Basis van bedrijfseconomie voor non-financials
Hoofdstuk 12: Kostenverbijzondering
12.1 Indirecte kosten
Om de kostprijs van een dienst of product te berekenen moet je alle kosten die je maakt
voor de productie en verkoop van die dienst of product berekenen; als een onderneming
slechts één homogene dienst of product levert is de relatie tussen de gemaakte kosten en
de dienst of product eenvoudig
- als een onderneming meer dan één dienst of product levert (dit komt bijna altijd voor)
moeten de kosten ook over de verschillende diensten/producten worden verdeeld
- de kosten moeten daarbij worden toegerekend aan de dienst of het product
dat deze kosten veroorzaakt; de indeling in directe en indirecte kosten is
hierbij van belang
- directe kosten zijn kosten die een aantoonbare oorzaak-gevolg
relatie hebben met een specifiek of een specifieke dienst
- indirecte kosten moeten in de kostprijs van een product worden
opgenomen; deze kosten kunnen op verschillende manieren worden
doorberekend (verbijzonderd)
- bijvoorbeeld: in een winkelbedrijf komen directe kosten voor bij
de inkoopprijs van de producten, de indirecte kosten zijn
bijvoorbeeld de huur van het winkelpand
- omdat het zoveel werk is om de werkelijke kostprijs per
product te berekenen, hanteert de winkelier een
brutowinstmarge die bovenop de inkoopprijs wordt
gelegd bij de bepaling van de verkoopprijs; de
brutowinstmarge dient in dit geval eerst ter dekking van
alle overige kosten en het meerdere vormt winst
Bij het berekenen van de kostprijs worden drie methodes onderscheiden:
- Primitieve (enkelvoudig) opslagmethode
- Verfijnde (meervoudige) opslagmethode
- Activity Based Costing (ABC-methode)
- Kostenplaatsmethode
Bij de primitieve (enkelvoudig) opslagmethode worden eerst de verwachte totale direct
kosten en de verwachte totale indirecte kosten bepaald; vervolgens wordt een
opslagpercentage berekend door de indirecte kosten uit te drukken in een percentage van
de directe kosten
- de integrale kostprijs per dienst of product wordt berekend in twee stappen:
- eerst worden de directe kosten per eenheid berekend en daarna worden deze
kosten verhoogd met het berekende opslagpercentage, bijvoorbeeld:
Ook
dienstverlenende
Ondernemingen
Hoofdstuk 12: Kostenverbijzondering
12.1 Indirecte kosten
Om de kostprijs van een dienst of product te berekenen moet je alle kosten die je maakt
voor de productie en verkoop van die dienst of product berekenen; als een onderneming
slechts één homogene dienst of product levert is de relatie tussen de gemaakte kosten en
de dienst of product eenvoudig
- als een onderneming meer dan één dienst of product levert (dit komt bijna altijd voor)
moeten de kosten ook over de verschillende diensten/producten worden verdeeld
- de kosten moeten daarbij worden toegerekend aan de dienst of het product
dat deze kosten veroorzaakt; de indeling in directe en indirecte kosten is
hierbij van belang
- directe kosten zijn kosten die een aantoonbare oorzaak-gevolg
relatie hebben met een specifiek of een specifieke dienst
- indirecte kosten moeten in de kostprijs van een product worden
opgenomen; deze kosten kunnen op verschillende manieren worden
doorberekend (verbijzonderd)
- bijvoorbeeld: in een winkelbedrijf komen directe kosten voor bij
de inkoopprijs van de producten, de indirecte kosten zijn
bijvoorbeeld de huur van het winkelpand
- omdat het zoveel werk is om de werkelijke kostprijs per
product te berekenen, hanteert de winkelier een
brutowinstmarge die bovenop de inkoopprijs wordt
gelegd bij de bepaling van de verkoopprijs; de
brutowinstmarge dient in dit geval eerst ter dekking van
alle overige kosten en het meerdere vormt winst
Bij het berekenen van de kostprijs worden drie methodes onderscheiden:
- Primitieve (enkelvoudig) opslagmethode
- Verfijnde (meervoudige) opslagmethode
- Activity Based Costing (ABC-methode)
- Kostenplaatsmethode
Bij de primitieve (enkelvoudig) opslagmethode worden eerst de verwachte totale direct
kosten en de verwachte totale indirecte kosten bepaald; vervolgens wordt een
opslagpercentage berekend door de indirecte kosten uit te drukken in een percentage van
de directe kosten
- de integrale kostprijs per dienst of product wordt berekend in twee stappen:
- eerst worden de directe kosten per eenheid berekend en daarna worden deze
kosten verhoogd met het berekende opslagpercentage, bijvoorbeeld:
Ook
dienstverlenende
Ondernemingen