Casus onderwijsgroep week 4.5
Centrale vraag :
Waar moet je opletten bij het opstellen van een (concept)uitspraak?
Leerdoelen :
1. Wat is beroep?
Beroep (appel) is een vorm van repressieve rechtsbescherming tegen het openbaar bestuur.
Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank (art. 8:1 Awb).
De indiener van het bezwaarschrift moet belanghebbende zijn in de zin van art. 1:2 Awb. Het
besluit moet een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 jo. lid 2 Awb zijn of een daarmee
gelijkgestelde bestuurshandeling zijn en moet appellabel zijn (art. 8:3 jo. 8:4 jo. 8:5 Awb).
Besluiten waartegen in beginsel beroep kan worden ingesteld :
1) Besluit, beschikking en afwijzing van de aanvraag voor een beschikking (art. 1:3 lid 1 jo.
lid 2 Awb)
2) Schriftelijke weigering om een besluit te nemen (art. 6:2 sub a Awb)
3) Niet tijdig nemen van een besluit (art. 6:2 sub b Awb)
4) Handelingen jegens ambtenaren (art. 8:2 lid 1 Awb)
5) Onthouden van goedkeuring aan bepaalde besluiten (art. 8:2 lid 2 Awb)
2. Wie is appellant en verweerder?
De appellant (eiser) is degene die beroep instelt bij de bestuursrechter. De verweerder is het
bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen waartegen beroep wordt ingesteld.
3. Is procesvertegenwoordiging verplicht in het bestuursrecht?
Procesvertegenwoordiging is niet verplicht in het bestuursrecht. Een belanghebbende kan
zonder advocaat bij de bestuursrechter procederen. Een belanghebbende kan zich ook laten
bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen (art. 8:24 lid 1 Awb).
4. Wat is een beroepschrift en een verweerschrift?
Een beroepschrift is een schriftelijk stuk waarmee een oordeel van een rechter wordt
gevraagd over een besluit. Een verweerschrift is een schriftelijk stuk van de wederpartij
waarmee een reactie wordt gegeven op het beroepschrift.
5. Wat zijn de eisen van de beroepschrift?
De eisen van een beroepschrift zijn (art. 6:5 lid 1 Awb) :
1) Het beroepschrift wordt ondertekend.
2) Het bevat de naam en het adres van de indiener.
3) Het bevat een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar of beroep is gericht.
4) Het bevat de gronden van het bezwaar of beroep.
5) Het bevat zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft
(art. 6:5 lid 2 Awb).
6. Wat zijn bestuursrechters?
De behandeling van bestuursrechtelijke geschillen kan worden opgedragen aan de
rechterlijke macht en aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren (art. 112 lid 2
GW). Het beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank, tenzij een andere bestuursrechters
bevoegd is ingevolge de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak of een ander wettelijk
voorschrift (art. 8:6 lid 1 Awb). De rechtbanken hebben een sector bestuursrecht waarin
, bestuursrechters oordelen geven. De bestuursrechter is de onafhankelijke rechter in eerste
aanleg die een oordeel geeft in bestuursrechtelijke geschillen.
7. Hoe toetst een bestuursrechter het bezwaarschrift?
De bestuursrechter toets het beroep op grondslag van het beroepschrift, de overgelegde
stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter terechtzitting
(verbod van reformatio in peius)(art. 8:69 lid 1 Awb). De bestuursrechter toetst ex tunc de
rechtmatigheid van het besluit. De bestuursrechter mag niet over de doelmatigheid
oordelen, omdat hij dan op de stoel van het bestuursorgaan zou gaan zitten. De
bestuursrechter toetst ex nunc in het vreemdelingenrecht. De bestuursrechter toetst dit
marginaal. De bestuursrechter weegt bij een geschil over een vrije bestuursbevoegdheid heel
terughoudend de belangen af. De rechter gaat na of er sprake is van een zodanige
onevenwichtige belangenafweging dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot het
betreffende besluit had kunnen komen. De bestuursrechter moet soms het besluit in volle
omvang toetsen, bijvoorbeeld als het bestuursorgaan geen beleidsvrijheid had of bij een
besluit waarin een bestraffende sanctie is opgelegd.
8. Wat is de vooronderzoek?
Het vooronderzoek is het onderzoek dat de rechter moet verrichten voordat het tot een
oordeel kan komen. De rechter onderzoekt of het beroepschrift van degene die het beroep
heeft ingesteld aan de eisen van de Awb voldoet. De rechter vraagt het bestuursorgaan om
zijn visie te geven in een verweerschrift. De rechter neemt kennis van alle andere stukken die
appellant of verweerder aan de rechtbank heeft gestuurd.
9. Wat is het onderzoek ter zitting?
Het onderzoek ter zitting is een onderzoek na het vooronderzoek. De bestuursrechter kan
partijen uitnodigen voor een onderzoek ter zitting (art. 8:56 Awb). De bestuursrechter kan
bepalen dat er geen onderzoek ter zitting plaatsvindt, indien geen van de partijen binnen de
gestelde termijn hebben verklaard gebruik te willen maken van dit recht (art. 8:57 lid 1 Awb).
10. Welke vragen moet de rechter afgaan bij de beoordeling van een beroepschrift?
De bestuursrechter moet bij de beoordeling van het beroep drie kernvragen te
beantwoorden
1) Is de rechter bevoegd (competent)?
De absolute competentie regelt welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van de
zaak. De rechtbank is absoluut competent om te oordelen over bestuursrechtelijke zaken
die bij de wet aan hem zijn opgedragen (art. 4:43 WRO). De rechtbank is in eerste aanleg
bevoegd, tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is (art. 8:6 lid 1 Awb). De relatieve
competentie regelt welke van de elf rechtbanken in Nederland bevoegd is om kennis te
nemen van de zaak. De rechtbank is bevoegd binnen het rechtsgebied waar het
bestuursorgaan zijn zetel heeft (art. 8:7 lid 1 Awb). De rechtbank is bevoegd binnen het
rechtsgebied waar de indiener van het beroepschrift woont, indien beroep wordt
ingesteld tegen besluiten van een ander bestuursorgaan (art. 8:7 lid 2 Awb). Als de
rechter onbevoegd is, dan komt de hij aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil
niet toe. Het beroepschrift moet dan worden doorgestuurd naar de rechter die wel
bevoegd is (art. 6:15 lid 1 Awb).
2) Is het beroep ontvankelijk?
Het beroepschrift is ontvankelijk als aan de eisen van art. 6:5 Awb is voldaan (art. 6:6 sub
a Awb). Het beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop
de beslissing op bezwaar is bekendgemaakt (art. 6:7 jo. 6:8 lid 1 Awb). De indiener van
het beroep moet belanghebbende zijn in de zin van art. 1:2 Awb. Het besluit moet een
besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 jo. lid 2 Awb of een daarmee gelijkgesteld besluit zijn en
Centrale vraag :
Waar moet je opletten bij het opstellen van een (concept)uitspraak?
Leerdoelen :
1. Wat is beroep?
Beroep (appel) is een vorm van repressieve rechtsbescherming tegen het openbaar bestuur.
Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank (art. 8:1 Awb).
De indiener van het bezwaarschrift moet belanghebbende zijn in de zin van art. 1:2 Awb. Het
besluit moet een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 jo. lid 2 Awb zijn of een daarmee
gelijkgestelde bestuurshandeling zijn en moet appellabel zijn (art. 8:3 jo. 8:4 jo. 8:5 Awb).
Besluiten waartegen in beginsel beroep kan worden ingesteld :
1) Besluit, beschikking en afwijzing van de aanvraag voor een beschikking (art. 1:3 lid 1 jo.
lid 2 Awb)
2) Schriftelijke weigering om een besluit te nemen (art. 6:2 sub a Awb)
3) Niet tijdig nemen van een besluit (art. 6:2 sub b Awb)
4) Handelingen jegens ambtenaren (art. 8:2 lid 1 Awb)
5) Onthouden van goedkeuring aan bepaalde besluiten (art. 8:2 lid 2 Awb)
2. Wie is appellant en verweerder?
De appellant (eiser) is degene die beroep instelt bij de bestuursrechter. De verweerder is het
bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen waartegen beroep wordt ingesteld.
3. Is procesvertegenwoordiging verplicht in het bestuursrecht?
Procesvertegenwoordiging is niet verplicht in het bestuursrecht. Een belanghebbende kan
zonder advocaat bij de bestuursrechter procederen. Een belanghebbende kan zich ook laten
bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen (art. 8:24 lid 1 Awb).
4. Wat is een beroepschrift en een verweerschrift?
Een beroepschrift is een schriftelijk stuk waarmee een oordeel van een rechter wordt
gevraagd over een besluit. Een verweerschrift is een schriftelijk stuk van de wederpartij
waarmee een reactie wordt gegeven op het beroepschrift.
5. Wat zijn de eisen van de beroepschrift?
De eisen van een beroepschrift zijn (art. 6:5 lid 1 Awb) :
1) Het beroepschrift wordt ondertekend.
2) Het bevat de naam en het adres van de indiener.
3) Het bevat een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar of beroep is gericht.
4) Het bevat de gronden van het bezwaar of beroep.
5) Het bevat zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft
(art. 6:5 lid 2 Awb).
6. Wat zijn bestuursrechters?
De behandeling van bestuursrechtelijke geschillen kan worden opgedragen aan de
rechterlijke macht en aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren (art. 112 lid 2
GW). Het beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank, tenzij een andere bestuursrechters
bevoegd is ingevolge de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak of een ander wettelijk
voorschrift (art. 8:6 lid 1 Awb). De rechtbanken hebben een sector bestuursrecht waarin
, bestuursrechters oordelen geven. De bestuursrechter is de onafhankelijke rechter in eerste
aanleg die een oordeel geeft in bestuursrechtelijke geschillen.
7. Hoe toetst een bestuursrechter het bezwaarschrift?
De bestuursrechter toets het beroep op grondslag van het beroepschrift, de overgelegde
stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter terechtzitting
(verbod van reformatio in peius)(art. 8:69 lid 1 Awb). De bestuursrechter toetst ex tunc de
rechtmatigheid van het besluit. De bestuursrechter mag niet over de doelmatigheid
oordelen, omdat hij dan op de stoel van het bestuursorgaan zou gaan zitten. De
bestuursrechter toetst ex nunc in het vreemdelingenrecht. De bestuursrechter toetst dit
marginaal. De bestuursrechter weegt bij een geschil over een vrije bestuursbevoegdheid heel
terughoudend de belangen af. De rechter gaat na of er sprake is van een zodanige
onevenwichtige belangenafweging dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot het
betreffende besluit had kunnen komen. De bestuursrechter moet soms het besluit in volle
omvang toetsen, bijvoorbeeld als het bestuursorgaan geen beleidsvrijheid had of bij een
besluit waarin een bestraffende sanctie is opgelegd.
8. Wat is de vooronderzoek?
Het vooronderzoek is het onderzoek dat de rechter moet verrichten voordat het tot een
oordeel kan komen. De rechter onderzoekt of het beroepschrift van degene die het beroep
heeft ingesteld aan de eisen van de Awb voldoet. De rechter vraagt het bestuursorgaan om
zijn visie te geven in een verweerschrift. De rechter neemt kennis van alle andere stukken die
appellant of verweerder aan de rechtbank heeft gestuurd.
9. Wat is het onderzoek ter zitting?
Het onderzoek ter zitting is een onderzoek na het vooronderzoek. De bestuursrechter kan
partijen uitnodigen voor een onderzoek ter zitting (art. 8:56 Awb). De bestuursrechter kan
bepalen dat er geen onderzoek ter zitting plaatsvindt, indien geen van de partijen binnen de
gestelde termijn hebben verklaard gebruik te willen maken van dit recht (art. 8:57 lid 1 Awb).
10. Welke vragen moet de rechter afgaan bij de beoordeling van een beroepschrift?
De bestuursrechter moet bij de beoordeling van het beroep drie kernvragen te
beantwoorden
1) Is de rechter bevoegd (competent)?
De absolute competentie regelt welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van de
zaak. De rechtbank is absoluut competent om te oordelen over bestuursrechtelijke zaken
die bij de wet aan hem zijn opgedragen (art. 4:43 WRO). De rechtbank is in eerste aanleg
bevoegd, tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is (art. 8:6 lid 1 Awb). De relatieve
competentie regelt welke van de elf rechtbanken in Nederland bevoegd is om kennis te
nemen van de zaak. De rechtbank is bevoegd binnen het rechtsgebied waar het
bestuursorgaan zijn zetel heeft (art. 8:7 lid 1 Awb). De rechtbank is bevoegd binnen het
rechtsgebied waar de indiener van het beroepschrift woont, indien beroep wordt
ingesteld tegen besluiten van een ander bestuursorgaan (art. 8:7 lid 2 Awb). Als de
rechter onbevoegd is, dan komt de hij aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil
niet toe. Het beroepschrift moet dan worden doorgestuurd naar de rechter die wel
bevoegd is (art. 6:15 lid 1 Awb).
2) Is het beroep ontvankelijk?
Het beroepschrift is ontvankelijk als aan de eisen van art. 6:5 Awb is voldaan (art. 6:6 sub
a Awb). Het beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop
de beslissing op bezwaar is bekendgemaakt (art. 6:7 jo. 6:8 lid 1 Awb). De indiener van
het beroep moet belanghebbende zijn in de zin van art. 1:2 Awb. Het besluit moet een
besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 jo. lid 2 Awb of een daarmee gelijkgesteld besluit zijn en