GEZINSONDERSTEUNING
HOOFDSTUK 1 – INLEIDING: EEN BEELD VAN EEN KIND
1.1 ALGEMENE KRIJTLIJNEN
Actualiteit: ‘pedagogische kwesties’
➔ Maatschappelijke en politieke debat staat bol van pedagogische kwesties: nieuwsberichten die tal van
pedagogische vragen of zorgen bevatten
PEDAGOGIEK VERSUS PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN
• Pedagogiek: wetenschappelijke studie van opvoeding, onderwijs en vorming (= traditionele
omschrijving)
• Pedagogische wetenschappen verwijst naar:
o Meerdere sub-disciplines
o Meerdere pedagogische kaders
o Meerdere onderzoeksmethodes
➔ Pedagogiek: kwestie op zicht
➔ Nu dus eerder pedagogische wetenschappen
TWEE WETENSCHAPSBENADERINGEN
Evidence Based pedagogiek:
• ‘Wat werkt?
• Meten is weten: handvaten voor de praktijk
• Voorschrijvend
• Gestimuleerd door 2 tendensen
o Risico reducerend denken
o Individualiserend denken
➔ Valkuilen: schuld bij individu
➔ IELS (test 5-jarigen +- PISA): nooit neutraal, stukje van zeer complexe werkelijkheid
Fundamentele pedagogiek
• ‘Wat bedoelen we met ‘werken’?’
• Trage fundamentele vraagstukken -> pedagogische keuzes zijn gekleurd en dus normatief of
waardegeladen
• Beschrijvend
• Normatief en ethisch: waarden en normen van de samenleving in vraag stellen (= onderliggende
ideologische kwesties).
➔ Handboek valt onder deze stroming
STELLINGEN
Stelling 1: Pedagogiek gaat vooral over kinderen en hun (al dan niet problematische) ontwikkeling
1
, ➔ Fout: Het gaat over kinderen en jongeren, maar ook over volwassenen die willen helpen bij de
opvoeding en over de onderlinge pedagogische relatie. Het gaat over alle leeftijden
Stelling 2: Het belangrijkste aan opvoeding is het stimuleren van alle ontwikkelingsdomeinen of bijdragen aan
een goede hersenontwikkeling.
➔ Fout: Opvoeden gaat over veel meer. In de pedagogische relatie wordt ‘de wereld’ binnengebracht.
DE WERELD IS PEDAGOGIEK EN PEDAGOGIEK IS DE WERELD
• Opvoeden is meer dan stimuleren van hersenontwikkeling of andere ontwikkelingsdomeinen.
• We moeten aan kinderen de wereld uitleggen en initiëren zodat ze
o De wereld verderzetten
o Maar ook de wereld vernieuwen
• In die zin vindt opvoeden plaats tussen generaties.
WAT IS VOLGENS JOU HEEL EIGEN AAN KINDEREN EN KIND -ZIJN?
• Vandaag: kinderen als aparte categorie en te onderscheiden van volwassenen
• Fysiek en cognitief veel verschillen
➔ We schrijven een aantal kenmerken toe aan kinderen en de kindertijd -> vertelt veel over hoe we als
samenleving naar kinderen en jongeren kijken en welke kindertijd wenselijk is
ONTDEKKING VAN HET CONCEPT ‘KIND’
Kind is een aparte categorie
• In de oudheid: kind krijgt aandacht
• Tot laat in de Middeleeuwen: kind afgebeeld als onaf of mini-volwassene
• 18de eeuw/Renaissance met o.m. Rousseau: de ziel van het kind
o Kind moest groeien zonder bemoeienis van ouderen
o Kind mag geen afhankelijkheid van andere mensen ervaren
o Meer affectieve benadering -> kinderen in hoge sociale klassen krijgen onderwijs
• Geïndustrialiseerde samenleving: kind is kwetsbaar en moet beschermd worden
o Ook kinderen in lagere sociale klassen krijgen dezelfde plek
o Grote sociale onrust
o Vrouwen- en kinderarbeid werd gereglementeerd
• 1960 tot vandaag: jeugdland, grootbrengen door kleinhouden (L. Dasberg)
o Aparte dingen voor kinderen bv. kinderkleding, kinderspeelgoed, …
o Geïsoleerde wereld, waarbij buitenwereld wordt weggehouden van het kind
➔ Kinderen altijd deel van de maatschappij, maar ‘wat is een kind’ en ‘wat is de plaats van een kind in de
samenleving’ is doorheen de geschiedenis verandert
Uit zich in verschillende contexten
• Juridisch: minderjarig versus meerderjarig
• Sociologisch: afhankelijk versus onafhankelijk
• Ontwikkelingspsychologie: jongvolwassene versus volwassene, uitgerekte kindertijd
2
, • Niet enkel gebaseerd op biologische kenmerken.
• De kindertijd is een sociaal geconstrueerde periode
o Verschil in landen leeftijd alcohol, leeftijd rijbewijs, leeftijd stemrecht, recht op euthanasie, …
• Is gebaseerd op de maatschappelijke context van dat moment (religie, politiek en filosofie)
➔ ‘Kind’: betekenis ligt niet vast
1.2 KINDBEELDEN (6)
➔ Volgen elkaar niet per se op, maar lopen door elkaar
1. Het voorspelbare kind
o Het kind is voorspelbaar in zijn ontwikkeling
o De volwassene houdt de ontwikkeling in de hand door vroegtijdige opsporing, diagnose en
classificatie. In die zin is het kind ‘maakbaar’
2. Het kind als burger
o Het kind is een burger met rechten en plichten
o De volwassene beschouwt het kind alsnog-niet-burger en voedt het op tot burgerschap
3. Het witte kind
o Het kind is wit, niet meertalig en heeft christelijke tradities
o De volwassene houdt geen rekening met diversiteit en structurele discriminatie
4. Het kind als risico
o Het kind loopt gevaar of is zelf een gevaar voor de maatschappij
o De volwassene beschermt het kind tegen de gevaren van de samenleving en omgekeerd
5. Het kind als held
o Het kind is weerbaar, inventief, flexibel, onconventioneel en vrij
o De volwassene waardeert het kind voor zijn potentieel in het hier en nu. Hij is vooral
toeschouwer en biedt enkel hulp waar nodig
6. Het kind als kapitaal
o Het kind is een investering in de toekomst. Het is menselijk kapitaal dat rendeert
o De volwassene heeft de verantwoordelijkheid om dit kapitaal te koesteren
HOE ONTSTAAN DIE KINDBEELDEN?
• Ze zijn een weerspiegeling van de maatschappij
• Wanneer de maatschappij verandert, veranderen ook de kindbeelden.
• De kindbeelden hebben een ideologische basis. Ze zijn een weerspiegeling van de opvattingen in de
maatschappij:
o Religieuze opvattingen
o Politieke opvattingen
o Filosofische opvattingen
HOE WIJZIGEN DE KINDBEELDEN DOORHEEN DE TIJD?
• De kindbeelden wijzigen niet plots maar vullen elkaar aan.
• Verschillende kindbeelden kunnen naast elkaar staan in één periode.
KINDBEELDEN HEBBEN INVLOED OP
• Hoe het kind naar zichzelf kijkt.
• De verwachtingen van ouders en leerkrachten.
• De relatie tussen kind en opvoeder en de manier van handelen.
3