Immunologie:
Hoorcollege 1: 3-2-2020
We hebben een immuun (afweer) systeem nodig om infecties te overleven.
Ziekteverwekkers noemen we pathogenen
- Virussen
- Bacteriën
- Schimmels
- Parasieten
Het immuunsysteem heeft een geheugen.
Vaccinaties zijn heel effectief.
Ontregeld immuunsysteem:
- Diabetes
- Multiple sclerosis
- Reuma
- Lupus
Auto-immuunziekten: immuunresponsen tegen ‘zelf’
Ontregeld immuunsysteem:
- Allergie
- Coeliakie
Immuunresponsen tegen onschuldige moleculen.
Het afweer/immuunsysteem:
- Balanceren tussen activatie en inactivatie (immuniteit vs tolerantie)
Aan/uitzetten
Actief proces
- Artificieel induceren van immuniteit
Vaccinatie
Anti-tumor therapie
- Ontregelde immuniteit/tolerantie
Afstoten van een transplantaat
Allergie
Auto-immuniteit (MS, reuma, diabetes)
Het afweer/immuunsysteem:
- Herkennen/herinneren van pathogenen
- Antigen: molecuul of fragment van een molecuul dat herkent wordt door T en B cellen van
het immuun systeem
- Epitope: het minimale gedeelte van een antigen wat herkent wordt
Als pathogenen in de cel zitten (intracellulair), moet de hele cel gedood worden. Als pathogenen
buiten de cel zitten (extracellulair), kunnen de pathogenen opgeruimd worden.
,Innate immuunsysteem: snel en aangeboren.
Adaptief immuunsysteem: langzaam en specifiek.
Polymorfo nucleaire leukocyten: hebben gekke kernen, hebben veel granolieten.
Het ontstaan van immuuncellen:
- Hematopoetische stamcel (beenmerg)
- Lymfoide progenitor: B en T lymfocyten, NK
- Myoloide progenitor: neutrofielen, baso, eosino, monocyten, rode bloedcellen/plaatjes
Afweer niveaus:
1. Barrières: huid, slijm
2. Innate immuunsysteem
3. Adaptieve immuunsysteem
Het adaptieve immuunsysteem zorgt voor geheugen.
Innate immuniteit initieert ontsteking (inflammatie), lokaal in het weefsel.
- Influx van cellen, die lokaal effect hebben: macrofagen, neutrofielen
- Fagocytose (opeten), eliminatie bacteriën
- Signalering door het uitscheiden van oplosbare eiwitten (cytokines)
- Vasodilatie, door middel van endotheel activatie
Herkenning van pathogenen door macrofagen leidt tot
- Fagocytose en afbraak
- Activatie en cytokine productie
Samenwerking neutrofielen en macrofagen in de ontsteking.
Wat zijn cytokines en chemokines?
- Cytokines en chemokines zijn kleine eiwitten die uitgescheiden worden door cellen
- Immuuncellen hebben receptoren die cytokines/chemokines kunnen binden
- Er kan autocriene en paracriene activatie optreden
- Cytokines leiden tot celdeling en activatie
- Chemokines leiden tot migratie, bewegen naar cel die de chemokines maakt
Het innate immuunsysteem (complementsysteem):
- Complement zijn oplosbare eiwitten die aan pathogenen kunnen binden en geactiveerd
worden. Dit zorgt voor versterking van fagocytose en aantrekken van cellen naar de plaats
van infectie:
1. Herkenning pathogeen
2. Aantrekking van effector cellen, die pathogeen opnemen en vernietigen
Het innate immuunsysteem:
- Aangeboren (in iedereen vergelijkbaar)
- Aspecifiek (uitgeoefend door een gelimiteerd aantal soorten cellen en moleculen)
- Snelle activatie in het weefsel
- Geen langdurige bescherming
, - Snelle verwijdering van pathogeen
Complement activatie
Macrofagen en neutrofielen (fagocyten)
NK cel activatie
Adaptieve immuunsysteem: clonale selectie en expansie
- Aanmaak van divers repertoire van T en B cellen met elk een unieke receptor (TCR en BCR)
- Naieve B en T lymfocyten
- Specifieke clonen groeien uit bij herkenning van antigen: clonale expansie
- Effector lymfocyten
- Eliminering van pathogeen
- Memory lymfocyten
De BCR is identiek aan het uitgescheiden antilichaam.
Antilichamen binden aan pathogenen en zorgen voor herkenning en afbraak.
Adaptieve immuunrespons bestaat uit humorale en cellulaire responsen.
- Humorale respons: B cellen produceren oplosbare antilichamen
- Cellulaire respons: CD8+ T cellen doden geïnfecteerde cellen, CD4+ T cellen helpen andere
immuuncellen
Adaptieve immuunsysteem:
- Langzaam
- Heel erg specifiek voor elk pathogeen door middel van specifieke receptoren op T en B cellen
- In iedereen anders
- Bouwt geheugen op (antigen specifiek)
- Geheugen immuunresponsen zijn sneller, sterker en beter
- Door antilichamen (humorale respons) en cellen (B en T cellen)
- Wordt geactiveerd in de lymfoide organen
Innate en adaptieve immuunrespons zijn beide nodig om infecties te klaren.
Lymfoide organen zijn essentieel voor de adaptieve immuniteit:
- Primaire lymfoide organen: organen waar leukocyten gevormd worden
Beenmerg, repertoire vorming van B-cellen
Thymus, repertoire vorming (educatie) van de T-cellen
- Secundaire lymfoide organen: filter voor de lymfevloeistof en cellen uit de weefsels, organen
waar pathogenen herkent worden door het adaptieve immuunsysteem
Lymfeklieren
Milt
GALT (Peyerse Platen) in de darmen
Lymfocyten (B en T cellen) recirculeren door lichaam met behulp van het bloedvaten- en
lymfestelsel.
Komt binnen in lymfeklier met bloedvat, gaat weg uit lymfeklier met lymfevat.
Afferent gaat naar de lymfe toe en efferent van de lymfe af.
, Naieve T en B cellen recirculeren tussen bloed, secundaire lymfoide organen, lymfe, bloed. In de
secundaire lymfoide organen kunnen de T en B cellen geactiveerd worden door pathogeen.
B en T cellen bevinden zich in verschillende gebieden in lymfeklieren.
Koppeling van de innate en adaptieve immuunrespons:
- Lymfevloeistof met pathogenen en cellen uit de weefsels wordt gefilterd door lymfeklier
- B cellen in de lymfeklier herkennen intact antigen
- Dendritische cellen (DC) en macrofagen fagocyteren pathogenen
- DC en MQ zijn antigeen presenterende cellen (APC) (presenteren antigeen aan T cellen)
- Verwerken pathogenen in fragmenten, en presenteren deze aan T cellen in de drainerende
lymfeklier
B cellen:
- Aanmaak: beenmerg
- Heel veel specificiteiten
- Elke cel andere receptor
- Herkenning van intact AG
- Clonale selectie: expansie van B cel clonen die Ag herkennen
- Humorale respons
- Antilichamen
T cellen:
- Aanmaak: thymus
- Heel veel specificiteiten
- Elke cel andere receptor
- Herkenning processed Ag gepresenteerd door APC
- Clonale selectie: expansie van T cel clonen die Ag herkennen
- Cellulair response: Helper en cytotoxische T cellen
Als barrières niet goed werken, komt het innate immuunsysteem op gang.
Innate immuunsysteem:
- Hetzelfde voor iedereen
- Snelle reactive (uren)
- Snelle eliminatie van het pathogeen
- Gelimiteerd aantal receptoren
- Gemedieerd door oplosbare moleculen en cellen
- Aanwezig in de weefsels
- Doel:
Herkenning van pathogeen
Aantrekking van effector cellen dat het pathogeen afbreken
Activatie van het adaptieve immuunsysteem
Oplosbare moleculen van het innate immuunsysteem: complement systeem
- Systeem van 30 plasma eiwitten met enzymatische activiteit dat een cascade van
proteolytische reacties veroorzaakt
- C3 is het belangrijkste
Hoorcollege 1: 3-2-2020
We hebben een immuun (afweer) systeem nodig om infecties te overleven.
Ziekteverwekkers noemen we pathogenen
- Virussen
- Bacteriën
- Schimmels
- Parasieten
Het immuunsysteem heeft een geheugen.
Vaccinaties zijn heel effectief.
Ontregeld immuunsysteem:
- Diabetes
- Multiple sclerosis
- Reuma
- Lupus
Auto-immuunziekten: immuunresponsen tegen ‘zelf’
Ontregeld immuunsysteem:
- Allergie
- Coeliakie
Immuunresponsen tegen onschuldige moleculen.
Het afweer/immuunsysteem:
- Balanceren tussen activatie en inactivatie (immuniteit vs tolerantie)
Aan/uitzetten
Actief proces
- Artificieel induceren van immuniteit
Vaccinatie
Anti-tumor therapie
- Ontregelde immuniteit/tolerantie
Afstoten van een transplantaat
Allergie
Auto-immuniteit (MS, reuma, diabetes)
Het afweer/immuunsysteem:
- Herkennen/herinneren van pathogenen
- Antigen: molecuul of fragment van een molecuul dat herkent wordt door T en B cellen van
het immuun systeem
- Epitope: het minimale gedeelte van een antigen wat herkent wordt
Als pathogenen in de cel zitten (intracellulair), moet de hele cel gedood worden. Als pathogenen
buiten de cel zitten (extracellulair), kunnen de pathogenen opgeruimd worden.
,Innate immuunsysteem: snel en aangeboren.
Adaptief immuunsysteem: langzaam en specifiek.
Polymorfo nucleaire leukocyten: hebben gekke kernen, hebben veel granolieten.
Het ontstaan van immuuncellen:
- Hematopoetische stamcel (beenmerg)
- Lymfoide progenitor: B en T lymfocyten, NK
- Myoloide progenitor: neutrofielen, baso, eosino, monocyten, rode bloedcellen/plaatjes
Afweer niveaus:
1. Barrières: huid, slijm
2. Innate immuunsysteem
3. Adaptieve immuunsysteem
Het adaptieve immuunsysteem zorgt voor geheugen.
Innate immuniteit initieert ontsteking (inflammatie), lokaal in het weefsel.
- Influx van cellen, die lokaal effect hebben: macrofagen, neutrofielen
- Fagocytose (opeten), eliminatie bacteriën
- Signalering door het uitscheiden van oplosbare eiwitten (cytokines)
- Vasodilatie, door middel van endotheel activatie
Herkenning van pathogenen door macrofagen leidt tot
- Fagocytose en afbraak
- Activatie en cytokine productie
Samenwerking neutrofielen en macrofagen in de ontsteking.
Wat zijn cytokines en chemokines?
- Cytokines en chemokines zijn kleine eiwitten die uitgescheiden worden door cellen
- Immuuncellen hebben receptoren die cytokines/chemokines kunnen binden
- Er kan autocriene en paracriene activatie optreden
- Cytokines leiden tot celdeling en activatie
- Chemokines leiden tot migratie, bewegen naar cel die de chemokines maakt
Het innate immuunsysteem (complementsysteem):
- Complement zijn oplosbare eiwitten die aan pathogenen kunnen binden en geactiveerd
worden. Dit zorgt voor versterking van fagocytose en aantrekken van cellen naar de plaats
van infectie:
1. Herkenning pathogeen
2. Aantrekking van effector cellen, die pathogeen opnemen en vernietigen
Het innate immuunsysteem:
- Aangeboren (in iedereen vergelijkbaar)
- Aspecifiek (uitgeoefend door een gelimiteerd aantal soorten cellen en moleculen)
- Snelle activatie in het weefsel
- Geen langdurige bescherming
, - Snelle verwijdering van pathogeen
Complement activatie
Macrofagen en neutrofielen (fagocyten)
NK cel activatie
Adaptieve immuunsysteem: clonale selectie en expansie
- Aanmaak van divers repertoire van T en B cellen met elk een unieke receptor (TCR en BCR)
- Naieve B en T lymfocyten
- Specifieke clonen groeien uit bij herkenning van antigen: clonale expansie
- Effector lymfocyten
- Eliminering van pathogeen
- Memory lymfocyten
De BCR is identiek aan het uitgescheiden antilichaam.
Antilichamen binden aan pathogenen en zorgen voor herkenning en afbraak.
Adaptieve immuunrespons bestaat uit humorale en cellulaire responsen.
- Humorale respons: B cellen produceren oplosbare antilichamen
- Cellulaire respons: CD8+ T cellen doden geïnfecteerde cellen, CD4+ T cellen helpen andere
immuuncellen
Adaptieve immuunsysteem:
- Langzaam
- Heel erg specifiek voor elk pathogeen door middel van specifieke receptoren op T en B cellen
- In iedereen anders
- Bouwt geheugen op (antigen specifiek)
- Geheugen immuunresponsen zijn sneller, sterker en beter
- Door antilichamen (humorale respons) en cellen (B en T cellen)
- Wordt geactiveerd in de lymfoide organen
Innate en adaptieve immuunrespons zijn beide nodig om infecties te klaren.
Lymfoide organen zijn essentieel voor de adaptieve immuniteit:
- Primaire lymfoide organen: organen waar leukocyten gevormd worden
Beenmerg, repertoire vorming van B-cellen
Thymus, repertoire vorming (educatie) van de T-cellen
- Secundaire lymfoide organen: filter voor de lymfevloeistof en cellen uit de weefsels, organen
waar pathogenen herkent worden door het adaptieve immuunsysteem
Lymfeklieren
Milt
GALT (Peyerse Platen) in de darmen
Lymfocyten (B en T cellen) recirculeren door lichaam met behulp van het bloedvaten- en
lymfestelsel.
Komt binnen in lymfeklier met bloedvat, gaat weg uit lymfeklier met lymfevat.
Afferent gaat naar de lymfe toe en efferent van de lymfe af.
, Naieve T en B cellen recirculeren tussen bloed, secundaire lymfoide organen, lymfe, bloed. In de
secundaire lymfoide organen kunnen de T en B cellen geactiveerd worden door pathogeen.
B en T cellen bevinden zich in verschillende gebieden in lymfeklieren.
Koppeling van de innate en adaptieve immuunrespons:
- Lymfevloeistof met pathogenen en cellen uit de weefsels wordt gefilterd door lymfeklier
- B cellen in de lymfeklier herkennen intact antigen
- Dendritische cellen (DC) en macrofagen fagocyteren pathogenen
- DC en MQ zijn antigeen presenterende cellen (APC) (presenteren antigeen aan T cellen)
- Verwerken pathogenen in fragmenten, en presenteren deze aan T cellen in de drainerende
lymfeklier
B cellen:
- Aanmaak: beenmerg
- Heel veel specificiteiten
- Elke cel andere receptor
- Herkenning van intact AG
- Clonale selectie: expansie van B cel clonen die Ag herkennen
- Humorale respons
- Antilichamen
T cellen:
- Aanmaak: thymus
- Heel veel specificiteiten
- Elke cel andere receptor
- Herkenning processed Ag gepresenteerd door APC
- Clonale selectie: expansie van T cel clonen die Ag herkennen
- Cellulair response: Helper en cytotoxische T cellen
Als barrières niet goed werken, komt het innate immuunsysteem op gang.
Innate immuunsysteem:
- Hetzelfde voor iedereen
- Snelle reactive (uren)
- Snelle eliminatie van het pathogeen
- Gelimiteerd aantal receptoren
- Gemedieerd door oplosbare moleculen en cellen
- Aanwezig in de weefsels
- Doel:
Herkenning van pathogeen
Aantrekking van effector cellen dat het pathogeen afbreken
Activatie van het adaptieve immuunsysteem
Oplosbare moleculen van het innate immuunsysteem: complement systeem
- Systeem van 30 plasma eiwitten met enzymatische activiteit dat een cascade van
proteolytische reacties veroorzaakt
- C3 is het belangrijkste