de theorie van cognitieve dissonantie van Festinger (1957)
beschrijven.................................................................................................14
De student kan de verschillende componenten van een attitude herkennen
aan de hand van een korte casus..............................................................14
De student kan de theorie van gepland gedrag beschrijven......................15
De student kan onderdelen van het Elaboration Likelihood Model (ELM)
herkennen in een korte casus....................................................................16
De student kan de rol van evaluatieve conditionering herkennen in een
korte casus.................................................................................................17
De student kan verschillende vormen van weerstand herkennen in een
korte casus en kan beschrijven hoe deze verminderd kunnen worden......18
De student kan beschrijven hoe gewoontegedrag ontstaat.......................19
De student kan verschillende biases, heuristieken en fallacies herkennen
in een korte casus. ....................................................................................19
De student kan het verschil tussen informationeel en normatief
conformisme uitleggen en kan beide herkennen in een korte casus. .......21


1

,De student kan het verschil tussen injunctieve en descriptieve
groepsnormen beschrijven en kan deze herkennen in een korte casus. ...21
De student kan groepscohesie, groepspolarisatie en groupthink uitleggen
en de gevolgen hiervan herkennen in een korte casus..............................22
De student kan uitleggen wat sociale dilemma's, de blillikheidstheorie en
structurele en niet-structurele oplossingen zijn om coöperatief gedrag
hierin te bevorderen...................................................................................25
De student kan de beïnvloedingsprincipes van Cialdini en de bijbehorende
technieken uitleggen en herkennen in een korte casus.............................27
De student kan uitleggen van priming is en dit herkennen in een korte
casus. .......................................................................................................31
De student kan uitleggen wat (re-)framing inhoudt en kan het verschil
tussen win-frames en loss-frames uitleggen..............................................32
De student kan de 6 principes van een Nudge volgens het libertair
paternalisme herkennen uit een korte casus en weet in welke context een
Nudge het beste toegepast kan worden....................................................33
De student kan het verschil tussen een hoge en een lage context cultuur
en de contacthypothese beschrijven.........................................................36
De student kan het verschil tussen de dimensies van Hofstede en het
GLOBE model beschrijven en beiden herkennen in een korte casus..........36
De student kan de vier acculturatiestrategieën van Berry herkennen in een
korte casus. ...............................................................................................39




2

, Week 1

De student kan uitleggen wat zelfbewustzijn, zelfkennis, de bronnen van
zelfkennis en zelfwaardering zijn en kan deze herkennen in een korte
casus.

Zelfkennis: ideeën en gevoelens van mensen over zichzelf (klopt niet
altijd). Zonder zelfkennis weet iemand niet wat voor persoon diegene is,
en je zou jezelf daardoor steeds opnieuw verrassen met je eigen acties
en reacties. Er zijn verschillende manieren om aan zelfkennis te komen:

 Zelfbewustzijn: Vermogen om expliciete zelfkennis op te
bouwen. Tegelijkertijd waarnemen en waarneming zijn. Je
bent je bewust van je eigen gedachten, gevoelens, gedrag en
uiterlijk.

 Privé bewustzijn: De aandacht is gericht op de binnenkant, is
voor jezelf, in je huis, je dagboek.
Voorbeeld: Bewust zijn van je emoties, normen en waarden, of
verliefd zijn.

 Publiek bewustzijn: Je bekijkt jezelf door de ogen van
denkbeeldig publiek (In publieke ruimte zoals school en ov)
Voorbeeld: Oogcontact tijdens een presentatie, leuk aankleden
voor een feestje, bang zijn dat mensen kijken.


- Zelfwaardering: evaluatie over jezelf, vertrouwen in jezelf.
o Expliciete zwelwaardering: wat mensen antwoorden als je vraagt
hoe ze over zichzelf denken.
o Impliciete zelfwaardering: aspecten van zelfwaardering die niet
meteen aan het licht komen maar wel door indirecte metingen of
lichaamstaal.
- Contingentie van zelfwaardering: De mate waarin iemand
zelfwaardering afhankelijk is van het bereiken van een bepaald
standaard.


Bronnen van zelfkennis
Proprioceptie: Lichaamsbewust zijn
Voorbeeld: Zweten, verstappen, zintuigen, spierpijn.

Introspectie: Bij jezelf naar binnen kijken, naar je eigen
gevoelens, gedachten, motieven, gedrag en fantasieën.
Voorbeeld: Na een ruzie afvragen waarom je boos bent , afvragen
wat je leuk vind



3

,Zelfperceptie : Zelfbeeld, je imago, heeft te maken met een
groep
Voorbeeld: ik ben sociaal, ik ben eerlijk




4

,Functie van zelfbewustzijn: Door je eigen reacties te observeren en aan
te nemen dat je soortgenoten net zoals jij zijn, kun je ook van alles leren
over je omgeving en je eigen gedrag daarop aanpassen. Stelt mensen in
staat hun gedrag af te stemmen op de sociale normen.

Nadelen van zelfbewustzijn: Onderbreken van gedragsroutine

- Leidt tot slechtere prestaties op dingen die je normaal automatisch
handelt
- Kan ook leiden tot angst en depressieve gevoelens.

Bezwijken onder druk:
Bezwijken onder druk betekent dat een persoon of groep het niet
meer aankan door te groot zelfbewustzijn. In de sociologie verwijst
dit vaak naar situaties waarin mensen falen onder
maatschappelijke verwachtingen, groepsdruk of rolconflicten. Het
laat zien hoe sociale druk invloed heeft op gedrag en welzijn.

Zelfreflectie:
Je kijkt met een beschouwende houding naar jezelf, accepterend
zonder jezelf te veroordelen, een bijzondere vorm hiervan is
mindfulness.

Adaptieve onbewuste: Het adaptieve onbewuste is een concept
dat verwijst naar de snelle, automatische en onbewuste mentale
processen die ons helpen om informatie te verwerken en
beslissingen te nemen zonder dat we er bewust over nadenken.
Bijvoorbeeld, op een feestje weet je wie je aardig lijkt, of, welke
hapjes of drankjes je neemt.

Zelf-schema: Een zelfschema is een georganiseerd geheel van
ideeën en overtuigingen over jezelf, gevormd door sociale
ervaringen en interacties. Het bepaalt hoe je informatie over jezelf
verwerkt en hoe je je gedraagt in de samenleving.

Het geheel van iemands zelf schema’s word ook wel het
zelfconcept genoemd (beeld dat iemand van zichzelf heeft,
gevormd door sociale ervaringen). De mate waarop zelfschema’s
en in het zelfconcept georganiseerd zijn, is afhankelijk van iemands
zelf-complexiteit. Zelfcomplexiteit is de hoeveelheid en variatie
in hoe iemand zichzelf ziet in verschillende contexten, bijv. als
student, vriend, sporter, en hoe duidelijk die rollen van elkaar te
onderscheiden zijn.

Spotlight effect



5

, Denken dat als je een nieuwe bril hebt, naar de kapper bent
geweest of een vlek op je shirt hebt dat iedereen dat door heeft,
maar dat is niet zo. We denken dat we in de spotlight staan.




De student kan de vier zelfevaluatiemotieven uitleggen en herkennen in
een korte casus.
4 zelfevaluatie motieven:
Zelfverheffingsmotief: ( waarom doe ik dingen die ik doe?)

 Illusoire superioriteit/ above avarage-effect: Illusive dat je
beter bent dan andere, rooskleurig naar jezelf kijken (kijken alleen
naar positieve dingen en naar mensen die het slechter afgaat). Dit
heet ook wel de roze bril.

Voordelen:
o Mensen voelen zich gelukkiger
o Blijven proberen als iets niet lukt

Nadelen:
o Komen onvoldoende tot zelfontwikkeling
o Ondermijnt intrinsieke motivatie, vooral gefocust om
jezelf te bewijzen.
o Belemmert gevoel van verbinding met andere, staan
niet open voor kritiek.
- Meest automatisch


Consistentiemotief:
- Mensen streven naar een samenhangend en stabiel zelfbeeld.
Ze zoeken vaak naar informatie die aansluit bij wat ze al over
zichzelf geloven, zodat hun beeld van zichzelf bevestigd
wordt.
- Het verschil tussen consistentie en zelfverheffing wordt vooral
zichtbaar bij mensen met een negatief zelfbeeld. Bij hen zie je
twee mogelijke reacties:
Consistentie: Ze zoeken bevestiging van hun negatieve
gedachten over zichzelf ("Zie je wel, ik kan het toch niet
goed").
Zelfverheffing: Ze proberen juist positieve informatie te
vinden om hun zelfbeeld op te krikken ("Maar dit heb ik wél
goed gedaan").



6

Gekoppeld boek
 image
Roos Vonk, Vera Hoorens Sociale psychologie
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789024442744 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 3, 9.1-9.4, 6, 5.2, 7, 8.2.2, 8.3, 8.4, 8.5.3 8.5.4
Geüpload op
13 juni 2025
Aantal pagina's
39
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€8,09

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
4
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
1 maand geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen