Strafrecht: proefcasussen
Proefcasus 1
Maria en Jan zijn gehuwd.
Kurt is de zoon van Paul.
Paul is een jeugdvriend van Maria.
Relevante informatie per persoon:
Maria:
o 26/06/2016:
Poging tot diefstal met braak (van goederen die tot de
huwelijksgemeenschap behoren)(art. 467 Sw.)
o 28/06/2016:
Diefstal (art. 472 Sw.)
Paul:
o 26/06/2016:
Poging tot diefstal met braak (art. 467 Sw.)
o Aanzetting van Kurt tot diefstal bij Jan
Jan:
o 21/06/2016:
Slagen en verwondingen met 1 maand
arbeidsongeschiktheid tot gevolg (art. 399, 1ste lid Sw. en
410, 2de lid Sw.)
o 23/06/2016:
Beschadiging voordeur (art. 545 Sw.)
Bedreigen (art. 327, 1ste lid Sw.)
Kurt:
o 28/06/2016:
Diefstal (art. 472 Sw.)
Voorgaanden per persoon:
Maria: blanco strafregister
Paul:
o 15/09/2011: opschorting, met proefperiode van 5 jaar
(valsheid in geschrifte + gebruik valste stukken + oplichting)
Jan:
o 10/06/2009: gevangenisstraf 18m, wv 12m met uitstel voor
een periode van 5 jaar, wegens verschillende feiten van slagen
en verwondingen
Kurt:
o 05/05/2013: werkstraf van 150u, uitvoerbaar binnen 12
maanden & vervangende gevangenisstraf van 3 maanden wg
drugsfeiten (heeft zich onttrokken, vervangende
gevangenisstraf werd niet uitgevoerd)
, 28 juni 2017: de correctionele rechtbank doet uitspraak
Vraag 1: als geen verzachtende omstandigheden worden
aangenomen, wat is/zijn dan de minimale
gevangenisstraf/gevangenisstraffen voor Jan?
Stap 1: wat zijn de basisstraffen op de feiten?
Eerste feit, nl. slagen en verwondingen: 2m – 2 jaar gevangenisstraf
maar verzwarende omstandigheid, slagen ad huwelijkspartner (art.
410, tweede lid Sw.), waardoor de minimumstraf wordt verdubbeld =
4m – 2 jaar gevangenisstraf
Tweede feit, nl. vernieling van de voordeur: 8 dagen – 6 maanden
gevangenisstraf
Derde feit, nl. bedreiging onder voorwaarden: 6 maanden – 5 jaar
gevangenisstraf
Stap 2: zijn er straftoemetingsbeïnvloedende regels van toepassing?
Strafverminderende verschoningsgrond? Neen.
Verzachtende omstandigheden? Mag u niet meer aannemen.
Staat van herhaling? (maakt voor deze vraag niet uit want vraag betreft
minimum en herhaling slaat op het maximum)
Samenloop? Ja!
Collectief misdrijf: art. 65, eerste lid Sw.
Één straf, nl. die op het zwaarste feit, maakt dat voor dit collectief
misdrijf de straf 6 maanden – 5 jaar gevangenisstraf is.
tweede en derde feit hebben eenheid van opzet, doel en
verwezenlijking: zijn vrouw terugkrijgen.
Meerdaadse samenloop: art. 60 Sw.
Gematigde cumulatie: heeft betrekking op de minimumstraffen dus
voor deze vraag niet van toepassing.
Antwoord
Voor het eerste feit bedraagt de minimumstraf 4 maanden, voor de twee
volgende feiten (die samen een collectief misdrijf uitmaken) bedraagt de
minimumstraf 6 maanden.
Proefcasus 1
Maria en Jan zijn gehuwd.
Kurt is de zoon van Paul.
Paul is een jeugdvriend van Maria.
Relevante informatie per persoon:
Maria:
o 26/06/2016:
Poging tot diefstal met braak (van goederen die tot de
huwelijksgemeenschap behoren)(art. 467 Sw.)
o 28/06/2016:
Diefstal (art. 472 Sw.)
Paul:
o 26/06/2016:
Poging tot diefstal met braak (art. 467 Sw.)
o Aanzetting van Kurt tot diefstal bij Jan
Jan:
o 21/06/2016:
Slagen en verwondingen met 1 maand
arbeidsongeschiktheid tot gevolg (art. 399, 1ste lid Sw. en
410, 2de lid Sw.)
o 23/06/2016:
Beschadiging voordeur (art. 545 Sw.)
Bedreigen (art. 327, 1ste lid Sw.)
Kurt:
o 28/06/2016:
Diefstal (art. 472 Sw.)
Voorgaanden per persoon:
Maria: blanco strafregister
Paul:
o 15/09/2011: opschorting, met proefperiode van 5 jaar
(valsheid in geschrifte + gebruik valste stukken + oplichting)
Jan:
o 10/06/2009: gevangenisstraf 18m, wv 12m met uitstel voor
een periode van 5 jaar, wegens verschillende feiten van slagen
en verwondingen
Kurt:
o 05/05/2013: werkstraf van 150u, uitvoerbaar binnen 12
maanden & vervangende gevangenisstraf van 3 maanden wg
drugsfeiten (heeft zich onttrokken, vervangende
gevangenisstraf werd niet uitgevoerd)
, 28 juni 2017: de correctionele rechtbank doet uitspraak
Vraag 1: als geen verzachtende omstandigheden worden
aangenomen, wat is/zijn dan de minimale
gevangenisstraf/gevangenisstraffen voor Jan?
Stap 1: wat zijn de basisstraffen op de feiten?
Eerste feit, nl. slagen en verwondingen: 2m – 2 jaar gevangenisstraf
maar verzwarende omstandigheid, slagen ad huwelijkspartner (art.
410, tweede lid Sw.), waardoor de minimumstraf wordt verdubbeld =
4m – 2 jaar gevangenisstraf
Tweede feit, nl. vernieling van de voordeur: 8 dagen – 6 maanden
gevangenisstraf
Derde feit, nl. bedreiging onder voorwaarden: 6 maanden – 5 jaar
gevangenisstraf
Stap 2: zijn er straftoemetingsbeïnvloedende regels van toepassing?
Strafverminderende verschoningsgrond? Neen.
Verzachtende omstandigheden? Mag u niet meer aannemen.
Staat van herhaling? (maakt voor deze vraag niet uit want vraag betreft
minimum en herhaling slaat op het maximum)
Samenloop? Ja!
Collectief misdrijf: art. 65, eerste lid Sw.
Één straf, nl. die op het zwaarste feit, maakt dat voor dit collectief
misdrijf de straf 6 maanden – 5 jaar gevangenisstraf is.
tweede en derde feit hebben eenheid van opzet, doel en
verwezenlijking: zijn vrouw terugkrijgen.
Meerdaadse samenloop: art. 60 Sw.
Gematigde cumulatie: heeft betrekking op de minimumstraffen dus
voor deze vraag niet van toepassing.
Antwoord
Voor het eerste feit bedraagt de minimumstraf 4 maanden, voor de twee
volgende feiten (die samen een collectief misdrijf uitmaken) bedraagt de
minimumstraf 6 maanden.