4.1 - Nederland 1948 - 2008
(De welvaart neemt toe 1948-1978)
Continuïteit en verandering na de 2de wereldoorlog:
- Herstel van verzuilde samenleving: Voor de oorlog waren er 4 groepen ‘zuilen’
(Met een zuil bedoelen we een groep mensen die met dezelfde ideeën met elkaar
samenleeft en elkaar tegenkomt bij dezelfde organisaties): katholieken, protestanten,
socialisten en liberalen. Deze verzuiling kwam na de Tweede Wereldoorlog terug. Er
was nog geprobeerd tot een doorbraak van de verzuiling, maar het lukte niet door de
Nederlandse volksbeweging (NVB). De verzuilde organisaties en verzuilde politieke
partijen werden heropgericht of keerde terug onder een andere naam. SDAP werd de
PVDA
- Internationale samenwerking in plaats van neutraliteitspolitiek: Nederland kreeg
bondgenootschappen met de westerse staten. De westerse staten richtten in 1949
de NAVO (militair bondgenootschap van westerse landen) op. In 1951 werd de
Europese gemeenschap voor kolen en staal (EGKS) opgericht. Deze samenwerking
voorkwam een bewapening van een of meer van de leden, waardoor een nieuwe
oorlog tussen deze landen kon worden voorkomen.
Onafhankelijkheidsoorlog Indonesië (1945-1949): Bloedige oorlog tegen Nederland
en veel burgers waren hier slachtoffers van. Nederland verloor de
onafhankelijkheidsoorlog.
- Babyboom: Dit was een geboortegolf tussen 1945-1955. Dit kwam vooral door de
bevrijding van Nederland. Deze generatie had de oorlog niet meegemaakt en groeide
op toen de welvaart steeds meer begon toe te nemen. Daardoor was de boodschap
dat ze een veel beter leven gaan krijgen in de toekomst. Gevolg van babyboom is
vergrijzing.
Oorzaken van snelle economische groei en industrialisatie:
- Marshallhulp: Was een amerikaans economisch hulpprogramma na de tweede
wereldoorlog, bedoeld om west-europese landen te helpen met hun wederopbouw.
het programma was gestart door de minister van Buitenlandse zaken van de VS. De
hulp moest de economie herstellen, stabiliteit bevorderen en de samenwerking
tussen Europese landen vergroten.
- Van geleide naar vrije loonpolitiek: In 1950 werd de Sociaal economische raad
(SER) opgericht. De geleide loonpolitiek was dat de regering de lonen laag hielden,
waardoor Nederlandse producten op de wereldmarkt relatief goedkoop waren.
Hierdoor wordt er dus meer gewerkt en NL was totaal verwoest en de economie
moest groeien, daardoor moesten de fabrieken blijven draaien. Maar daardoor
gingen veel werkgevers hun werknemers zwart betalen (zwart werken - overheid
weet er dus niks van). Daardoor kwam begin jaren 60 de vrije loonpolitiek:
onderhandeling over loon per bedrijfstak (geen overheidsbemoeienis). Het gevolg
hiervan was dat de lonen sterk stegen.
- Economisch herstel van Duitsland: In 10 jaar veranderde Duitsland van een
verwoest land in een van de sterkste industrieën en handelsnaties van de wereld.
Nederland profiteert hiervan omdat Duitsland de grootste handelspartner van NL is.
(wirtschaftswunder)
- Winning van aardgas in Groningen: Door de verkoop van aardgas nam de
inkomsten van de overheid in Nederland sterk toe. De sociale wetgeving werd sterk
uitgebreid: algemene bijstandswet (1965). Gevolg: aardbevingen, grondverzakkingen
, - Rooms rode samenwerking: KVP (katholieke volks partij) + PVDA = Samenwerking
politieke en sociale partners. Door de toenemende welvaart maakt verzorgingsstaat
mogelijk.(1957 Algemene ouderdomswet en 1963 bijstandswet)
4.2 - Grote veranderingen in de maatschappelijke verhoudingen 1948-1978:
De overheid gaat bouwen aan een verzorgingsstaat:
Na de tweede wereldoorlog begon de opbouw van de verzorgingsstaat:
- Overheid garandeert: veiligheid, welvaart en het welzijn van de burgers.
- Idealen: Maakbare samenleving, meer economische gelijkheid, overheid
samenleving kon verbeteren
- Ze wilden dat nooit meer zou gebeuren wat zij in de jaren 30 hadden meegemaakt
(overheid niet in staat was om voor de samenleving te zorgen)
Er ontstaat een consumptiemaatschappij:
- Ontwikkelde zich door de toegenomen welvaart (stijgende lonen = mensen uitgeven)
- Behoeften aan luxe en status staan centraal
- Mensen kochten vooral elektrische apparaten: wasmachines, auto’s, tv, vakantie enz
Er ontstaat een groeiende verstedelijking en mobiliteit:
- Het toenemen van de werkgelegenheid en de bijbehorende scholing groeide vooral
in steeds groter wordende industriële en commerciële stadskernen. Daarom
veranderde voor een groot deel van de snelgroeiende Nederlandse bevolking woon-
werk- en leefomgeving.
- Er ontstond een intensief woon- en werkverkeer tussen de industriële en
commerciële gebieden, waardoor veel werknemers uit de steden gingen wonen.
- Maatschappelijke verhoudingen: buren kenden elkaar niet meer en konden eigen
gang gaan. ( afname van sociale controle)
Vanaf de jaren 6- politieke en sociale ontzuiling:
Nieuwe niet verzuilde politieke partijen:
- Jongeren waren ontevreden over democratisering, daardoor kwamen er nieuwe
politieke partijen zoals D’66 (Democraten 66). Kloof tussen burgers en bestuurders
oplossen door districtenstelsel, invoering van referenda (vragen burgers, daardoor
burgers beslist volledig mee), rechtstreekse verkiezing van de minister-president en
de burgemeesters. Ze waren voor vrijheidsrechten, vrouwenemancipatie en milieu.
Aanhangers waren hoogopgeleide jongeren
- 1966 Nieuw Links ontstond binnen de PVDA: De partij was opgericht door jongeren:
Politieke vernieuwingen, grote voorstander van polarisatie (de verschillen met de
rechtse partijen moesten sterk worden benadrukt)
- 1968 Politieke partij Radikalen (PPR): kwam door de afscheiding van confessionelen
(KVP en de ARP). Hun wouden dat de overheid minder macht kreeg, meer burgers
inspraak en basisinkomen.
Niet verzuilde omroepen:
- April 1960: Het verzuilde omroepbestel kwam door de komst van commerciële
radiozender Veronica. Illegaal: de piratenzender vanaf een schip in de Noordzee
buiten de territoriale wateren werd veronica uitgezonden. (niet door overheid
gefinancierd)
(De welvaart neemt toe 1948-1978)
Continuïteit en verandering na de 2de wereldoorlog:
- Herstel van verzuilde samenleving: Voor de oorlog waren er 4 groepen ‘zuilen’
(Met een zuil bedoelen we een groep mensen die met dezelfde ideeën met elkaar
samenleeft en elkaar tegenkomt bij dezelfde organisaties): katholieken, protestanten,
socialisten en liberalen. Deze verzuiling kwam na de Tweede Wereldoorlog terug. Er
was nog geprobeerd tot een doorbraak van de verzuiling, maar het lukte niet door de
Nederlandse volksbeweging (NVB). De verzuilde organisaties en verzuilde politieke
partijen werden heropgericht of keerde terug onder een andere naam. SDAP werd de
PVDA
- Internationale samenwerking in plaats van neutraliteitspolitiek: Nederland kreeg
bondgenootschappen met de westerse staten. De westerse staten richtten in 1949
de NAVO (militair bondgenootschap van westerse landen) op. In 1951 werd de
Europese gemeenschap voor kolen en staal (EGKS) opgericht. Deze samenwerking
voorkwam een bewapening van een of meer van de leden, waardoor een nieuwe
oorlog tussen deze landen kon worden voorkomen.
Onafhankelijkheidsoorlog Indonesië (1945-1949): Bloedige oorlog tegen Nederland
en veel burgers waren hier slachtoffers van. Nederland verloor de
onafhankelijkheidsoorlog.
- Babyboom: Dit was een geboortegolf tussen 1945-1955. Dit kwam vooral door de
bevrijding van Nederland. Deze generatie had de oorlog niet meegemaakt en groeide
op toen de welvaart steeds meer begon toe te nemen. Daardoor was de boodschap
dat ze een veel beter leven gaan krijgen in de toekomst. Gevolg van babyboom is
vergrijzing.
Oorzaken van snelle economische groei en industrialisatie:
- Marshallhulp: Was een amerikaans economisch hulpprogramma na de tweede
wereldoorlog, bedoeld om west-europese landen te helpen met hun wederopbouw.
het programma was gestart door de minister van Buitenlandse zaken van de VS. De
hulp moest de economie herstellen, stabiliteit bevorderen en de samenwerking
tussen Europese landen vergroten.
- Van geleide naar vrije loonpolitiek: In 1950 werd de Sociaal economische raad
(SER) opgericht. De geleide loonpolitiek was dat de regering de lonen laag hielden,
waardoor Nederlandse producten op de wereldmarkt relatief goedkoop waren.
Hierdoor wordt er dus meer gewerkt en NL was totaal verwoest en de economie
moest groeien, daardoor moesten de fabrieken blijven draaien. Maar daardoor
gingen veel werkgevers hun werknemers zwart betalen (zwart werken - overheid
weet er dus niks van). Daardoor kwam begin jaren 60 de vrije loonpolitiek:
onderhandeling over loon per bedrijfstak (geen overheidsbemoeienis). Het gevolg
hiervan was dat de lonen sterk stegen.
- Economisch herstel van Duitsland: In 10 jaar veranderde Duitsland van een
verwoest land in een van de sterkste industrieën en handelsnaties van de wereld.
Nederland profiteert hiervan omdat Duitsland de grootste handelspartner van NL is.
(wirtschaftswunder)
- Winning van aardgas in Groningen: Door de verkoop van aardgas nam de
inkomsten van de overheid in Nederland sterk toe. De sociale wetgeving werd sterk
uitgebreid: algemene bijstandswet (1965). Gevolg: aardbevingen, grondverzakkingen
, - Rooms rode samenwerking: KVP (katholieke volks partij) + PVDA = Samenwerking
politieke en sociale partners. Door de toenemende welvaart maakt verzorgingsstaat
mogelijk.(1957 Algemene ouderdomswet en 1963 bijstandswet)
4.2 - Grote veranderingen in de maatschappelijke verhoudingen 1948-1978:
De overheid gaat bouwen aan een verzorgingsstaat:
Na de tweede wereldoorlog begon de opbouw van de verzorgingsstaat:
- Overheid garandeert: veiligheid, welvaart en het welzijn van de burgers.
- Idealen: Maakbare samenleving, meer economische gelijkheid, overheid
samenleving kon verbeteren
- Ze wilden dat nooit meer zou gebeuren wat zij in de jaren 30 hadden meegemaakt
(overheid niet in staat was om voor de samenleving te zorgen)
Er ontstaat een consumptiemaatschappij:
- Ontwikkelde zich door de toegenomen welvaart (stijgende lonen = mensen uitgeven)
- Behoeften aan luxe en status staan centraal
- Mensen kochten vooral elektrische apparaten: wasmachines, auto’s, tv, vakantie enz
Er ontstaat een groeiende verstedelijking en mobiliteit:
- Het toenemen van de werkgelegenheid en de bijbehorende scholing groeide vooral
in steeds groter wordende industriële en commerciële stadskernen. Daarom
veranderde voor een groot deel van de snelgroeiende Nederlandse bevolking woon-
werk- en leefomgeving.
- Er ontstond een intensief woon- en werkverkeer tussen de industriële en
commerciële gebieden, waardoor veel werknemers uit de steden gingen wonen.
- Maatschappelijke verhoudingen: buren kenden elkaar niet meer en konden eigen
gang gaan. ( afname van sociale controle)
Vanaf de jaren 6- politieke en sociale ontzuiling:
Nieuwe niet verzuilde politieke partijen:
- Jongeren waren ontevreden over democratisering, daardoor kwamen er nieuwe
politieke partijen zoals D’66 (Democraten 66). Kloof tussen burgers en bestuurders
oplossen door districtenstelsel, invoering van referenda (vragen burgers, daardoor
burgers beslist volledig mee), rechtstreekse verkiezing van de minister-president en
de burgemeesters. Ze waren voor vrijheidsrechten, vrouwenemancipatie en milieu.
Aanhangers waren hoogopgeleide jongeren
- 1966 Nieuw Links ontstond binnen de PVDA: De partij was opgericht door jongeren:
Politieke vernieuwingen, grote voorstander van polarisatie (de verschillen met de
rechtse partijen moesten sterk worden benadrukt)
- 1968 Politieke partij Radikalen (PPR): kwam door de afscheiding van confessionelen
(KVP en de ARP). Hun wouden dat de overheid minder macht kreeg, meer burgers
inspraak en basisinkomen.
Niet verzuilde omroepen:
- April 1960: Het verzuilde omroepbestel kwam door de komst van commerciële
radiozender Veronica. Illegaal: de piratenzender vanaf een schip in de Noordzee
buiten de territoriale wateren werd veronica uitgezonden. (niet door overheid
gefinancierd)