Samenvattingen OP1.3 stralingsdeskundigheid
College 1 stralingsdeskundigheid
Radio-actief evenwicht
Verval van radionucliden
Moedernuclide valt naar dochternuclide. Dochternuclide is stabiel.
Moeder nuclide valt naar dochternuclide, maar is ook instabiel dus vervalt weer in een (klein)dochter
die wel stabiel is.
De HVT van de moedernuclide is veel langer dan de HVT van de dochternuclide.
De dochternuclide vervalt net zo lang totdat het nuclide stabiel is.
Radioactiviteit
• Activiteit= aantal kernen dat per tijdseenheid vervalt
• ln2 ln2
A = λ N = N [Bq] λ=
HVT HVT
• 1 Bq= 1 desintegratie per seconde= 1 dps, dus HVT in seconden of λ in seconden-1
Radioactieve evenwichten
Er zijn 3 mogelijkheden
,Mogelijkheid A (geen evenwicht)
• Moeder vervalt sneller dan de dochter
• Dochter blijft alleen over.
• Geen evenwicht in activiteit
• Activiteit dochter neemt (na verval moeder)
af met HVT van dochter
Mogelijkheid B (glijdend/ transiënt evenwicht)
• dochter wil sneller vervallen dan moeder.
• dochter moet wachten op aanmaak vanuit moeder.
• Ad is na bepaalde tijd gelijk aan Am
• Glijdend = transiënt evenwicht in activiteit.
• Activiteit dochter neemt (vanaf ingesteld evenwicht)
af met HVT van moeder
Moeder wordt dochter en wil sneller vervallen, dus daarom is ze even later dezelfde activiteit van de
moeder even eerder had.
De halveringstijd van de dochter (Tc 99m) niet dezelfde halveringstijd als de moeder krijgt, maar blijft
gewoon de halveringstijd van de dochter zelf (6uur). Want elke nucliden heeft zijn eigen
halveringstijd. Maar de activiteit van de dochter neemt af met de halveringstijd van de moeder. En
dat komt omdat er twee processen tegelijkertijd aan de gang zijn. Het dochter nucliden wordt
gemaakt vanuit de moeder nucliden en vervalt vervolgens vanzelf. Dat zijn twee dingen die
tegelijkertijd gebeuren en daarom krijg je, omdat de dochter sneller dan de moeder wilt vervallen dat
de moeder moet gaan volgen en achter de moeder aan hobbelt
, • Ad is na korte tijd gelijk aan Am (na-ijl effect: zie gele pijltjes)
• Ad is op elk tijdstip hoger dan Am (zie rode pijltjes)
De dochter vervalt met dezelfde HVT van de moeder. De hoek is hetzelfde. Lopen parallel aan elkaar.
De activiteit afname van de dochter gelijk is aan de afname activiteit van de moeder. Ze gaan gelijk
op naar beneden toe. De dochter wil wel sneller maar kan niet sneller.
Mogelijkheid C (absoluut/seculier evenwicht)
• dochter wil nog sneller vervallen dan moeder.
• dochter moet wachten op aanmaak vanuit moeder.
• Maar vervalt daarna ook meteen: geen na-ijl effect meer
• Ad is op elk tijdstip gelijk aan Am
• Absoluut = seculier evenwicht in activiteit.
• Activiteit dochter neemt (vanaf ingesteld evenwicht)
af met HVT van moeder
De dochter moet nu nog meer wachten op de moeder. De dochter wil heel snel, maar dat kan niet.
Maar is ze ontstaan vanuit de moeder dan vervalt ze eigenlijk ook meteen zelf. Bijna tegelijkertijd.
Dat wil dus zeggen dat ook hier een na-ijl effect meer heeft.
De activiteitsafname van de dochter is ook in deze situatie (hetzelfde als bij het glijdend evenwicht)
dat de activiteitsafname van de dochter gelijk is aan de activiteitsafname van de moeder. De dochter
gaat weer vervallen met de halveringstijd van de moeder.
De activiteit van de dochter is op elk moment hetzelfde als de activiteit van de moeder.
College 1 stralingsdeskundigheid
Radio-actief evenwicht
Verval van radionucliden
Moedernuclide valt naar dochternuclide. Dochternuclide is stabiel.
Moeder nuclide valt naar dochternuclide, maar is ook instabiel dus vervalt weer in een (klein)dochter
die wel stabiel is.
De HVT van de moedernuclide is veel langer dan de HVT van de dochternuclide.
De dochternuclide vervalt net zo lang totdat het nuclide stabiel is.
Radioactiviteit
• Activiteit= aantal kernen dat per tijdseenheid vervalt
• ln2 ln2
A = λ N = N [Bq] λ=
HVT HVT
• 1 Bq= 1 desintegratie per seconde= 1 dps, dus HVT in seconden of λ in seconden-1
Radioactieve evenwichten
Er zijn 3 mogelijkheden
,Mogelijkheid A (geen evenwicht)
• Moeder vervalt sneller dan de dochter
• Dochter blijft alleen over.
• Geen evenwicht in activiteit
• Activiteit dochter neemt (na verval moeder)
af met HVT van dochter
Mogelijkheid B (glijdend/ transiënt evenwicht)
• dochter wil sneller vervallen dan moeder.
• dochter moet wachten op aanmaak vanuit moeder.
• Ad is na bepaalde tijd gelijk aan Am
• Glijdend = transiënt evenwicht in activiteit.
• Activiteit dochter neemt (vanaf ingesteld evenwicht)
af met HVT van moeder
Moeder wordt dochter en wil sneller vervallen, dus daarom is ze even later dezelfde activiteit van de
moeder even eerder had.
De halveringstijd van de dochter (Tc 99m) niet dezelfde halveringstijd als de moeder krijgt, maar blijft
gewoon de halveringstijd van de dochter zelf (6uur). Want elke nucliden heeft zijn eigen
halveringstijd. Maar de activiteit van de dochter neemt af met de halveringstijd van de moeder. En
dat komt omdat er twee processen tegelijkertijd aan de gang zijn. Het dochter nucliden wordt
gemaakt vanuit de moeder nucliden en vervalt vervolgens vanzelf. Dat zijn twee dingen die
tegelijkertijd gebeuren en daarom krijg je, omdat de dochter sneller dan de moeder wilt vervallen dat
de moeder moet gaan volgen en achter de moeder aan hobbelt
, • Ad is na korte tijd gelijk aan Am (na-ijl effect: zie gele pijltjes)
• Ad is op elk tijdstip hoger dan Am (zie rode pijltjes)
De dochter vervalt met dezelfde HVT van de moeder. De hoek is hetzelfde. Lopen parallel aan elkaar.
De activiteit afname van de dochter gelijk is aan de afname activiteit van de moeder. Ze gaan gelijk
op naar beneden toe. De dochter wil wel sneller maar kan niet sneller.
Mogelijkheid C (absoluut/seculier evenwicht)
• dochter wil nog sneller vervallen dan moeder.
• dochter moet wachten op aanmaak vanuit moeder.
• Maar vervalt daarna ook meteen: geen na-ijl effect meer
• Ad is op elk tijdstip gelijk aan Am
• Absoluut = seculier evenwicht in activiteit.
• Activiteit dochter neemt (vanaf ingesteld evenwicht)
af met HVT van moeder
De dochter moet nu nog meer wachten op de moeder. De dochter wil heel snel, maar dat kan niet.
Maar is ze ontstaan vanuit de moeder dan vervalt ze eigenlijk ook meteen zelf. Bijna tegelijkertijd.
Dat wil dus zeggen dat ook hier een na-ijl effect meer heeft.
De activiteitsafname van de dochter is ook in deze situatie (hetzelfde als bij het glijdend evenwicht)
dat de activiteitsafname van de dochter gelijk is aan de activiteitsafname van de moeder. De dochter
gaat weer vervallen met de halveringstijd van de moeder.
De activiteit van de dochter is op elk moment hetzelfde als de activiteit van de moeder.