Biologie periode uitleg les
De huid:
De huid van een volwassen mens is in totaal rond de 2 m 2. De huid zelf is iets van een paar mm dik. De huid
beschermt ons tegen ziekteverwekkers, zonnestraling, uitdroging en houdt stoten tegen voor de bescherming.
De huid regelt ook wel je lichaamstemperatuur. De huid verwerkt ook prikkels van bijvoorbeeld kou, warmte
of pijn.
De hoornlaag is de hoogste laag. Daaronder zit de kiemlaag. Dit wordt samen de opperhuid genoemd. De
middelste laag is de lederhuid. Daaronder zit de onderhuids bindweefsel.
Opperhuid Lederhuid Onderhuids bindweefsel
Hoornlaag haarzakje Vetcellen
Pigment zweetklier bloedvaten
kiemlaag Bloedvaten
porie talgklier
temperatuurzintuigj
e
De opperhuid bestaat uit 2 lagen: de hoornlaag en de kiemlaag
Welke 2 zintuigen in de lederhuid zijn er: tastzintuig en drukzintuig
Waar beschermd de huid tegen: bacteriën, zonlicht of stoten
Wat doet je huid als je t koud hebt: trillen, kippenvel
Witte bloedcellen -> macrofagen, speciale, grote, witte bloedcellen die de samengeklonterde antigenen +
antistoffen op eten en opruimen dit heet fagocytose.
Witte bloedcellen -> geheugen – b-lymfocyten (geheugencellen) zij zorgen ervoor dat je immuun voor een
ziekte wordt voor kortere of langere tijd. Als je dezelfde ziekteverwekkers krijgt, hebben de geheugen cellen
onthouden welke antistoffen nodig zijn en kunnen die snel maken, zodat je er dan niet ziek van wordt.
Actieve immunisatie en passieve immunisatie
Immuun zijn is dat je lichaam tegen bepaalde ziekteverwekkers kan.
Er zijn 2 manieren voor.
Actieve immunisatie = het lichaam moet zelf actief antistoffen maken. Kleine kinderen krijgen meestal een
vaccin met een verzwakte ziekteverwekker of alleen celmembranen van de ziekteverwekker. Je wordt
hierdoor een beetje besmet en er ontstaat en lichte afweerreactie. Hierbij worden de geheugencellen en
, antistoffen tegen die ziekte gemaakt. Daardoor ben je dus een bepaalde periode of langere tijd beschermt
tegen een ziekte of virussen.
Passieve immunisatie = je lichaam maakt zelf niet antistoffen maar je krijgt ze toegediend. Een voorbeeld is
als je gebeten wordt door een slang. Je krijgt dan antigif.
Passieve immunisatie Actieve immunisatie
Antigif Vaccin
Antistoffen krijgen Zelf antistoffen maken
Korte immuniteit Langere immuniteit
Bloedsamenstelling
Als je bloed in een buisje doet zakken na een tijdje het zware bloed naar beneden. Bovenop zit de plasma. Dat
is een beetje doorzichtig spul.
Waar bestaat het bloed uit? + functies
Rode bloedcellen – zuurstoftransport – dit zijn hele cellen zonder celkern
Witte bloedcellen – afweer en immuniteit – dit zijn hele cellen met celkern deze kunnen van vorm veranderen
Bloedplaatjes – bloedstolling – stukjes van cellen
Bloedplasma – vervoert opgeloste stoffen. Dit wordt ook wel serum genoemd. Het bevat ook bloedeiwitten.
Als je op een punaise gaat staan loopt het bloed uit je voet en de bacteriën gaan je voet in. De punaise kan ook
bloedplaatjes stukprikken. Maar doordat de bloedplaatjes stuk gaan komt er een stofje vrij. Dit noemen we
wel signaalstof. Dit stofje geeft stollingseiwitten in bloedplasma de opdracht om heel plakkerig te worden. Dit
gaat dan tegen de opening van het wondje liggen. Ze maken een soort draderig netwerk. De rode bloedcellen
gaan er op zitten en blijven plakken. Nu kan er niks meer uit en de witte bloedcellen ruimen de ‘indringers’
op. Dan komt er een bloedprop en dat wordt dus een korstje.
Ziekteverwekkers
Bacteriën of virussen komen je lichaam in.
Antigenen
Lichaamsstoffen die niet in het lichaam horen worden afgeweerd.
Lymfevatenstelsel
Lymfeknopen zien er uit als kleine bolletjes. De meeste zitten rond de oksels en de liezen. De lymfevaten
hebben kleppen. Dit is net als de aders de bloeddruk is ook heel laag daar. De kleppen zorgen ervoor dat het
bloed niet terugstroomt. Dit is een soort opruimsysteem. Ze zorgen er voor dat het laatste beetje weefselvocht
uit de bloedplasma wordt weggezogen.
De huid:
De huid van een volwassen mens is in totaal rond de 2 m 2. De huid zelf is iets van een paar mm dik. De huid
beschermt ons tegen ziekteverwekkers, zonnestraling, uitdroging en houdt stoten tegen voor de bescherming.
De huid regelt ook wel je lichaamstemperatuur. De huid verwerkt ook prikkels van bijvoorbeeld kou, warmte
of pijn.
De hoornlaag is de hoogste laag. Daaronder zit de kiemlaag. Dit wordt samen de opperhuid genoemd. De
middelste laag is de lederhuid. Daaronder zit de onderhuids bindweefsel.
Opperhuid Lederhuid Onderhuids bindweefsel
Hoornlaag haarzakje Vetcellen
Pigment zweetklier bloedvaten
kiemlaag Bloedvaten
porie talgklier
temperatuurzintuigj
e
De opperhuid bestaat uit 2 lagen: de hoornlaag en de kiemlaag
Welke 2 zintuigen in de lederhuid zijn er: tastzintuig en drukzintuig
Waar beschermd de huid tegen: bacteriën, zonlicht of stoten
Wat doet je huid als je t koud hebt: trillen, kippenvel
Witte bloedcellen -> macrofagen, speciale, grote, witte bloedcellen die de samengeklonterde antigenen +
antistoffen op eten en opruimen dit heet fagocytose.
Witte bloedcellen -> geheugen – b-lymfocyten (geheugencellen) zij zorgen ervoor dat je immuun voor een
ziekte wordt voor kortere of langere tijd. Als je dezelfde ziekteverwekkers krijgt, hebben de geheugen cellen
onthouden welke antistoffen nodig zijn en kunnen die snel maken, zodat je er dan niet ziek van wordt.
Actieve immunisatie en passieve immunisatie
Immuun zijn is dat je lichaam tegen bepaalde ziekteverwekkers kan.
Er zijn 2 manieren voor.
Actieve immunisatie = het lichaam moet zelf actief antistoffen maken. Kleine kinderen krijgen meestal een
vaccin met een verzwakte ziekteverwekker of alleen celmembranen van de ziekteverwekker. Je wordt
hierdoor een beetje besmet en er ontstaat en lichte afweerreactie. Hierbij worden de geheugencellen en
, antistoffen tegen die ziekte gemaakt. Daardoor ben je dus een bepaalde periode of langere tijd beschermt
tegen een ziekte of virussen.
Passieve immunisatie = je lichaam maakt zelf niet antistoffen maar je krijgt ze toegediend. Een voorbeeld is
als je gebeten wordt door een slang. Je krijgt dan antigif.
Passieve immunisatie Actieve immunisatie
Antigif Vaccin
Antistoffen krijgen Zelf antistoffen maken
Korte immuniteit Langere immuniteit
Bloedsamenstelling
Als je bloed in een buisje doet zakken na een tijdje het zware bloed naar beneden. Bovenop zit de plasma. Dat
is een beetje doorzichtig spul.
Waar bestaat het bloed uit? + functies
Rode bloedcellen – zuurstoftransport – dit zijn hele cellen zonder celkern
Witte bloedcellen – afweer en immuniteit – dit zijn hele cellen met celkern deze kunnen van vorm veranderen
Bloedplaatjes – bloedstolling – stukjes van cellen
Bloedplasma – vervoert opgeloste stoffen. Dit wordt ook wel serum genoemd. Het bevat ook bloedeiwitten.
Als je op een punaise gaat staan loopt het bloed uit je voet en de bacteriën gaan je voet in. De punaise kan ook
bloedplaatjes stukprikken. Maar doordat de bloedplaatjes stuk gaan komt er een stofje vrij. Dit noemen we
wel signaalstof. Dit stofje geeft stollingseiwitten in bloedplasma de opdracht om heel plakkerig te worden. Dit
gaat dan tegen de opening van het wondje liggen. Ze maken een soort draderig netwerk. De rode bloedcellen
gaan er op zitten en blijven plakken. Nu kan er niks meer uit en de witte bloedcellen ruimen de ‘indringers’
op. Dan komt er een bloedprop en dat wordt dus een korstje.
Ziekteverwekkers
Bacteriën of virussen komen je lichaam in.
Antigenen
Lichaamsstoffen die niet in het lichaam horen worden afgeweerd.
Lymfevatenstelsel
Lymfeknopen zien er uit als kleine bolletjes. De meeste zitten rond de oksels en de liezen. De lymfevaten
hebben kleppen. Dit is net als de aders de bloeddruk is ook heel laag daar. De kleppen zorgen ervoor dat het
bloed niet terugstroomt. Dit is een soort opruimsysteem. Ze zorgen er voor dat het laatste beetje weefselvocht
uit de bloedplasma wordt weggezogen.