100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting BMW Genoom - WC uitwerkingen - Deel I & II

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
87
Geüpload op
18-08-2020
Geschreven in
2018/2019

Dit document bevat alle uitwerkingen van alle werkcolleges van de cursus Genoom van Biomedische Wetenschappen (BMW21614).












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
18 augustus 2020
Aantal pagina's
87
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Werkcollege affiniteit & specificiteit (Week 1)
In de cursus Genoom wordt er vooral aandacht besteed aan subcellulaire processen, zoals DNA
replicatie, DNA repair, transcriptie en translatie. Deze processen vinden plaats doordat moleculen, in
veel gevallen eiwitten, met elkaar samenwerken. Je zult in deze cursus veel eiwitten tegenkomen.
Het is belangrijk dat je deze eiwitten niet gedachteloos uit je hoofd leert, maar dat je in je
achterhoofd houdt bij welk subcellulaire proces ze betrokken zijn en wat de functie van zo’n proces
in een cel is. Het heeft bijvoorbeeld weinig nut om een rijtje transcriptiefactoren uit je hoofd te leren.
Het is echter wel belangrijk dat je weet hoe transcriptiefactoren aan elkaar binden, dat ze betrokken
zijn bij het subcellulaire proces transcriptie en dat transcriptie het proces is waarbij mRNA-moleculen
gesynthetiseerd worden. Dit is essentieel voor de cel, omdat een cel eiwitten nodig heeft om te
functioneren. Het is dus belangrijk dat je altijd in je achterhoofd houdt wat de connectie is tussen het
moleculaire, het subcellulaire en het cellulaire niveau. Om de connectie tussen moleculaire en
(sub)cellulaire processen te kunnen leggen, is het belangrijk om je een beetje te verdiepen in de
eigenschappen van moleculen. Een molecuul bestaat uit atomen die via covalente bindingen aan
elkaar zitten. Een eiwit kan gedefinieerd worden als macromolecuul, bestaande uit covalent aan
elkaar gekoppelde aminozuren. Soms vormen meerdere aminozuurketens samen één geheel
(bijvoorbeeld bij Hemoglobine). Dan spreek je van een eiwitcomplex.


Moleculaire eigenschappen van eiwitten & eiwit interacties
Eiwitten hebben (lokale) ladingen. Sommige aminozuurzijketens hebben een positieve lading en
andere hebben een negatieve lading bij de pH die heerst in cellen (pH 6,8).

1. Bekijk het overzicht van alle aminozuren op de volgende pagina. Noem de aminozuren die
positief en negatief geladen zijn bij pH 6,8.

Asparaginezuur  negatief geladen
Glutaminezuur  negatief geladen
Arginine  positief geladen
Lysine  positief geladen
Histidine  positief geladen


Aminozuurzijketens kunnen polair of apolair zijn. Eiwitten vouwen meestal zodanig dat de hydrofobe
aminozuurzijketens binnenin het eiwit zitten, en de hydrofiele aminozuurzijketens aan het oppervlak.
Transmembraaneiwitten hebben vaak een polair (hydrofiel) en een apolair (hydrofoob) deel.

2. Bekijk nogmaals het overzicht van alle aminozuren. Verdeel de aminozuren in een polaire en in
een apolaire groep.

Asparagine, glutamine, serine, threonine, tyrosine  polair + vraag 1
Alanine, glycine, valine, leucine, isoleucine, proline, phenylalanine, methionine, tryptofaan,
cysteine  apolair


Door de specifieke eigenschappen van eiwitten, kunnen eiwitten interacties aangaan met elkaar en
met andere moleculen zoals second messengers, metabolieten, DNA-moleculen en RNA-moleculen.

, 3. Zoals ook in het hoorcollege besproken is, zijn het cytoplasma en het kernplasma
stroperige vloeistoffen vol met eiwitten en andere (macro)moleculen. Leg uit hoe het kan
dat eiwitten op elke plek in de cel komen en tegen heel veel andere moleculen aan botsen.

Moleculen bewegen altijd, ze staan nooit stil. Doordat er zich meerdere moleculen bevinden in het
cytoplasma bewegen er allerlei verschillende moleculen willekeurig (en een andere kant op)
waardoor een molecuul na een gegeven tijd altijd op alle plekken binnen de omgeving terecht
komt.

Thermal motion  moleculen bewegen zelf
Brownian motion  beweging door een omgeving doordat het molecuul zelf beweegt


4. Ondanks dat slechts een klein deel van de botsingen leidt tot binding van eiwitten, vinden
er toch heel veel eiwitinteracties plaats. Leg uit i) hoe het kan dat slechts een klein deel van
de botsingen leidt tot binding en ii) hoe het kan dat ondanks dat slechts een klein deel van
de botsingen leidt tot interacties, er toch voldoende interacties plaatsvinden om
biologische processen in een cel te laten verlopen.

i) Bindingen zijn specifiek, een binding kan dus alleen veroorzaakt worden als twee
moleculen in elkaar passen en specifiek zijn en dus een affiniteit voor elkaar hebben.
ii) Moleculen onderling hebben affiniteit voor elkaar en zijn specifiek. Doordat ze altijd
bewegen en overal in de omgeving wel een keer terecht komen, komen deze elkaar
ooit een keer wel tegen. Daarnaast zijn er een heleboel verschillende moleculen die
allemaal affiniteit en specificiteit hebben voor andere moleculen, en sommige
moleculen zijn minder specifiek dan andere waardoor meerdere moleculen op
dezelfde receptor kunnen binden. Ook zijn er sommige moleculen die in overmaat
aanwezig zijn in de cel.

De kans dat eiwitten met elkaar of andere moleculen binden na botsing is afhankelijk van de 3D-
structuur van de bindingsplaats en de sterkte van en het aantal non-covalente interacties dat
gevormd kan worden tussen de twee moleculen. Omdat non-covalente bindingen dynamisch zijn en
ook weer verbroken worden, dissociëren moleculen na binding ook weer van elkaar. Zo ontstaat er
een evenwicht waarbij een deel van de eiwitten in gebonden toestand en een ander deel in
ongebonden toestand verkeert. Hoeveel eiwit er wel of niet gebonden is in evenwicht is dus
afhankelijk van hoe snel eiwitten aan elkaar binden en weer loslaten.

,Overzicht aminozuren

, Bindingsaffiniteit & specificiteit

5. De termen chemische bindingsaffiniteit en –specificiteit komen vaak voor als het gaat om
eiwit-eiwitinteracties. Leg met je kennis uit het hoorcollege in je eigen woorden de termen
bindingsaffiniteit en -specificiteit uit.

Affiniteit is de ‘aantrekkingskracht’ die moleculen voor elkaar hebben, en de verhouding van het
aantal gebonden versus ongebonden moleculen in een dynamisch evenwicht, en de totale tijd die
hiervoor nodig is (hoge affiniteit  kortere tijd).
Specificiteit is een maat voor de hoeveelheid soorten moleculen die bijvoorbeeld op een receptor
passen, hoe minder hoe specifieker de receptor.


Extracellulaire signaalmoleculen kunnen een signaal doorgeven naar binnenin de cel via een
receptor. Er bestaan liganden die een hele hoge affiniteit, maar ook die een lage affiniteit hebben
voor hun receptoren.

6. Stel dat ligand A een hoge affiniteit heeft voor zijn receptor X en ligand B een lage affiniteit
voor zijn receptor Y, terwijl er evenveel receptoren van X en Y zijn. Wat kun je zeggen over
de concentratie van ligand B in vergelijking met de concentratie van ligand A waarbij ligand
A en B evenveel receptoren binden?

De concentratie van ligand A is lager dan die van ligand B.


7. Leg uit hoe de concentratie van andere liganden invloed kan hebben op de mate van
binding tussen ligand A en receptor X.

Andere liganden kunnen minder specifiek zijn en ook op receptor X binden.
Hogere concentraties van andere liganden zorgt ervoor dat er meer tijd nodig is voordat A aan
receptor X kan binden.


8. In het hoorcollege zijn er verschillende voorbeelden van interacties tussen
macromoleculen naar voren gekomen.
a) Welke krachten spelen een rol bij de vorming van interacties tussen eiwitten en andere
moleculen?

- Van der Waals krachten of hydrofobe interacties
- Elektrostatische bindingen
- Waterstofbruggen/Zwavelbruggen
- Non-covalente bindingen/Covalente bindingen


b) Teken deze krachten door eerst juiste aminozuren op de juiste plaats in de
onderstaande schematische weergave van twee eiwitten te tekenen (je hoeft dus
alleen de zijketen te tekenen (het groene gedeelte)) en vervolgens de krachten tussen
de juiste atomen aan te geven.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ivanalansweers Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
23
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
21
Documenten
30
Laatst verkocht
1 jaar geleden

4,6

5 beoordelingen

5
3
4
2
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen