100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting filosofie alle tentamenstof

Beoordeling
-
Verkocht
11
Pagina's
30
Geüpload op
30-05-2025
Geschreven in
2024/2025

alle tentamenstof van inleiding filosofie











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
30 mei 2025
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting inleiding in de filosofie
Week 1; kennis en rationaliteit
College 1
Filosofie bestaat uit epistemologie (kennisfilosfie, hoe tot kennis komen), ethiek (wat is
ethisch, moreel, goede en kwade daden), esthetica en metafysica. Logica = de kwaliteit
van argumentatie.
Epistemologie is kennisleer. Weten vs meningen, gedachten en overtuigingen, het is de
verbinding met logica. Epistemologie houdt zich bezig met vragen als: wat is kennis?, wat
kan ik weten? En hoe wordt kennis vergaard? Het gaat ook over: rechtvaardiging,
waarheid en waarneming.
› Procedurele kennis = kunnen  vaardigheid
› Propositionele kennis = kennen  beelden, gedachten, beweringen en
vooronderstellingen
Belief betekend dat er sprake van een gedachte is, true belief = ik heb een gedachte en
ik heb gelijk (de gedachte moet waar zijn) het derde criterium is een justified true belief
(JTB) waarin ik een gedachte heb, gelijk heb en een reden daarvoor heb (geen
‘gelukgelijk’). Is alle kennis nuttig en is true belief nuttiger dan gelukgelijk? Of kennis
intrinsiek waardevol is wordt bepaald door instrumentele vs non instrumentele waarde.
Gettier cases; als een justified true belief toch niet voldoende is. Er is sprake van een JTB
maar geen kennis als iemand een reden heeft om iets te denken maar de reden klopt
niet. Vandaar als gettier oplossing een toevoeging van een 4e criterium; een gedachte
mag niet gebaseerd zijn op foute vooronderstellingen. Dus de nieuwe definitie houdt in
dat je een gedachte moet hebben met een reden daarvoor, je moet gelijk hebben en
geen foute vooronderstelling hebben. Dus door Gettier; alleen een reden hebben is niet
voldoende. Om te weten wanneer redenen goed genoeg zijn moet je nadenken over
rechtvaardiging van kennis en verschillende kennisbronnen.
Rechtvaardiging van kennisaanspraken (justification of beliefs); kennisaanspraken zijn
gedachten die waar willen zijn> die kennis willen zijn. Die moeten beoordeeld worden op
rechtvaardigheid.
Kwaliteit en kwantiteit van redenen;
Voorbeeld: moord op mevrouw X
Meneer X is de dader (belief, kennisaanspraak), want (redenen):
1. Meneer X heeft een motief: levensverzekering van mevrouw X op zijn naam.
2. Meneer X heeft een wapenvergunning: kogels matchen met soort wapen.
3. Meneer X heeft geen alibi. Hij zegt dat hij naar de bioscoop was, maar hij wist niet
meer welke film er draaide.
4. Meneer X heeft een geschiedenis van ruzie en geweld.
5. Meneer X maakt een buitengewoon onsympathieke indruk.
6. Meneer X behoort tot een etnische groep die oververtegenwoordigd is in de
criminaliteitscijfers.
7. Meneer X ontkent, maar een bekende van hem verklaarde dat X hem een keer
toevertrouwde dat hij zijn vrouw wel kon vermoorden, zo ergerniswekkend was ze.
Je hebt twee structuren van de rechtvaardiging namelijk de netwerkstructuur en de
ankerstructuur. Pritchard heeft twee theorieën over wat een goede en voldoende
rechtvaardiging is;
1. Coherentisme: netwerk toereikend.
2. Fundamentisme: netwerk te onzeker, bewijs nodig, dat wil zeggen een
doorslaggevende zichzelf rechtvaardigende reden.
Functionele rationaliteit = gericht op doelmatigheid, werkzaamheid, efficiency.
Epistemische rationaliteit = gericht op kennis, waarheid.
- Deontische epistemische rationaliteit = alleen binnen denkkader.
- Non-deontische epistemische rationaliteit = denkkaders overstijgend.

,Epistemisch internalimse: Deontische epistemische rationaliteit is voldoende
Epistemisch Externalisme: Non-deontische epistemische rationaliteit is de norm.
Virtues and faculties; je hebt epistemic virtues en cognitive faculties



Hoofdstuk 1 enkele voorlopige kenmerken
Propositionele kennis (weten-dat); kennis van propositie, enkel ver ontwikkelde wezens
bezitten deze vorm van kennis (bijv. drie plus twee is vijf, de aarde is plat etc.)
Vaardigheidskennis (weten-hoe); praktische kennis, verschilt van propositionele> uitleg is
geen noodzaak.
Volgens epistemologie (kennisleer) zijn twee voorwaarden die leiden tot ware overtuiging;
waarheid (kennis betekent dat iemand iets juist heeft en het moet dus waar zijn) en
geloof (als iemand iets zegt te hebben geweten, maar het niet geloofde, wordt dit niet als
echte kennis beschouwt).
Kennis vereist zowel dat je iets gelooft als dat het waar is, ook moet het gaan om een
soort succes dat aan de persoon kan worden toegeschreven en niet aan toeval of geluk.
Echte kennis is vergelijkbaar met een vaardigheid, je leert jezelf een overtuiging niet op
toeval aan te nemen, maar te baseren op trouwe gronden. De vraag blijft wat is precies
nodig om ware overtuiging tot kennis te maken?

Hoodstuk 2; waarde van kennis
Omdat kennis alleen mogelijk is wanneer een overtuiging waar is, en ware overtuigingen
ons helpen doelen te bereiken heeft kennis een instrumentele waarde.
Niet-instrumentele waarde betekent waarde omwille van zichzelf.
Kritiek op kennis met instrumentele waarde; een valse overtuiging kan beter zijn om
doelen te bereiken (bijv. jezelf overschatten) en overtuigingen over randzaken (bijv. de
hoeveelheid stenen in een vaas) zijn nauwelijks waardevol, omdat ze nutteloos zijn.
Daarom kunnen we slechts zeggen dat sommige ware overtuigingen instrumentele
waarde hebben. De waarde van kennis wordt dus niet enkel bepaald door het idee dat het
waar is. Als kennis niet waardevoller is dan een ware overtuiging, waarom hechten we er
dan wel meer waarde aan? Vooral omdat kennis stabieler en betrouwbaarder is. Ware
overtuigingen kunnen op basis van geluk zijn en snel veranderen bij twijfel. Kennis is
gebaseerd op betrouwbare gronden en helpt beter om je doel te bereiken. Kennis is dus
instrumenteel waardevoller omdat het de kans vergroot dat je je doelen werkelijk behaalt.
- Plato; grondlegger van het idee dat kennis waardevol is; vergelijkt met extreem
realistische standbeelden van Daedalus. Men zei dat als de standbeelden niet
goed vast zaten, ze weg zouden lopen om hoe realistisch ze zijn.
Zijn vergelijken was ware overtuigingen als een losstaand beeld dat makkelijk ‘wegloopt’
en kennis als vastgemaakt stabiel standbeeld. Kennis is stabieler en betrouwbaarder en
ware overtuiging kan zo ondermijnd worden door tegenstrijdige informatie.
Sommige vormen van kennis, zoals wijsheid kunnen een niet-instrumentele waarde
hebben. Ze zijn waardevol, zelfs als ze geen positief effect op iemands leven hebben. Bijv.
een wijs persoon die veel pech heeft is nog steeds beter af met wijsheid. Het veranderd
de tegenspoed niet maar is op zichzelf goed.

Hoofdstuk 3; definiëren van kennis
De problematiek rond definiëren van kennis = probleem van het criterium. Om te weten
wat kennis is, moeten we weten wat de criteria daarvoor zijn maar om deze te kennen
moeten we voorbeelden van kennis herkennen.
- Roderick Chisholm onderscheidde twee benaderingen;
Methodisme; vaststellen van criteria van kennis en kijken of we aan die criteria voldoen;
Descartes had deze benadering. Voordeel is dat het scepticisme als reële mogelijkheid

, houdt (zorg dat we misschien vrijwel niets weten). Een nadeel is dat het onduidelijk is hoe
je criteria kunt bepalen zonder voorbeelden van kennis.
Particularisme; beginnen met aannemen dat we sommige voorbeelden van kennis kunnen
herkennen en gebruiken om de criteria voor kennis af te leiden (benadering van Chisholm
zelf.)
Veel epistemologen kiezen particularisme omdat het aannemen dat we sommige gevallen
van kennis correct kunnen herkennen minder vergezocht lijkt dan het zelfstandig
vaststellen van criteria zonder voorbeelden. Sceptici hebben hier moeite mee omdat het
veronderstelt dat we kennis hebben terwijl dat juist bewezen moet worden. Het probleem
van criterium zou minder urgent zijn als de criteria voor kennis al duidelijk waren. Dat is
het methodistische idee, dat we criteria door reflectie kunnen bepalen, minder
ongeloofwaardig zijn. Maar reflectie laat zien dat zulke criteria niet vanzelfsprekend zijn.
Naast ware overtuiging is rechtvaardiging (justificatie) nodig; goede redenen om te
geloven dat iets waar is. Dit heet klassieke (tripartite) opvatting van kennis> kennis is
een gerechtvaardigde ware overtuiging.
- Edmund Gettier; al deze voorwaarden betekend niet echte kennis, toeval kan een
rol spelen.
Gettier-cases; gettier toonde aan dat de definitie van kennis niet klopt> voorbeelden van
situaties waarin je voldoet aan een gerechtvaardigde ware overtuiging, zonder echte
kennis. Daarom zoeken filosofen een betere definitie om toeval uit te sluiten.
Als we ‘veronderstelling’ te breed opvatten verliezen we ook kennis die we wel hebben,
als we het te nauw opvatten, wordt het onduidelijk waarom de een wel en de ander geen
kennis zou hebben. Moderne theorieën proberen daarom te laten zien dat een ware,
gerechtvaardigde overtuiging alleen telt als de kennis op de juiste manier tot stand komt
in interactie met de wereld. Dat betekend; niet alleen is de overtuiging waar, maar de
manier waarop die gevormd is, is ook betrouwbaar of passend.

Hoofdstuk 4; de structuur van kennis
Rechtvaardiging wordt dus nodig geacht voor kennis, hoewel het niet voldoende is. Ook is
de definitie van rechtvaardiging moeilijk, omdat er geen solide ondersteuning of
grondslagen voor nodig zijn. Hierdoor ontstaan twee problemen;
- Eindeloze regressie; wanneer we proberen een overtuiging te rechtvaardigen door
andere aan te halen (bijv. gebaseerd op wetenschappelijke artikelen) ontstaat er
een keten van rechtvaardigingen die telkens nieuwe ondersteuning nodig hebben.
Dit leidt tot een eindeloze regressie, waarbij we nooit een definitieve basis vinden.
- Cirkelredernering; als de rechtvaardiging van een overtuiging uiteindelijk naar
zichzelf terugverwijst. Dit biedt geen echte rechtvaardiging omdat de reden
hetzelfde blijft zonder externe ondersteuning.
Agrippa’s trilemma; probleem in de filosofie over rechtvaardigen van overtuigingen
waarbij er drie onprettige opties zijn; overtuigingen zijn onbewezen, ze worden
ondersteund door een oneindige keten van rechtvaardigingen of ze worden ondersteund
door een cirkelredenering (ondersteunende grond komt vaker voor). Ze lijken alle drie te
impliceren dat we onze oorspronkelijke overtuiging niet echt kunnen rechtvaardigen. Het
trilemma dwingt ons om te kiezen tussen drie onwenselijken, wat ons helpt te focussen
op manier om kennis te structureren en het trilemma te vermijden.
De drie mogelijke reacties op agrippa’s trilemma zijn;
Infinitisme; accepteert optie 2 van het trilemma; dat een oneindige keten van
rechtvaardigheid een overtuiging kan ondersteunen. Deze visie is minder populair en
weinig overtuigend omdat het idee van een oneindige keten moeilijk voorstelbaar is als
iets dat echt kan rechtvaardigen. Toch zijn er filosofen die infinitisme verdedigen en
stellen dat er geen sluitende reden is om aan te nemen dat een oneindige keten niet zou
kunnen rechtvaardigen, het is vooral onze intuïtie die het idee onlogisch maakt.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
yckamphuis Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
54
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
7
Laatst verkocht
1 week geleden

3,2

6 beoordelingen

5
0
4
1
3
5
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen