Hoofdstuk 1: relatie FA, FF en mortaliteit/morbiditeit.
1. Inleiding
- Referentiekader
Gezondheid: goed voelen, niet ziek zijn, …
Fitheid: cardiorespiratoir …
Fysieke activiteit: sport/bewegen
Relatie hiertussen heeft te maken met heredity
(=erfelijkheid), fysieke en sociale omgeving.
- ‘Gezondheid is niet alles, doch alles is niets zonder gezondheid’
Wij hebben negatieve trends met betrekking tot gezondheid.
o Luchtvervuiling, voedingsgewoontes, alcohol, koffie, roken, stress, medicatie,
sedentaire levensstijl, …
2. Slechte trends
2.1. Obesitas
- ½ heeft overgewicht en ¼ heeft obesitas:
Obesitas BMI > 30kg/m2 – overgewicht BMI > 25kg/m2
Zowel bij kinderen als bij volwassenen.
We zitten in een negatieve trend; het stijgt.
- Er is een sterke link tussen obesitas en chronische aandoeningen.
Kanker:
o Belangrijkste doodoorzaak tussen 50 – 70 jaar.
o Obesitas levert voor alle soorten kanker een waarde > 1 op voor relatief risico
Vb. 1,84 = 84% om deze kanker te krijgen.
Chronische hartaandoeningen heeft ook hoger relatief risico.
- Obesitas is een kwestie van energiebalans:
Basis voor gewichtstoename:
o Energie opname > energie verbruik = verzwaren.
o Energie opname < energie verbruik = vermageren.
Waaraan ligt het nu? Meer eten of minder verbruiken?
o Daily calorie consumption:
Er is een stijging met vroeger.
Zowel bij volwassenen als bij kinderen.
o Inactiviteit:
25 – 40% haalt de grens niet van normale fysieke activiteit.
, Energie opname = voeding.
Energie verbruik:
1. Sleeping metabolic rate = energie verbruik om vitale functies in leven te houden.
2. Arousal = wakker, waardoor het energie verbruik iets hoger ligt.
SMR en arousal zijn samen het basaalmetabolisme:
Hoe hoger vetvrije massa hoe hoger het basaalmetabolisme.
o Spiermassa is een determinant van basaalmetabolisme.
Bij obesitas moet er dus krachttraining gegeven worden.
De spiermassa stijgt.
Het basaalmetabolisme stijgt.
Ze verbruiken constant iets meer energie.
o Basaalmetabolisme is het verschil tussen mensen die blijven eten en niet
verdikken en bij wie het soms blijft plakken.
o Vrouwen hebben een lagere vetvrije massa (vrouwen verzwaren rapper).
3. Spijsvertering = voeding verwerken heeft energie nodig.
4. Fysieke activiteit = calorieën verbranden
2.2. Vergrijzing van de populatie
1. Inleiding
- Referentiekader
Gezondheid: goed voelen, niet ziek zijn, …
Fitheid: cardiorespiratoir …
Fysieke activiteit: sport/bewegen
Relatie hiertussen heeft te maken met heredity
(=erfelijkheid), fysieke en sociale omgeving.
- ‘Gezondheid is niet alles, doch alles is niets zonder gezondheid’
Wij hebben negatieve trends met betrekking tot gezondheid.
o Luchtvervuiling, voedingsgewoontes, alcohol, koffie, roken, stress, medicatie,
sedentaire levensstijl, …
2. Slechte trends
2.1. Obesitas
- ½ heeft overgewicht en ¼ heeft obesitas:
Obesitas BMI > 30kg/m2 – overgewicht BMI > 25kg/m2
Zowel bij kinderen als bij volwassenen.
We zitten in een negatieve trend; het stijgt.
- Er is een sterke link tussen obesitas en chronische aandoeningen.
Kanker:
o Belangrijkste doodoorzaak tussen 50 – 70 jaar.
o Obesitas levert voor alle soorten kanker een waarde > 1 op voor relatief risico
Vb. 1,84 = 84% om deze kanker te krijgen.
Chronische hartaandoeningen heeft ook hoger relatief risico.
- Obesitas is een kwestie van energiebalans:
Basis voor gewichtstoename:
o Energie opname > energie verbruik = verzwaren.
o Energie opname < energie verbruik = vermageren.
Waaraan ligt het nu? Meer eten of minder verbruiken?
o Daily calorie consumption:
Er is een stijging met vroeger.
Zowel bij volwassenen als bij kinderen.
o Inactiviteit:
25 – 40% haalt de grens niet van normale fysieke activiteit.
, Energie opname = voeding.
Energie verbruik:
1. Sleeping metabolic rate = energie verbruik om vitale functies in leven te houden.
2. Arousal = wakker, waardoor het energie verbruik iets hoger ligt.
SMR en arousal zijn samen het basaalmetabolisme:
Hoe hoger vetvrije massa hoe hoger het basaalmetabolisme.
o Spiermassa is een determinant van basaalmetabolisme.
Bij obesitas moet er dus krachttraining gegeven worden.
De spiermassa stijgt.
Het basaalmetabolisme stijgt.
Ze verbruiken constant iets meer energie.
o Basaalmetabolisme is het verschil tussen mensen die blijven eten en niet
verdikken en bij wie het soms blijft plakken.
o Vrouwen hebben een lagere vetvrije massa (vrouwen verzwaren rapper).
3. Spijsvertering = voeding verwerken heeft energie nodig.
4. Fysieke activiteit = calorieën verbranden
2.2. Vergrijzing van de populatie