100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige Samenvatting Bestuursrecht - Bestuursrecht (R_BestRe)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
66
Geüpload op
10-05-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van alle hoorcolleges, het boek en de arresten! Alleen week 4/5 mist van het boek, voor de rest staat alles erin!












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
10 mei 2025
Aantal pagina's
66
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcolleges

, Week 1
De aard van het bestuursrecht
Veel dingen in het bestuursrecht gaan over het bestuursorgaan, het besluit, en de belanghebbende.
Alleen belanghebbenden kunnen bij de bestuursrechter terecht, tegen besluiten van een bestuursorgaan,
het gaat over een ingang bij de bestuursrechter. Alleen bestuursorganen moeten zich houden aan de
normen uit de Awb en de abbb’s. Het bestuursrecht gaat over het voeren van overheidsbeleid.

Functies van het bestuursrecht
1. Instrumentele functie – het bestuursrecht is een instrument om het beleid van de overheid te
kunnen uitrollen.
2. Legitimerende functie – de bestuursorganen krijgen van het bestuursrecht de bevoegdheden om
het overheidsbeleid uit te kunnen voeren. De wet moet de overheid een bevoegdheid geven om
te handelen.
3. Waarborgfunctie – het bestuursrecht zorgt ervoor dat de burger beschermd wordt tegen het
beleid van de overheid, bijvoorbeeld door de grondrechten, maar ook door de algemene
beginselen van behoorlijk bestuur.

Er is vaak een spanning tussen deze drie functies.

Gelede normstelling
Bevoegdheden worden toegekend door wetten in formele zin, via algemene maatregelen van bestuur,
ministeriële regelingen, decentrale verordeningen en beschikkingen van de centrale en de decentrale
overheid. Om de positie te kennen moet men het gelaagde systeem bekijken en toepassen. De wetgever
heeft een grote rol gekregen om dit in te richten, maar ze moeten zich wel aan bepaalde normen houden
(abbb). Het was ook heel rommelig door alle bijzondere regelingen, daarom geldt nu de Awb.
- De Wegenverkeerswet is bijvoorbeeld bestuursrecht, ook al staat dat in de bundel bij het
strafrecht.

In het bijzondere deel zitten de verboden, verplichtingen, aanspraken van de burgers, en de
bevoegdheden van bestuursorganen. Maar het algemene deel speelt altijd een rol. Deze regels staat dus
allemaal niet in de Algemene Wet Bestuursrecht, maar in de bijzondere wetten.
- Een besluit in de zin van de Awb is altijd schriftelijk, als er dus een handeling wordt verricht door
een bestuursorgaan, is het geen besluit. Bijvoorbeeld een stopteken van een verkeersregelaar.
Deze natuurlijke persoon handelt dan wel als bestuursorgaan, uitoefening van openbaar gezag.

Partijen in het bestuursrecht
Art. 1:1 lid 1 Awb → a-organen en b-organen.
1. Een A-orgaan is een orgaan van een rechtspersoon die krachtens het publiekrecht is ingesteld,
zoals ministers, de regering en de burgemeester. Publiekrechtelijke rechtspersonen. Dit kunnen
nooit privaatrechtelijke rechtspersonen zijn.
2. Een B-orgaan is een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
a. Dit kunnen privaatrechtelijke rechtspersonen zijn, of natuurlijke personen
b. Openbaar gezag = de bevoegdheid om publiekrechtelijke rechtshandelingen te verrichten
c. Er zijn 2 manieren van verkrijging van openbaar gezag door een B-orgaan:
i. Krachtens een wettelijk voorschrift
ii. Buitenwettelijk (HR Stichting Silicose)

,Een privaatrechtelijke rechtspersoon kan ingrijpen in het leven van een burger, als een soort verlengstuk
van een bestuursorgaan. De bestuursrechter kan alleen burgers beschermen wanneer het gaat om een
besluit van een bestuursorgaan, daarom wordt het b-orgaan-begrip uitgerekt. Buitenwettelijke manieren
van bevoegdheidstoedeling aan een privaatrechtelijke rechtspersoon, hierbij bestaat dus geen
bevoegdheid op grond van de wet:
1. Wanneer het gaat om uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten, zoals stichtingen,
die uitkeringen doen. Deze kan een bestuursorgaan zijn, als aan bepaalde eisen is voldaan:
a. De overheid bepaalt criteria volgens welke de op geld waardeerbare rechten worden
verdeeld in beslissende mate (inhoudelijke vereiste)
b. De overheid verschaft het geld waarmee de rechtspersoon de op geld waardeerbare
rechten in overwegende mate, in beginsel voor ten minste twee derde (financieel
vereiste)

HR Stichting Silicose – een aantal mensen die in mijnen hebben gewerkt kregen na verloop van tijd de
ziekte Silicose. De overheid besloot iets voor hen te willen doen. Daarom is de stichting Silicose Oud-
Mijnwerkers opgericht, die een eenmalige uitkering zou doen aan de nog levende werkers. Dit geld was
voor het grootste deel afkomstig van de staat, en er was een reglement waarin stond aan welke vereisten
moet worden voldaan om in aanmerking te komen (opgesteld in samenspraak met de minister). Deze
stichting is een privaatrechtelijke rechtspersoon, en kan daarom geen A-orgaan zijn. Volgens de
bestuursrechter was de stichting eigenlijk ook geen B-orgaan, omdat er geen wettelijke bevoegdheid was
voor de stichting om die uitkeringen te verstrekken. De rechter heeft hier geoordeeld dat het ging om op
geld waardeerbare voorzieningen, en dat de staat voor twee derde of meer gelden heeft verschaft,
en dat de minister invloed had op het reglement (aan alle vereisten van hierboven is voldaan) →
de stichting was toch een bestuursorgaan.
- Strategisch bestuursorgaanbegrip → om rechtsbescherming mogelijk te maken wordt deze
privaatrechtelijke rechtspersoon als een B-orgaan aan te merken.


A-organen zijn altijd bestuursorganen, en moeten zich altijd houden aan bestuursrechtelijke normen. B-
organen hoeven zich alleen aan de bestuursrechtelijke normen te houden voor zover zij handelen als
bestuursorgaan.

Belanghebbenden (algemeen)
Art. 1:2 lid 1 Awb – De geadresseerde van een besluit is altijd belanghebbende (dit geldt zowel voor
natuurlijke personen als voor rechtspersonen). Overige personen / entiteiten (derde- belanghebbenden)
moeten aan de OPERA criteria voldoen: objectief bepaalbaar, persoonlijk, eigen, rechtstreeks en actueel.
Iedereen die de “feitelijke gevolgen ondervindt” is dus een belanghebbende.

Statutair belanghebbenden
Rechtspersonen kunnen belanghebbenden zijn op grond van art. 1:2 lid 1 Awb, maar ook op
grond van lid 3 van dat artikel → wanneer ze algemene/ collectieve belangen behartigen. Het
element “eigen” uit lid 1 kan dus worden uitgebreid, ten aanzien van rechtspersonen. Collectieve
belangen = optelsom van individuele belangen, zoals vakbonden en buurtverenigingen. Aan alle andere
eisen van de OPERA criteria (van lid 1) moet nog wel worden voldaan, alleen aan “eigen” wordt invulling
gegeven.

Het onderscheid tussen algemeen en collectief is wel belangrijk.

, De eisen voor het “eigen” belang bij statutair belanghebbenden zijn cumulatief:
1. Er moet sprake zijn van rechtspersoonlijkheid
a. Verenigingen, stichtingen, BV’s, NV’s
b. Een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid (informele vereniging) heeft geen op schrift
gestelde statuten, maar kan wel een rechtspersoon zijn, als aan de volgende eisen is
voldaan (art. 2:30 BW):
i. De vereniging moet leden hebben
ii. Er moet een bepaalde mate van organisatie zijn, bijvoorbeeld dat er organen zijn,
of dat er vergaderingen worden gehouden
iii. De vereniging moet als eenheid deelnemen aan het rechtsverkeer.
2. Algemene / collectieve belangen
a. Algemene belangen gaan boven het individu uit, zoals het behouden van bossen
b. Collectieve belangen zijn een bundel van individuele belangen, zoals het belang van een
vereniging van horecaondernemers.
3. Op basis van een kenbare, specifieke doelstelling (“in het bijzonder” behartigen)
a. Kenbaar = de doelstelling moet blijken uit de statuten, of uit andere stukken (bij een
informele vereniging), zoals een verslag van de oprichtingsvergadering
b. Het moet gaan om een specifieke doelstelling, daarom zijn politieke partijen ook geen
rechtspersonen in de zin van art. 1:2 lid 3 Awb, omdat zij geen specifieke belangen
hebben.
i. Functionele afgrenzing
ii. Territoriale afgrenzing
4. De behartiging moet (mede) blijken uit feitelijke werkzaamheden – deze eis geldt niet bij
collectieve belangen, maar alleen bij algemene belangenbehartigers, omdat de bestuursrechter
niet wil dat mensen daar binnen komen om te procederen tegen allerlei besluiten van de overheid
5. Er moet een relatie zijn tussen het belang dat men in casu behartigt en de doelstelling van de
rechtspersoon = finaliteitsvereiste. Als een rechtspersoon opkomt voor het behoud van de
Friese taal, kan deze niet opkomen voor besluiten over het aanleggen van wegen in Friesland.
→ De rechtspersoon moet wel zijn opgericht aan het einde van de beroepstermijn, als de
rechtspersoon nog niet bestaat ten tijde van het nemen van het besluit op een bezwaar, is
deze geen belanghebbende, en niet ontvankelijk voor de bestuursrechter.

1. Objectief bepaalbaar belang
a. mag geen emotioneel, subjectief belang zijn – meetbaar
b. een ander in dezelfde positie, zou datzelfde belang hebben
2. Persoonlijk belang
a. een belang waarin iemand in het bijzonder wordt geraakt door het (voorgenomen) besluit en waardoor diegene
zich onderscheidt ten opzichte van anderen. Het belang moet zich onderscheiden van de ‘massa’.
3. Eigen belang
a. Je kunt alleen voor je eigen belang opkomen
b. Enkel met een machtiging kun je voor andermans eigen belang opkomen
4. Rechtstreeks betrokken belang
a. er is een verschil tussen een direct, of een afgeleid belang
b. om als belanghebbende aangemerkt te kunnen worden is een afgeleid belang niet genoeg
c. als er sprake is van een tegengesteld belang, kan dit wel worden aangemerkt als een rechtstreeks belang
(tegenovergestelde: parallel belang)
5. Actueel bepaalbaar belang
a. mag geen onzeker toekomstig belang zijn van betrokkene → zekerheid (onzekere toekomstige
gebeurtenis)
b. afhankelijk van de persoon die zich als belanghebbende wil aanmerken – moet in zijn handen liggen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
hedwigluten Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
83
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
12
Documenten
39
Laatst verkocht
3 dagen geleden

2,9

9 beoordelingen

5
1
4
1
3
5
2
0
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen