Samenvatting kosten-baten analyse 1.2
Doelen:
Kosten indelen naar soort, naar variabel en constant, naar direct en indirect en naar functie.
De begrippen ‘kosten’, ‘kostenstandaarden’ en ‘standaardkosten’ omschrijven.
- De student kan uitleggen waarom “kostenstandaarden” en “standaardkosten” belangrijk zijn
voor het beheersen van de efficiency van bedrijfsprocessen.
Waarom passen organisaties budgettering toe en kan de functie van het budget als allocatie-,
organisatie-, communicatie-, sturings-, plannings-, beheersings- en bekostigingsinstrument
onder woorden brengen.
De student kan uitleggen waarom welke budgetteringsmethode (vast, variabel, gemengd) in
welke situatie de voorkeur verdient.
De student kan uit verstrekte financiële gegevens de relevante kosten en opbrengsten bepalen,
afhankelijk van het doel van de kostencalculatie.
De student kan de standaardkostprijs berekenen met behulp van delingscalculatie, de
opslagmethode en de kostenplaatsenmethode.
De student kan een break even analyse uitvoeren met behulp van de dekkingsbijdrage en kan
vaststellen wat de betekenis van de uitkomst is voor het perioderesultaat.
De student kan een beslissingscalculatie uitvoeren in het geval van make or buy,
assortimentskeuze, productiemethode, incidentele orders, indifferentiepunt en de grensprijs.
De student kan het perioderesultaat berekenen op basis van de integrale kostencalculatie
(absorption costing) en op basis van direct costing en kan de oorzaak van het verschil tussen
beide uitkomsten vaststellen.
De student kan het perioderesultaat berekenen op basis van opbrengsten minus kosten en op
basis van het verkoopresultaat.
De student kan een vast, variabel en gemengd kostenbudget opstellen en kan vaststellen wat de
oorzaak is van het verschil tussen de uitkomsten.
De student kan een statisch (ex-ante) kostenbudget opstellen op basis van standaarden en de
verwachte bezetting.
De student kan een flexibel (ex-post) kostenbudget opstellen.
De student kan een verschillenanalyse uitvoeren en het fabricageresultaat splitsen in
budgetverschillen, bezettingsverschillen, efficiencyverschillen, prijsverschillen en
uitvalresultaten en kan vaststellen wat de gevolgen zijn voor het berekenen van het
perioderesultaat.
Kernbegrippen:
Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Hoofdstuk 13 Hoofdstuk 14
Kosten en uitgaven Standaardkosten Homogene en Budget
Kosten soorten Integrale kostprijs heterogene Functies budget
Kostenstructuur Contributiemarge productie Autorisatie
BEP Make or buy Opslagmethode Masterbudget
Hefboomwerking van beslissingen, Kostenplaatsen Kostenbudget
het kosten structuur indifferentiepunt methode Variabel, vast en gemengd
Bezettingsresultaat budget
Direct costing Voor- en nacalculatie
Incidentele order Ex ante- en ex kost budget
(statische en flexibel
budget)
Verschillenanalyse
Fabricageresultaat
Budgetverschil
Bezettingsverschil
Efficiencyverschil
Prijsverschil
Uitvalresultaat
Onderdeel 1:
, Kosten indelen naar soort, naar variabel en constant, naar direct en indirect en naar functie.
Vaste en variabele kosten:
Totale kosten Kosten per eenheid
Vaste (constant) Blijven gelijk Dalen
kosten
Proportioneel Stijgen Blijven gelijk
variabele kosten
Variabele kosten kunnen worden onderverdeeld:
1. Proportioneel: kosten evenredig naar productie.
Een betere efficiency
2. Degressief: kosten minder sterk naar productie.
3. Progressief: extra kosten bij overwerk.
Een lagere efficiency
Kostensoorten:
1. Kosten van de grond- en hulpstoffen
2. Kosten van de menselijke arbeid
3. Kosten van de duurzame productiemiddelen
4. Kosten van de grond
5. Kosten van de diensten van derden
6. Belastingen
7. Kosten van het vermogen Tabel 1 - Vaste en variabele kosten
Kosten zijn ook nog op een andere manier onder te verdelen,
namelijk op basis van directe en indirecte kosten.
1. Directe kosten: bijzondere kosten van de kostendrager. Dat zijn kosten die duidelijk horen bij een
bepaald product/dienst. Er is een oorzakelijk gevolg tussen de kosten en de kostendrager.
2. Indirecte kosten: er is geen 1-op-1 oorzakelijk verband tussen de kosten en de kostendrager. De
kosten zijn niet direct toewijsbaar aan een kostendrager.
Direct Indirect
Variabel Grondstof Energie
Onderdelen Hulpstoffen
Emballage
Vast Arbeid Arbeid
Afschrijving van een Algemene reclame
speciale machine Afschrijving gebouwen
Reclame voor bepaald Rente
product
Uitgaven en ontvangsten
Balans
Debet Credit
Liquide middelen Eigen vermogen
Liquide middelen Resultatenrekening Lonen = kosten en uitgaven.
Investering = geen kosten, wel
uitgaven.
fDebet Debet Credit Credit Aflossing = geen kosten, wel
Ontvangsten Kosten Opbrengsten Uitgaven uitgaven.
(toename LQ) (afname EV) (toename EV) (afname LQ) Afschrijving = wel kosten, geen
uitgaven.
Hoe bereken je de maandelijkse vaste kosten met weinig gegevens? Hoog-Laag methode
Doelen:
Kosten indelen naar soort, naar variabel en constant, naar direct en indirect en naar functie.
De begrippen ‘kosten’, ‘kostenstandaarden’ en ‘standaardkosten’ omschrijven.
- De student kan uitleggen waarom “kostenstandaarden” en “standaardkosten” belangrijk zijn
voor het beheersen van de efficiency van bedrijfsprocessen.
Waarom passen organisaties budgettering toe en kan de functie van het budget als allocatie-,
organisatie-, communicatie-, sturings-, plannings-, beheersings- en bekostigingsinstrument
onder woorden brengen.
De student kan uitleggen waarom welke budgetteringsmethode (vast, variabel, gemengd) in
welke situatie de voorkeur verdient.
De student kan uit verstrekte financiële gegevens de relevante kosten en opbrengsten bepalen,
afhankelijk van het doel van de kostencalculatie.
De student kan de standaardkostprijs berekenen met behulp van delingscalculatie, de
opslagmethode en de kostenplaatsenmethode.
De student kan een break even analyse uitvoeren met behulp van de dekkingsbijdrage en kan
vaststellen wat de betekenis van de uitkomst is voor het perioderesultaat.
De student kan een beslissingscalculatie uitvoeren in het geval van make or buy,
assortimentskeuze, productiemethode, incidentele orders, indifferentiepunt en de grensprijs.
De student kan het perioderesultaat berekenen op basis van de integrale kostencalculatie
(absorption costing) en op basis van direct costing en kan de oorzaak van het verschil tussen
beide uitkomsten vaststellen.
De student kan het perioderesultaat berekenen op basis van opbrengsten minus kosten en op
basis van het verkoopresultaat.
De student kan een vast, variabel en gemengd kostenbudget opstellen en kan vaststellen wat de
oorzaak is van het verschil tussen de uitkomsten.
De student kan een statisch (ex-ante) kostenbudget opstellen op basis van standaarden en de
verwachte bezetting.
De student kan een flexibel (ex-post) kostenbudget opstellen.
De student kan een verschillenanalyse uitvoeren en het fabricageresultaat splitsen in
budgetverschillen, bezettingsverschillen, efficiencyverschillen, prijsverschillen en
uitvalresultaten en kan vaststellen wat de gevolgen zijn voor het berekenen van het
perioderesultaat.
Kernbegrippen:
Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Hoofdstuk 13 Hoofdstuk 14
Kosten en uitgaven Standaardkosten Homogene en Budget
Kosten soorten Integrale kostprijs heterogene Functies budget
Kostenstructuur Contributiemarge productie Autorisatie
BEP Make or buy Opslagmethode Masterbudget
Hefboomwerking van beslissingen, Kostenplaatsen Kostenbudget
het kosten structuur indifferentiepunt methode Variabel, vast en gemengd
Bezettingsresultaat budget
Direct costing Voor- en nacalculatie
Incidentele order Ex ante- en ex kost budget
(statische en flexibel
budget)
Verschillenanalyse
Fabricageresultaat
Budgetverschil
Bezettingsverschil
Efficiencyverschil
Prijsverschil
Uitvalresultaat
Onderdeel 1:
, Kosten indelen naar soort, naar variabel en constant, naar direct en indirect en naar functie.
Vaste en variabele kosten:
Totale kosten Kosten per eenheid
Vaste (constant) Blijven gelijk Dalen
kosten
Proportioneel Stijgen Blijven gelijk
variabele kosten
Variabele kosten kunnen worden onderverdeeld:
1. Proportioneel: kosten evenredig naar productie.
Een betere efficiency
2. Degressief: kosten minder sterk naar productie.
3. Progressief: extra kosten bij overwerk.
Een lagere efficiency
Kostensoorten:
1. Kosten van de grond- en hulpstoffen
2. Kosten van de menselijke arbeid
3. Kosten van de duurzame productiemiddelen
4. Kosten van de grond
5. Kosten van de diensten van derden
6. Belastingen
7. Kosten van het vermogen Tabel 1 - Vaste en variabele kosten
Kosten zijn ook nog op een andere manier onder te verdelen,
namelijk op basis van directe en indirecte kosten.
1. Directe kosten: bijzondere kosten van de kostendrager. Dat zijn kosten die duidelijk horen bij een
bepaald product/dienst. Er is een oorzakelijk gevolg tussen de kosten en de kostendrager.
2. Indirecte kosten: er is geen 1-op-1 oorzakelijk verband tussen de kosten en de kostendrager. De
kosten zijn niet direct toewijsbaar aan een kostendrager.
Direct Indirect
Variabel Grondstof Energie
Onderdelen Hulpstoffen
Emballage
Vast Arbeid Arbeid
Afschrijving van een Algemene reclame
speciale machine Afschrijving gebouwen
Reclame voor bepaald Rente
product
Uitgaven en ontvangsten
Balans
Debet Credit
Liquide middelen Eigen vermogen
Liquide middelen Resultatenrekening Lonen = kosten en uitgaven.
Investering = geen kosten, wel
uitgaven.
fDebet Debet Credit Credit Aflossing = geen kosten, wel
Ontvangsten Kosten Opbrengsten Uitgaven uitgaven.
(toename LQ) (afname EV) (toename EV) (afname LQ) Afschrijving = wel kosten, geen
uitgaven.
Hoe bereken je de maandelijkse vaste kosten met weinig gegevens? Hoog-Laag methode