Hoorcollege anatomie abdomenwand
Buikwand
- Abdomenwand
- Stevige, maar flexibele wand
- Gekenmerkt door gelaagde structuur
- Functie
o Beschermt tegen invloed van buiten
o Houdt (met hulp) organen op plaats
o Creëert intra-abdominale druk
Anterolaterale buikwand
- Verschillende lagen
- Van xiphoïd tot bekken
- Flank tot flank
Dorsolaterale buikwand
- Ongeveer gelijk met lumbale weefsels
Klinische regio’s
- Epigastrica
- Umbilicalis
o Rondom navel
- Urogenitalis
- Pubica
- Inguinalis
- Abdominis lateralis
- Hypochondriaca
- Kan ook verdeelt worden in kwadranten
o Links boven, etc.
Opbouw in lagen
- Buiten: huid
- Binnen: buikvlies (peritoneum)
- Vetweefsel (subcutus) onderhuids vetweefsel
- Bindweefsel en spieren
1. Huid en vetweefsel
o Subcutis
▪ Fascia van Camper (vetweefsel) eerst
▪ Fascia van Scarpa (bindweefsel) daarna
▪ Belangrijk dat het goed is gesloten na operatie omdat er veel druk staat in de
abdomen en de wond anders open barst
▪ Bevat zenuwen, bloedvaten, lymfevaten, zweetkliertjes en haarzakjes
o Anterieur buikspier
o Pees en buikspier
2. Spieren en diepe fascia
o Buitenste schuine spier
▪ M. Obliquus externus abdominis
▪ Ontspringt van ribben 5 t/m 12
, ▪ Hecht aan linea alba (verticale lijn over buik), os pubis (schaambeen), crista
iliaca (bekkenkam)
▪ Gaat schuin naar beneden
o Binnenste schuine spier
▪ M. Obliquus internus abdominis
▪ Tegenovergestelde vezelrichting van externus
• Belangrijk voor ademhaling
▪ Hecht aan onderkant ribbenkast; ribben 10 t/m 12 en linea alba
▪ Ontspringt van peesblad rug en crista iliaca
▪ Gaat schuin omhoog
o Dwarse spier
▪ M. Obliquus transversus abdominis
▪ Zit vast aan bekkendelen en aan ribbenkast; linea alba en os pubis
▪ Ontspringt van arcus costae, peesblad rug en crista iliaca
▪ Linea arcuata
• Pees houdt op hier
• De bouw hierboven is anders dan hieronder
▪ Zit een peesblad (witte) apenarosis
o Rechte buikspier (rectus)
▪ M. rectus abdominis
▪ Ontspringt van os pubis
▪ Zit aan ribben (xiphoïd + 5t/m7) en
bekken
▪ Verticaal
▪ Ventraal
▪ Helpt vooroverbuigen
▪ Vormt samen met de peesbladen
rectusschede
o Spieren helpen rotatie, buigen
o Apollo’s belt
▪ Onderrand van buikspieren
▪ Hier zit ook het lieskanaal
o Rectusschede
▪ Buikspieren strekken uit met peesbladen (aponeurosen) en vormen samen de
rectusschede
▪ Deze peesbladen zitten om m. rectus abdominis heen
▪ Onder linea acuata is deze anders
• Hier lopen de spieren (m. transversus)alleen ventraal
▪ Boven linea acuata loopt het peesblad/m. transversus aan beide kanten
3.
o Fascia transversalis
▪ Ligt aan binnenzijde van m. transversus
o Extraperitoneaal vetweefsel
o Peritoneum parietale
▪ Ligt aan binnenzijde van fascia transversalis
▪ Bekleed de wand
▪ Bevat plooien
• Restanten van embryologie
• Plica umbilicalis mediana
o Navelplooi
o Ligament van iets met urine
, o Bevat lig. Umbilicale medianum
o Restant van urachus
• Plicae umbilicales mediales
o Bevatten ligg. Umbilicale mediales
o Restant van aa. Umbilicales
o Waren arteriën vanuit de placenta
• Plica umbilicales laterales
o De buitenste twee
o Bevatten a. en v. epigastrica inferior
- In totaal 9 lagen
Dorsale abdomenwand
- Fascia transversalis splitst
o Verpakking van de nieren
o In een vetpakketje
▪ Perenale vet
o M. quadratus lumborum
o M. iliopsoas =
▪ M. psoas major
• Hele krachtige spier voor optillen
van heup
• Hecht aan femur
▪ M. iliacus
▪ Hoofdfunctie is flexie van heup en romp
Hoorcollege anatomie abdomen 1+2
Buikholte
- Is begrensd door het diafragma, buikspieren, rugspieren en wervelkolom
- Functie
o Intra-abdominale druk
o Ten behoeve van
▪ Braken
▪ Geforceerde respiratie
▪ Geforceerde mictie en defecatie
• Plassen en ontlasting
Functies van tractus digestivus
➔ Ingestie
o Inname voedsel via de mond
➔ Mechanische verwerking
o Bereiden van het voedsel dat het maximaal nut kan ondervinden in de tractus
➔ Digestie
o Chemische afbraak van voedsel voor absorptie kan worden door epitheel van tractus
➔ Secretie
o Gedaan door grotere organen die aansluiten op buis
▪ Door epitheel van tractus en klierweefsel
o Afgeven van
, ▪ Water, zuren, enzymen, buffers en zout
➔ Absorptie
o Nuttige delen van voedsel worden opgenomen
o Vitamines, water en elektrolyten
o Door epitheel
➔ Ontlasting/excretie
o Defecatie van afvalstoffen
Ook ondersteunende organen behoren tot tractus digestivus
➔ Ondersteunende organen: lever, galblaas, pancreas
Tractus urogenitalis
➔ Nieren (en geslachtsorganen)
Spijsverteringsorganen
Mondholte
- Cavitas oris
- Tanden om te malen
- Bevat ook speekselklieren
Pharynx
- Voedsel gaat door oropharynx
- Slikbeweging sluit de trachea en neusholte
- Verder transport via de oesophagus
Oesophagus
- Lange gespierde buis
- Peristaltische bewegingen
- Aorta zit er eerst voor en daarna erachter
- Door hiatus oesofagus naar de buikholte
◼ Spieren
o Nodig om voedsel van boven naar beneden te krijgen
o Contracties leiden tot voortstuwing van voedsel
o Spieren in lengte
▪ Longitudinale spieren
o Spieren in breedte
▪ Circulaire spieren
o Zorgen voor de peristaltische bewegingen
◼ Anti-refluxmechanismen
o Als abdominale druk verhoogt bij het vooroverbuigen kan je reflux krijgen
o Ook tijdens liggen en te veel vet
o Combinatie van:
o Lower esophagal sphincter (LES)
o Hoek tussen oesophagus en maag
▪ Hoek van His
o Punt waar oesophagus door diafragma gaat
▪ Diafragma geeft een beetje duwkracht
Maag
Buikwand
- Abdomenwand
- Stevige, maar flexibele wand
- Gekenmerkt door gelaagde structuur
- Functie
o Beschermt tegen invloed van buiten
o Houdt (met hulp) organen op plaats
o Creëert intra-abdominale druk
Anterolaterale buikwand
- Verschillende lagen
- Van xiphoïd tot bekken
- Flank tot flank
Dorsolaterale buikwand
- Ongeveer gelijk met lumbale weefsels
Klinische regio’s
- Epigastrica
- Umbilicalis
o Rondom navel
- Urogenitalis
- Pubica
- Inguinalis
- Abdominis lateralis
- Hypochondriaca
- Kan ook verdeelt worden in kwadranten
o Links boven, etc.
Opbouw in lagen
- Buiten: huid
- Binnen: buikvlies (peritoneum)
- Vetweefsel (subcutus) onderhuids vetweefsel
- Bindweefsel en spieren
1. Huid en vetweefsel
o Subcutis
▪ Fascia van Camper (vetweefsel) eerst
▪ Fascia van Scarpa (bindweefsel) daarna
▪ Belangrijk dat het goed is gesloten na operatie omdat er veel druk staat in de
abdomen en de wond anders open barst
▪ Bevat zenuwen, bloedvaten, lymfevaten, zweetkliertjes en haarzakjes
o Anterieur buikspier
o Pees en buikspier
2. Spieren en diepe fascia
o Buitenste schuine spier
▪ M. Obliquus externus abdominis
▪ Ontspringt van ribben 5 t/m 12
, ▪ Hecht aan linea alba (verticale lijn over buik), os pubis (schaambeen), crista
iliaca (bekkenkam)
▪ Gaat schuin naar beneden
o Binnenste schuine spier
▪ M. Obliquus internus abdominis
▪ Tegenovergestelde vezelrichting van externus
• Belangrijk voor ademhaling
▪ Hecht aan onderkant ribbenkast; ribben 10 t/m 12 en linea alba
▪ Ontspringt van peesblad rug en crista iliaca
▪ Gaat schuin omhoog
o Dwarse spier
▪ M. Obliquus transversus abdominis
▪ Zit vast aan bekkendelen en aan ribbenkast; linea alba en os pubis
▪ Ontspringt van arcus costae, peesblad rug en crista iliaca
▪ Linea arcuata
• Pees houdt op hier
• De bouw hierboven is anders dan hieronder
▪ Zit een peesblad (witte) apenarosis
o Rechte buikspier (rectus)
▪ M. rectus abdominis
▪ Ontspringt van os pubis
▪ Zit aan ribben (xiphoïd + 5t/m7) en
bekken
▪ Verticaal
▪ Ventraal
▪ Helpt vooroverbuigen
▪ Vormt samen met de peesbladen
rectusschede
o Spieren helpen rotatie, buigen
o Apollo’s belt
▪ Onderrand van buikspieren
▪ Hier zit ook het lieskanaal
o Rectusschede
▪ Buikspieren strekken uit met peesbladen (aponeurosen) en vormen samen de
rectusschede
▪ Deze peesbladen zitten om m. rectus abdominis heen
▪ Onder linea acuata is deze anders
• Hier lopen de spieren (m. transversus)alleen ventraal
▪ Boven linea acuata loopt het peesblad/m. transversus aan beide kanten
3.
o Fascia transversalis
▪ Ligt aan binnenzijde van m. transversus
o Extraperitoneaal vetweefsel
o Peritoneum parietale
▪ Ligt aan binnenzijde van fascia transversalis
▪ Bekleed de wand
▪ Bevat plooien
• Restanten van embryologie
• Plica umbilicalis mediana
o Navelplooi
o Ligament van iets met urine
, o Bevat lig. Umbilicale medianum
o Restant van urachus
• Plicae umbilicales mediales
o Bevatten ligg. Umbilicale mediales
o Restant van aa. Umbilicales
o Waren arteriën vanuit de placenta
• Plica umbilicales laterales
o De buitenste twee
o Bevatten a. en v. epigastrica inferior
- In totaal 9 lagen
Dorsale abdomenwand
- Fascia transversalis splitst
o Verpakking van de nieren
o In een vetpakketje
▪ Perenale vet
o M. quadratus lumborum
o M. iliopsoas =
▪ M. psoas major
• Hele krachtige spier voor optillen
van heup
• Hecht aan femur
▪ M. iliacus
▪ Hoofdfunctie is flexie van heup en romp
Hoorcollege anatomie abdomen 1+2
Buikholte
- Is begrensd door het diafragma, buikspieren, rugspieren en wervelkolom
- Functie
o Intra-abdominale druk
o Ten behoeve van
▪ Braken
▪ Geforceerde respiratie
▪ Geforceerde mictie en defecatie
• Plassen en ontlasting
Functies van tractus digestivus
➔ Ingestie
o Inname voedsel via de mond
➔ Mechanische verwerking
o Bereiden van het voedsel dat het maximaal nut kan ondervinden in de tractus
➔ Digestie
o Chemische afbraak van voedsel voor absorptie kan worden door epitheel van tractus
➔ Secretie
o Gedaan door grotere organen die aansluiten op buis
▪ Door epitheel van tractus en klierweefsel
o Afgeven van
, ▪ Water, zuren, enzymen, buffers en zout
➔ Absorptie
o Nuttige delen van voedsel worden opgenomen
o Vitamines, water en elektrolyten
o Door epitheel
➔ Ontlasting/excretie
o Defecatie van afvalstoffen
Ook ondersteunende organen behoren tot tractus digestivus
➔ Ondersteunende organen: lever, galblaas, pancreas
Tractus urogenitalis
➔ Nieren (en geslachtsorganen)
Spijsverteringsorganen
Mondholte
- Cavitas oris
- Tanden om te malen
- Bevat ook speekselklieren
Pharynx
- Voedsel gaat door oropharynx
- Slikbeweging sluit de trachea en neusholte
- Verder transport via de oesophagus
Oesophagus
- Lange gespierde buis
- Peristaltische bewegingen
- Aorta zit er eerst voor en daarna erachter
- Door hiatus oesofagus naar de buikholte
◼ Spieren
o Nodig om voedsel van boven naar beneden te krijgen
o Contracties leiden tot voortstuwing van voedsel
o Spieren in lengte
▪ Longitudinale spieren
o Spieren in breedte
▪ Circulaire spieren
o Zorgen voor de peristaltische bewegingen
◼ Anti-refluxmechanismen
o Als abdominale druk verhoogt bij het vooroverbuigen kan je reflux krijgen
o Ook tijdens liggen en te veel vet
o Combinatie van:
o Lower esophagal sphincter (LES)
o Hoek tussen oesophagus en maag
▪ Hoek van His
o Punt waar oesophagus door diafragma gaat
▪ Diafragma geeft een beetje duwkracht
Maag