Casus Papiergeld bij Hoge Der A
Vraag 1a:
Susanne woont aan de Hoge der A te Groningen, en verhuurt voor een week een
kamer aan twee Poolse mannen: Wiktor en Kacper. Ze heeft geen goed gevoel
over de huurders. De afgelopen dagen ziet ze Wiktor en Kacper vaak grote
hoeveelheden geld tellen. Ze vermoedt dat de beide mannen zich met duistere
zaakjes bezig houden. Op 3 april 2024 om 14.00 uur ziet ze vanuit haar kamer
Wiktor en Kacper in een blauwe auto met Pools kenteken zitten, en beide mannen
tellen zichtbaar papiergeld. Wictor en Kacper zitten al anderhalf uur in de auto,
en Susanne besluit de politie te bellen. Ze vertelt het verhaal en ook dat de beide
mannen al anderhalf uur in de auto zitten en geld tellen.
De politie komt snel in actie. Nora en Gijs, beiden zijn politieagent, nemen een
kijkje aan de Hoge der A. Nora en Gijs zien daar de blauwe auto met Pools
kenteken staan, waarin twee mannen zitten die papiergeld tellen. Nora en Gijs
kloppen op het raampje van de auto, en de twee mannen stappen direct uit. Gijs
en Nora zien dat Wictor bij het uitstappen een bundel geld in zijn binnenzak
steekt. Nora en Gijs kijken elkaar aan, en beiden denken: hier kan weleens sprake
zijn van witwassen (art. 420bis.1 Sr). Nora en Gijs houden Wictor en Kacper
staande terzake van witwassen, en vragen naar hun naam en adres. Beide
mannen vertellen dat ze in Polen wonen, en om het goede adres te kunnen
geven, zoeken ze in de auto naar hun legitimatiebewijs. Dan valt het Nora en Gijs
op dat uit de auto een voor hen ambtshalve bekende kenmerkende wietlucht
komt.
Is de staandehouding rechtmatig?
Hier is sprake van staandehouding (art. 52 Sv). (1 punt)
Opsporingsambtenaren Gijs en Nora houden Wictor en Kacper aan als verdachten
van art. 420bis.1. Sr
Zijn zij verdachten? Zie art. 27 lid 1 Sv, blijkt uit:
Feiten en omstandigheden
Een redelijk vermoeden van schuld
Aan het strafbare feit van art. 420bis.1 Sr? (1 punt)
Ja:
De melding van Susanne ( twee mannen zitten al anderhalf uur in een auto
Geld te tellen
Omschrijving auto en signalement kloppen als opsp. Ambt. daar aankomen
, Gijs zag dat een van de verdachten een bundel geld in zijn jas stak. (1
punt)
Het dwangmiddel staande houden is met het juiste doel gebruikt, er is gevraagd
naar de identiteit van de verdachten. (1 punt)
De staandehouding is rechtmatig
Vervolg Casus Papiergeld bij Hoge Der A
Vraag 1b:
Stel,
Wictor en Kacper worden die middag om 15.00 uur op rechtmatige wijze door
Nora en Gijs aangehouden, en de mannen worden voorgeleid aan de hulpofficier
van justitie. Voordat het verhoor door de hulpofficier van justitie begint, krijgen zij
de cautie en worden zij gewezen op de rechtsbijstand die zij kunnen krijgen.
Wictor laat zich door een advocaat bijstaan.
Op de vragen van de hulpofficier bij de voorgeleiding wil Wictor geen antwoord
geven. De hulpofficier vindt dat er nog onderzoek naar het eenvoudig witwassen
(art. 420bis.1 Sr) moet worden gedaan, en vraagt zich af of hij Wictor in
verzekering kan stellen.
Kan de hulpofficier Wictor in verzekering stellen voor eenvoudig
witwassen (art. 420bis.1 Sr)
Art. 57 Sv bepaalt dat de hulpovj de verdachte (Wictor), na hem te hebben
verhoord, in verzekering kan stellen, in het belang van het onderzoek. (1 punt).
Toepassen op de casus: Aan deze vereisten is voldaan. Bij onderdeel a van
gebleken dat sprake is van een verdachte. Het onderzoeksbelang bestaat uit
waarheidsvinding. Dat is gegeven in de casus (zie ook arrest Belang van het
onderzoek). (1 punt)
Art. 58 Sv vereist dat het strafbare feit waarvoor het bevel tot
inverzekeringstelling wordt gegeven een feit moet zijn waarvoor voorlopige
hechtenis is toegelaten (een geval van voorlopige hechtenis in de zin van art. 67
lid 1 en lid 2 Sv). Dat is hier het geval en kan op twee manieren worden
beredeneerd, die beide volledige punten opleveren.
1) In art. 67 lid 1 sub b Sv wordt art. 420 bis. 1 Sr expliciet als feit genoemd
waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
2). Er is sprake van een geval van voorlopige hechtenis op grond van art. 67 lid 2
Vraag 1a:
Susanne woont aan de Hoge der A te Groningen, en verhuurt voor een week een
kamer aan twee Poolse mannen: Wiktor en Kacper. Ze heeft geen goed gevoel
over de huurders. De afgelopen dagen ziet ze Wiktor en Kacper vaak grote
hoeveelheden geld tellen. Ze vermoedt dat de beide mannen zich met duistere
zaakjes bezig houden. Op 3 april 2024 om 14.00 uur ziet ze vanuit haar kamer
Wiktor en Kacper in een blauwe auto met Pools kenteken zitten, en beide mannen
tellen zichtbaar papiergeld. Wictor en Kacper zitten al anderhalf uur in de auto,
en Susanne besluit de politie te bellen. Ze vertelt het verhaal en ook dat de beide
mannen al anderhalf uur in de auto zitten en geld tellen.
De politie komt snel in actie. Nora en Gijs, beiden zijn politieagent, nemen een
kijkje aan de Hoge der A. Nora en Gijs zien daar de blauwe auto met Pools
kenteken staan, waarin twee mannen zitten die papiergeld tellen. Nora en Gijs
kloppen op het raampje van de auto, en de twee mannen stappen direct uit. Gijs
en Nora zien dat Wictor bij het uitstappen een bundel geld in zijn binnenzak
steekt. Nora en Gijs kijken elkaar aan, en beiden denken: hier kan weleens sprake
zijn van witwassen (art. 420bis.1 Sr). Nora en Gijs houden Wictor en Kacper
staande terzake van witwassen, en vragen naar hun naam en adres. Beide
mannen vertellen dat ze in Polen wonen, en om het goede adres te kunnen
geven, zoeken ze in de auto naar hun legitimatiebewijs. Dan valt het Nora en Gijs
op dat uit de auto een voor hen ambtshalve bekende kenmerkende wietlucht
komt.
Is de staandehouding rechtmatig?
Hier is sprake van staandehouding (art. 52 Sv). (1 punt)
Opsporingsambtenaren Gijs en Nora houden Wictor en Kacper aan als verdachten
van art. 420bis.1. Sr
Zijn zij verdachten? Zie art. 27 lid 1 Sv, blijkt uit:
Feiten en omstandigheden
Een redelijk vermoeden van schuld
Aan het strafbare feit van art. 420bis.1 Sr? (1 punt)
Ja:
De melding van Susanne ( twee mannen zitten al anderhalf uur in een auto
Geld te tellen
Omschrijving auto en signalement kloppen als opsp. Ambt. daar aankomen
, Gijs zag dat een van de verdachten een bundel geld in zijn jas stak. (1
punt)
Het dwangmiddel staande houden is met het juiste doel gebruikt, er is gevraagd
naar de identiteit van de verdachten. (1 punt)
De staandehouding is rechtmatig
Vervolg Casus Papiergeld bij Hoge Der A
Vraag 1b:
Stel,
Wictor en Kacper worden die middag om 15.00 uur op rechtmatige wijze door
Nora en Gijs aangehouden, en de mannen worden voorgeleid aan de hulpofficier
van justitie. Voordat het verhoor door de hulpofficier van justitie begint, krijgen zij
de cautie en worden zij gewezen op de rechtsbijstand die zij kunnen krijgen.
Wictor laat zich door een advocaat bijstaan.
Op de vragen van de hulpofficier bij de voorgeleiding wil Wictor geen antwoord
geven. De hulpofficier vindt dat er nog onderzoek naar het eenvoudig witwassen
(art. 420bis.1 Sr) moet worden gedaan, en vraagt zich af of hij Wictor in
verzekering kan stellen.
Kan de hulpofficier Wictor in verzekering stellen voor eenvoudig
witwassen (art. 420bis.1 Sr)
Art. 57 Sv bepaalt dat de hulpovj de verdachte (Wictor), na hem te hebben
verhoord, in verzekering kan stellen, in het belang van het onderzoek. (1 punt).
Toepassen op de casus: Aan deze vereisten is voldaan. Bij onderdeel a van
gebleken dat sprake is van een verdachte. Het onderzoeksbelang bestaat uit
waarheidsvinding. Dat is gegeven in de casus (zie ook arrest Belang van het
onderzoek). (1 punt)
Art. 58 Sv vereist dat het strafbare feit waarvoor het bevel tot
inverzekeringstelling wordt gegeven een feit moet zijn waarvoor voorlopige
hechtenis is toegelaten (een geval van voorlopige hechtenis in de zin van art. 67
lid 1 en lid 2 Sv). Dat is hier het geval en kan op twee manieren worden
beredeneerd, die beide volledige punten opleveren.
1) In art. 67 lid 1 sub b Sv wordt art. 420 bis. 1 Sr expliciet als feit genoemd
waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
2). Er is sprake van een geval van voorlopige hechtenis op grond van art. 67 lid 2