Casus 1: Excursie naar het Familiemuseum
1. Hoe ziet een cel eruit en wat zijn de functies van de organellen?
Celmembraan:
Een celmembraan
is opgebouwd uit
een dubbele laag
fosfolipiden,
eiwitten,
cholesterol en
koolhydraatketens. Het celmembraan is de scheiding tussen het interne en externe milieu van
de cel en is semi-permeabel (halfdoorlatend). Dit houdt in dat sommige moleculen (kleine,
ongeladen) wel doorgelaten worden (passief transport) en andere moleculen niet. Deze
moleculen kunnen het membraan alleen passeren met behulp van actieve transport eiwitten.
D.m.v. ATP transporteren zij moleculen het interne milieu van de cel in. Als gevolg van
concentratieverschillen kan osmose of diffusie ontstaan.
Kern: De celkern wordt door een membraan gescheiden van het cytoplasma. Dit membraan
bevat kernporiën. In de kern ligt het genetisch materiaal, het DNA in de vorm van
chromosomen, opgeslagen in de nucleolus (kernlichaampje). De kern speelt een belangrijke rol
bij (regel)processen binnen de cel.
Mitochondriën: Een mitochondrium bezit een dubbele lipiden membraan: een uitwendig
membraan en een inwendig membraan, met instulpingen om het oppervlak te vergroten.
Mitochondriën functioneren als energiecentrales binnen de cel. Omdat mitochondriën de cel
van energie voorzien, is er een verband tussen de energiebehoefte van een cel en het aantal
mitochondriën per cel. Energierijke stoffen worden gebruikt om ATP, NADH en FADH2 te
produceren. Met name ATP is een belangrijke energiebron voor zeer veel reacties in de cel.
Ribosomen: Het ribosoom is een complex van eiwitten en RNA ketens in de cel dat heel
belangrijk is voor de opbouw van eiwitten. Ribosomen bestaan uit twee delen, een groot en een
klein deel. Het ribosoom bevindt zich in het cytoplasma van de cel, is aanwezig op ruw
endoplasmatisch reticulum en op het kernmembraan.
Endoplasmatisch reticulum: Het endoplasmatisch reticulum (ER) is een netwerk van
membranen dat gelegen is in het cytoplasma van een cel. Het bestaat uit twee dicht tegen
elkaar liggende membranen waartussen holten en kanalen worden gevormd. Het is
afgescheiden van de rest van de cel door een membraan met dezelfde structuur als het
celmembraan. De functie hiervan is het opvangen van stoffen afkomstig uit het E.R.. Het ER is te
onderscheiden in: het ruw endoplasmatisch reticulum en het glad endoplasmatisch reticulum.
Het ruw ER herbergt de ribosomen en heeft daardoor een belangrijke rol in de eiwitsynthese in
de cel. Het glad ER dient (voornamelijk) om stoffen vanuit het ruw ER te vervoeren naar het
Golgi-systeem (transport).
Golgi-systeem: Het Golgi-systeem bestaat uit een stapel platte blaasjes met enige ruimte
ertussen. Hier worden de producten afkomstig van het ER omgebouwd en opgeslagen, om dan
later naar andere bestemmingen verscheept te worden. Het is niet verwonderlijk dat vooral de
cellen van secretie-organen bijzonder veel golgi-systemen bezitten.
, Blok 1: Groei en Ontwikkeling
Lysosomen: Het lysosoom is een blaasje dat zich in het cytoplasma bevindt en lysosomale
enzymen bevat. Deze breken vrijwel alles afbreken wat los en vast zit, zodat de
afbraakproducten hergebruikt of veilig uitgescheiden kunnen worden.
Peroxisomen: Een variant van het lysosoom, dat eiwitten bevat die helpen bij de afbraak van
giftige stoffen in de cel.
Centriolen: Twee centriolen vormen samen het centrosoom (spoelfiguur d.m.v. microtubili), dat
verantwoordelijk is voor de deling van cellen.
2. Wat is de structuur en functie van DNA?
Secundaire Structuur
Een enkel DNA-molecuul is gevormd als een dubbele helix die bestaat uit en