Sociaal Recht werkgroepopdrachten
Week 1: Kwalificatie, flexibiliteit en loon
Casus 1
PostNL maakt voor de pakketbezorging gebruik van de diensten van zogenoemd zelfstandige
pakketbezorgers. PostNL heeft daartoe op 1 mei 2018 met Marianne een overeenkomst gesloten,
met als titel: vervoersovereenkomst. Voorwaarde van het aangaan van deze vervoersovereenkomst
is dat Marianne een Kamer van Koophandel-inschrijving en een BTW-nummer heeft. Bij het aangaan
van de overeenkomst diende zij verder aan te tonen over een geldig rijbewijs te beschikken en moest
zij een Verklaring omtrent het Gedrag overleggen. Verder dient Marianne voor het verrichten van
haar werkzaamheden gebruik te maken van een eigen, witte bus, met daarop het logo van PostNL.
Marianne wordt per succesvolle stop betaald. Zij wordt maandelijks per factuur betaald. Haar bruto
maandinkomsten bedragen gemiddeld 3300,- euro.
In schriftelijke werkinstructies geeft PostNL onder meer aan op welke wijze de pakjes bezorgd dienen
te worden. Controle op de naleving van de instructies vindt plaats via ‘straatcontroles’. Bij deze
straatcontroles wordt ook gecontroleerd of Marianne pakketten voor andere opdrachtgevers
bezorgt, hetgeen voor PostNL aanleiding vormt de vervoersovereenkomst met onmiddellijke ingang
op te zeggen. In de vervoersovereenkomst is verder de volgende bepaling opgenomen:
‘Indien de Vervoerder om wat voor reden dan ook de Vervoersopdrachten niet kan verrichten, is de
Vervoerder verplicht om zelf voor vervanging zorg te dragen. Vervoerder is derhalve niet verplicht
om
de werkzaamheden zelf uit te voeren. Voor de op deze wijze geregelde vervanger van Vervoerder
gelden dezelfde voorwaarden zoals die van toepassing zijn op Vervoerder. (...)
Indien de Vervoerder op structurele basis een vervangende vervoerder zoekt voor de uitvoering van
de Vervoersopdrachten, zal PostNL met deze vervangende vervoerder een separate
vervoersovereenkomst sluiten.’
Marianne verricht haar werk als pakketbezorger meestal zelf. Alleen in geval van ziekte of tijdens
vakanties vraagt zij een van haar zelfstandige collega’s bij PostNL het werk over te nemen. In geval
van vervanging, dient zij PostNL van te voren op de hoogte te stellen wie het werk van haar
overneemt.
a. Is in het onderhavige geval sprake van een arbeidsovereenkomst tussen Marianne en
PostNL? Geef hierbij uitdrukkelijk aan welke feiten en omstandigheden indicaties
opleveren voor een arbeidsovereenkomst en welke feiten en omstandigheden indicatief
zijn tegen de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst.
- I: Is in onderhavige geval sprake van een arbeidsovereenkomst tussen Marianne en PostNL?
- R: Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van al dan niet een
arbeidsovereenkomst, moet gekeken worden naar HR Deliveroo, ro. 3.2.5, HR X/Gemeente
Amsterdam, ro. 3.2.2 en art. 7:610 BW. De vereisten van een arbeidsovereenkomst zijn: 1) in
dienst van de andere partij, 2) loon en 3) persoonlijk arbeid verrichten. De Hoge Raad
oordeelde in X/Gemeente Amsterdam dat de bedoeling van partijen slechts van belang is
voor het vaststellen van de inhoud van de overeenkomst, niet voor de kwalificatie. Ook moet
worden gekeken naar de gezichtspuntencatalogus van HR Deliveroo.
- A:
, Ad 1: De werkgever verbindt zich om loon te betalen. In casu verbindt PostNL zich in de
overeenkomst om Marianne om maandelijks per factuur 3300 euro te betalen. Dit is de
tegenprestatie die Marianne ontvangt voor het bezorgen van de pakketten. Derhalve is
voldaan aan het vereiste van loon. Het is niet van belang hoe partijen de overeenkomst zelf
hebben benoemd.
Ad 2: Er is ook sprake van persoonlijk arbeid; Marianne is nadrukkelijk verplicht om zelf de
pakketten te bezorgen behoudens enkele uitzonderingen. Zij mag zich wel laten vervangen,
maar hier zijn eisen aan gesteld. Zij heeft niet een ruime vrijheid om zichzelf te laten
vervangen. De Hoge Raad geeft aan dat als de vervangingsregel geclausuleerd is, dat er
sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Ad 3: Er wordt ook voldaan aan het vereiste in dienst van de werknemer. PostNL geeft
Marianne aanwijzingen, zoals dat Marianne een Kamer van Koophandel-inschrijving en een
BTW-nummer heeft. Bij het aangaan van de vervoerovereenkomst diende zij verder aan te
tonen over een geldig rijbewijs te beschikken en moest zij een Verklaring omtrent het Gedrag
overleggen. Verder dient Marianne voor het verrichten van haar werkzaamheden gebruik te
maken van een eigen, witte bus, met daarop het logo van PostNL. Ook geeft PostNL onder
meer aan op welke wijze de pakjes bezorgd dienen te worden. Er kan worden gekeken naar
de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze waarop de werkzaamheden en de
werktijden worden bepaald, het al dan niet bestaan van een verplichting het werk
persoonlijk uit te voerenn en de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze
wordt uitgekeerd. Dit impliceert dat sprake is van een instructiebevoegdheid. Er is dus sprake
van een gezagsverhouding.
- C: Concluderend kan betoogd worden dat in het onderhavige geval sprake is van een
arbeidsovereenkomst.
Extra opmerking: casus 1 ziet op het leerstuk kwalificatie en rechtsvermoeden aard van de
overeenkomst. Ook bij een overeenkomst van opdracht kunnen de drie criteria aanwezig zijn zoals
bedoeld in art. 7:610 BW.
Casus 2
Louis werkt per 1 maart 2023 in de vorm van een nulurencontract in de bediening bij grand cafe
Living
op de VU-campus in Amsterdam. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van een jaar
tegen een loon van 17 euro per uur.
Tijdens de eerste week van maart 2023 heeft Louis in totaal 14 uur gewerkt. Op maandag werkte hij
vier uur, op donderdag werkte hij acht uur en op vrijdag werkte hij twee uur.
a. Voor hoeveel uren heeft Louis gedurende de eerste week van maart 2023 recht op loon?
- I: Voor hoeveel uren heeft Louis gedurende de eerste week van maart 2023 recht op loon?
- R: Het juridisch kader is art. 7:628a lid 1 en 9 BW. In dit artikel is bepaald dat sprake is van
een minimumloonafspraak van 3 uur per oproep indien 1) een arbeidsomvang van minder
dan 15 uur per week is overeengekomen en de tijdstippen waarop arbeid moet worden
verricht zijn niet vastgelegd, of sprake is van een oproepovereenkomst in de zin van art.
7:628a lid 9 BW. Een oproepovereenkomst (art. 7:628a lid 9 BW) is waarbij 1) de omvang van
de arbeid niet is vastgesteld als een aantal uren per tijdseenheid, of 2) sprake is van een
geldig loonuitsluitingsbeding als bedoeld in art. 7:628 lid 5 of lid 7, of art. 7:691 BW.
- A:
Ad 1: In beginsel heeft Louis recht op loon op alle uren waarin Louis arbeid heeft verricht.
Ad 2: Echter, in casu is sprake van een arbeidsomvang van minder dan 15 uur per week is
overeengekomen en de tijdstippen waarop arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd.
Ook is sprake van een oproepovereenkomst, omdat Louis een nulurencontract heeft.
, Derhalve moet Louis voor elke werkdag minimaal 3 uur betaald worden, ondanks dat hij
minder dan 3 uur werkt. Uit de casus blijkt dat Louis op vrijdag twee uur gewerkt heeft, en
daarom moet hij voor minimaal 3 uur uitbetaald worden.
- C: Concluderend kan betoogd worden dat Louis recht heeft op 15 uur loon.
Vervolg.
In de maanden april, mei en juni 2023 heeft Louis gemiddeld 35 uur per week gewerkt. Met
ingang van 1 juli 2023 krijgt Louis echter minder werk. In het voorjaar is het altijd extra druk in het
grand cafe, maar in de zomermaanden zijn er veel minder studenten en medewerkers op de campus,
meent grand cafe Living.
Stel, Louis wendt zich op 1 juli 2023 tot u.
b. Adviseer Louis over de mogelijkheden die hij heeft om in rechte af te dwingen om voor 35
uur per week werk te krijgen, dan wel loonaanspraken voor 35 uur per week. Geef ook aan
wat zijn kansen op succes zijn.
- I: Maakt Louis kans om in rechte 35 uur per week werk te krijgen dan wel loonaanspraken
voor 35 uur per week?
- R: Het juridisch kader is art. 7:628 lid 1 jo. 7:610b BW.
- A:
Ad 1: Louis is een oproepkracht met een nul-urencontract. Er is immers geen arbeid
bedongen. Er bestaan echter hierop wel uitzonderingen, vanwege wezen voor schijn.
Ad 2: De uitzondering is opgenomen art. 7:610b BW. Louis heeft in de afgelopen 3 maanden
gemiddeld 35 uur per week gewerkt, waardoor er wordt vermoed dat er daarna ook sprake
was van een gemiddelde omvang van arbeid als de afgelopen vier maanden. Dit is echter een
vermoeden. Het Grand Café is in het voorjaar veel drukker dan in de zomermaanden,
vanwege de zomervakantie. Het is niet aannemelijk dat Louis stilzwijgend een contract
aangaat voor 35 uur per week. Dit is logisch verklaarbaar.
- C: Concluderend kan betoogd worden dat dit vermoeden weerlegd kan worden.
Vervolg casus.
Stel, Louis wordt in de periode tussen 1 maart 2023 tot en met 15 maart 2024 gemiddeld 32 uur per
week opgeroepen, met uitzondering van de maanden juli en augustus 2023 waarin hij gemiddeld 12
uur per week werkt.
c. Adviseer grand Cafe Living over de mogelijke verplichtingen die vanaf 1 april 2024 op haar
zullen rusten en wat de consequenties zijn wanneer Living deze verplichtingen niet nakomt.
- I: Wat zijn de mogelijke verplichtingen die vanaf 1 april 2024 op grand Cafe Living zullen
rusten en de consequenties?
- R: Het juridisch kader is art. 7:628a lid 8 en 7:628a lid 5 BW.
- A:
Ad 1: Er is sprake van een oproepovereenkomst, omdat een nul-urencontract is
overeengekomen.
Ad 2: Indien sprake is van een oproepovereenkomst, doet de werkgever steeds als de
arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd, binnen een maand schriftelijk of
elektronisch een aanbod voor een vaste arbeidsomvang, die ten minste gelijk is aan de
gemiddelde omvang van de arbeid in die voorafgaande periode van 12 maanden. Dit wordt
het vastklikmoment genoemd. Louis heeft 11 maanden gemiddeld 32 uur per week gewerkt
en 2 maanden gemiddeld 12 uur per week gewerkt. Er zou dus uiterlijk 1 april 2024 een
gemiddelde van 28 uur per week aangeboden kunnen worden.
, - C: Indien grand Café Living dit niet doet, heeft Louis recht op loon over de arbeidsomvang die
hierboven is genoemd (art. 7:628a lid 8 BW).
Vervolg casus.
Brian werkt bij kunstmestproductiebedrijf Yara in Den Helder. Yara geeft in november 2023 aan dat
de werkzaamheden verlieslijdend zijn geworden. De mondiale kunstmestproductie stagneert in
verband met de hoge gasprijzen, ook bij Yara. Daardoor is er nauwelijks meer werk.
Om competitief te blijven en de teruglopende financiën te keren is met toestemming van de
ondernemingsraad een beslissing tot reorganisatie binnen Yara genomen. Deze reorganisatie behelst
dat er op korte termijn minder personeel nodig is.
Een deel van het personeel, waaronder Brian, mag blijven, maar niet zonder de nodige aanpassingen
in de overeengekomen werkzaamheden. Brian ziet die aanpassingen niet zitten. Brian, die alleen
dagdiensten van maandag t/m vrijdag werkt, moet nu ineens ook avond- en nachtdiensten werken
en bovendien twee keer per maand zaterdag en zondag komen werken. Daardoor komt hij in de knel
met zijn andere baan als junior sommelier in sterrenrestaurant Huisduinen, waar hij op donderdagen
en op zaterdag werkt. Naast deze baan volgt Brian op vrijdagavond een opleiding als professioneel
sommelier bij de academie voor gastronomie. Indien hij deze opleiding in september 2024 weet af te
ronden, zal Brian worden bevorderd naar een functie als ‘maitre sommelier’ bij Huisduinen.
In de arbeidsovereenkomst die Brian met Yara heeft gesloten is bepaald dat zijn werkdagen maandag
t/m vrijdag zullen zijn en dat hij enkel ochtend- en middagdiensten zal werken. Over een mogelijke
wijziging daarvan is niets opgenomen.
d. Kan van Brian worden verwacht dat hij voortaan ook avond- en nachtdiensten moet draaien
en in het weekend moet werken?
- I: Kan van Brian worden verwacht dat hij voortaan ook avond- en nachtdiensten moet
draaien
en in het weekend moet werken?
- R: Het juridisch kader is art. 7:660 BW. De werknemer is verplicht zich te houden aan de
voorschriften omtrent het verrichten van de arbeid. De instructiebevoegdheid kan echter wel
begrensd aan de overeenkomst. Om de arbeidsvoorwaarden eenzijdig te kunnen wijzigen
dient op grond van art. 7:613 BW een dergelijk beding in ieder geval schriftelijk te zijn
overeengekomen. Deze bevoegdheid moet in de arbeidsovereenkomst zijn vastgesteld. Ook
moet worden gekeken naar HR Stoof/Mammoet. De werknemer moet redelijke instructies
van de werkgever opvolgen en deze instructies moeten door de werkgever zijn gedaan als
goedwerkgever (art. 7:611 BW). De gezichtspunten hieromtrent zijn: 1) er moet sprake zijn
van gewijzigde omstandigheden, 2) het voorstel moet redelijk zijn, en 3) de werknemer moet
het voorstel aanvaarden, tenzij redelijkerwijs niet van de werknemer te vergen.
- A:
Ad 1: Uit de casus blijkt niet dat er met Brian in de arbeidsovereenkomst iets is afgesproken
over de wijziging van zijn werkdagen- en tijden. Daarom is art. 7:613 BW niet van toepassing.
Derhalve moet gekeken worden naar HR Stoof/Mammoet.
Ad 2: Er is sprake van gewijzigde omstandigheden, namelijk dat er een reorganisatie en
nauwelijks meer werk is. Hierdoor worden de werkdagen- en tijden veranderd.
Ad 3: Gezien de situatie van Brian, namelijk dat hij in de knel komt met
zijn andere baan als junior sommelier in sterrenrestaurant Huisduinen, waar hij op
donderdagen en op zaterdag werkt. Naast deze baan volgt Brian op vrijdagavond een
opleiding als professioneel sommelier bij de academie voor gastronomie. Indien hij deze
opleiding in september 2024 weet af te ronden, zal Brian worden bevorderd naar een functie
als ‘maitre sommelier’ bij Huisduinen. Hierdoor mag er redelijkerwijs niet worden verwacht
Week 1: Kwalificatie, flexibiliteit en loon
Casus 1
PostNL maakt voor de pakketbezorging gebruik van de diensten van zogenoemd zelfstandige
pakketbezorgers. PostNL heeft daartoe op 1 mei 2018 met Marianne een overeenkomst gesloten,
met als titel: vervoersovereenkomst. Voorwaarde van het aangaan van deze vervoersovereenkomst
is dat Marianne een Kamer van Koophandel-inschrijving en een BTW-nummer heeft. Bij het aangaan
van de overeenkomst diende zij verder aan te tonen over een geldig rijbewijs te beschikken en moest
zij een Verklaring omtrent het Gedrag overleggen. Verder dient Marianne voor het verrichten van
haar werkzaamheden gebruik te maken van een eigen, witte bus, met daarop het logo van PostNL.
Marianne wordt per succesvolle stop betaald. Zij wordt maandelijks per factuur betaald. Haar bruto
maandinkomsten bedragen gemiddeld 3300,- euro.
In schriftelijke werkinstructies geeft PostNL onder meer aan op welke wijze de pakjes bezorgd dienen
te worden. Controle op de naleving van de instructies vindt plaats via ‘straatcontroles’. Bij deze
straatcontroles wordt ook gecontroleerd of Marianne pakketten voor andere opdrachtgevers
bezorgt, hetgeen voor PostNL aanleiding vormt de vervoersovereenkomst met onmiddellijke ingang
op te zeggen. In de vervoersovereenkomst is verder de volgende bepaling opgenomen:
‘Indien de Vervoerder om wat voor reden dan ook de Vervoersopdrachten niet kan verrichten, is de
Vervoerder verplicht om zelf voor vervanging zorg te dragen. Vervoerder is derhalve niet verplicht
om
de werkzaamheden zelf uit te voeren. Voor de op deze wijze geregelde vervanger van Vervoerder
gelden dezelfde voorwaarden zoals die van toepassing zijn op Vervoerder. (...)
Indien de Vervoerder op structurele basis een vervangende vervoerder zoekt voor de uitvoering van
de Vervoersopdrachten, zal PostNL met deze vervangende vervoerder een separate
vervoersovereenkomst sluiten.’
Marianne verricht haar werk als pakketbezorger meestal zelf. Alleen in geval van ziekte of tijdens
vakanties vraagt zij een van haar zelfstandige collega’s bij PostNL het werk over te nemen. In geval
van vervanging, dient zij PostNL van te voren op de hoogte te stellen wie het werk van haar
overneemt.
a. Is in het onderhavige geval sprake van een arbeidsovereenkomst tussen Marianne en
PostNL? Geef hierbij uitdrukkelijk aan welke feiten en omstandigheden indicaties
opleveren voor een arbeidsovereenkomst en welke feiten en omstandigheden indicatief
zijn tegen de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst.
- I: Is in onderhavige geval sprake van een arbeidsovereenkomst tussen Marianne en PostNL?
- R: Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van al dan niet een
arbeidsovereenkomst, moet gekeken worden naar HR Deliveroo, ro. 3.2.5, HR X/Gemeente
Amsterdam, ro. 3.2.2 en art. 7:610 BW. De vereisten van een arbeidsovereenkomst zijn: 1) in
dienst van de andere partij, 2) loon en 3) persoonlijk arbeid verrichten. De Hoge Raad
oordeelde in X/Gemeente Amsterdam dat de bedoeling van partijen slechts van belang is
voor het vaststellen van de inhoud van de overeenkomst, niet voor de kwalificatie. Ook moet
worden gekeken naar de gezichtspuntencatalogus van HR Deliveroo.
- A:
, Ad 1: De werkgever verbindt zich om loon te betalen. In casu verbindt PostNL zich in de
overeenkomst om Marianne om maandelijks per factuur 3300 euro te betalen. Dit is de
tegenprestatie die Marianne ontvangt voor het bezorgen van de pakketten. Derhalve is
voldaan aan het vereiste van loon. Het is niet van belang hoe partijen de overeenkomst zelf
hebben benoemd.
Ad 2: Er is ook sprake van persoonlijk arbeid; Marianne is nadrukkelijk verplicht om zelf de
pakketten te bezorgen behoudens enkele uitzonderingen. Zij mag zich wel laten vervangen,
maar hier zijn eisen aan gesteld. Zij heeft niet een ruime vrijheid om zichzelf te laten
vervangen. De Hoge Raad geeft aan dat als de vervangingsregel geclausuleerd is, dat er
sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Ad 3: Er wordt ook voldaan aan het vereiste in dienst van de werknemer. PostNL geeft
Marianne aanwijzingen, zoals dat Marianne een Kamer van Koophandel-inschrijving en een
BTW-nummer heeft. Bij het aangaan van de vervoerovereenkomst diende zij verder aan te
tonen over een geldig rijbewijs te beschikken en moest zij een Verklaring omtrent het Gedrag
overleggen. Verder dient Marianne voor het verrichten van haar werkzaamheden gebruik te
maken van een eigen, witte bus, met daarop het logo van PostNL. Ook geeft PostNL onder
meer aan op welke wijze de pakjes bezorgd dienen te worden. Er kan worden gekeken naar
de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze waarop de werkzaamheden en de
werktijden worden bepaald, het al dan niet bestaan van een verplichting het werk
persoonlijk uit te voerenn en de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze
wordt uitgekeerd. Dit impliceert dat sprake is van een instructiebevoegdheid. Er is dus sprake
van een gezagsverhouding.
- C: Concluderend kan betoogd worden dat in het onderhavige geval sprake is van een
arbeidsovereenkomst.
Extra opmerking: casus 1 ziet op het leerstuk kwalificatie en rechtsvermoeden aard van de
overeenkomst. Ook bij een overeenkomst van opdracht kunnen de drie criteria aanwezig zijn zoals
bedoeld in art. 7:610 BW.
Casus 2
Louis werkt per 1 maart 2023 in de vorm van een nulurencontract in de bediening bij grand cafe
Living
op de VU-campus in Amsterdam. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van een jaar
tegen een loon van 17 euro per uur.
Tijdens de eerste week van maart 2023 heeft Louis in totaal 14 uur gewerkt. Op maandag werkte hij
vier uur, op donderdag werkte hij acht uur en op vrijdag werkte hij twee uur.
a. Voor hoeveel uren heeft Louis gedurende de eerste week van maart 2023 recht op loon?
- I: Voor hoeveel uren heeft Louis gedurende de eerste week van maart 2023 recht op loon?
- R: Het juridisch kader is art. 7:628a lid 1 en 9 BW. In dit artikel is bepaald dat sprake is van
een minimumloonafspraak van 3 uur per oproep indien 1) een arbeidsomvang van minder
dan 15 uur per week is overeengekomen en de tijdstippen waarop arbeid moet worden
verricht zijn niet vastgelegd, of sprake is van een oproepovereenkomst in de zin van art.
7:628a lid 9 BW. Een oproepovereenkomst (art. 7:628a lid 9 BW) is waarbij 1) de omvang van
de arbeid niet is vastgesteld als een aantal uren per tijdseenheid, of 2) sprake is van een
geldig loonuitsluitingsbeding als bedoeld in art. 7:628 lid 5 of lid 7, of art. 7:691 BW.
- A:
Ad 1: In beginsel heeft Louis recht op loon op alle uren waarin Louis arbeid heeft verricht.
Ad 2: Echter, in casu is sprake van een arbeidsomvang van minder dan 15 uur per week is
overeengekomen en de tijdstippen waarop arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd.
Ook is sprake van een oproepovereenkomst, omdat Louis een nulurencontract heeft.
, Derhalve moet Louis voor elke werkdag minimaal 3 uur betaald worden, ondanks dat hij
minder dan 3 uur werkt. Uit de casus blijkt dat Louis op vrijdag twee uur gewerkt heeft, en
daarom moet hij voor minimaal 3 uur uitbetaald worden.
- C: Concluderend kan betoogd worden dat Louis recht heeft op 15 uur loon.
Vervolg.
In de maanden april, mei en juni 2023 heeft Louis gemiddeld 35 uur per week gewerkt. Met
ingang van 1 juli 2023 krijgt Louis echter minder werk. In het voorjaar is het altijd extra druk in het
grand cafe, maar in de zomermaanden zijn er veel minder studenten en medewerkers op de campus,
meent grand cafe Living.
Stel, Louis wendt zich op 1 juli 2023 tot u.
b. Adviseer Louis over de mogelijkheden die hij heeft om in rechte af te dwingen om voor 35
uur per week werk te krijgen, dan wel loonaanspraken voor 35 uur per week. Geef ook aan
wat zijn kansen op succes zijn.
- I: Maakt Louis kans om in rechte 35 uur per week werk te krijgen dan wel loonaanspraken
voor 35 uur per week?
- R: Het juridisch kader is art. 7:628 lid 1 jo. 7:610b BW.
- A:
Ad 1: Louis is een oproepkracht met een nul-urencontract. Er is immers geen arbeid
bedongen. Er bestaan echter hierop wel uitzonderingen, vanwege wezen voor schijn.
Ad 2: De uitzondering is opgenomen art. 7:610b BW. Louis heeft in de afgelopen 3 maanden
gemiddeld 35 uur per week gewerkt, waardoor er wordt vermoed dat er daarna ook sprake
was van een gemiddelde omvang van arbeid als de afgelopen vier maanden. Dit is echter een
vermoeden. Het Grand Café is in het voorjaar veel drukker dan in de zomermaanden,
vanwege de zomervakantie. Het is niet aannemelijk dat Louis stilzwijgend een contract
aangaat voor 35 uur per week. Dit is logisch verklaarbaar.
- C: Concluderend kan betoogd worden dat dit vermoeden weerlegd kan worden.
Vervolg casus.
Stel, Louis wordt in de periode tussen 1 maart 2023 tot en met 15 maart 2024 gemiddeld 32 uur per
week opgeroepen, met uitzondering van de maanden juli en augustus 2023 waarin hij gemiddeld 12
uur per week werkt.
c. Adviseer grand Cafe Living over de mogelijke verplichtingen die vanaf 1 april 2024 op haar
zullen rusten en wat de consequenties zijn wanneer Living deze verplichtingen niet nakomt.
- I: Wat zijn de mogelijke verplichtingen die vanaf 1 april 2024 op grand Cafe Living zullen
rusten en de consequenties?
- R: Het juridisch kader is art. 7:628a lid 8 en 7:628a lid 5 BW.
- A:
Ad 1: Er is sprake van een oproepovereenkomst, omdat een nul-urencontract is
overeengekomen.
Ad 2: Indien sprake is van een oproepovereenkomst, doet de werkgever steeds als de
arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd, binnen een maand schriftelijk of
elektronisch een aanbod voor een vaste arbeidsomvang, die ten minste gelijk is aan de
gemiddelde omvang van de arbeid in die voorafgaande periode van 12 maanden. Dit wordt
het vastklikmoment genoemd. Louis heeft 11 maanden gemiddeld 32 uur per week gewerkt
en 2 maanden gemiddeld 12 uur per week gewerkt. Er zou dus uiterlijk 1 april 2024 een
gemiddelde van 28 uur per week aangeboden kunnen worden.
, - C: Indien grand Café Living dit niet doet, heeft Louis recht op loon over de arbeidsomvang die
hierboven is genoemd (art. 7:628a lid 8 BW).
Vervolg casus.
Brian werkt bij kunstmestproductiebedrijf Yara in Den Helder. Yara geeft in november 2023 aan dat
de werkzaamheden verlieslijdend zijn geworden. De mondiale kunstmestproductie stagneert in
verband met de hoge gasprijzen, ook bij Yara. Daardoor is er nauwelijks meer werk.
Om competitief te blijven en de teruglopende financiën te keren is met toestemming van de
ondernemingsraad een beslissing tot reorganisatie binnen Yara genomen. Deze reorganisatie behelst
dat er op korte termijn minder personeel nodig is.
Een deel van het personeel, waaronder Brian, mag blijven, maar niet zonder de nodige aanpassingen
in de overeengekomen werkzaamheden. Brian ziet die aanpassingen niet zitten. Brian, die alleen
dagdiensten van maandag t/m vrijdag werkt, moet nu ineens ook avond- en nachtdiensten werken
en bovendien twee keer per maand zaterdag en zondag komen werken. Daardoor komt hij in de knel
met zijn andere baan als junior sommelier in sterrenrestaurant Huisduinen, waar hij op donderdagen
en op zaterdag werkt. Naast deze baan volgt Brian op vrijdagavond een opleiding als professioneel
sommelier bij de academie voor gastronomie. Indien hij deze opleiding in september 2024 weet af te
ronden, zal Brian worden bevorderd naar een functie als ‘maitre sommelier’ bij Huisduinen.
In de arbeidsovereenkomst die Brian met Yara heeft gesloten is bepaald dat zijn werkdagen maandag
t/m vrijdag zullen zijn en dat hij enkel ochtend- en middagdiensten zal werken. Over een mogelijke
wijziging daarvan is niets opgenomen.
d. Kan van Brian worden verwacht dat hij voortaan ook avond- en nachtdiensten moet draaien
en in het weekend moet werken?
- I: Kan van Brian worden verwacht dat hij voortaan ook avond- en nachtdiensten moet
draaien
en in het weekend moet werken?
- R: Het juridisch kader is art. 7:660 BW. De werknemer is verplicht zich te houden aan de
voorschriften omtrent het verrichten van de arbeid. De instructiebevoegdheid kan echter wel
begrensd aan de overeenkomst. Om de arbeidsvoorwaarden eenzijdig te kunnen wijzigen
dient op grond van art. 7:613 BW een dergelijk beding in ieder geval schriftelijk te zijn
overeengekomen. Deze bevoegdheid moet in de arbeidsovereenkomst zijn vastgesteld. Ook
moet worden gekeken naar HR Stoof/Mammoet. De werknemer moet redelijke instructies
van de werkgever opvolgen en deze instructies moeten door de werkgever zijn gedaan als
goedwerkgever (art. 7:611 BW). De gezichtspunten hieromtrent zijn: 1) er moet sprake zijn
van gewijzigde omstandigheden, 2) het voorstel moet redelijk zijn, en 3) de werknemer moet
het voorstel aanvaarden, tenzij redelijkerwijs niet van de werknemer te vergen.
- A:
Ad 1: Uit de casus blijkt niet dat er met Brian in de arbeidsovereenkomst iets is afgesproken
over de wijziging van zijn werkdagen- en tijden. Daarom is art. 7:613 BW niet van toepassing.
Derhalve moet gekeken worden naar HR Stoof/Mammoet.
Ad 2: Er is sprake van gewijzigde omstandigheden, namelijk dat er een reorganisatie en
nauwelijks meer werk is. Hierdoor worden de werkdagen- en tijden veranderd.
Ad 3: Gezien de situatie van Brian, namelijk dat hij in de knel komt met
zijn andere baan als junior sommelier in sterrenrestaurant Huisduinen, waar hij op
donderdagen en op zaterdag werkt. Naast deze baan volgt Brian op vrijdagavond een
opleiding als professioneel sommelier bij de academie voor gastronomie. Indien hij deze
opleiding in september 2024 weet af te ronden, zal Brian worden bevorderd naar een functie
als ‘maitre sommelier’ bij Huisduinen. Hierdoor mag er redelijkerwijs niet worden verwacht