Persoonlijkheidsleer samenvatting
College 1: Inleiding en het intrapsychische domein a........................................................................2
Literatuur ..................................................................................................................................9
Kennisclip: Angst en afweermechanismen ................................................................................. 20
College 2: Het dispositionele domein ............................................................................................ 22
Literatuur ................................................................................................................................ 29
Kennisclip: Wat is een taxonomie? ............................................................................................ 38
Kennisclip: Persoonlijkheidsdimensies: De statistische aanpak..................................................... 39
College 3: Persoonlijkheidsontwikkeling en het biologische domein ................................................ 40
Literatuur ................................................................................................................................ 49
Kennisclip: Absolute en relatieve stabiliteit................................................................................. 57
College 4: Erikson & Rogers........................................................................................................... 58
Literatuur ................................................................................................................................ 65
Kennisclip: De Levenslooptheorie.............................................................................................. 75
College 5: Sekse- en culturele verschillen in persoonlijkheid ............................................................ 76
Literatuur ................................................................................................................................ 84
Kennisclip: De culturele dimensies van Hofstede ........................................................................ 91
College 6: Het cognitieve domein .................................................................................................. 92
Literatuur ................................................................................................................................ 96
Kennisclip: De persoonlijke construct theorie............................................................................. 98
Made by: Sabine Truijens
Student Pedagogische wetenschappen, Universiteit van Amsterdam (2024)
1
,Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
College 1: Inleiding en het intrapsychische
domein a
Definitie
Persoonlijkheid = totaal van eigenschappen, karaktertrekken, overtuigingen, gedragingen dat een
mens tot een uniek individu maakt.
→ Het gaat over typerende individuele eigenschappen, maar ook over verschillen tussen mensen.
Leerdoelen
• Overeenkomsten & verschillen persoonlijkheid temperament
• Kern van persoonlijkheidstheorieën
• Sterke & minder sterke punten theorieën
• Transactionele processen - persoonlijkheidsontwikkeling
• Consistentie, stabiliteit, veranderlijkheid persoonlijkheid
• Sekseverschillen persoonlijkheid
• Interculturele overeenkomsten en verschillen
• Persoonlijkheidstheorieën relateren aan gevalsbeschrijving
• Instrumenten herkennen
Persoonlijkheidsvragenlijst
• Neuroticisme
• Extraversie
• Vriendelijkheid
• Consciëntieusheid
• Openheid van ervaringen
• Perfectionisme
• Mannelijkheid/vrouwelijkheid
• Zelfwaardering
Definitie Persoonlijkheid (PP)
“Een verzameling psychologische kenmerken en mechanismen in het individu die georganiseerd zijn
en relatief stabiel zijn en die zijn/haar interacties met en aanpassing aan de intrapychische, fysieke en
sociale buitenwereld beïnvloeden”
• Psychologische kenmerken: eigenschappen, voorkeuren, typische gedragingen attituden,
passies, afkeer.
• Psychologische mechanismen: cognitieve processen (aandacht, geheugenprocessen).
• Georganiseerd zijn: samenhangen (bijv. iemand die meer angstig is, dan heeft die persoon
ook meer aandacht voor bedreigende situaties) en dynamisch gestuurd (bijv. iemand die heel
extrovert is, dat zie je niet bij de belastingaangifte, dus je past je aan, aan de situatie)
• Relatief stabiel zijn: over situaties - consistentie -> over tijd - continuïteit.
Interacties met buitenwereld processen: perceptie, selectie, evocatie en manipulatie.
• Perceptie = hoe je de wereld waarneemt. Zie je het glas halfvol of halfleeg? Optimistisch of
pessimistisch?
• Selectie van context
• Evocatie = een vrolijk persoon in een groep mensen, dus mensen willen graag bij die persoon
zijn (passief, het wordt opgeroepen)
• Manipulatie = intentionele beïnvloeding van de omgeving.
Aanpassing binnenwereld en omgeving à coping aanpassingsvermogen
2
,Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
Drie niveaus persoonlijkheid -> tentamenstof
1. Menselijke aard: kenmerken voor de soort 'mens'. Bijv. Sociale gerichtheid meten in
verschillende beroepsgroepen.
2. Individuele en groepsverschillen: tussen mensen/groepen. Bijv. sociale gerichtheid meten
d.m.v. verschil in aandacht geven.
3. Individuele uniekheid: iemands persoonlijke manier uiten genegenheid. Bijv, hoe uit iemand
affectie, doormiddel van cadeaus of door veel tijd te besteden, enz.
Zes domeinen
1. Dispositionele: basale eigenschappen (stabiel en genetisch bepaald)
2. Biologische: genetische, psychofysiologisch, evolutionair (verband eigenschappen en
biologische kenmerken)
3. Intrapsychische: mentale processen
4. Cognitief-experiëntiële: cognities en subjectieve ervaringen (attitude, denkwijze)
5. Sociale en culturele: wederzijdse beïnvloeding
6. Aanpassing: gezondheid en psychopathologie (wordt niet behandeld in dit vak)
-> Dispositioneel kom je eigenlijk ook in 2,3,4 en 5 tegen!
Persoonlijkheidstheorieën
Standaarden beoordelen van persoonlijkheidstheorieën:
• Volledigheid= hoeveelheid fenomenen en observaties m.b.t. persoonlijkheid
beschrijven/verklaren. Bijv. theorie zelfwaardering versus 5-factor model.
• Heuristische waarde= kader voor nieuwe bevindingen. Bijv: Biologische trait-theorie van
Eysenck.
• Toetsbaarheid = voorspellingen voor empirische toetsing (kan je het falsificeren?)Bijv: Delen
van Freuds theorie.
• Verenigbaarheid en integratie met andere kennis = Bijv. uit hersenonderzoek theorie van
Eysenck aangepast.
• Zuinigheid = compactheid/efficiëntie, weinig aannamen. Bijv. Skinners
(persoonlijkheids)theorie
Skinners (persoonlijkheids) theorie
Operant analyse (operant conditioneren)
• "All we need to know in order to describe and explain behavior is this: actions that are
followed by good outcomes are likely to recur, and actions followed by bad outcomes are
less likely torecur” (Skinner, 1953).
• Skinners operante conditionering wordt ook als persoonlijkheidstheorie gezien
(bekrachtiging/straf). à Sterk behavioristisch, alleen belang voor observeerbaar gedrag.
Onderzoeken persoonlijkheid (Skinner):
• Persoonlijkheid: resultaat bekrachtigingsgeschiedenis
• Verschillen: unieke geschiedenis bekrachtigende consequenties op gedrag.
Veranderen persoonlijkheid:
• Veranderen omgeving / maatschappij. Bijv. voor rokers, plaatjes, rookvrije zones, enz.
Meten van persoonlijkheid
Bronnen van gegevens
• Zelfrapportage: vragenlijst, interview
• Observaties: bekenden of getrainde onderzoekers
• Gestandaardiseerde testen: apparaten, computertaken vragenlijsten, projectieve technieken
(zoals Rorschart test).
• Levenskenmerken - publiekelijk beschikbaar: bijv: trouwen, kinderen krijgen,
opleidingsniveau, loopbaan, lidmaatschap sportclub.
3
, Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
Typeren theorieën
• Elkaar uitsluitend versus aanvullend
• Ontwikkelingstheorie versus non-ontwikkelingstheorie
• Stadiumtheorie versus continue ontwikkelingstheorie
• Voornamelijk beschrijvend versus verklarend
• Stabiliteit (zoals big-five) versus veranderlijkheid. Zoals concentric ring theory (Hollander):
-> Biologische trait theorie en 5-factor model meer binnenste rij. Theorie van Skinner is veel
dynamischer.
De perfecte persoonlijkheidstheorie bestaat niet!
Er zijn namelijk theorieën van Freud, Erikson, Skinner, Eysenck, Rogers, Kelly, Goldberg, Costa and
McCrae.
Relevantie
Theorieën over (ontwikkeling) kenmerken individu en mechanismen die ten grondslag liggen aan
ontwikkeling.
-> Deze kenmerken helpen om gedrag te voorspellen en mechanismen zijn aangrijpingspunten voor
interventie
• Persoonlijkheidstrekken ouders = relevante contextfactor (microsysteem)
o Persoonlijkheidstrekken voorspellen opvoedingsgedrag.
o Aandachtspunten in communicatie en ouder-gerichte interventies.
Persoonlijkheidsdomeinen en -theorieën
1. Dispositionele:
• o.a vijf-factor model (Goldberg en Costa & McCrae)
• PEN model (biologische trait-theorie) (Eysenck)
• 16 factoren model (Cattell)
• Circumplex (Wiggins)
• HEXACO (Ashton & Lee)
-> Belangrijk: Dit domein komt ook terug in persoonlijkheidstheorieën van andere domeinen.
2. Biologische:
• Biologische trait-theorie (PEN model) (Eysenk)
• Reward/reinforcement Sensitivity Theory (Gray)
• Sensation seeking theorie (Zuckerman)
• Tridimensional personality model (Cloninger)
3. Intrapsychische (psychodynamische theorieën)
• Psychoanalytische theorie (Freud)
• Levenslooptheorie (Erikson)
4. Cognitief-experientele
4