Les 1 module obstetrie- neonatologie
De student benoemt aan het einde van de werkgroep de opbouw van de module zodanig dat
de student weet waar de kerntaak en de toetsing uit bestaat.
De student herkent aan het einde van de werkgroep de verpleegkundige aandachtspunten bij
de inleiding van de partus zodanig dat zij dit kunnen toepassen in de casestudy.
De student past stap 1 van PAN toe in de casestudy.
Stap 1 PAN- methodiek Oriëntatie op de situatie
ABCDE methode
SBAR: S - Situatie (Wat is er aan de hand?)
Korte en bondige beschrijving van het probleem.
Wat is de huidige situatie van de patiënt?
Bijvoorbeeld:
"Mevrouw Jansen, 78 jaar, op afdeling 3, heeft plotseling een sterk verlaagde bloeddruk
(85/50 mmHg) en is suf."
B - Background (Achtergrond) (Wat is de medische voorgeschiedenis?)
Relevante voorgeschiedenis, diagnose en behandeling.
Medicatiegebruik, allergieën, recente ingrepen of andere belangrijke informatie.
Bijvoorbeeld:
"Mevrouw heeft hartfalen en gebruikt diuretica. Ze was tot nu toe stabiel."
A - Assessment (Beoordeling) (Wat denk je dat het probleem is?)
Objectieve observaties: vitale functies, lichamelijk onderzoek, pijnscore, etc.
Wat is je klinische inschatting? Denk je aan een mogelijke oorzaak?
Bijvoorbeeld:
"Mogelijk is er sprake van dehydratie door diuretica, of een septische reactie gezien haar
verhoogde temperatuur (38,5°C)."
R - Recommendation (Aanbeveling) (Wat is jouw voorstel?)
Wat moet er nu gebeuren? Heb je een specifieke vraag of verzoek?
Moet de arts direct komen, een behandeling starten of een onderzoek aanvragen?
Bijvoorbeeld:
"Ik stel voor om vocht toe te dienen en de arts te laten komen voor verdere beoordeling."
Stap 2 klinische problematiek
- Welke zorgthema’s?
- Wat is de prioriteit?
- Wat zijn de uitkomsten?
- Hoe ernstig is het?
, Stap 3 aanvullend klinisch onderzoek
- Welke onderzoeken? En Wat zijn de uitkomsten?
- Wat is urgent?
Anamnese
A: aard van de klacht
L: locatie
T: tijd
I: intensiteit
S: samenhang
Stap 4 klinisch beleid
- Welke interventies?
- Wie moet er geconsulteerd worden?
- Hoe moet de zorgvrager begeleid worden?
Stap 5 klinisch verloop
- Wat is het gewenste verloop en de prognose?
Korte termijn en lange termijn
- Wat is het ongewenste verloop/ complicaties?
Korte termijn en lange termijn
Stap 6 nabeschouwing
- Reflectie
- Evaluatie
Protocollen en richtlijnen:
NVOG
KNOV
NVK
De student benoemt aan het einde van de werkgroep de opbouw van de module zodanig dat
de student weet waar de kerntaak en de toetsing uit bestaat.
De student herkent aan het einde van de werkgroep de verpleegkundige aandachtspunten bij
de inleiding van de partus zodanig dat zij dit kunnen toepassen in de casestudy.
De student past stap 1 van PAN toe in de casestudy.
Stap 1 PAN- methodiek Oriëntatie op de situatie
ABCDE methode
SBAR: S - Situatie (Wat is er aan de hand?)
Korte en bondige beschrijving van het probleem.
Wat is de huidige situatie van de patiënt?
Bijvoorbeeld:
"Mevrouw Jansen, 78 jaar, op afdeling 3, heeft plotseling een sterk verlaagde bloeddruk
(85/50 mmHg) en is suf."
B - Background (Achtergrond) (Wat is de medische voorgeschiedenis?)
Relevante voorgeschiedenis, diagnose en behandeling.
Medicatiegebruik, allergieën, recente ingrepen of andere belangrijke informatie.
Bijvoorbeeld:
"Mevrouw heeft hartfalen en gebruikt diuretica. Ze was tot nu toe stabiel."
A - Assessment (Beoordeling) (Wat denk je dat het probleem is?)
Objectieve observaties: vitale functies, lichamelijk onderzoek, pijnscore, etc.
Wat is je klinische inschatting? Denk je aan een mogelijke oorzaak?
Bijvoorbeeld:
"Mogelijk is er sprake van dehydratie door diuretica, of een septische reactie gezien haar
verhoogde temperatuur (38,5°C)."
R - Recommendation (Aanbeveling) (Wat is jouw voorstel?)
Wat moet er nu gebeuren? Heb je een specifieke vraag of verzoek?
Moet de arts direct komen, een behandeling starten of een onderzoek aanvragen?
Bijvoorbeeld:
"Ik stel voor om vocht toe te dienen en de arts te laten komen voor verdere beoordeling."
Stap 2 klinische problematiek
- Welke zorgthema’s?
- Wat is de prioriteit?
- Wat zijn de uitkomsten?
- Hoe ernstig is het?
, Stap 3 aanvullend klinisch onderzoek
- Welke onderzoeken? En Wat zijn de uitkomsten?
- Wat is urgent?
Anamnese
A: aard van de klacht
L: locatie
T: tijd
I: intensiteit
S: samenhang
Stap 4 klinisch beleid
- Welke interventies?
- Wie moet er geconsulteerd worden?
- Hoe moet de zorgvrager begeleid worden?
Stap 5 klinisch verloop
- Wat is het gewenste verloop en de prognose?
Korte termijn en lange termijn
- Wat is het ongewenste verloop/ complicaties?
Korte termijn en lange termijn
Stap 6 nabeschouwing
- Reflectie
- Evaluatie
Protocollen en richtlijnen:
NVOG
KNOV
NVK