Hoofdstuk 1: diversiteitsbenaderingen en superdiversiteit
Om goed in te kunnen spelen op de diversiteit in het sociale domein, moet je je
als professional verdiepen in de wijze waarop diversiteitsfactoren mensen
beïnvloeden. Je kijkt daarbij naar hun:
- Overtuigingen en waarnemingen
- Identiteit en imago
- Beleving van de sociale context
- Gezondheids- en ziekteopvattingen
- (Gezondheid)gedragingen en sociale omgangsvormen
- Actief burgerschap
Onze waarneming vindt plaats vanuit ons eigen referentiekader, dat we ontleden
aan onze sociale context. Die bestaat uit:
- De omstandigheden waarin wij leven en geleefd hebben.
- Groeperingen en netwerken waartoe wij behoren.
- Wat we vanuit onze achtergrond hebben meegekregen.
Het negatieve beeld op bepaalde bevolkingsgroepen wordt voor een deel van
generatie op generatie doorgegeven.
Thoerie van de carpentered world hypothesis: deze hypothese houdt in dat
mensen zijn grootgebracht in een wereld die door carpenters (timmerlieden) is
gemaakt, wonen in rechthoekige straten en rechthoekige huizen met rechthoekig
meubilair.
3 stappen methode van Pinto:
1. Het leren kennen van de eigen cultuurgebonden waarden en normen.
Welke regels en codes zijn van invloed op het eigen denken, handelen en
communiceren
2. Het leren kennen van de cultuurgebonden normen en waarden van de
ander
3. Het leren omgaan met verschillen
Meervoudig kijken
De context waarbinnen je een sociaal werk situatie ondersteuning geeft heeft
steeds invloed op de manier waarop je werkt. Deze context bestaat uit:
- De leefwereld van de cliënt en de sociale context van de werkrelatie:
microniveau
- De betrokken organisaties en de wereld van de organisatieverbanden:
mesoniveau
- De grotere, maatschappelijke context van het werkveld: macroniveau
De belangrijkste voorwaarde is het aan kunnen gaan van een verbindende
dialoog met aandacht voor de interne diversiteit van de cliënt, de interne
diversiteit van jouzelf en de complexe sociale context waarin de relatie zich
afspeelt.
Diversiteitsbenaderingen
Deficitbenadering: inhalen van achterstanden
Alle burgers hebben het recht om vermogen te delen in onze maatschappelijke
verworvenheid zoals welvaart, cultuur, tolerantie en individuele
ontwikkelingsmogelijkheden. De kans om achterstanden weg te werken
- Krachtig: de intenties wat betreft een rechtvaardige verdeling van onze
verworvenheid en het geloof dat mensen zich kunnen ontwikkelen.
, - Kritiek: ‘achterstand’ werkt stigmatiserend en de benadeelden worden
gevraagd zich aan te passen.
Differentiebenadering: overbruggen van culturele verschillen
Alle culturen in deze visie zijn gelijkwaardig. Vrouwen hebben bv een eigen
cultuur die anders is, maar even waardevol. Wordt niet uitgegaan van een tekort
aan vaardigheden, maar van de waarde van culturele verschillen. Verschillen
worden erkend en dienen overbrugd te worden door goede interculturele
communicatie, cultuur kennis en begrip voor de ander.
- Krachtig: de intentie van respect voor elkaar en het vertrouwen dat men
spanningen kan verminderen door begrip voor de culturele context van de
ander en door dialoog.
- Kritiek:
o Het cultuurrelativisme: het ontbreekt aan kritisch inzicht en het ter
discussie stellen van waarden en normen die botsen met de
universele rechten van de mens.
o Nadruk op de verschillen en het negeren van de overeenkomsten
o Cultuur determinisme: het eenzijdig verklaren van iemands gedrag
en opvattingen vanuit één dimensie van iemands identiteit.
Discriminatiebenadering: tegengaan van uitsluiting en paternalisme
Discriminatie in deze benadering moet bestreden worden, zoals: vrouwen,
migrantenjongeren en mensen met een beperking.
- Krachtig: het denken in termen als rechtvaardigheid, het principe van recht
op gelijkwaardige behandeling volgens de wet en duidelijkheid in grenzen
over wat getolereerd kan worden
- Kritiek: de eenzijdigheid van het alleen discriminatie als vertrekpunt
nemen, het vermijden van kritiek op de doelgroepen door de focus op hun
slachtofferschap, de vergroting van tegenstellingen en de eenzijdige
reductie van mensen tot groepskenmerken: zwart-witdenken.
Doelgroepenbenadering: drie-in-een gecombineerd
Veelal een combinatie van de 3 voorgaande benaderingen. Gericht op vooraf
vastgestelde doelgroepen. Voorbeeld: gespreksgroep voor Hindoestaanse meisjes
op een school nadat uit onderzoek bleek dat daar vaak zelfdoding voorkwam.
- Kritiek: geen oog hebben voor de verscheidenheid binnen doelgroepen,
reductie van mensen tot één deelidentiteit, ongewilde uitsluiting van
mensen
Diversiteitsbenadering: verschillen en overeenkomsten tussen mensen
onderkennen
Benadering om de risico’s van voorgaande benaderingen tegen te gaan.
Verschillen zijn niet bij voorbaat problematisch en lastig, maar heel gewoon,
overbrugbaar en vooral kansrijk. Oog hebben voor de overeenkomsten en niet
alleen verschillen.
- Hoffman noemt dit het principe van erkende gelijkheid en de erkende
diversiteit.
- In plaats van een exclusief wij-zij-denken gaat het hier om inclusief denken
en handelen.
, Diversiteit neemt toe. Sinds enkele tientallen jaren is de etnisch-culturele
diversiteit in West-Europese landen sterk gegroeid. Aan de basis liggen o.a.:
- Het actief aantrekken van gastarbeiders in de jaren ’50 en ’60
- De dekolonisatie
- De val van het IJzeren Gordijn
- De uitbreiding van de Europese Unie
- De globalisering
- Conflicten die leiden tot vluchtelingenstromen vanuit bv Syrië,
Afghanistan, Irak en diverse Afrikaanse landen.
Intersectionaliteit: kruispuntdenken
Intersectionaliteit: kan als meervoudig kijkkader en identiteitstheorie van grote
waarde zijn voor het cultuursensitief werken binnen de diverse terreinen van het
sociaal werk.
Cultuursensitief werken: bewustzijn van je eigen culturele bagage en innerlijke
diversiteit, weten dat de eigen vooronderstellingen, waarden en normen niet voor
iedereen gelden en in je professionele handelen aansluiten bij en afstemmen op
de leefwereld van de ‘’vreemde ander’’.
Kruispuntdenken: volgens het kruispuntdenken zijn individuen te beschouwen als
‘’kruispunten’’ van verschil. Dit betekent dat allerlei verschilfactoren
(differentielijnen) in het leven van mensen steeds gelijktijdig en in wisselwerking
werkzaam zijn. Daarnaast kan de wijze waarop de differentielijnen met elkaar
verwerven zijn, het kruispunt, veranderen gedurende de levensloop.
- Het kruispuntdenken zorgt er dus voor dat je mensen bekijkt in hun
veelheid aan dimensies en niet vanuit één aspect.
Het kruispuntdenken verschilt op een vijftal punten:
Platte diversiteit Intersectionele diversiteit
Dichotoom: je bent man of vrouw, jong Verschillen zijn continu: je kunt in
of oud, rijk of arm etc. bepaalde mate mannelijk of vrouwelijk
zijn, jong of oud of het kan gaan om
een combinatie van meerdere
categorieën, bijvoorbeeld een zwarte
vrouwelijke migrant of een witte
homoseksuele Nederlander.
Machtsneutraal: het maakt niet uit bij Macht geladen: mensen bevinden zich
welke groep je hoort. altijd in posities die minder of meer
macht met zich meedragen wat
betreft economisch, sociaal, cultureel
of moreel kapitaal.
Eendimensionaal: of cultureel of Dimensies: bij het exploreren van
biologisch of psychisch. ieders gezondheid en welzijn wordt
uitgegaan van een bio-psychosociaal
model, met aandacht voor biologische,
culturele, psychische en sociale
factoren.
Statisch: je bent of man of vrouw, Dynamisch: er kunnen zich
allochtoon of autochtoon. tegelijkertijd of in de loop der tijd
zowel per categorie als tussen
verschillende lagen veranderingen
Om goed in te kunnen spelen op de diversiteit in het sociale domein, moet je je
als professional verdiepen in de wijze waarop diversiteitsfactoren mensen
beïnvloeden. Je kijkt daarbij naar hun:
- Overtuigingen en waarnemingen
- Identiteit en imago
- Beleving van de sociale context
- Gezondheids- en ziekteopvattingen
- (Gezondheid)gedragingen en sociale omgangsvormen
- Actief burgerschap
Onze waarneming vindt plaats vanuit ons eigen referentiekader, dat we ontleden
aan onze sociale context. Die bestaat uit:
- De omstandigheden waarin wij leven en geleefd hebben.
- Groeperingen en netwerken waartoe wij behoren.
- Wat we vanuit onze achtergrond hebben meegekregen.
Het negatieve beeld op bepaalde bevolkingsgroepen wordt voor een deel van
generatie op generatie doorgegeven.
Thoerie van de carpentered world hypothesis: deze hypothese houdt in dat
mensen zijn grootgebracht in een wereld die door carpenters (timmerlieden) is
gemaakt, wonen in rechthoekige straten en rechthoekige huizen met rechthoekig
meubilair.
3 stappen methode van Pinto:
1. Het leren kennen van de eigen cultuurgebonden waarden en normen.
Welke regels en codes zijn van invloed op het eigen denken, handelen en
communiceren
2. Het leren kennen van de cultuurgebonden normen en waarden van de
ander
3. Het leren omgaan met verschillen
Meervoudig kijken
De context waarbinnen je een sociaal werk situatie ondersteuning geeft heeft
steeds invloed op de manier waarop je werkt. Deze context bestaat uit:
- De leefwereld van de cliënt en de sociale context van de werkrelatie:
microniveau
- De betrokken organisaties en de wereld van de organisatieverbanden:
mesoniveau
- De grotere, maatschappelijke context van het werkveld: macroniveau
De belangrijkste voorwaarde is het aan kunnen gaan van een verbindende
dialoog met aandacht voor de interne diversiteit van de cliënt, de interne
diversiteit van jouzelf en de complexe sociale context waarin de relatie zich
afspeelt.
Diversiteitsbenaderingen
Deficitbenadering: inhalen van achterstanden
Alle burgers hebben het recht om vermogen te delen in onze maatschappelijke
verworvenheid zoals welvaart, cultuur, tolerantie en individuele
ontwikkelingsmogelijkheden. De kans om achterstanden weg te werken
- Krachtig: de intenties wat betreft een rechtvaardige verdeling van onze
verworvenheid en het geloof dat mensen zich kunnen ontwikkelen.
, - Kritiek: ‘achterstand’ werkt stigmatiserend en de benadeelden worden
gevraagd zich aan te passen.
Differentiebenadering: overbruggen van culturele verschillen
Alle culturen in deze visie zijn gelijkwaardig. Vrouwen hebben bv een eigen
cultuur die anders is, maar even waardevol. Wordt niet uitgegaan van een tekort
aan vaardigheden, maar van de waarde van culturele verschillen. Verschillen
worden erkend en dienen overbrugd te worden door goede interculturele
communicatie, cultuur kennis en begrip voor de ander.
- Krachtig: de intentie van respect voor elkaar en het vertrouwen dat men
spanningen kan verminderen door begrip voor de culturele context van de
ander en door dialoog.
- Kritiek:
o Het cultuurrelativisme: het ontbreekt aan kritisch inzicht en het ter
discussie stellen van waarden en normen die botsen met de
universele rechten van de mens.
o Nadruk op de verschillen en het negeren van de overeenkomsten
o Cultuur determinisme: het eenzijdig verklaren van iemands gedrag
en opvattingen vanuit één dimensie van iemands identiteit.
Discriminatiebenadering: tegengaan van uitsluiting en paternalisme
Discriminatie in deze benadering moet bestreden worden, zoals: vrouwen,
migrantenjongeren en mensen met een beperking.
- Krachtig: het denken in termen als rechtvaardigheid, het principe van recht
op gelijkwaardige behandeling volgens de wet en duidelijkheid in grenzen
over wat getolereerd kan worden
- Kritiek: de eenzijdigheid van het alleen discriminatie als vertrekpunt
nemen, het vermijden van kritiek op de doelgroepen door de focus op hun
slachtofferschap, de vergroting van tegenstellingen en de eenzijdige
reductie van mensen tot groepskenmerken: zwart-witdenken.
Doelgroepenbenadering: drie-in-een gecombineerd
Veelal een combinatie van de 3 voorgaande benaderingen. Gericht op vooraf
vastgestelde doelgroepen. Voorbeeld: gespreksgroep voor Hindoestaanse meisjes
op een school nadat uit onderzoek bleek dat daar vaak zelfdoding voorkwam.
- Kritiek: geen oog hebben voor de verscheidenheid binnen doelgroepen,
reductie van mensen tot één deelidentiteit, ongewilde uitsluiting van
mensen
Diversiteitsbenadering: verschillen en overeenkomsten tussen mensen
onderkennen
Benadering om de risico’s van voorgaande benaderingen tegen te gaan.
Verschillen zijn niet bij voorbaat problematisch en lastig, maar heel gewoon,
overbrugbaar en vooral kansrijk. Oog hebben voor de overeenkomsten en niet
alleen verschillen.
- Hoffman noemt dit het principe van erkende gelijkheid en de erkende
diversiteit.
- In plaats van een exclusief wij-zij-denken gaat het hier om inclusief denken
en handelen.
, Diversiteit neemt toe. Sinds enkele tientallen jaren is de etnisch-culturele
diversiteit in West-Europese landen sterk gegroeid. Aan de basis liggen o.a.:
- Het actief aantrekken van gastarbeiders in de jaren ’50 en ’60
- De dekolonisatie
- De val van het IJzeren Gordijn
- De uitbreiding van de Europese Unie
- De globalisering
- Conflicten die leiden tot vluchtelingenstromen vanuit bv Syrië,
Afghanistan, Irak en diverse Afrikaanse landen.
Intersectionaliteit: kruispuntdenken
Intersectionaliteit: kan als meervoudig kijkkader en identiteitstheorie van grote
waarde zijn voor het cultuursensitief werken binnen de diverse terreinen van het
sociaal werk.
Cultuursensitief werken: bewustzijn van je eigen culturele bagage en innerlijke
diversiteit, weten dat de eigen vooronderstellingen, waarden en normen niet voor
iedereen gelden en in je professionele handelen aansluiten bij en afstemmen op
de leefwereld van de ‘’vreemde ander’’.
Kruispuntdenken: volgens het kruispuntdenken zijn individuen te beschouwen als
‘’kruispunten’’ van verschil. Dit betekent dat allerlei verschilfactoren
(differentielijnen) in het leven van mensen steeds gelijktijdig en in wisselwerking
werkzaam zijn. Daarnaast kan de wijze waarop de differentielijnen met elkaar
verwerven zijn, het kruispunt, veranderen gedurende de levensloop.
- Het kruispuntdenken zorgt er dus voor dat je mensen bekijkt in hun
veelheid aan dimensies en niet vanuit één aspect.
Het kruispuntdenken verschilt op een vijftal punten:
Platte diversiteit Intersectionele diversiteit
Dichotoom: je bent man of vrouw, jong Verschillen zijn continu: je kunt in
of oud, rijk of arm etc. bepaalde mate mannelijk of vrouwelijk
zijn, jong of oud of het kan gaan om
een combinatie van meerdere
categorieën, bijvoorbeeld een zwarte
vrouwelijke migrant of een witte
homoseksuele Nederlander.
Machtsneutraal: het maakt niet uit bij Macht geladen: mensen bevinden zich
welke groep je hoort. altijd in posities die minder of meer
macht met zich meedragen wat
betreft economisch, sociaal, cultureel
of moreel kapitaal.
Eendimensionaal: of cultureel of Dimensies: bij het exploreren van
biologisch of psychisch. ieders gezondheid en welzijn wordt
uitgegaan van een bio-psychosociaal
model, met aandacht voor biologische,
culturele, psychische en sociale
factoren.
Statisch: je bent of man of vrouw, Dynamisch: er kunnen zich
allochtoon of autochtoon. tegelijkertijd of in de loop der tijd
zowel per categorie als tussen
verschillende lagen veranderingen