Samenvatting Bedrijfseconomie voor de
manager van Joost Bakker & Theo van
Houten
Bedrijfseconomie
voor de manager
mei / juni 2012
,Bedrijfseconomie voor de manager
1
, Bedrijfseconomie voor de manager
Indeling:
Inleiding - Helicopterview
Hoofdstuk 1 - Rol van bedrijfseconomie voor de manager
Hoofdstuk 2 - Werking van de 3 financiële overzichten
Hoofdstuk 3 - Beoordeling van een investeringsvoorstel
Hoofdstuk 4 - Keuze van een vermogensvorm
Hoofdstuk 5 - Beoordeling van de financiële gezondheid van een organisatie
Hoofdstuk 6 - Indeling van kosten en break-evenanalyse
Hoofdstuk 7 - Bepaling van een integrale kostprijs
Hoofdstuk 8 - Besturing van een organisatie: planning
Hoofdstuk 9 - Besturing van een organisatie: control
Hoofdstuk 10 - Ondersteuning van besluitvorming
2
,Bedrijfseconomie voor de manager
3
, Bedrijfseconomie voor de manager
Inleiding : helicopterview
Belangrijke financiële begrippen (7):
1. Omzet = Opbrengsten
2. Kosten
3. Ontvangsten
4. Uitgaven
5. Bezittingen
6. Schulden
7. Eigen vermogen
Belangrijke financiële overzichten (3):
1. Resultatenrekening
2. Kasstroomoverzicht & liquiditeitsbegroting
3. Balans
Omzet = Opbrengsten; wat is omzet?
- Order, bestelling, contract +
- Levering (+ facturatie)
De betaling van de klant is voor het begrip omzet niet van belang!
Omzet = prijs x hoeveelheid
Bedragen in euro’s, we drukken de omzet uit in geld, maar het is geen geld, het is geen
cashflow!
Omzet vind je in een grootboekrekening, het is alleen een boekhoudkundig begrip.
Omzet is een non-cashflowbegrip.
Kosten; wat zijn kosten?
Kosten zijn geen uitgaven, het is geen synoniem (bv. afschrijvingskosten), een deel van de kosten zijn
wel uitgaven. Productiemiddelen zorgen voor kosten. Productiemiddelen zijn gebouwen, machines,
personeel, etc.
Kosten : de in geld uitgedrukt waarde (2) van opgeofferde (1) productiemiddelen
1) = gebruik
Kosten ontstaan alleen maar door het gebruik van productiemiddelen.
Aanschaf = is een investering en is een uitgave. Een investering is geen kostenpost.
De betaalstroom is voor het begrip kosten niet van toepassing.
De post crediteuren op de balans is inclusief B.T.W., dit geldt ook voor de post debiteuren. Alle
andere balansposten zijn exclusief B.T.W.
Betaling eventuele kosten factuur niet relevant
Kosten = geen cashflow begrip
Kosten worden uitgedrukt in geld, maar het is geen cashgeld
4
manager van Joost Bakker & Theo van
Houten
Bedrijfseconomie
voor de manager
mei / juni 2012
,Bedrijfseconomie voor de manager
1
, Bedrijfseconomie voor de manager
Indeling:
Inleiding - Helicopterview
Hoofdstuk 1 - Rol van bedrijfseconomie voor de manager
Hoofdstuk 2 - Werking van de 3 financiële overzichten
Hoofdstuk 3 - Beoordeling van een investeringsvoorstel
Hoofdstuk 4 - Keuze van een vermogensvorm
Hoofdstuk 5 - Beoordeling van de financiële gezondheid van een organisatie
Hoofdstuk 6 - Indeling van kosten en break-evenanalyse
Hoofdstuk 7 - Bepaling van een integrale kostprijs
Hoofdstuk 8 - Besturing van een organisatie: planning
Hoofdstuk 9 - Besturing van een organisatie: control
Hoofdstuk 10 - Ondersteuning van besluitvorming
2
,Bedrijfseconomie voor de manager
3
, Bedrijfseconomie voor de manager
Inleiding : helicopterview
Belangrijke financiële begrippen (7):
1. Omzet = Opbrengsten
2. Kosten
3. Ontvangsten
4. Uitgaven
5. Bezittingen
6. Schulden
7. Eigen vermogen
Belangrijke financiële overzichten (3):
1. Resultatenrekening
2. Kasstroomoverzicht & liquiditeitsbegroting
3. Balans
Omzet = Opbrengsten; wat is omzet?
- Order, bestelling, contract +
- Levering (+ facturatie)
De betaling van de klant is voor het begrip omzet niet van belang!
Omzet = prijs x hoeveelheid
Bedragen in euro’s, we drukken de omzet uit in geld, maar het is geen geld, het is geen
cashflow!
Omzet vind je in een grootboekrekening, het is alleen een boekhoudkundig begrip.
Omzet is een non-cashflowbegrip.
Kosten; wat zijn kosten?
Kosten zijn geen uitgaven, het is geen synoniem (bv. afschrijvingskosten), een deel van de kosten zijn
wel uitgaven. Productiemiddelen zorgen voor kosten. Productiemiddelen zijn gebouwen, machines,
personeel, etc.
Kosten : de in geld uitgedrukt waarde (2) van opgeofferde (1) productiemiddelen
1) = gebruik
Kosten ontstaan alleen maar door het gebruik van productiemiddelen.
Aanschaf = is een investering en is een uitgave. Een investering is geen kostenpost.
De betaalstroom is voor het begrip kosten niet van toepassing.
De post crediteuren op de balans is inclusief B.T.W., dit geldt ook voor de post debiteuren. Alle
andere balansposten zijn exclusief B.T.W.
Betaling eventuele kosten factuur niet relevant
Kosten = geen cashflow begrip
Kosten worden uitgedrukt in geld, maar het is geen cashgeld
4