- Samenvatting, Boek en PowerPoints
H1: Visie op communicatie
Communicatie is een containerbegrip: het gaat over alle vormen van het
uitwisselen van informatie. Dat kan met woorden, beelden, geluiden,
geuren of zelfs kleding. Denk aan reclameposter, een duimpje op sociale
media of de parfum van iemand in de trein.
Bij communicatie hoort zowel zich uiten (zenden) als waarnemen en
interpreteren (ontvangen).
Vier niet nodig principes
James Stappers formuleerde vier niet nodig principes: om van
communicatie te spreken is niet nodig dat:
1. Principe van intentionaliteit: het is niet nodig dat de zender
daadwerkelijk een bedoeling heeft met wat hij communiceert, hij kan
ook onbedoeld communiceren.
2. Principe van tijd en plaats: het is niet nodig dat het waarnemen van
uitingen in het ‘hier en nu’ van het uiten plaatsvindt.
3. Principe van geslaagdheid: het is niet nodig dat de boodschap
daadwerkelijk wordt waargenomen en geïnterpreteerd door 1 of meer
ontvangers.
4. Principe van wederkerigheid: het is niet nodig dat de ontvanger
reageert.
Communicatieproces en informatieproces
Stappers geeft het verschil tussen zich uiten enerzijds en
waarnemen/interpreteren anderzijds weer in twee modellen van
communicatie:
Communicatieproces:
AA X
Iemand (A) doet een mededeling (X) in een boodschap (rechthoekje). De
boodschap zijn de klanken als A praat, de inkststrepen als A schrijft of
tekent, of de letters die A typt. De mededeling is dat wat A wil uiten, wil
mededelen. Het is de betekenis die A aan een boodschap wil meegeven.
Informatieproces:
i B
Iemand anders (B) neemt een informatiebron (rechthoekje) waar en haalt
er informatie, kennis (i) uit. De door A geuite boodschappen zijn voor B
informatiebronnen. Zo zijn een verkeersbord, nieuwsbericht op de radio,
een duim op een post boodschappen die bedoeld zijn als informatiebron.
Daarnaast zijn er ook natuurlijke informatiebronnen, zoals donkere wolken
die voor een wandelaar een informatiebron kan zijn omdat hij daarvan de
informatie krijgt; “het gaat straks regenen, ik moet flink doorlopen”.
Massacommunicatie
Als een boodschap openbaar wordt gemaakt voor iedereen (bijv. het
journaal, reclame) is er sprake van massacommunicatie. De boodschap
kan niet gevonden worden, door een groep gevonden worden of in het
journaal bekend worden gemaakt. Nog steeds praten we dan over
, massacommunicatie omdat iemand iets openbaar maakt, waardoor in
principe niemand van ontvangst uitgesloten is. Massacommunicatie wordt
ook wel openbare communicatie genoemd.
Naast dat iemand iets openbaar kan maken, kunnen boodschappen ook
openbaar raken, doordat mensen informatie uitwisselen. Er is dan geen
duidelijke aanwijsbare (eerste) zender. Zeker met de opkomst van sociale
media in de 21e eeuw heeft deze vorm van openbare communicatie, ook
wel informele communicatie genoemd, een enorme vlucht genomen.
Dit zien we bijv. terug in het delen van geruchten, roddels, verhalen etc.
Hoofddomeinen
Als afgestudeerde communicatiestudent kan je veel functies verwerven. Er
wordt onderscheid gemaakt tussen enkele hoofddomeinen van
professionele communicatie.
1. Marketingcommunicatie: het draait hier om het opbouwen van
sterke merken en het aanprijzen van de producten en diensten.
2. Corporate communicatie: het gaat hier om alle interne en externe
communicatie (concerncommunicatie) van de organisatie. Intern:
communicatie die binnen de organisatie (door management en
medewerkers) plaatsvindt. Extern: het communiceren over de
organisatie als geheel.
3. Media: het gaat om het produceren van beelden en teksten die via
media als televisie, kranten, internet en sociale media verspreid
worden. Maar ook om het maken van de juiste keuzes bij het inzetten
van middelen en media.
Verschillende communicatiemodellen
Model van Lasswell: het model bevat eigenlijk niet meer dan vragen.
Het beantwoorden van de vragen is volgens Lasswell een convenient way
to describe an act of communication:
- Wie? – controls analysis
- Zegt wat? – content analysis
- Via welk kanaal? – media analysis
- Tegen wie? – audience analysis
- Met welk effect? – effects analysis
Critici = simpel, maar weinig inzicht in het proces van communicatie.
Voorbeeld: Een arts geeft een advies aan een patiënt.
- Wie? De arts
- Zeg wat? “U moet stoppen met roken”.
- Via welk kanaal? In een persoonlijk gesprek (face-to-face,
spreekkamer)
- Tegen wie? Tegen een rokende patiënt.
- Met welk effect? De patiënt gaat nadenken over stoppen of
onderneemt actie om echt te stoppen.
Shannon en Weaver model: ze zijn onbedoeld de grondleggers van een
ander bekend communicatiemodel dat het basismodel van communicatie
wordt genoemd.