College 1 Magnetic Resonance Imaging
Beeldkwaliteit CRAST
Herhaling
Magnetisch veld ontstaat door een hele sterke spoel.
Excitatie en relaxatie
Excitatie: het geven van de radiopuls. Het starten van het experiment. Stuur je de radiogolven naar
de protonen toe om de boel uit balans te brengen. Doe je precies zodat die 90 graden zijn.
Relaxatie: het effect van je experiment meten. De relaxatie tijd. Je meet een radiogolf die terugkomt
in zijn oorspronkelijke positie.
Na de 90 graden puls is de Mxy maximaal en de Mz 0.
Xy vlak: transversale magnetisatie vlak.
Het xy vlak afname gaat veel sneller dan de toename in het Mz vlak.
De afname in de xy vlak noemen we T2 relaxatie
De toename van de z vlak noemen we T1 relaxatie
De T2 relaxatietijd is altijd korter dan de T1 relaxatie tijd.
,• Longitudinale relaxatie (T1)
- Aangroei Mz
- Anti-parallelle protonen terug naar parallelle stand
• Transversale relaxatie (T2)
- Afname Mxy
- Uit fase raken van protonen (defasering)
Het contrast wordt bepaald door de keuze van de scan parameters. Het contrast is variabelen.
Spin echo sequentie
Parameters (SE) sequentie
• Repetitietijd (TR) -> 90°tot 90°
• Echotijd (TE) -> 90°tot echo
Verschillende T1
Je kijkt vooraan in de curve. Als je te laat gaat kijken heb je geen verschil meer en heb je dus minder
contrast. Hoe later je kijkt hoe meer Signaal je krijgt, maar wel minder T1 weging.
,T1-gewogen (T1W)
• WM lichtgrijs
(meeste signaal)
• GM grijs
(er tussen in)
• Liquor donker
(minste signaal)
Je kijkt naar de verschillen in T1. weefsel kenmerken, dus hoe snel komt het terug in de originele
positie.
Verschillende T2
GM: grijse massa
WM: witte massa
CSF: cerebrospinal fluid (hersenvocht)
Als je te lang wacht heb je alleen vloeistof afgebeeld en heb je dus minder contrast. CSF is altijd
grijzer dan de andere.
Hoe langer je wacht hoe meer T2 je krijgt en hoe minder je signaal wordt.
T2-gewogen (T2W)
• WM donker
(minste signaal)
• GM grijs
(er tussen in)
• Liquor licht
meeste signaal
Je kijkt naar de verschillen in T2. weefsel kenmerken, dus hoe snel komt het terug in de originele
positie.
Protondensity-gewogen (PDW)
• Waterstof-dichtheid
• Veel minder contrast
(gering verschil in hoeveelheid H)
, Codering
• Slicecodering
• Fasecodering
• Frequentiecodering
Z is de slice gradiënten
X is de frequentie gradiënten
Y is de fase gradiënten
Als je bij de fase gradiënten een fout maakt dan is het gevolg het grootste. Je krijgt meteen een
artefact.
K-vlak
De echo die geen gradiënt heeft gehad is de beste echo, want die is het minste verstoord komt dus in
het midden te staan. Je bent dus de geheugen alleen maar aan het vullen met echo’s