100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Strafprocesrecht samenvatting

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
41
Geüpload op
11-06-2025
Geschreven in
2024/2025

samenvatting van de stof van strafprocesrecht (sommige weken werkgroepopdrachten er nog bij).












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
11 juni 2025
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Strafprocesrecht
Samenvatting week 1 begin van een strafzaak en het gebruik van dwangmiddelen

Strafrecht drie grote onderdelen;
-​ Het materiële strafrecht: zegt welke gedragingen onder welke omstandigheden
strafbaar zijn en met welke straf zij worden bedreigd.
-​ Het strafprocesrecht: omvat alle regels omtrent het strafproces. Het strafprocesrecht
bepaalt dus hoe en door wie wordt onderzocht of een strafbaar feit is begaan en door
wie en naar welke maatstaven daarover en over de daaraan te verbinden
strafrechtelijke sancties wordt beslist.
-​ Het penitentiaire recht: leert welke strafrechtelijke sancties er zijn, door wie en hoe
deze ten uitvoer worden gelegd.

Nevenfuncties strafprocesrecht;
-​ Generale preventie
-​ Speciale preventie
-​ Voorkomen eigenrichting
-​ Orde scheppen
-​ Genoegdoening slachtoffer

Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel;
art. 1 Sv: ‘Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien’. Te
onderscheiden van art. 1 Sr (strafrechtelijke legaliteitsbeginsel).
In art. 1 SV wordt op een wet in formele zin gedoeld. Dat is in tweeërlei opzicht van belang:
1.​ Er wordt beoogd de opkomst van plaatselijk of regionaal procesrecht te voorkomen.
2.​ In art. 1 Sv ligt, meer dan in art. 1 Sr, de eis van een zekere kwaliteitsgarantie
besloten. Alleen in zware procedures (tussen de regering en Staten-Generaal), die
gelden voor de totstandkoming van wetten in formele zin, mag strafprocesrecht
worden vastgesteld.

Dwangmiddelen;
Het probleem met dwangmiddelen is dus wel dat ze de rechten en vrijheden van personen
schenden, omdat deze personen geen toestemming voor de handeling hebben gegeven.
-​ Dwang wordt dus, in belang van het onderzoek, rechtmatig geacht, mits de inbreuk
‘gelegitimeerd’ is door een wet in formele zin. Ook is het zo, dat burgers deze
dwangmiddelen verplicht over zich heen moeten laten gaan; je verzetten tegen de
dwangmiddelen is in principe strafbaar (bijv. 180 en 184 Sr).
-​ Het doel van deze middelen is om de waarheidsvinding te bevorderen of om
personen, voorwerpen of gegevens veilig te stellen voor bijvoorbeeld de uitvoering
van een rechterlijke uitspraak.
-​ Zijn ingedeeld naar de mate van ingrijpendheid en naar de plaats die zij in de
chronologie van het strafproces innemen.

Getrapte systeem van het Wetboek van Strafvordering;
Naarmate de bevoegdheden ingrijpender zijn, moeten deze door hogere autoriteiten worden
gehanteerd. Personen oplopend naar bevoegdheden:
1.​ Burger (heterdaadsituaties);
2.​ Opsporingsambtenaar;

, 3.​ Hulpofficier van Justitie;
4.​ Officier van Justitie;
5.​ Rechter-commissaris;
6.​ Raadkamer rechtbank;

Stappenplan dwangmiddelen;
5 W’s
1.​ Wie het dwangmiddel mag hanteren. Bij elk dwangmiddel geeft de wet aan wie het
mag hanteren. Dit ziet op de bevoegde autoriteit.
2.​ Wat gehanteerd mag worden: Dit ziet op de handeling of bevoegdheid.
3.​ Tegen wie het gehanteerd mag worden: Dit ziet op de verdachte of anderen.
4.​ Wanneer het gehanteerd mag worden: Dit ziet op de vraag onder welke
voorwaarden het dwangmiddel gebruik mag worden.
5.​ Waartoe het gehanteerd wordt: Dit ziet op het doel van de bevoegdheid.
6.​ Eisen van proportionaliteit en subsidiariteit (beginselen van goede procesorde).

Staande houden art. 52 Sv;
Wat? Staande houden;
Wie? Iedere opsporingsambtenaar;
Tegen wie? Verdachte (27 Sv) en getuige;
Welke voorwaarden? Geen, mag altijd, bij elk strafbaar feit; en
Welk doel? Alleen vragen naar personalia (27a lid 1) (meer mag niet).
*** Staande houden is sinds de invoering van de identificatieplicht echter een beetje een
overbodig middel. De identificatieplicht stelt namelijk dat iedereen (van 14+) zijn ID-bewijs
moet laten zien op vordering van een daartoe bevoegde ambtenaar (bijv. agent).

Aanhouding op heterdaad art. 53 Sv;
Aanhouding in geval van ontdekking op heterdaad (art. 53 Sv)
1.​ Wie: Eenieder is bevoegd (art. 53 lid 1 Sv).
2.​ Wat: Aanhouden (art. 53 lid 1 Sv).
3.​ Tegen wie: Er moet sprake zijn van een verdachte in de zin van art. 27 Sv (art. 53 lid
1 Sv). Dit moet goed beargumenteerd worden aan de hand van de drie
componenten van art. 27 lid 1 Sv (individualiseerbaarheid, objectiveerbaarheid en
concretiseerbaarheid).
4.​ Wanneer:
○​ Heterdaad (zie art. 53 lid 1 Sv): Wanneer er sprake is van heterdaad, wordt
uitgelegd in art. 128 Sv.
○​Overdracht aangehoudene: De verdachte moet ten spoedigste worden
overgeplaatst naar de plaats voor verhoor (art. 53 lid 2 Sv).
5.​ Waartoe: Het doel van de aanhouding is het voorgeleiden van de verdachte aan de
hulpofficier of officier van justitie voor verhoor (art. 53 lid 2/3/4 Sv).
6.​ Beginselen van de goede procesorde: Het gebruik van het dwangmiddel moet
worden getoetst aan de subsidiariteits- en proportionaliteitseis (HR Braak bij
binnentreden).

,Aanhouding buiten heterdaad art. 54 Sv;
1.​ Wie: Getrapt systeem.
1.​ Iedere opsporingsambtenaar (art. 141/142 Sv) is bevoegd als hij een bevel
heeft van de officier van justitie (art. 54 lid 1 Sv);
2.​ Indien het bevel van de officier van justitie niet kan worden afgewacht, kan
het bevel ook worden gegeven door de hulpofficier van justitie (art. 54 lid 3
Sv);
3.​ Als ook niet op het bevel van de hulpofficier van justitie kan worden gewacht,
mogen ook gewone opsporingsambtenaren de verdachte aanhoud (art. 54
lid 4 Sv)
2.​ Wat: Aanhouden
3.​ Tegen wie: Er moet sprake zijn van een verdachte in de zin van art. 27 Sv (art. 53 lid
1 Sv). Dit moet goed beargumenteerd worden aan de hand van de drie
componenten van art. 27 lid 1 Sv (individualiseerbaarheid, objectiveerbaarheid en
concretiseerbaarheid).
4.​ Wanneer:
1.​ Er moet sprake zijn van een misdrijf. Misdrijven staan in Boek 2 van het
Wetboek van Strafrecht.
2.​ Het moet gaan om een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis moet zijn
toegelaten (art. 67 lid 1 en 2). Kijk in art. 67 lid 1 en 2 Sv voor welke
misdrijven voorlopige hechtenis is toegelaten.
3.​ Er dient een bevel te zijn van de OvJ (lid 1) of een bevel van de hulp-OvJ (lid
3) of er moet sprake zijn van spoed (lid 4).
5.​ Waartoe: Het doel van de aanhouding is het voorgeleiden van de verdachte aan de
hulpofficier of officier van justitie (voor verhoor) (art. 53 lid 2/3/4 Sv).
6.​ Beginselen van de goede procesorde: Het gebruik van het dwangmiddel moet
worden getoetst aan de subsidiariteits- en proportionaliteitseis (HR Braak bij
binnentreden).

Betreding van een woning ter aanhouding buiten heterdaad art. 55 Sv;
De betreding is een steundwangmiddel en derhalve doelgebonden: de toepassing van deze
steunbevoegdheid is afhankelijk van het doel waartoe dit dwangmiddel dient.
1.​ Wie: Betreding ter aanhouding buiten heterdaad is geregeld in art. 55 lid 2 Sv.
Volgens art. 55 lid 2 Sv kan iedere opsporingsambtenaar (art. 141 jo. 142 Sv) elke
plaats betreden (m.u.v. een woning).
2.​ Wat: Betreden van een woning.
3.​ Tegen wie: Er moet sprake zijn van een verdachte in de zin van art. 27 Sv (art. 55 lid
2 Sv). Dit moet goed beargumenteerd worden aan de hand van de drie
componenten van art. 27 lid 1 Sv.
4.​ Wanneer:
○​ Buiten heterdaad: zie art. 128 Sv.
○​ Betreding van een woning (zonder toestemming bewoner): zie art. 2 en 3
Algemene Wet op het Binnentreden (Awbi). De Awbi verschaft zelf geen
bevoegdheden, maar stelt aanvullende vereisten omtrent het binnentreden.
■​ Op grond van art. 2 Awbi kan er, indien de bewoner geen
toestemming heeft gegeven voor het betreden van de woning, in
beginsel alleen met een schriftelijke machtiging worden
binnengetreden (behoudens de uitzondering van art. 2 lid 3 Awbi).

, ■​ Op grond van art. 3 Awbi dient de machtiging verleend te worden door
een daartoe bevoegd persoon, zoals bijv. een officier van justitie of
een hulpofficier van justitie (zie art. 3 lid 1 sub b/c Awbi).
5.​ Waartoe: Het doel is om de verdachte aan te houden buiten heterdaad (art. 55 lid 2
Sv.
6.​ Beginselen van de goede procesorde: Het gebruik van het dwsangmiddel moet
worden getoetst aan de subsidiariteits- en proportionaliteitseis (HR Braak bij
binnentreden).
*** Er kan echter ook bijvoorbeeld sprake zijn van een ontdekking op heterdaad van een
woninginbraak. Werk dan zowel de (1) aanhouding buiten heterdaad uit als (2) de betreding
van de woning ter aanhouding buiten heterdaad.

Inverzekeringstelling art. 57 Sv;
Wat? Inverzekeringstelling
Wie? (Hulp-)OvJ, verlenging door OvJ zelf
Tegen wie? Verdachte (art. 27 Sv
Welke voorwaarden? Alleen bij gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegelaten (art. 58
lid 1 jo. 67 Sv)
Welk doel? ‘In belang van het onderzoek’ (o.a. medeverdachte zoeken, nader verhoor, maar
niet om bekentenis af te dwingen à art. 29 lid 1 Sv)
*** In tegenstelling tot ophouden voor verhoor, telt inverzekeringstelling wel mee als
straf(tijd).

Verdachte materieel criterium art. 27 lid 1 Sv;
Voordat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of
omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.
-​ Degene te wiens aanzien (individualiseerbaarheid): Het moet gaan om een specifiek
persoon.
-​ Een redelijk vermoeden van schuld (objectiveerbaarheid): Het vermoeden moet
redelijk zijn. Een louter subjectief vermoeden is onvoldoende.
-​ Aan een strafbaar feit voortvloeit uit feiten of omstandigheden
(concretiseerbaarheid): Er staat alleen een straf op feiten die daarvoor door de
wetgever zijn aangemerkt.

Verdachte Formeel criterium art. 27 lid 2 Sv;
Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht.

Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB);
bepaalde bijzondere opsporingsbevoegdheden (observatie, infiltratie, inkijkoperatie,
opnemen van communicatie) mogelijk, indien uit feiten en omstandigheden een redelijk
vermoeden voortvloeit dat in georganiseerd verband bepaalde ernstige misdrijven worden
beraamd of gepleegd. Opsporing niet meer gebonden aan materieel verdachte eis.




Voorlopige hechtenis art. 133 Sv;
Hoewel de schuld van de verdachte nog moet worden bewezen, wordt de verdachte wel van
zijn vrijheid beroofd.
€9,38
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
tesszweers

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
tesszweers Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
5
Lid sinds
9 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
2 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen