Oefening 7.1
bereken het bbp b v de
bestedingsbenadering
gegeven :
gevraagd : a m . .
b bereken het bui
c bereken het uni
d bereken saldo op lopende rekening van betalingsbelam + interp.
e bereken het sparen
f is er een spaaroverschot vid private sector of overheid ?
leg uit in relatie tot de lopende rekening.
& bbp = c+1 - + X
ep
+ -
2 = 2000 + 500 + 400 + 360 + 400 + 1500 -
1000 = 4100
b bui =
bbp + Fo Fu
-
= 4100 + 1500 - 1000 = 4660
c uni =
bui-dep = 4600 -
300 = 4300 (dep vervangingsinvesteringen slijtage)
= =
& (R = X 2 - =
1500 -
1000 = 500
De binnenlandse productie is groter dan het
binnenlandse vraag en wat er in het land
geproduceerd word is groter dan wat er
gevraagd wordt in dat land en dat verschil
wordt ge‘xporteerd naar het buitenland.
2 S + T + -S = 1 T 4106 2000 - 200 =
1900
y
=
y
- -
-
+T+ 2
f ET
5 = I+ 6 + X
=
Sep
Spaaroverschot privŽ indien >0 Overheidstekort indien >0
z
NX= saldo handelsbalans
· Sparen Ð Ex-post investeringen v/d bedrijven < 0
Spaarttekort privŽ indien <0 Overheidsoverschot <0
= spaartekort private sector
> (1900 1200) -
= (400 200) + (1500
- -
1000)E 700 = 200 + 500
· Sparen Ð Ex-post investeringen v/d bedrijven > 0
Besluit :
= spaaroverschot private sector
· In de private sector is er een spaaroverschot · Overheidsbestedingen Ð netto-belastingen > 0
· De overheid heeft een tekort
= de overheid heeft een tekort
· Er is een overschot op de lopende rekeningen
Er is 700 euro overschot bij het sparen aan de privatemarkt en dat wordt
deels gebruikt voor een overheidstekort van 200 euro en de overschot van
· Overheidsbestedingen Ð netto-belastingen < 0
500 gaat naar het buitenland
Interpretatie : = de overheid heeft een overschot
Een deel van het overschot in de private sector · Export Ð import < 0
wordt gebruikt om het = tekort op de lopende rekening
overheidstekort te Þnancieren, het andere deel · Export Ð import > 0
wordt ge‘xporteerd naar het buitenland
= overschot op de lopende rekening
,Oefening 7.2
gegeven :
bereken verloop nominaal leidt daaruit de nominale
af
gevraagd
*
-
a index
jaar 1 100
groei
: = en
b bereken re‘le economische
groei in jaur 2 en
jaar s met de index van
Laspeyres en Paasche .
hoeveel Paarche .
C
bedraagt de
inflatie in jaar 2 en
jaar 3 gemeten volgens prijsindex
,
van
Laspeyers en
a
algemene formule nominale index
n
:
Nominaal bbp kan stijgen wegens prijzen en wegens
i =1 Pit Xit 100
. hoeveelheden
M Het reele bbp kan enkel stijgen wegens hoeveelheden e niet
Pio. Xio wegens prijzen wat prijs is constant gehouden
i = 1
We moeten gebruik maken van de Nominale Index (jaar 1 = 100) De index van een basisjaar is
LET OP: ons basisjaar is dus jaar 1 en niet jaar 0! altijd 100, want in teller en in
noemer staat hetzelfde
Indien stijging nominale bbp > stijging reel
Yaar2
:
bbp, dan zijn de prijzen gestegen = inßatie
M
Nominale bbp in jaar 2
9
Pia Xie
formule =1 100 E 40 10 20 5 + 10 10 106
666 100 10
.
: +
Indien nominaal minder gestegen dan reel
. .
. = . =
. .
M
50 . 2 + 30 10 . + 5 .
20
Nominale bbp van jaar 1
bbp= deßatie
=1
Pis : Kin
3
Jaar :
M
Piz Xis
formule =1 100 60 5 + 10 20 + 26 15 16
.
=86
:
166 188
.
. .
=
. . .
M
50 2 .
+ 30 10 + 5 20 . .
Een index gebruik je om groei te berekenen ten opzichte
Pis Kin
van een basisjaar.
:
=1
-
Procentuele groei is om groei te berekenen ten
opzichte van vorig jaar.
algemeneformulenomagrote In jaar 2 is er 20% groei in het nominaal
2
-
Jaar E-1 .
106 % bbp ten opzichte van jaar 1
In jaar 3 is er 60% groei in het nominale
bbp ten opzichte van jaar 1
100
Jaar 3 Nominale groei 166-120 100 % 40 100 % 33 , 3 % In jaar 3 is er 33,3 % stijging ten opzichte van jaar 2
:
= = . =
.
120 120
b algemene formule Laspeyers :
Pio -
Xit . 100
algemene formule Paasche : PitXit10
i 1
Pio. Xio i 1
Pit. Xio
I
-
=
M M
I
Pir Xi2 Pia Xie
formule Yaar2 formule 100
=1
Jaar 2 100 .
: :
.
: :
. .
M M
= = 1
Pis · Kit =1 Piz : Kin
E 50 10 30 5 + 5 10 700 E 40 10 + 20 5 + 10 10 .
100 600 125
100
.
+ . .
140 .
100
100
. =
= = . . =
. .
500 40 480
50 . 2 + 30 10 . + 5 .
20 . 2 + 20 10 . + 10 .
20
Er is 40% reele groei van bbp in jaar 2 ten opzichte van jaar 1 Er is 25% reele groei van bbp in jaar 2 ten opzichte van jaar 1
M M
Pie Xis Piz Xis
Jaar 3
formule =1 100
Jaar 3
Formule =1 100
. .
: : : :
. .
M M
=1
Pis : Kin =1 Piz · Kin
50 5 + 30 20 5 15 60 5 + 10 20 + 20 15
=808
+ 16819
925 185 166
[ . .
166
.
[ . . .
=
. 188 =
. .
.
50 2 .
+ 30 10 + 5 20 . .
50 2 .
+ 30 10 + 5 20
. .
Er is 85% reele groei van bbp in jaar 3 ten opzichte van jaar 1 Er is 29% reele groei van bbp in jaar 2 ten opzichte van jaar 1
re‘le -waarde
formule groei : waarde
jaar &
jaart-1 . 100 %
waarde t-
jaar
Ze‘le groei
JaarIn2jaarZe‘le
125-100
Jaar 2 In jaar 25 %
: 140-100 : 100 %
I
40 %
groei
I
=
.
100 % = =
.
=
100 100
2 is er 40% stijging ten opzichte van jaar 1 2 is er 25% stijging ten opzichte van jaar 1
reile
Ta r 3 reibe groei 185140
129-125
&
:
In jaar 3 is er 32% stijging ten opzichte van jaar 2 125
In jaar 3 is er 3,2% stijging ten opzichte
=
van jaar 2
. 100 % 32
% Jaar 3 :
groei
=
. 100 % =
32
, Te
formule Laspeyers malgemenee n e
n n
Pit Xio Paasche Pit Xit
formule I 100 10
. .
:
: - -
M
i 1
Pio. Xio i
Pio . Xit
-
= 1
M M
=Pie Pia Xi2
Yaar2 formule Xin 100
Jaar 2
:
formule i 1 100
.
: :
.
: =
.
.
M M
=1
Pis : Kin =1
Pis .i 2
E 40 2 + 20 10 + 10 20 100 100-90 => 40 10 + 20 5 + 10 10 .
100 600 85 ,71
480
. . .
100
. .
. = . = . =
.
700
50 . 2 + 30 10 . + 5 .
20 50. 10 + 30 . 5 + 5 10.
Neg groei, dus deßatie: Neg groei, dus deßatie:
Er is een daling van 4% in het prijsspel in
M
jaar 2 ten opzichte van jaar 1 Er is een daling van 14,29% in het prijsspel
M in jaar 2 ten opzichte van jaar 1
Piz Piz
I
Xis
Jaar 3 Formule =1 Xi1 100
Jaar 3 Formule i 1 100
.
: :
.
: : =
. .
M M
=1
Pis : Kin =1
Pis Kiz :
60 5 + 10 10 + 20 20 1881 60 5 + 10 20 + 20 15 86
=620 800108
=> 106 [ 106
.
. . . . .
= =
. . .
50 2 .
+ 30 10 + 5 20 . .
50 5 + 30 20
.
.
+ 5 15.
De deßatie van het jaar voordien is meer dan gecompenseerd: De deßatie van het jaar voordien is niet gecompenseerd:
⑳emule
,
Er is een stijging van 24% in het prijsspel in jaar 3 ten opzichte van jaar 1 Er is een daling van 13,51% in het prijsspel in jaar 3 ten opzichte van jaar 1
waarde -waarde
jaart-1 100 %
I
zeele
jaar groei (inflatie) : -
I
&
waarde t-
jaar
Dus deßatie Dus deßatie
2 96 2 : 85.71 100
:
Yaar inflatie 100 %
=
100
Yaar inflatie
I
100 % 4 % 14 , 92 %
I
=
= = = =
.
.
100 100
In jaar 2 is er 4% daling ten opzichte van jaar 1 In jaar 2 is er 14,92% daling ten opzichte van jaar 1
124-96 86, 49-85 .71 100 %
TaIn rjaar33 isinflatie
&
:
Jaar 3 inflatie
=
96
. 100 %
%
= 29 17
.
%
: =
85 71
.
= 0 . 91
er 29,17% stijging ten opzichte van jaar 2 In jaar 3 is er 0,91% stijging ten opzichte van jaar 2
.
CPI= kostprijs korf jaar t/ kostprijs korf in 2020
extra CPI8 % zi
Test jezelf:
met t=2022,2023
1) kostprijs korf berekenen in 2020,2022,2023
af
2) CPI berekenen korf 2022,2023
3) delta %= niece CPI (2023) - oude CPI (2022) / oude CPI (2022)
1 : 6 =
90x 550 2 540 Iep 120 bbp 610
belastings ontvangsten So
gegeven
= = = = =
gewaagd : C
bep = c+ 6+
Iep + X - 2 E C= bbp -
t -
Iep -
X+ 2 C= 610 -
90 -
120 -
550 + 540 = 390 ,
dus a
2 Als de Lorenz-curve van een land A dichter bij de 45¡-lijn ligt dan die van land B, maar er niet mee samenvalt is:
a) De inkomensverdeling meer gelijk in land B dan in land A
b) De inkomensverdeling meer gelijk in land A dan in land B
c) De inkomensverdeling in beide landen even gelijk of ongelijk
d) Is de inkomensverdeling in land A volstrekt gelijk.
±