Samenvatting
Hersenen en zintuigen
Oog
Refractie= breking van lichtstralen
Accommodatie= aanpassing van de lensbolling aan de kijkafstand
Strabismus= scheelzien
Verziend (hypermetropie)= dichtbij slecht zien, veraf goed, plus, brandpunt voorbij het oog
(bolle lens)
Bijziend (myopie)= dichtbij goed, veraf slecht zien, min, brandpunt in het oog (holle lens)
Refractie Oogas Beeld Scherp zicht Correctie
Bijziend Te veel Oogas groot Beeld voor Dichtbij Holle lens,
(myopie) breking retina goed zien min
Verziend Te weinig Oogas kort Beeld Veraf goed Bolle lens,
(hypermetropie) breking achter zien plus
retina
Voorwerp dichtbij meer refractie nodig oog bol
Voorwerp ver weg minder refractie oog plat
Spier contraheert spanning lens omlaag lens kan opbollen objecten die dichtbij
staan goed te zien
Spier ontspant lens wordt platter goed zien in de verte
Kleurwaarneming kegeltjes
- Deuteranopie= geen fotopigment groene kegeltjes
- Protanopie= geen fotopigment rode kegeltjes
Cataract= staar, eiwitten slaan neer in de lens en zorgen voor een vertroebeling van de lens
Presbyopie= ouderdomsleeszwakte, positieve lenzen
Anisocorie= ongelijke pupilgrootte
Cornea kwantitatief grootste deel breking
Ooglens aanpassing aan afstand voorwerp
Visus bepaling V= d/D
- d= afstand in meters tot de kaart
- D= afstand in meters van een gezond oog
Visuele systeem= n.opticus chiasma opticum tractus opticus
, Cornea= hoornvlies, bestaat uit (buiten binnen):
- Epitheel
- Membraan van Bowman
- Stroma
- Membraan van Descemet
- Endotheel
Choroidea= vaatvlies vaatvoorziening van de retina
- Lamina vasculosa
- Lamina choroidocapillaris
- Membraan van Bruch
Retina= netvlies, binnenkant van de choroidea
- Scherp en kleur zien= concentratie kegeltjes hoog
- Bij lage intensiteit goed zien komt door staafjes
- Kegeltjes en staafjes zijn de fotoreceptoren
Oor
Gehoorbeentjes (op volgorde):
- Malleus= hamer (zit aan trommelvlies vast)
- Incus= aambeeld
- Stapes= stijgbeugel
Trommelvlies= membrana tympani (glad, glanzend, grijs), in direct contact met hamer
Ontwikkeling uit drie placodes:
- Reukplacode
- Lensplacode
- Labyrinthplacode
Eerste + tweede kieuwboog vormen je oor
Gehoor beentjes:
- Eerste kieuwboog= malleus, incus
- Tweede kieuwboog= stapes
Geluid= lopende golf van verhogingen en verlagingen van de dichtheid
- Decibel= 120 wat het menselijk oor maximaal kan verdragen
- Geluidsdruk x 10 = geluidssterkte + 20 dB
Toon hoogte tussen 20 en 20.000 Hz, spraakgebied is tussen 500 en 4000 Hz
Geluidsenergie (E)= k x p2
2 log (P/Pref), Bel= 20 log (P/Pref) dB
Hersenen en zintuigen
Oog
Refractie= breking van lichtstralen
Accommodatie= aanpassing van de lensbolling aan de kijkafstand
Strabismus= scheelzien
Verziend (hypermetropie)= dichtbij slecht zien, veraf goed, plus, brandpunt voorbij het oog
(bolle lens)
Bijziend (myopie)= dichtbij goed, veraf slecht zien, min, brandpunt in het oog (holle lens)
Refractie Oogas Beeld Scherp zicht Correctie
Bijziend Te veel Oogas groot Beeld voor Dichtbij Holle lens,
(myopie) breking retina goed zien min
Verziend Te weinig Oogas kort Beeld Veraf goed Bolle lens,
(hypermetropie) breking achter zien plus
retina
Voorwerp dichtbij meer refractie nodig oog bol
Voorwerp ver weg minder refractie oog plat
Spier contraheert spanning lens omlaag lens kan opbollen objecten die dichtbij
staan goed te zien
Spier ontspant lens wordt platter goed zien in de verte
Kleurwaarneming kegeltjes
- Deuteranopie= geen fotopigment groene kegeltjes
- Protanopie= geen fotopigment rode kegeltjes
Cataract= staar, eiwitten slaan neer in de lens en zorgen voor een vertroebeling van de lens
Presbyopie= ouderdomsleeszwakte, positieve lenzen
Anisocorie= ongelijke pupilgrootte
Cornea kwantitatief grootste deel breking
Ooglens aanpassing aan afstand voorwerp
Visus bepaling V= d/D
- d= afstand in meters tot de kaart
- D= afstand in meters van een gezond oog
Visuele systeem= n.opticus chiasma opticum tractus opticus
, Cornea= hoornvlies, bestaat uit (buiten binnen):
- Epitheel
- Membraan van Bowman
- Stroma
- Membraan van Descemet
- Endotheel
Choroidea= vaatvlies vaatvoorziening van de retina
- Lamina vasculosa
- Lamina choroidocapillaris
- Membraan van Bruch
Retina= netvlies, binnenkant van de choroidea
- Scherp en kleur zien= concentratie kegeltjes hoog
- Bij lage intensiteit goed zien komt door staafjes
- Kegeltjes en staafjes zijn de fotoreceptoren
Oor
Gehoorbeentjes (op volgorde):
- Malleus= hamer (zit aan trommelvlies vast)
- Incus= aambeeld
- Stapes= stijgbeugel
Trommelvlies= membrana tympani (glad, glanzend, grijs), in direct contact met hamer
Ontwikkeling uit drie placodes:
- Reukplacode
- Lensplacode
- Labyrinthplacode
Eerste + tweede kieuwboog vormen je oor
Gehoor beentjes:
- Eerste kieuwboog= malleus, incus
- Tweede kieuwboog= stapes
Geluid= lopende golf van verhogingen en verlagingen van de dichtheid
- Decibel= 120 wat het menselijk oor maximaal kan verdragen
- Geluidsdruk x 10 = geluidssterkte + 20 dB
Toon hoogte tussen 20 en 20.000 Hz, spraakgebied is tussen 500 en 4000 Hz
Geluidsenergie (E)= k x p2
2 log (P/Pref), Bel= 20 log (P/Pref) dB