De student kan benoemen wat de kenmerken zijn van de geneesmiddelengroepen
Sympathicomimetica: imiteert (nor)epinefrine
- Directe werking op alfa- en bètareceptoren
- Indirecte werking op presynaptische rand door extra norepinefrine vrij te laten
- Typen:
- Bèta2-adrenoceptor agonisten: voor bronchiale verwijding (astma) + relaxatie
spieren om vroeggeboorte te voorkomen
- Bèta1-adrenoceptor agonisten: stimulatie kracht hartslag
- Alfa1-agonisten: mydriatica (bv. fenylefrine)
- Alfa2-agonisten: bloeddrukverlager
- Bètablokkers: toegepast bij hartproblemen en glaucoom
- Alfablokkers: toegepast bij benigne tumoren en HTN (wordt weinig gebruikt)
De student kan benoemen hoe deze middelen werken
Figuur 1 Medical Pharmacology at a glance (p. 18)
De student kan per medicatie groep benoemen hoeveel de oogdrukdaling is