Samenvatting van het boek Visies op de stad van Gert-Jan Hospers, Rianne van Melik en Huib Ernste, 2012
hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 6, 7, 9 (deels tot 3), 10 en 11 (deels tot 4)
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 ....................................................................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2 ....................................................................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 3 ....................................................................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 4 ....................................................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 6 ....................................................................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 7 ..................................................................................................................................................................... 11
Hoofdstuk 9 ..................................................................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 10 ................................................................................................................................................................... 13
Hoofdstuk 11 ................................................................................................................................................................... 16
Informatie op PowerPoint ........................................................................................................................................... 18
HOOFDSTUK 1 ............................................................................................................................................................. 18
HOOFDSTUK 2 ............................................................................................................................................................. 18
HOOFDSTUK 3 ............................................................................................................................................................. 20
HOOFDSTUK 4 ............................................................................................................................................................. 21
HOOFDSTUK 6 ............................................................................................................................................................. 22
HOOFDSTUK 7 ............................................................................................................................................................. 25
HOOFDSTUK 9 ............................................................................................................................................................. 26
HOOFDSTUK 10 en 11 ................................................................................................................................................. 26
,Hoofdstuk 1
De stad is vele steden
- de stad; is dat er veel mensen op een kluitje bij elkaar zitten, het inwoneraantal wordt vaak als maatstaf voor
stedelijkheid genomen, dit is wel tijd en plaats gebonden. Hoeveel inwoners een plaats nodig heeft om een stad
te mogen heten, hangt samen met de gemiddelde bevolkingsdichtheid in een land.
- Stadsgeografen hebben ook veel aandacht voor andere punten die een stad tot een stad maakt, zoals
economische, ruimtelijke en sociale criteria.
Economische criteria: in steden werkt het grootste deel van de beroepsbevolking in de (zakelijke)
dienstverlening
Ruimtelijke criteria: steden kennen veel verticale bebouwing (flats, kantoren en andere hoge gebouwen) en
horizontale bebouwing (straten, pleinen en wijken). Dorpen zijn juist kleinschalig
Sociale criteria: in de stad kent de samenleving een grotere diversiteit aan culturen, leefstijlen en
huishoudvormen dan in de dorpssamenleving. Een stad heeft relatief meer migranten, dinky’s (double
income, no kids yet) en eenpersoonshuishouden dan een dorp
Functie en ontwikkelingscriteria: de stad bied mensen de mogelijkheid om er te wonen, werken, winkelen
en leren. De stad heeft dit niet alleen voor haar eigen inwoners maar ook voor het ommeland (het land om
de stad heen). Zij zien het voorzieningenniveau en de regionale uitstraling typische kenmerken van een stad
- Verstedelijking/urbanisatie is de absolute en relatieve groei van steden in een land, hier geven ze stedelijke
ontwikkelingen mee aan. Een stad is nooit statisch, door allerlei externe en interne omstandigheden veranderd.
Stad en land
- De stad: voor sociologische doeleinden kan een stad worden gedefinieerd als een relatief grote, dichtbevolkte en
permanente nederzetting van sociaal gezien heterogene individuen (Wirth) Die kenmerken leiden tot een
bepaalde leefwijze van bewoners die door Wirth wordt aangeduid als stedelijkheid (urbanism)
- Een stad heeft een hoge bevolkingsomvang en dichtheid, de inwoners kennen elkaar niet persoonlijk. De
anonimiteit van de stad maakt het mogelijk dat mensen zich telkens in andere kringen kunnen begeven zonder
dat iemand dat merkt, in de stad kan je jezelf zijn.
- in de stad is er superdiversiteit, dit kan soms leiden tot multiculturele problemen, maar zorgt ook voor een
overvloed van leefstijlen en culturen.
- door de opkomst van de auto en de media in het platteland komen er steeds meer invloeden van de stad, maar
komen kenmerken van het land naar de stad, zoals stadslandbouw en wildtuinieren. (Wirth)
ook Groenman zag dat de grenzen na de 2de wereldoorlog vervaagden en dat dorpelingen dankzij het moderne
verkeer, communicatiemiddelen en schaalvergroting meer op stedelingen gingen lijken. Daily urban system: het
dagelijks leven beperkt zich niet meer tot aan de woonplaats, maar strekt zich uit over een regio.
-
De stad als een ei (Cederic Price)
, Hoofdstuk 2
Denken over de stad
Industriële visies, Shock cities
- Shock cities: plaatsen waar de gevolgen van de snelle stedelijke groei voor de omgeving en maatschappij zowel
ontzag als verwondering opriepen (Platt)
Voorbeelden zijn Manchester en Chicago, het waren steden in transformatie, waar nieuwe ideeën,
technologieën en praktijken belangrijke gevolgen hadden voor de relaties tussen mensen.
- Steden waren groter, drukker, heterogener en meer geïndividualiseerde sociale structuur dan plattelandskernen.
- Ferdinand Tönnies maakte een onderscheid tussen:
Gemeinschaft: een gemeenschap van mensen die zich samen inspannen voor het algemeen nut, verbonden
door familiebanden, taal en folkore → meer in het dorp/pre-industrële samenleving
Gesellschaft: een samenleving gekenmerkt door een algemeen heersend individualisme en een daarmee
gepaard gaand gebrek aan maatschappelijke samenhang → meer in een stad/industriële samenleving
- Emile Durkheim maakt onderscheid tussen solidariteit:
Mechanische solidariteit: sociale banden zijn gebaseerd op gemeenschappelijke geloofsovertuigingen,
gewoonten, rituelen en symbolen → mensen hielpen elkaar gewoon onderling
Organische solidariteit: sociale banden zijn gebaseerd op specialisatie en onderlinge afhankelijkheid →
mensen zijn afhankelijk van elkaars vermogen om specifieke taken uit te voeren
- Visies op de stad:
Stad: een nederzetting met vlak naast elkaar staande woningen die een kolonie vormen die zo uitgestrekt is
dat de bewoners elkaar niet persoonlijk kennen, wat elders in buurten wel het geval is (weber)
Stad: het afnemende belang van primaire sociale relaties in stedelijke centra, waardoor anonieme en
vluchtige sociale relaties de norm werden (Wirth). Het elkaar niet persoonlijk kennen kan leidden tot een
sociaal isolement.
Chicago school
- Chicago school: de theorie dat mensen als individuele, biologische eenheden verwikkeld zijn in een strijd om
schaarse hulpbronnen en dat deze concurrentie de drijvende kracht achter steden is.
- In deze theorie leven de meest succesvolle stadsbewoners in de beste stadsdelen, terwijl de minst succesvolle
inwoners in de ongezonde delen van de stad komen.
- Het concentrische zonemodel: het model verklaart sociale segregatie in Chicago in de jaren 20, het verklaard
sociale structuren in de stad aan de hand van verschillen in grondgebruik.
Zone 1: de kern met centraal gelegen zakencentrum
Zone 2: pas gearriveerde migranten die onderdak zoeken
Zone 3: arbeiderswoningen
Zone 4: woonwijken voor de hogere inkomens
Zone 5: voorsteden met forenzen
- Mensen dachten dat een stad monocentrisch was, een plek waar grondwaarden daalden naarmate men verder
verwijderd was van het centrale zakendistrict.
Postindustriële visies,
- De de-industrialisatie leidde tot een andere relatie tussen de westerse stad en de voorsteden, aan de rand van
suburbia ontstonden nieuwe wijken die gebaseerd waren op flexibele productie, vaak ver weg van de centra van
massaproductie.
- In de maatschappij kwam er steeds meer aandacht voor Marxistische en radicale ideeën, aanhangers van deze
denkbeelden geloofden dat de stad geen resultaat van individuele beslissingen, maar van bredere sociale
structuren, met name het kapitalisme. De nadruk lag op hun eigen sociale betrokkenheid en de sociale uitsluiting