Hoofdstuk 1
Wat is jeugdliteratuur?
1.2 Wat verstaan we onder literatuur?
Literatuur —>
- Geschreven teksten (geen film, theater of muziek)
- Kunstvorm: de literair kunstenaar maakt keuzes in zijn taal, dus woorden, zinnen,
stijl, beeldspraak, ritme en klank. Hiermee onderscheid het zich dus van informatie
teksten, zoals krantenartikels, verslagen etc.
- Fictioneel karakter
Fictionele teksten vertellen een verhaal, niet per se feitelijke waarheden en zijn op
meerdere manieren interpreteerbaar.
- Soms ook literaire non-fictie
De tekst heeft dan de feitelijkheid van non-fictie, maar de literaire middelen zijn
zodanig ingezet dat in de tekst de stem van de auteur doorklinkt.
Dit rijtje hierboven staat niet muurvast. We maken verschil tussen lectuur en
literatuur.
• Lectuur —> fictionele teksten die je vlot leest
• Literatuur —> heeft een diepere laag
Criterium voor onderscheid literatuur en lectuur —>
Mate van originaliteit of het ontbreken daarvan (voorspelbaarheid)
Dit gebeurt met de Grijze Jager (15 delen)
Vakmanschap van de auteur
Geen zinloze verhaallijnen, alles hangt samen etc.
Interne logica van een verhaal en de daaruit voortvloeiende geloofwaardigheid
In lectuur tref je nog wel eens aan dat de schrijver niet weet hoe het verhaal te
eindigen. Vaak wordt gekozen voor: alles was een droom of de schurk staat opeens
aan de kant van de goeden. Dit leidt voor ervaren lezers tot ongeloofwaardigheid.
Het is dus subjectief en hangt af van leeservaring.
Gelaagdheid en open plekken (= kenmerken van literatuur)
Open plekken zijn plekken in een verhaal die je met eigen interpretatie kan invullen.
Gelaagdheid slaat op de diepte van een verhaal. Onder de verhaallijn zit een soort
diepere
Jeugdliteratuur Jeugdlectuur boodschap.
Onervaren lezers
Origineel (taalgebruik > eigen stijl + Voorspelbaar / cliché (taalgebruik + vorm hebben deze niet
vorm + inhoud) + inhoud) vaak door.
Bij literatuur ligt
Gelaagdheid + open plekken: De tekst beantwoordt duidelijk je vragen de nadruk op
meerdere interpretaties mogelijk emoties
(innerlijk) van de
“Verontrustend” (inhoud / vorm) “Geruststellend” (traditioneel) karakters en bij
Diepgaand, laat je nadenken Ontspannende functie lectuur ligt de
focus op
Geloofwaardig: interne logica Minder geloofwaardig: interne logica (spannende)
ontbreekt gebeurtenissen.
Alles hangt met elkaar samen Losse, zinloze “draadjes” (handelingen
om de lezer bezig te houden)
Nadruk op introspectie Nadruk op gebeurtenissen
Impliciet taalgebruik Expliciet taalgebruik
,1.3 Wat verstaan we onder jeugdliteratuur?
Jeugdliteratuur kun je grofweg indelen in:
Kinderliteratuur: tot 12 jaar
Jeugdliteratuur: 12-15 jaar (C-etiket in bibliotheek)
Adolescenten literatuur: 15-18 jaar (D-etiket in bibliotheek, young adult en dus
gericht op leesbevordering)
Het grootste verschil tussen deze is de thematiek van de boeken. De thema’s van
adolescenten literatuur sluiten aan op de antwoorden die ze in de puberteit zoeken.
Verder verdiepen in adolescenten literatuur:
De literaire vorm speelt een grote rol. Auteurs maken gebruik van literaire middelen,
zoals stijl, structuur en gelaagdheid. Deze boeken vormen een brug (cross-over)
tussen jeugdromans en volwassenenromans. Young-adult is een marketing instrument
wat gebruikt wordt om het aanbod in literatuur tussen 15-18 jaar zichtbaar te kunnen
maken. Adolescenten literatuur is dus onderdeel van Young Adult. Het cross-overeffect
is een kenmerk van de adolescentenlitaratuur, maar dus niet alle boeken die verkocht
worden als young adult boeken hebben een cross-over. YA-boeken zijn gericht op wat
jongeren graag willen lezen, ze gaan niet per se over jongeren of hun leefwereld.
1.4 Het onderscheid tussen jeugdliteratuur en
volwassenliteratuur
Het onderscheid valt grofweg te maken op basis van:
Omslag
Illustraties
Spannend of vrolijk verhaal
Duidelijke hoofdstuktitels
Jeugdige personages
1.5 Het literair gehalte van jeugdliteratuur
De scheiding tussen literatuur en lectuur is veel moeilijker te maken in jeugdliteratuur.
Jeugdlectuur heeft minder lagen en is geruststellender, net als gewone lectuur.
Kenmerken van literair gehalte in jeugdboeken:
• Kritisch en verontrustend reflecteren op normen en waarden. Deze thema’s sluiten
vaak aan bij hun belevingswereld en identiteit.
Verschil literaire en triviale boeken is vaak niet duidelijk, zowel in
volwassenenliteratuur als jeugdliteratuur. Triviale boeken hebben een traditionele
opbouw en voldoen aan de verwachtingen. Binnen jeugdliteratuur komen beide
soorten voor. Dit zorgt ervoor dat het steeds lastiger wordt om jeugdliteratuur als
‘doelgroep literatuur’ nauwkeurig te definiëren en af te bakenen.
1.6 De verschillen tussen proza (fictie en non-fictie)
en poëzie
Proza —> alle tekst in de vorm van gewone taal. Onder te verdelen in fictie en non-
fictie.
Fictie —> verzonnen verhaal. Je hebt wel realistische fictie (spijt - Carry Slee) en harry
Potter (niet realistische fictie). Fictie is nog moeilijker te achterhalen als het gebaseerd
is op waargebeurde verhalen.
, Non-fictie —> alle teksten die niet gebaseerd zijn op de fantasie van de schrijver,
maar die de werkelijkheid beschrijven. Voorbeeld: documentaire, droge verslagen van
vergaderingen, biografieën en essays. Dit betekent overigens niet dat het waar is,
maar dat wordt wel gepretendeerd. Denk maar aan nepnieuws. Er bestaan non-fictie
boeken in jeugdliteratuur, maar deze zijn er mindere aantallen dan fictie boeken.
Poëzie —>gedichten
Gedichten herken je aan bladspiegel. Zinnen worden dan verdeeld over meer dan één
regel en dat heeft een bepaald effect. Poëzie kan ook gezongen worden. Welke poëzie
wel en niet literair is weer moeilijk te beantwoorden, maar het hangt samen met
voorspelbaarheid en verassing net als bij proza.
1.7 De schrijversintentie en de functies van
literatuur
De schrijversintentie —> de bedoeling die de schrijver met zijn boek heeft. Dit is
moeilijk te achterhalen en het is ook maar de vraag of de schrijver zich aan zijn
beoogde intentie heeft gehouden. In de 19e eeuw was dit duidelijk, namelijk een
pedagogische intentie. Een vaak stichtelijke boodschap over het lijden van een goed
leven.
De functie van het boek —> het mogelijke effect dat een boek op de lezer kan
hebben. Dit kan vaak afgeleid worden uit de tekst. Als de functie van de boek precies
is wat de schrijver bedoelde, dan kan vallen de functie en intentie samen.
Naast functies kan je ook nog de werking van een boek onderscheiden —> waar de
functie hypothetisch is en de mogelijke invloed van een boek o.b.v. inhoud voorspelt,
is de werking de daadwerkelijke gerealiseerde invloed.
• Lezen is een inherent sociaal activiteit, die het inlevingsvermogen en tolerantie van
de lezers vergroot (empathischer en open-minded)
• Intelligentieniveau en cognitieve vermogens profiteren van lezen
Functies van lezen —>
1. Ontspanning
Afleiding van de dagelijkse werkelijkheid. Spanning, humor of fantasie zorgen voor
ontspanning om met de emoties van het personage mee te leven.
2. Informatie
Verder te kijken dan de eigen leefwereld. Antwoorden geven op vragen over een
andere leefwereld, zoals een ander land of het verleden. Dit gaat vooral over
nieuwsgierigheid naar feitelijkheden.
3. Emotie
Omgaan met heftige, onbegrijpelijke emoties in de puberteit. Empatisch vermogen
—> het verplaatsen in emoties van een ander. Het oproepen van negatieve
emoties kan helpen om emoties te reguleren. Fictie met een emotieve functie
bestaat uit persoonlijke verhalen die lezers meer (psychologisch) inzicht bieden
dan een gedetailleerde, maar zakelijke beschrijving. Hierdoor kunnen lezers zich
beter inleven (identificeren) of kunnen meeleven (empathie) met de personages,
hoe sterker de emotieve functie.
4. Zingeving
Deze gaat verder waar de emotieve functie ophoudt. Hier kan de lezer zich
identificeren met de emoties van de hoofdpersoon en diens keuzes begrijpen, maar
zijn dit dan wel de juiste keuzes? Het gaat hier om het innemen van een standpunt
in een moreel dilemma. Literatuur zorgt ervoor dat morele dilemma’s op
toegankelijke manier bij het publiek neerkomen. De lezer mag zelf uitmaken of de
Wat is jeugdliteratuur?
1.2 Wat verstaan we onder literatuur?
Literatuur —>
- Geschreven teksten (geen film, theater of muziek)
- Kunstvorm: de literair kunstenaar maakt keuzes in zijn taal, dus woorden, zinnen,
stijl, beeldspraak, ritme en klank. Hiermee onderscheid het zich dus van informatie
teksten, zoals krantenartikels, verslagen etc.
- Fictioneel karakter
Fictionele teksten vertellen een verhaal, niet per se feitelijke waarheden en zijn op
meerdere manieren interpreteerbaar.
- Soms ook literaire non-fictie
De tekst heeft dan de feitelijkheid van non-fictie, maar de literaire middelen zijn
zodanig ingezet dat in de tekst de stem van de auteur doorklinkt.
Dit rijtje hierboven staat niet muurvast. We maken verschil tussen lectuur en
literatuur.
• Lectuur —> fictionele teksten die je vlot leest
• Literatuur —> heeft een diepere laag
Criterium voor onderscheid literatuur en lectuur —>
Mate van originaliteit of het ontbreken daarvan (voorspelbaarheid)
Dit gebeurt met de Grijze Jager (15 delen)
Vakmanschap van de auteur
Geen zinloze verhaallijnen, alles hangt samen etc.
Interne logica van een verhaal en de daaruit voortvloeiende geloofwaardigheid
In lectuur tref je nog wel eens aan dat de schrijver niet weet hoe het verhaal te
eindigen. Vaak wordt gekozen voor: alles was een droom of de schurk staat opeens
aan de kant van de goeden. Dit leidt voor ervaren lezers tot ongeloofwaardigheid.
Het is dus subjectief en hangt af van leeservaring.
Gelaagdheid en open plekken (= kenmerken van literatuur)
Open plekken zijn plekken in een verhaal die je met eigen interpretatie kan invullen.
Gelaagdheid slaat op de diepte van een verhaal. Onder de verhaallijn zit een soort
diepere
Jeugdliteratuur Jeugdlectuur boodschap.
Onervaren lezers
Origineel (taalgebruik > eigen stijl + Voorspelbaar / cliché (taalgebruik + vorm hebben deze niet
vorm + inhoud) + inhoud) vaak door.
Bij literatuur ligt
Gelaagdheid + open plekken: De tekst beantwoordt duidelijk je vragen de nadruk op
meerdere interpretaties mogelijk emoties
(innerlijk) van de
“Verontrustend” (inhoud / vorm) “Geruststellend” (traditioneel) karakters en bij
Diepgaand, laat je nadenken Ontspannende functie lectuur ligt de
focus op
Geloofwaardig: interne logica Minder geloofwaardig: interne logica (spannende)
ontbreekt gebeurtenissen.
Alles hangt met elkaar samen Losse, zinloze “draadjes” (handelingen
om de lezer bezig te houden)
Nadruk op introspectie Nadruk op gebeurtenissen
Impliciet taalgebruik Expliciet taalgebruik
,1.3 Wat verstaan we onder jeugdliteratuur?
Jeugdliteratuur kun je grofweg indelen in:
Kinderliteratuur: tot 12 jaar
Jeugdliteratuur: 12-15 jaar (C-etiket in bibliotheek)
Adolescenten literatuur: 15-18 jaar (D-etiket in bibliotheek, young adult en dus
gericht op leesbevordering)
Het grootste verschil tussen deze is de thematiek van de boeken. De thema’s van
adolescenten literatuur sluiten aan op de antwoorden die ze in de puberteit zoeken.
Verder verdiepen in adolescenten literatuur:
De literaire vorm speelt een grote rol. Auteurs maken gebruik van literaire middelen,
zoals stijl, structuur en gelaagdheid. Deze boeken vormen een brug (cross-over)
tussen jeugdromans en volwassenenromans. Young-adult is een marketing instrument
wat gebruikt wordt om het aanbod in literatuur tussen 15-18 jaar zichtbaar te kunnen
maken. Adolescenten literatuur is dus onderdeel van Young Adult. Het cross-overeffect
is een kenmerk van de adolescentenlitaratuur, maar dus niet alle boeken die verkocht
worden als young adult boeken hebben een cross-over. YA-boeken zijn gericht op wat
jongeren graag willen lezen, ze gaan niet per se over jongeren of hun leefwereld.
1.4 Het onderscheid tussen jeugdliteratuur en
volwassenliteratuur
Het onderscheid valt grofweg te maken op basis van:
Omslag
Illustraties
Spannend of vrolijk verhaal
Duidelijke hoofdstuktitels
Jeugdige personages
1.5 Het literair gehalte van jeugdliteratuur
De scheiding tussen literatuur en lectuur is veel moeilijker te maken in jeugdliteratuur.
Jeugdlectuur heeft minder lagen en is geruststellender, net als gewone lectuur.
Kenmerken van literair gehalte in jeugdboeken:
• Kritisch en verontrustend reflecteren op normen en waarden. Deze thema’s sluiten
vaak aan bij hun belevingswereld en identiteit.
Verschil literaire en triviale boeken is vaak niet duidelijk, zowel in
volwassenenliteratuur als jeugdliteratuur. Triviale boeken hebben een traditionele
opbouw en voldoen aan de verwachtingen. Binnen jeugdliteratuur komen beide
soorten voor. Dit zorgt ervoor dat het steeds lastiger wordt om jeugdliteratuur als
‘doelgroep literatuur’ nauwkeurig te definiëren en af te bakenen.
1.6 De verschillen tussen proza (fictie en non-fictie)
en poëzie
Proza —> alle tekst in de vorm van gewone taal. Onder te verdelen in fictie en non-
fictie.
Fictie —> verzonnen verhaal. Je hebt wel realistische fictie (spijt - Carry Slee) en harry
Potter (niet realistische fictie). Fictie is nog moeilijker te achterhalen als het gebaseerd
is op waargebeurde verhalen.
, Non-fictie —> alle teksten die niet gebaseerd zijn op de fantasie van de schrijver,
maar die de werkelijkheid beschrijven. Voorbeeld: documentaire, droge verslagen van
vergaderingen, biografieën en essays. Dit betekent overigens niet dat het waar is,
maar dat wordt wel gepretendeerd. Denk maar aan nepnieuws. Er bestaan non-fictie
boeken in jeugdliteratuur, maar deze zijn er mindere aantallen dan fictie boeken.
Poëzie —>gedichten
Gedichten herken je aan bladspiegel. Zinnen worden dan verdeeld over meer dan één
regel en dat heeft een bepaald effect. Poëzie kan ook gezongen worden. Welke poëzie
wel en niet literair is weer moeilijk te beantwoorden, maar het hangt samen met
voorspelbaarheid en verassing net als bij proza.
1.7 De schrijversintentie en de functies van
literatuur
De schrijversintentie —> de bedoeling die de schrijver met zijn boek heeft. Dit is
moeilijk te achterhalen en het is ook maar de vraag of de schrijver zich aan zijn
beoogde intentie heeft gehouden. In de 19e eeuw was dit duidelijk, namelijk een
pedagogische intentie. Een vaak stichtelijke boodschap over het lijden van een goed
leven.
De functie van het boek —> het mogelijke effect dat een boek op de lezer kan
hebben. Dit kan vaak afgeleid worden uit de tekst. Als de functie van de boek precies
is wat de schrijver bedoelde, dan kan vallen de functie en intentie samen.
Naast functies kan je ook nog de werking van een boek onderscheiden —> waar de
functie hypothetisch is en de mogelijke invloed van een boek o.b.v. inhoud voorspelt,
is de werking de daadwerkelijke gerealiseerde invloed.
• Lezen is een inherent sociaal activiteit, die het inlevingsvermogen en tolerantie van
de lezers vergroot (empathischer en open-minded)
• Intelligentieniveau en cognitieve vermogens profiteren van lezen
Functies van lezen —>
1. Ontspanning
Afleiding van de dagelijkse werkelijkheid. Spanning, humor of fantasie zorgen voor
ontspanning om met de emoties van het personage mee te leven.
2. Informatie
Verder te kijken dan de eigen leefwereld. Antwoorden geven op vragen over een
andere leefwereld, zoals een ander land of het verleden. Dit gaat vooral over
nieuwsgierigheid naar feitelijkheden.
3. Emotie
Omgaan met heftige, onbegrijpelijke emoties in de puberteit. Empatisch vermogen
—> het verplaatsen in emoties van een ander. Het oproepen van negatieve
emoties kan helpen om emoties te reguleren. Fictie met een emotieve functie
bestaat uit persoonlijke verhalen die lezers meer (psychologisch) inzicht bieden
dan een gedetailleerde, maar zakelijke beschrijving. Hierdoor kunnen lezers zich
beter inleven (identificeren) of kunnen meeleven (empathie) met de personages,
hoe sterker de emotieve functie.
4. Zingeving
Deze gaat verder waar de emotieve functie ophoudt. Hier kan de lezer zich
identificeren met de emoties van de hoofdpersoon en diens keuzes begrijpen, maar
zijn dit dan wel de juiste keuzes? Het gaat hier om het innemen van een standpunt
in een moreel dilemma. Literatuur zorgt ervoor dat morele dilemma’s op
toegankelijke manier bij het publiek neerkomen. De lezer mag zelf uitmaken of de