Middelen gerelateerde en verslavingsstoornissen
1. Classificaties en definities
- Classificatie:
Elk gebruik (vb cannabis, cocaïne, heroïne...) is per definitie een probleem
Probleem bepaald door mate en context van gebruik (sociaal gebruik, recreatief
gebruik)
- Definities:
Sociologische definitie (centraal: problemen van gebruik)
Medisch-somatische definitie (centraal: lichamelijk gevolgen van gebruik)
Psychiatrische definitie (centraal: cognitieve, gedragsmatige en fysiologische
symptomen.
o Controle verlies (meer gebruiken dan gepland, niet kunnen stoppen
o Psychische afhankelijkheid (hunkering en zoekgedrag)
o Lichamelijke tolerantie (tolerantie, onthoudingsverschijnselen)
o Lichamelijke, psychische en sociale gevolgen van gebruik
Neurowetenschappelijke definities (centraal: veranderingen in de hersenen)
2. Epidemiologie
- Nicotine > alcohol > benzo’s > cannabis > ...
- Belangrijk probleem voor morbiditeit, mortaliteit en werkverzuim in maatschappij
- < 30% diagnose gesteld door HA en specialisten
- Belangrijke treatment gap
Heroïneverslaafden: meest in behandeling (70%)
3. Ethiopathogenese/ oorzaken
3.1. Neurobiologische factoren
- Structuren, circuits die ‘op beloning gericht gedrag’ sturen (o.a. nucleus accumbens)
- Structuren, circuits die aan basis liggen van zelfcontrolefuncties (o.a. prefrontale cortex)
, - Verschillende breinregio’s in 4 verschillende fasen:
Initiatie - Belang dat het organisme in staat is het belonend effect van
verslavende middelen te ervaren.
- Vb. Hypodopaminerge nucleus accumbens: minder plezier bij
alledaagse beloningen en pas beloning en plezier bij sterkere vormen
van beloning.
- Gebied verantwoordelijk voor motivatie: nucleus accumbens,
dopamine voornaamste neurotransmitter.
Dopamine is “feel-good stof”
1e keren: dopamine in nucleus accumbens door alcohol/middel
en je wordt euforisch.
Verslaving: dopaminereceptoren dalen aan gevoeligheid voor
dopamine dopaminegehalte daalt in nucleus accumbens.
o Meer alcohol/middelen nodig om zelfde kick te ervaren.
- Besluit:
uitputting ‘beloningssysteem’ door middel van verslavende drugs
of compusief gedrag.
Plezier van “normale, fysiologische beloningen daalt.
Continuering - = veranderingen in hersenenen o.a. geheugensystemen:
ontstaan van craving en groter belang hechten aan drugs
(afhankelijk en onafhankelijk van omgeving en omstandigheden
van gebruik).
o Craving: extra hunkering die ontstaan als reactie op stress
(interne cue: angst, somberheid) of als reactie op
omgevingsfactoren die in het verleden gekoppeld waren aan
het gebruik van middelen ( externe cue: omgeving, geluid,
geur,...)
- = stoornis in zelfcontrolefuncties (prefrontale cortex):
Doorgaan van gebruik ondanks de bewuste wetenschap over de
negatieve gevolgen.
De bewuste, rationele kant werkt onvoldoende om de drive, de
aantrekkingskracht tot het middel onder controle te houden
Onthouding /
Terugval /
3.2. Psychologische factoren
- Aangeboren kwetsbaarheid of gevolg van herhaald middelen gebruik of beiden?
- Experimenteren: > sociale factoren
- Ontstaan en voortduren van stoornis: > genetisch
1. Classificaties en definities
- Classificatie:
Elk gebruik (vb cannabis, cocaïne, heroïne...) is per definitie een probleem
Probleem bepaald door mate en context van gebruik (sociaal gebruik, recreatief
gebruik)
- Definities:
Sociologische definitie (centraal: problemen van gebruik)
Medisch-somatische definitie (centraal: lichamelijk gevolgen van gebruik)
Psychiatrische definitie (centraal: cognitieve, gedragsmatige en fysiologische
symptomen.
o Controle verlies (meer gebruiken dan gepland, niet kunnen stoppen
o Psychische afhankelijkheid (hunkering en zoekgedrag)
o Lichamelijke tolerantie (tolerantie, onthoudingsverschijnselen)
o Lichamelijke, psychische en sociale gevolgen van gebruik
Neurowetenschappelijke definities (centraal: veranderingen in de hersenen)
2. Epidemiologie
- Nicotine > alcohol > benzo’s > cannabis > ...
- Belangrijk probleem voor morbiditeit, mortaliteit en werkverzuim in maatschappij
- < 30% diagnose gesteld door HA en specialisten
- Belangrijke treatment gap
Heroïneverslaafden: meest in behandeling (70%)
3. Ethiopathogenese/ oorzaken
3.1. Neurobiologische factoren
- Structuren, circuits die ‘op beloning gericht gedrag’ sturen (o.a. nucleus accumbens)
- Structuren, circuits die aan basis liggen van zelfcontrolefuncties (o.a. prefrontale cortex)
, - Verschillende breinregio’s in 4 verschillende fasen:
Initiatie - Belang dat het organisme in staat is het belonend effect van
verslavende middelen te ervaren.
- Vb. Hypodopaminerge nucleus accumbens: minder plezier bij
alledaagse beloningen en pas beloning en plezier bij sterkere vormen
van beloning.
- Gebied verantwoordelijk voor motivatie: nucleus accumbens,
dopamine voornaamste neurotransmitter.
Dopamine is “feel-good stof”
1e keren: dopamine in nucleus accumbens door alcohol/middel
en je wordt euforisch.
Verslaving: dopaminereceptoren dalen aan gevoeligheid voor
dopamine dopaminegehalte daalt in nucleus accumbens.
o Meer alcohol/middelen nodig om zelfde kick te ervaren.
- Besluit:
uitputting ‘beloningssysteem’ door middel van verslavende drugs
of compusief gedrag.
Plezier van “normale, fysiologische beloningen daalt.
Continuering - = veranderingen in hersenenen o.a. geheugensystemen:
ontstaan van craving en groter belang hechten aan drugs
(afhankelijk en onafhankelijk van omgeving en omstandigheden
van gebruik).
o Craving: extra hunkering die ontstaan als reactie op stress
(interne cue: angst, somberheid) of als reactie op
omgevingsfactoren die in het verleden gekoppeld waren aan
het gebruik van middelen ( externe cue: omgeving, geluid,
geur,...)
- = stoornis in zelfcontrolefuncties (prefrontale cortex):
Doorgaan van gebruik ondanks de bewuste wetenschap over de
negatieve gevolgen.
De bewuste, rationele kant werkt onvoldoende om de drive, de
aantrekkingskracht tot het middel onder controle te houden
Onthouding /
Terugval /
3.2. Psychologische factoren
- Aangeboren kwetsbaarheid of gevolg van herhaald middelen gebruik of beiden?
- Experimenteren: > sociale factoren
- Ontstaan en voortduren van stoornis: > genetisch