Shizofreniespectrum en andere psychotische
stoornissen
1. Psychotische stoornissen
- Gekenmerkt door:
Wanen
Hallucinaties
Desorganisatie van denken en motorische gedrag
Negatieve symptomen
2. Verschillende psychotische stoornissen
2.2. Schizofrenie
2.2.1. Diagnose
- DSM-5 criteria:
A. ≥ 2 van volgende symptomen, 1 maand belangrijk deel van de tijd aanwezig (of
minder als behandeld), minstens 1,2 of 3.
o Wanen:
Achtervolgingswanen, betrekkingswanen, beïnvloedingswanen, wanen dat
familieleden dubbelgangers zijn …
o Hallucinaties:
Auditieve hallucinaties (stemmen geven kritiek, bevelshallucinaties, ...)
o Gedesorganiseerd spreken:
Formele denkstoornissen, incoherente gedachtegang, onlogische verbanden,
ongewone associaties, neologisme (nieuwe woorden), ...
o Ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag:
Stupor, mutisme, katalepsie (hoofdkussen), negativisme (omgekeerd of niet),
echolalie (herh. woorden), echopraxie (nabootsen bewegingen), echomimie
mimiek nabootsen), chaotisch (ongericht handelen).
o Negatieve symptomen:
Vervlakking van affect, gedachte- of spraakarmoede of apathie, sociaal
terugtrekgedrag, minder initiatief, taken slechter uitvoeren, sociaal
beschamend gedrag, social withdrawal, onder activiteit, gebrek aan
conversatie, weinig interesse hobby’s, traagheid, zelfverwaarlozing
2.2.3. Klinische kenmerken
- De acute fase
Geen ziekte-inzicht
, >> positieve symptomen: wanen, hallucinaties, interferentie met denken.
- Het chronische syndroom
Symptomen van acute fase
>> negatieve symptomen: apathie, verlies initiatief en activiteit (avolitie), vertraging,
social withdrawel
2.2.4. Differentiaaldiagnose
- Delier
- Intoxicatie en onttrekkingssyndromen
- Stemmingsstoornis met psychotische kenmerken
- Persoonlijkheidsstoornis
- PTSD= post-traumatic stress disorder
- Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen.
- ASS = autisme spectrum stoornis.
- Andere psychotische aandoeningen.
2.2.5. Epidemiologie
- Life time prevalentie: 1%
- ♂ > ♀ qua incidentie
- Hogere incidentie in stedelijke gebieden in geïndustrialiseerde wereld
- Hogere incidentie in eerste en > tweede generatie migranten
- ‘Klassieke’ begin: tussen 15 en 45 jaar
♂: < 30 jaar, ♀ > 30 jaar (50%), dus begin eerder bij ♂
- Milder verloop in ontwikkelingslanden
- Hoge co-morbiditeit met alcohol en middelen
2.2.6. Oorzaken:
- Kwetsbaarheid voor ontwikkelen wordt bepaald door genetische factoren in interactie
met omgevingsfactoren.
- Neurobiologische ontwikkelingsstoornis:
Genen (80%)
o Families (Tabel 12.9 en 12.10): familiale loading voor ‘schizofrenie spectrum
stoornissen’.
o Tweelingen: concordantie MZ 50%, DZ 10%.
Afwijkingen in CZS-structuur en volume (<)
Ontregeling van dopamine neurotransmissie: dopamine hypothese
o Amfetamines: schizofrenie-achtig ziektebeeld.
o Antipsychotica: dopamine (D2)-receptor antagonisten
o > 35 jaar: de symptomen van schizofrenie zijn het gevolg van een overactiviteit
van het dopaminerge systeem, MAAR:
stoornissen
1. Psychotische stoornissen
- Gekenmerkt door:
Wanen
Hallucinaties
Desorganisatie van denken en motorische gedrag
Negatieve symptomen
2. Verschillende psychotische stoornissen
2.2. Schizofrenie
2.2.1. Diagnose
- DSM-5 criteria:
A. ≥ 2 van volgende symptomen, 1 maand belangrijk deel van de tijd aanwezig (of
minder als behandeld), minstens 1,2 of 3.
o Wanen:
Achtervolgingswanen, betrekkingswanen, beïnvloedingswanen, wanen dat
familieleden dubbelgangers zijn …
o Hallucinaties:
Auditieve hallucinaties (stemmen geven kritiek, bevelshallucinaties, ...)
o Gedesorganiseerd spreken:
Formele denkstoornissen, incoherente gedachtegang, onlogische verbanden,
ongewone associaties, neologisme (nieuwe woorden), ...
o Ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag:
Stupor, mutisme, katalepsie (hoofdkussen), negativisme (omgekeerd of niet),
echolalie (herh. woorden), echopraxie (nabootsen bewegingen), echomimie
mimiek nabootsen), chaotisch (ongericht handelen).
o Negatieve symptomen:
Vervlakking van affect, gedachte- of spraakarmoede of apathie, sociaal
terugtrekgedrag, minder initiatief, taken slechter uitvoeren, sociaal
beschamend gedrag, social withdrawal, onder activiteit, gebrek aan
conversatie, weinig interesse hobby’s, traagheid, zelfverwaarlozing
2.2.3. Klinische kenmerken
- De acute fase
Geen ziekte-inzicht
, >> positieve symptomen: wanen, hallucinaties, interferentie met denken.
- Het chronische syndroom
Symptomen van acute fase
>> negatieve symptomen: apathie, verlies initiatief en activiteit (avolitie), vertraging,
social withdrawel
2.2.4. Differentiaaldiagnose
- Delier
- Intoxicatie en onttrekkingssyndromen
- Stemmingsstoornis met psychotische kenmerken
- Persoonlijkheidsstoornis
- PTSD= post-traumatic stress disorder
- Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen.
- ASS = autisme spectrum stoornis.
- Andere psychotische aandoeningen.
2.2.5. Epidemiologie
- Life time prevalentie: 1%
- ♂ > ♀ qua incidentie
- Hogere incidentie in stedelijke gebieden in geïndustrialiseerde wereld
- Hogere incidentie in eerste en > tweede generatie migranten
- ‘Klassieke’ begin: tussen 15 en 45 jaar
♂: < 30 jaar, ♀ > 30 jaar (50%), dus begin eerder bij ♂
- Milder verloop in ontwikkelingslanden
- Hoge co-morbiditeit met alcohol en middelen
2.2.6. Oorzaken:
- Kwetsbaarheid voor ontwikkelen wordt bepaald door genetische factoren in interactie
met omgevingsfactoren.
- Neurobiologische ontwikkelingsstoornis:
Genen (80%)
o Families (Tabel 12.9 en 12.10): familiale loading voor ‘schizofrenie spectrum
stoornissen’.
o Tweelingen: concordantie MZ 50%, DZ 10%.
Afwijkingen in CZS-structuur en volume (<)
Ontregeling van dopamine neurotransmissie: dopamine hypothese
o Amfetamines: schizofrenie-achtig ziektebeeld.
o Antipsychotica: dopamine (D2)-receptor antagonisten
o > 35 jaar: de symptomen van schizofrenie zijn het gevolg van een overactiviteit
van het dopaminerge systeem, MAAR: