Samenvatting
Pulsar natuurkunde: Hoofdstuk 5;
Eigenschappen van stoffen
Judith Vuijst
CSVVG Vincent van Gogh
, Natuurkunde samenvatting H5: Eigenschappen van stoffen,
§1,2,5,6
5.1 Het deeltjesmodel
Vast, vloeibaar, gasvormig
Stoffen kunnen, afhankelijk vd temp, voorkomen in drie toestanden of fasen:
1. Vast
bij het smeltpunt gaat vaste stof over in vloeistof
moleculen zitten strak tegen elkaar in een regelmatig patroon: rooster
2. Vloeibaar
bij het kookpunt vindt verdamping plaats dampbellen ontstaan
bij smelten krijgen moleculen bewegingsenergie en maken zich los uit het rooster; bewegen nu vrij door
molecuul.
Sommige moleculen in vloeistof hebben genoeg snelheid om uit vloeistof te ontsnappen
3. Gasvormig
Waterdamp condenseert tot kleine waterdruppeltjes, gas vloeibaar
Als temp stijgt, krijgen moleculen genoeg snelheid om zich los te maken uit vloeistof. Ze kunnen ontsnappen
aan de onderlinge aantrekkingskracht vloeistof verdampt
Alle stoffen bestaan uit moleculen. Uit de bewegingssnelheid vd moleculen zijn eigenschappen vd fasen te verklaren.
We noemen dit het deeltjesmodel. Als de temp daalt neemt de snelheid waarmee moleculen trillen af. Bij -273,15 °C,
het absolute nulpunt, staat alles stil.
Temperatuur
Temperatuur: maat voor gem bewegingsenergie vd moleculen in kelvin.
Moleculen oefenen bij een gas vrijwel geen aantrekkingskracht op elkaar uit. Als deze kracht wordt verwaarloosd:
ideaal gas.
Bij ideaal gas bewegen deeltjes kris kras door elkaar en botsen overal tegenaan zonder energieverlies
Bij ideaal gas oefenen deeltjes geen aantrekkingskracht op elkaar uit en hebben geen eigen volume
Vanderwaalskrachten
Deeltjesmodel: Een ideaal gas wordt nooit een vloeistof als je het afkoelt of samenperst; het is en blijft een gas.
Werkelijkheid: Waterdamp die afkoelt condenseert tot vloeistof. In werkelijkheid oefenen moleculen op korte afstand
aantrekkingskrachten op elkaar uit: de vanderwaalskrachten.
Druk
Een gas kan druk uitoefenen. Eigenschap gas is te verklaren met het deeltjesmodel van een gas;
Moleculen bewegen kris kras door ruimte waarin gas is opgesloten en botsen continu tegen wanden
Het zijn kleine deeltjes met grote snelheden en door enorme hvlheden deeltjes oefenen ze samen een
merkbare kracht uit op de wanden
F F
Je berekent de druk (p) met: p= p=
A A
Druk (p) is kracht die werkt op 1m2 en kun je aangeven met 1N/m2.
1N/m2 heet 1 pascal (Pa). De druk id buitenlucht is gem 1 ∙ 105 Pa (1 bar)