Methoden en onderzoek
Hoofdstuk 1: Het basisconcept
Inleiding
- deductief redeneren = conclusie logisch onontkoombaar volgt uit
vooronderstellingen dat iets waar is. = Top-down
“If gods caused disease and sacrifices would appease the gods then sacrifices would cure
disease” klopt niet (ongeldige syllogisme)
Vb: alle mensen zijn sterfelijk ik ben mens ik ben sterfelijk
syllogisme = logica of redenering afkomstig uit filosofie bestaande uit 3 proporties: majorpremisse
(1), minorpremisse (2) en conclusie (3)
Vb: alle dolfijnen kunnen zwemmen (1) Dolly is een dolfijn (2) dus dolly kan
zwemmen (3)
- ongeldige syllogisme: vb alle mensen met orale kankers hebben last van parodontitis (1), ik
heb parodontitis (2) dus ik heb ook kanker (3).
- Hippocrates = grondlegger van Westerse geneeskunde
- 4 sappen moeten in evenwicht zijn
1) bloed (vurig en energiek)
2) zwarte gal (ernstig, depressief en introvert)
3) gele gal (driftig, eerzuchtig en koleriek)
4) slijm (kalm rationeel en flegmatisch)
- eed van Hippocrates (bestaat nog)
- inductief redeneren = algemene regel bekomen, bepaalde theorie op grond van empirisch
onderzoek, op basis van specifieke waarnemingen. = Bottom-up
- komen nieuwe observaties overeen en al dan niet hypothese verwerpen
- rekening houden met toevalsfout (nooit 100% zeker)
- hypothese opbouwen (H0 of nulhypothese op basis van wat je hebt gezien)
Vb: 1ste eend is wit, 2de eend is wit… zij alle eenden wit of toeval?
dit wordt het meest en best gebruikt bij onderzoek
Karakteristieken van wetenschappelijk onderzoek
1) Systematische manier
- stap voor stap
- vertrekken vanuit probleemstelling definiëren onderzoeksplan opstellen
info verzamelen probleem beschrijven en verklaren en voorspellen
2) Controleerbare en reproduceerbare manier
- limiteer storende factoren en maak onderzoek eenvoudig
- belang van duidelijke protocols
- andere onderzoekers moeten onderzoek op dezelfde manier kunnen herhalen
, 3) Generaliseerbaarheid
- = mate waarin resultaten van onderzoek voor hele populatie van toepassing is
- wetenschappelijk onderzoek is nooit 100% overdraagbaar nr de volledige
onderzochte populatie
- steekproef vs doelpopulaite
- belang van goed gekozen steekproef
Doel van wetenschappelijk onderzoek
- Hoofddoel = toename van kennis
- Verschillende types onderzoek met doel
1. Werkelijkheid beschrijven via observaties = DESCRIPTIEF onderzoek
2. Onderlinge verbanden ontdekken = EXPLORATIEF onderzoek
Geen spraken van causaliteit of oorzakelijkheid
3. Verklaren en zoeken naar oorzakelijke verbanden = INFERENTIEEL onderzoek
4. Toetsen van hypothese, vergelijken van benaderingen… = TOETSEND onderzoek
(groter dan, meer dan …) vergelijken tussen mensen, medicijnen, interventies …
5. Samenbrengen van resultaten van onderzoek om precieze uitspraak te doen = META-analyse
Beperkingen in wetenschappelijk onderzoek
Tijd en financiële middelen
o Meer geld = groter de mogelijkheden
Steekproefgrootte = aantal mensen dat meedoet aan onderzoek
Ethische en morele aspecten bij interventie en controle groep
Complexiteit van mens en menselijke gedragingen
Hoofdstuk 2= Het onderzoeksopzet
De grote lijnen
Inductieve redenering: vanuit observaties/waarnemingen worden hypotheses opgebouwd
die getoetst worden aan nieuwe observaties om te beslissen of hypothese klopt.
Onzekerheid wordt gemeten door een zekerheidsdrempel die op voorhand is gekozen
Ontwerpen gegevens verzamelen analyseren evalueren en adviseren
Praktijkgericht vs fundamenteel
Kwalitatief (interview) vs kwantitatief (cijfers)
Stappen binnen de onderzoekscyclus
Voor elk onderzoek (fundamenteel, praktijkgericht,
kwalitatief en kwantitatief)
Bepaalde stappen volgen
, o Probleemstelling en specifieke onderzoeksvraag
Globale onderzoeksvraag naar concrete vraag
o Literatuuronderzoek
Wat is er reeds gekend?
o Ontwerpen van onderzoeksdesign
Op basis van onderzoeksvraag, tijd en middelen bepalen welk type
onderzoek
o Populatie bepaling en steekproeftrekking
Omschrijving van betrokken onderzoekspopulatie
o Gegevensverzameling
Onderzoek wordt uitgevoerd
Gegevens zullen uitkomst bepalen
o Gegevensverwerking
Gegevens worden geordend
o Interpretatie van resultaten
Resultaten worden kritisch bekeken en vergeleken met andere studies
Een 2de literatuurstudie kan vereist zijn
o Trekken van conclusies
o Publicatie
Onderzoeksvraag en onderzoeksdoel
Aanleiding tot onderzoek
o Ontstaan uit klinisch probleem (vb hoe komt het dat oudere patiënten meer
wortelcariës hebben)
o Ontstaan door discussie (vb welke concentratie CHX gebruiken)
o Ontstaan voor presentatie van nieuw middel (vb is Diagnodent goed middel)
o Ontstaan door vakliteratuur te lezen met onduidelijke resultaten
Van idee naar probleemstelling tot onderzoeksvraag
o Onderzoeksvraag bevat
P = probleem, populatie, patiëntengroep
I = interventie, verklarende factor, duidelijke hypothetische oorzaak
C = comparison, vergelijkende verklarende factor (niet altijd nodig)
O = outcome, duidelijk meetbaar verwacht gevolg
Kan eventueel ook tijdsfactor en dosis-respons factor bijkomen
Kan ook met SMART (specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch en
tijdsgericht)
Hypothese (alternatieve en nulhypothese)
o Hypothese = veronderstelling van mogelijke toestand/voorspelling over samenhang
van variabelen
o H0 = nulhypothese = er is geen effect of samenhang
o H1 = Ha = alternatieve hypothese = het gezochte effect bestaat (deze bewijst men)
We gaan uit van H0 zolang het tegendeel niet bewezen is
Significantieniveau
o Uitkomst is significant wanneer toeval kleiner is dan 5%
o Hypothesetoetsing = trachten te bewijzen dat resultaat niet op toeval berust
Hoofdstuk 1: Het basisconcept
Inleiding
- deductief redeneren = conclusie logisch onontkoombaar volgt uit
vooronderstellingen dat iets waar is. = Top-down
“If gods caused disease and sacrifices would appease the gods then sacrifices would cure
disease” klopt niet (ongeldige syllogisme)
Vb: alle mensen zijn sterfelijk ik ben mens ik ben sterfelijk
syllogisme = logica of redenering afkomstig uit filosofie bestaande uit 3 proporties: majorpremisse
(1), minorpremisse (2) en conclusie (3)
Vb: alle dolfijnen kunnen zwemmen (1) Dolly is een dolfijn (2) dus dolly kan
zwemmen (3)
- ongeldige syllogisme: vb alle mensen met orale kankers hebben last van parodontitis (1), ik
heb parodontitis (2) dus ik heb ook kanker (3).
- Hippocrates = grondlegger van Westerse geneeskunde
- 4 sappen moeten in evenwicht zijn
1) bloed (vurig en energiek)
2) zwarte gal (ernstig, depressief en introvert)
3) gele gal (driftig, eerzuchtig en koleriek)
4) slijm (kalm rationeel en flegmatisch)
- eed van Hippocrates (bestaat nog)
- inductief redeneren = algemene regel bekomen, bepaalde theorie op grond van empirisch
onderzoek, op basis van specifieke waarnemingen. = Bottom-up
- komen nieuwe observaties overeen en al dan niet hypothese verwerpen
- rekening houden met toevalsfout (nooit 100% zeker)
- hypothese opbouwen (H0 of nulhypothese op basis van wat je hebt gezien)
Vb: 1ste eend is wit, 2de eend is wit… zij alle eenden wit of toeval?
dit wordt het meest en best gebruikt bij onderzoek
Karakteristieken van wetenschappelijk onderzoek
1) Systematische manier
- stap voor stap
- vertrekken vanuit probleemstelling definiëren onderzoeksplan opstellen
info verzamelen probleem beschrijven en verklaren en voorspellen
2) Controleerbare en reproduceerbare manier
- limiteer storende factoren en maak onderzoek eenvoudig
- belang van duidelijke protocols
- andere onderzoekers moeten onderzoek op dezelfde manier kunnen herhalen
, 3) Generaliseerbaarheid
- = mate waarin resultaten van onderzoek voor hele populatie van toepassing is
- wetenschappelijk onderzoek is nooit 100% overdraagbaar nr de volledige
onderzochte populatie
- steekproef vs doelpopulaite
- belang van goed gekozen steekproef
Doel van wetenschappelijk onderzoek
- Hoofddoel = toename van kennis
- Verschillende types onderzoek met doel
1. Werkelijkheid beschrijven via observaties = DESCRIPTIEF onderzoek
2. Onderlinge verbanden ontdekken = EXPLORATIEF onderzoek
Geen spraken van causaliteit of oorzakelijkheid
3. Verklaren en zoeken naar oorzakelijke verbanden = INFERENTIEEL onderzoek
4. Toetsen van hypothese, vergelijken van benaderingen… = TOETSEND onderzoek
(groter dan, meer dan …) vergelijken tussen mensen, medicijnen, interventies …
5. Samenbrengen van resultaten van onderzoek om precieze uitspraak te doen = META-analyse
Beperkingen in wetenschappelijk onderzoek
Tijd en financiële middelen
o Meer geld = groter de mogelijkheden
Steekproefgrootte = aantal mensen dat meedoet aan onderzoek
Ethische en morele aspecten bij interventie en controle groep
Complexiteit van mens en menselijke gedragingen
Hoofdstuk 2= Het onderzoeksopzet
De grote lijnen
Inductieve redenering: vanuit observaties/waarnemingen worden hypotheses opgebouwd
die getoetst worden aan nieuwe observaties om te beslissen of hypothese klopt.
Onzekerheid wordt gemeten door een zekerheidsdrempel die op voorhand is gekozen
Ontwerpen gegevens verzamelen analyseren evalueren en adviseren
Praktijkgericht vs fundamenteel
Kwalitatief (interview) vs kwantitatief (cijfers)
Stappen binnen de onderzoekscyclus
Voor elk onderzoek (fundamenteel, praktijkgericht,
kwalitatief en kwantitatief)
Bepaalde stappen volgen
, o Probleemstelling en specifieke onderzoeksvraag
Globale onderzoeksvraag naar concrete vraag
o Literatuuronderzoek
Wat is er reeds gekend?
o Ontwerpen van onderzoeksdesign
Op basis van onderzoeksvraag, tijd en middelen bepalen welk type
onderzoek
o Populatie bepaling en steekproeftrekking
Omschrijving van betrokken onderzoekspopulatie
o Gegevensverzameling
Onderzoek wordt uitgevoerd
Gegevens zullen uitkomst bepalen
o Gegevensverwerking
Gegevens worden geordend
o Interpretatie van resultaten
Resultaten worden kritisch bekeken en vergeleken met andere studies
Een 2de literatuurstudie kan vereist zijn
o Trekken van conclusies
o Publicatie
Onderzoeksvraag en onderzoeksdoel
Aanleiding tot onderzoek
o Ontstaan uit klinisch probleem (vb hoe komt het dat oudere patiënten meer
wortelcariës hebben)
o Ontstaan door discussie (vb welke concentratie CHX gebruiken)
o Ontstaan voor presentatie van nieuw middel (vb is Diagnodent goed middel)
o Ontstaan door vakliteratuur te lezen met onduidelijke resultaten
Van idee naar probleemstelling tot onderzoeksvraag
o Onderzoeksvraag bevat
P = probleem, populatie, patiëntengroep
I = interventie, verklarende factor, duidelijke hypothetische oorzaak
C = comparison, vergelijkende verklarende factor (niet altijd nodig)
O = outcome, duidelijk meetbaar verwacht gevolg
Kan eventueel ook tijdsfactor en dosis-respons factor bijkomen
Kan ook met SMART (specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch en
tijdsgericht)
Hypothese (alternatieve en nulhypothese)
o Hypothese = veronderstelling van mogelijke toestand/voorspelling over samenhang
van variabelen
o H0 = nulhypothese = er is geen effect of samenhang
o H1 = Ha = alternatieve hypothese = het gezochte effect bestaat (deze bewijst men)
We gaan uit van H0 zolang het tegendeel niet bewezen is
Significantieniveau
o Uitkomst is significant wanneer toeval kleiner is dan 5%
o Hypothesetoetsing = trachten te bewijzen dat resultaat niet op toeval berust