100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Juridische argumentatieleer VOLLEDIG

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
73
Geüpload op
10-05-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van Juridische argumentatieleer. Het volledige vak is hierin behandeld, bestaande uit drie delen: redeneren, argumenteren, juridisch argumenteren. Samenvatting bevat ook voorbeelden van mogelijke oefeningen.

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
10 mei 2025
Aantal pagina's
73
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Juridische argumentatieleer
Inleiding:
Juridische argumentatieleer als sleutel tot de technische eigenheid van het recht
Juridische argumentatieleer: verwoording, onderbouwing en overtuigingskracht van het recht
Juridische argumentatieleer als leer van het redenen en argumenteren

Redeneren: aaneenschakelen van beweringen, waarbij één bewering (de conclusie) wordt afgeleid uit
één of meerdere andere beweringen (de premisse)
- Monoloog (binnen 1 persoon)
- Een goede redenering = geldige redenering
Geldig redenering: uit de premisse kan je de conclusie afleiden
Een geldige redenering = een zuiver formeel criterium: premissen moeten niet juist zijn, gaat puur
om de structuur van de redenering
Premissen moeten niet gebaseerd zijn op de waarheid om een geldige redenering op te bouwen

Argumenteren: overtuigen van iemand
- Dialoog (tussen ministens twee personen)
- Een goed argument = deugdelijk argument
Argumenten hebben geen absoluut waarheidsgehalte
Deugdelijk argument = voldoen aan bepaalde kwaliteitsvereisten, is het overtuigend?

Redenering ≠ argumentatie
→ Redeneringen zijn geldig of ongeldig; argumentaties zijn deugdelijk of ondeugdelijk
→ Een geldige redenering vormt (idealiter) de basis voor een deugdelijk argument

belang van JAL
Juridisch argumenteren = kerntaak van elke jurist
De argumentatie van een jurist stuurt het recht
Argumentatie wordt recht, recht codificeert en stuurt de werkelijkheid
Inhoud van argumenten wordt bepaald door het recht

Beperkingen van JAL
- Beperkt tot techniek. Biedt denkkaders en ijkpunten voor kwaliteitsvolle (deugdelijke) juridische
argumenten, maar geeft hier geen inhoud aan
- Inhoud argumenten wordt bepaald door: rechtsregels, maar ook door maatschappelijke context..
- Taalvaardigheid en- beheersing

Uitdaging JAL: technologie


Deel 1: redeneren
I. Cognitieve achtergrond
Hoofdstuk 1: de mens als dier met sterke cognitieve
capaciteiten
Cognitieve capaciteiten -> evolutionaire wortels
Brein is opgebouwd uit verschillende lagen -> theorie van het drievuldig brein (triune brain)


1

,1. reptielachtig brein: oudste laag
-> obsessief, compulsief dierlijke impulsen die we nog hebben
is steeds actief (ook als we slapen) -> controleert evenwicht, spieren, ademhaling,
hartslag
2. zoogdierenbrein: tweede laag
-> kennis, emoties, motivatie, geur, geheugen, tijdsbesef
3. recente zoogdierenbrein: nieuwste laag
-> bijzondere cognitieve functies (bv: inventiviteit en abstract redeneervermogen)
Neemt bij mens 2/3 van het brein in beslag -> bij dieren is dit anders
Onderverdeeld in linker en rechter kant van het brein

Nadeel: triune brain is niet wetenschappelijk nauwkeurig
Voordeel: kader voor menselijke onredelijkheid
 Mensen en dieren verschillen niet alleen weinig qua cognitieve capaciteiten, op sommige punten
zijn dieren veel ‘verstandiger’
 Humans vs. Econs
 Idee van mens als rationele actor is zeer invloedrijk (geweest) in het recht, bv. contractenrecht

Dit verklaar denkfouten -> wanneer de onderste lagen het van ons gaan ondernemen
Onderverdeling is niet meer zo strikt -> gevolgen: diersoorten verschillen minder sterk van elkaar dan
mensen willen geloven

Humans vs Econs
Humans = de echte mens
Econs = zuiver rationeel actoren (hoe wij denken dat we zijn)
We denken graag dat we rationeel zijn en econ zijn maar eigenlijk zijn we human -> dit heeft ook
invloed op de redenering

Gevolg van dat brein -> we zijn als mens manipuleerbaar Bv: reclame
Kan ook positief worden gebruikt -> de impulsen van de mensen aansturen om de juiste keuzes te
maken bv: karretje in winkel met apart fruitvak (zo ga je dat vak onbewust vullen met fruit)


Hoofdstuk 2: systeem 1 en systeem 2 denken
Systeem 1 denken: snel, intuïtief
automatische piloot, handelen op impulsen-> stuurt meeste van onze handelingen
Systeem 2 denken: traag, rationeel
bewust denken -> moet je activeren

systeem 1 ≠ emotie
systeem 2 ≠ rede
Automatische piloot is niet altijd emoties, gedrag u zo eigen maken dat je automatisch zo gaat
handelen, dezelfde denkpatronen worden automatisch

Zaken kunnen van systeem 2 naar systeem 1 gaan doordat je veel zo handelt wordt het een gewoonte
Een grote uitdaging is dan om u denken uit te leggen omdat het voor u zo automatisch is = curse of
knowledge: u kennis is vanzelfsprekend geworden en zo wordt het onmogelijk om dit uit te leggen
aan mensen die de kennis nog niet hebben

Uitdaging: maatschappij wordt ingewikkelder, systeem 2 wordt niet meer gebruikt -> laten de
automatische piloot het overnemen


2

,Opletten: automatische piloot krijgt heel veel informatie en maakt daar een verhaal van zonder dat in
systeem 2 wordt gekeken klopt dit wel? Mensen maken hun eigen verhaal via buikgevoel gaan deze
verhalen niet meer verifiëren
Systeem heeft neiging om willekeurige informatie te verwerven tot 1 coherent verhaal
Kritisch nadenken door systeem 2 te activeren

Hoofdstuk 3: het brein als verbandleggende machine
Men gaat meteen van observatie naar conclusie
Bv: vuur -> kleur rood -> gevaar -> daarom zijn verbodsborden rood
We maken soms onbewuste associaties -> zijn soms niet correct
Systeem 1:
Conceptverruiming door verminderde blootstelling
Bv: testje zie je een blauwe of paarse stip
of je blauwe of paarse stippen antwoord hangt af van de stippen die vooraf gaan, als ze al heel de tijd
geen blauw zien, ga je het begrip blauw verruimen en sneller zeggen ja dit is blauw

Bv: het begrip “gevaarlijk” mensen denken dat we in een gevaarlijke samenleving leven terwijl
wetenschap zegt dat we dalen
We komen veel minder in contact met gevaarlijk daarom gaan we het begrip gevaarlijk ruimer zien en
sneller denken dat iets gevaarlijk is
Je gaat een gevoel creëren op basis van onze ervaringen

Systeem 2: gaat actieve banden controleren -> moeilijk
Vier centrale verbanden die ons systeem 1 gaat toepassen
1: voorwaardelijke verbanden: een bepaalde zin of uitspraak (propositie) vormt voorwaarde voor
andere propositie
Bv: als het 15u is, dan begint de les

2: via-verbanden (metonymie): een ding of entiteit gebruiken (vehikelentiteit) om mentale toegang te
krijgen tot andere entiteit (doelentiteit) die er in onze ervaring nauw mee verbonden is
u brein gaat automatisch informatie toevoegen, brein vult informatie toe aan de letterlijke zin
Letterlijk staat er iets anders dan wat je werkelijk gaat begrijpen
We creeëren een mentale short cut
Voorbeeld:
- Een glas gedronken-> heeft geen glas gedronken, heeft de inhoud gedronken
- Brussel heeft beslissing genomen -> EU
- Het parlement neemt een beslissing -> de leden
- Het kantoor gaat op teambuilding -> de medewerkers
- Da vinci is veel waard -> het schilderij

Via-verbanden kunnen verschillende vormen aannemen
Deel/geheel
-> Mijn fietsbel is stuk, dus is mijn fiets stuk” → haalt ‘deel’ (bel) en ‘geheel’ (fiets) door elkaar ->
Veralgemenen

Oorzaak/gevolg
Warme trui -> de trui zelf is niet warm, het gevolg is dat je het warm gaat krijgen

Ongericht en associatief: erg sterke verbanden
Neiging op verbanden te leggen tussen dingen die niet gerelateerd zijn = Apofenie
 Apofenie = niet problematisch maar wel wanneer je systeem 2 denken niet meer gaat activeren

3

, 3: causale verbanden
= Neiging om samenhangende gebeurtenissen in een relatie van oorzaak en gevolg tot elkaar te
plaatsen
Correlatie ≠ causaliteit
Causaal verband = een oorzakelijk verband
Een correlatie = een verband, kan ook willekeurig of toevallig zijn
Kan positief en negatief zijn
- Positief: als ene variabele stijgt, andere ook
- Negatief: als ene variabele stijgt, dan daalt andere

Voorbeeld: Cannabisgebruik leidt tot heroïnegebruik’
Eénduidige causale verbanden zijn zeldzaam: zestal vergissingen
(1) zwakke correlatie tussen feit 1 en feit 2
(2) onbepaalde richting van causaal verband: ‘paraplu’ en ‘regenen’
(3) alternatieve verklaringen: zoals gemeenschappelijke oorzaak, bv. ‘keizersnede’ en ‘autisme’
(4) overhaaste extrapolatie: (we willen de uitspraak veralgemenen) ‘neerslag is goed voor de oogst’
(maar niet altijd!)
(5) vage beschrijving van de oorzaak
(6) geen oog voor relevante kwantitatieve gegevens

Hoe weet ik zeker dat er een causaal verband is (en niet enkel correlatie)? Zeer moeilijk!
Kans dat er toch causaal verband, is groter als positief antwoord op deze vragen:
(i) Positieve correlatie tussen feit 1 en feit 2?
• Bv. ‘ik druk op knop X’ en ‘de televisie gaat aan’
(ii) Vaak voorkomende correlatie tussen feit 1 en feit 2?
• Bv. de televisie is al vaak aangegaan als ik op knop X heb gedrukt
(iii) Redenen dat feit 1 oorzaak is van feit 2 en niet omgekeerd?
• Bv. niet plausibel dat het aangaan van de televisie tot gevolg heeft dat jij op knop X drukt
(iv) Kan je uitsluiten dat tussen feiten 1 en 2 nog een derde feit zit?
• In dit geval ja. Anders bv. bij ‘Armoede’ (1) en ‘Ziekten’ (2): 1 → verminderde hygiëne → 2
(v) Kan je een derde factor uitsluiten die zowel feit 1 als feit 2 veroorzaakt?
• In dit geval ja. Anders bv. bij ‘Goed lezen’ (1) en ‘Grote schoenmaat’ (2): ‘Leeftijd’ (3)
verklaart beide
(vi) Zijn termen waarmee feiten 1 en 2 zijn beschreven, voldoende duidelijk?
• ‘Armoede’ en ‘ziekten’ onvoldoende duidelijk omschreven? Moeilijker causaal verband

4: als-het-ware verband (metafoor) = figuurlijk taalgebruik, beeldspraak
Wanneer men een abstract concept gaat voorstellen als concrete zaken
Wordt vaak gebruikt omdat politiek heel moeilijk is en moet helder zijn voor leken via metaforen
wordt het duidelijk
Voorbeelden:
- Dat idee is moeilijk verteerbaar
- We verdrinken in het werk
- Slechte redeneringen zijn besmettelijk

Verschil met vergelijkingen: uitgesproken
- Je bent zo rood als een tomaat
- Hij is zo lenig als een kat

Verschil met metonymieën (via-verbanden)


4
€12,08
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
camillegoossens123

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
camillegoossens123 Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
8
Laatst verkocht
11 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen