Samenvatting algemene heelkunde I
1. Praktisch
Aanvullend leesmateriaal (UGent online library)
Equine sugery – Jorg A., Auer, John A. Stick
Veterinary surgery small animals
Atlas of small animal wound management & reconstructive surgery
Handbook of equine wound management
De kunst van het snijden – Joseph Lister
o Uitvinder antiseptica
2. Inleiding
2.1. Basisprincipes heelkunde
Correcte diagnose
Grondig onderzoek vereist
Correlatie beeldvorming aan onderzoek nakijken of volledige plaatje klopt
Wetenschappelijke kennis gebruiken
Communicatie met eigenaar
Prognoses, complicaties, kost, duur, … van behandeling duidelijk communiceren met
eigen + akkoord van eigenaar krijgen = cruciaal
Jezelf in vraag stellen: voldoende kennis en ervaring, geschikte faciliteiten, …
= pre-operatieve planning: alles moet op voorhand uitgedacht en gepland zijn om de
operatie zo kort en correct mogelijk te laten verlopen
Tijdens de operatie
Ergonomisch werken: minimale belasting voor eigen lichaam
Werk geordend en overzichtelijk
Zichtbaarheid nastreven = altijd weten wat je aan het doen bent
Stap voor stap afwerken
‘fast surgery is good surgery’
o Snelheid zelf mag niet nagestreefd worden, maar de operatie moet zo vlot en
efficiënt mogelijk gebeuren
o Hoe langer de patiënt onder anesthesie is, hoe groter de kans op complicaties
Nabehandeling verzorgen
Chirurg moet patiënt actief opvolgen in eerste dagen na de operatie
1
,2.2. Het operatie-team
Streven naar optimale werking en uitstekend resultaat vereist een goed team
Leden
Chirurg = leider van het team
Anesthesist
Assistent
Intern / resident
Student
Verschillende leiderschapsstijlen
Meeste operatieve ingrepen: gezaghebbende, visionaire stijl
o Chirurg is ‘rechtvaardige leider met visie’
o Duidelijk richtlijnen, maar niet dwingend
o Feedback over taakuitvoering
o Duidelijke protocols vereist
o Geloofwaardigheid vereist: duidelijke aanwijzingen en normen
Heel stabiel team in rustige situatie: participatieve stijl
o Iedereen heeft inspraak
o Streven naar betrokkenheid en consensus
o Werkt NIET in crisissituaties
Crisis situatie: directieve stijl
o Doel: gehoorzamen
o Bevelend, corrigerend / bestraffend
o Toegestaan in crisissituaties en indien het niet naleven van protocol
levensbedreigend is voor de patiënt
o Werkt alleen als iedereen goed geïnformeerd en getraind is
o Confronterend
Na de operatieve ingreep: debriefing
Gecontroleerd, rustig, met aandacht voor team
Positieve feedback
Opbouwende kritiek
Ook chirurg moet zelf kritiek van het team ontvangen
Betere samenwerking – beter team
3. Asepsie, chirurgisch instrumentarium, chirurgische technieken
3.1. Inleiding
Hygiëne = alle handelingen + handelswijzen die ervoor zorgen dat mensen en dieren gezond
blijven door ziekteverwekkers uit de buurt te houden
2
, Handhygiëne
Propere, aangepaste kledij
Propere, comfortabele schoenen
Verzorgd haar: lang haar is samengebonden
Geen ringen, armbanden, oorbellen, kettingen boven kledij
Korte nagels: minder vuilopstapeling
Chirurgische ingreep = hygiëne + asepsie vereist
Asepsie = nastreven van kiemvrijheid
! niet hetzelfde als steriliteit = volledige afwezigheid van micro-organismen (incl. spores) !
Asepsie nastreven
Antiseptica: doodt micro-organismen op levend weefsel
o Voldoende vrij van toxische stoffen om op het lichaam gebruikt te kunnen
worden
Desinfectantie: doodt micro-organismen op inert materiaal
SSI = surgical site infection
Vermijden door middel van asepsie na te streven
Infectie kan oppervlakkig, diep of in lichaamsholten zitten niet altijd duidelijk
zichtbaar van buitenaf
Tot 30 dagen na operatie
o Er zijn complicaties die slechts enkele maanden na de operatie optreden, maar
de algemene regel wordt gehouden op 30 dagen
! infectie treedt niet de dag na de operatie op, maar heeft minstens 2-3 dagen nodig om
zich te ontwikkelen !
3.2. Antiseptica
Meest gebruikte antiseptica
Alcohol
Chloorhexidine
Jodium en jodoforen
3.2.1. Alcohol
Alcohol: zowel antisepticum als desinfectans
Werking
Zeer krachtig en snel
Bactericide werking: denaturatie eiwitten
Meest efficiënte concentratie: 60-90%
Eigenshappen
Licht ontvettend
3
, Dalende efficaciteit in aanwezigheid van organisch materiaal
Nadeel: geen residuele werking
Van zodra de alcohol verdampt is, zal het niet meer effectief zijn tegen nieuwe kiemen
Wel / geen effect op
Wel effect op: vegetatieve bacteriën / virussen, enveloppe / schimmels
o Zowel gram- als gram+ bacteriën
Geen effect op: virussen zonder enveloppe / sporen
3.2.2. Chloorhexidine
Chloorhexidine wordt gebruikt in de vorm van het chloorhexidine-zout, omdat het dan oplosbaar
is in water
Meest gebruikt: chloorhexidine diacetaat / digluconaat
Concentraties
Lage concentratie: bacteriostatisch effect door interferentie met celmembraan en
lekkage van celinhoud
Hoge concentratie: bactericide effect door coagulatie van celinhoud
Praktijk
o 2-4% oplossing: chirurgische scrub (zeepoplossing)
o 0.5 (1/10)-2%: desinfectie (waterige oplossing)
o Max 0.05% (1/100): wondbehandeling (vermijden toxische effecten)
! Chloorhexidine verdund met fysiologische zoutoplossing of Ringer’s Lactaatoplossing
zorgt voor precipitaatvorming, maar aan de antibacteriële werking verandert niets !
! We spreken van een bactericied effect wanneer de eiwitten kapot gaan !
Wel / geen effect op
Wel effect op: virussen met enveloppe
Beperkt / geen effect op: virussen zonder enveloppe, schimmels, sommige gram-
bacteriën (vb. MRSA, Pseudomonas) Commented [LL1]: MRSA = methycyline resistente
staphylococcus aurus
Voordeel: wel residuele werking
Nadelen
Neuro- en ototoxisch: nooit gebruiken thv oren en ogen
Inactivatie door organisch materiaal
3.2.3. Jodium en jodoforen
Vrij jodium (I2)
Zeer actief tegen bacteriën, sporen, schimmels, gisten en virussen Commented [LL2]: Enige antisepticum dat actief is
Lage concentratie: snelle bacteriële werking vanwege tegen sporen en gisten
o Snelle penetratie celwand
4
1. Praktisch
Aanvullend leesmateriaal (UGent online library)
Equine sugery – Jorg A., Auer, John A. Stick
Veterinary surgery small animals
Atlas of small animal wound management & reconstructive surgery
Handbook of equine wound management
De kunst van het snijden – Joseph Lister
o Uitvinder antiseptica
2. Inleiding
2.1. Basisprincipes heelkunde
Correcte diagnose
Grondig onderzoek vereist
Correlatie beeldvorming aan onderzoek nakijken of volledige plaatje klopt
Wetenschappelijke kennis gebruiken
Communicatie met eigenaar
Prognoses, complicaties, kost, duur, … van behandeling duidelijk communiceren met
eigen + akkoord van eigenaar krijgen = cruciaal
Jezelf in vraag stellen: voldoende kennis en ervaring, geschikte faciliteiten, …
= pre-operatieve planning: alles moet op voorhand uitgedacht en gepland zijn om de
operatie zo kort en correct mogelijk te laten verlopen
Tijdens de operatie
Ergonomisch werken: minimale belasting voor eigen lichaam
Werk geordend en overzichtelijk
Zichtbaarheid nastreven = altijd weten wat je aan het doen bent
Stap voor stap afwerken
‘fast surgery is good surgery’
o Snelheid zelf mag niet nagestreefd worden, maar de operatie moet zo vlot en
efficiënt mogelijk gebeuren
o Hoe langer de patiënt onder anesthesie is, hoe groter de kans op complicaties
Nabehandeling verzorgen
Chirurg moet patiënt actief opvolgen in eerste dagen na de operatie
1
,2.2. Het operatie-team
Streven naar optimale werking en uitstekend resultaat vereist een goed team
Leden
Chirurg = leider van het team
Anesthesist
Assistent
Intern / resident
Student
Verschillende leiderschapsstijlen
Meeste operatieve ingrepen: gezaghebbende, visionaire stijl
o Chirurg is ‘rechtvaardige leider met visie’
o Duidelijk richtlijnen, maar niet dwingend
o Feedback over taakuitvoering
o Duidelijke protocols vereist
o Geloofwaardigheid vereist: duidelijke aanwijzingen en normen
Heel stabiel team in rustige situatie: participatieve stijl
o Iedereen heeft inspraak
o Streven naar betrokkenheid en consensus
o Werkt NIET in crisissituaties
Crisis situatie: directieve stijl
o Doel: gehoorzamen
o Bevelend, corrigerend / bestraffend
o Toegestaan in crisissituaties en indien het niet naleven van protocol
levensbedreigend is voor de patiënt
o Werkt alleen als iedereen goed geïnformeerd en getraind is
o Confronterend
Na de operatieve ingreep: debriefing
Gecontroleerd, rustig, met aandacht voor team
Positieve feedback
Opbouwende kritiek
Ook chirurg moet zelf kritiek van het team ontvangen
Betere samenwerking – beter team
3. Asepsie, chirurgisch instrumentarium, chirurgische technieken
3.1. Inleiding
Hygiëne = alle handelingen + handelswijzen die ervoor zorgen dat mensen en dieren gezond
blijven door ziekteverwekkers uit de buurt te houden
2
, Handhygiëne
Propere, aangepaste kledij
Propere, comfortabele schoenen
Verzorgd haar: lang haar is samengebonden
Geen ringen, armbanden, oorbellen, kettingen boven kledij
Korte nagels: minder vuilopstapeling
Chirurgische ingreep = hygiëne + asepsie vereist
Asepsie = nastreven van kiemvrijheid
! niet hetzelfde als steriliteit = volledige afwezigheid van micro-organismen (incl. spores) !
Asepsie nastreven
Antiseptica: doodt micro-organismen op levend weefsel
o Voldoende vrij van toxische stoffen om op het lichaam gebruikt te kunnen
worden
Desinfectantie: doodt micro-organismen op inert materiaal
SSI = surgical site infection
Vermijden door middel van asepsie na te streven
Infectie kan oppervlakkig, diep of in lichaamsholten zitten niet altijd duidelijk
zichtbaar van buitenaf
Tot 30 dagen na operatie
o Er zijn complicaties die slechts enkele maanden na de operatie optreden, maar
de algemene regel wordt gehouden op 30 dagen
! infectie treedt niet de dag na de operatie op, maar heeft minstens 2-3 dagen nodig om
zich te ontwikkelen !
3.2. Antiseptica
Meest gebruikte antiseptica
Alcohol
Chloorhexidine
Jodium en jodoforen
3.2.1. Alcohol
Alcohol: zowel antisepticum als desinfectans
Werking
Zeer krachtig en snel
Bactericide werking: denaturatie eiwitten
Meest efficiënte concentratie: 60-90%
Eigenshappen
Licht ontvettend
3
, Dalende efficaciteit in aanwezigheid van organisch materiaal
Nadeel: geen residuele werking
Van zodra de alcohol verdampt is, zal het niet meer effectief zijn tegen nieuwe kiemen
Wel / geen effect op
Wel effect op: vegetatieve bacteriën / virussen, enveloppe / schimmels
o Zowel gram- als gram+ bacteriën
Geen effect op: virussen zonder enveloppe / sporen
3.2.2. Chloorhexidine
Chloorhexidine wordt gebruikt in de vorm van het chloorhexidine-zout, omdat het dan oplosbaar
is in water
Meest gebruikt: chloorhexidine diacetaat / digluconaat
Concentraties
Lage concentratie: bacteriostatisch effect door interferentie met celmembraan en
lekkage van celinhoud
Hoge concentratie: bactericide effect door coagulatie van celinhoud
Praktijk
o 2-4% oplossing: chirurgische scrub (zeepoplossing)
o 0.5 (1/10)-2%: desinfectie (waterige oplossing)
o Max 0.05% (1/100): wondbehandeling (vermijden toxische effecten)
! Chloorhexidine verdund met fysiologische zoutoplossing of Ringer’s Lactaatoplossing
zorgt voor precipitaatvorming, maar aan de antibacteriële werking verandert niets !
! We spreken van een bactericied effect wanneer de eiwitten kapot gaan !
Wel / geen effect op
Wel effect op: virussen met enveloppe
Beperkt / geen effect op: virussen zonder enveloppe, schimmels, sommige gram-
bacteriën (vb. MRSA, Pseudomonas) Commented [LL1]: MRSA = methycyline resistente
staphylococcus aurus
Voordeel: wel residuele werking
Nadelen
Neuro- en ototoxisch: nooit gebruiken thv oren en ogen
Inactivatie door organisch materiaal
3.2.3. Jodium en jodoforen
Vrij jodium (I2)
Zeer actief tegen bacteriën, sporen, schimmels, gisten en virussen Commented [LL2]: Enige antisepticum dat actief is
Lage concentratie: snelle bacteriële werking vanwege tegen sporen en gisten
o Snelle penetratie celwand
4