MT jaar 1 deeltoets
Professioneel gedrag:
- Duidelijk communiceren: Jezelf voorstellen, ontkleedinstructie (wat moet uit en wat blijft
aan?), begrijpelijk Nederlands.
- Denk aan comfort van patiënt (warme handen / stethoscoop, hoofdsteun).
- Desinfecteren handen en stethoscoop.
- Korte mouwen, sieraden af, geen nagellak, haar opsteken.
- Leg benodigde materialen van tevoren klaar èn binnen handbereik.
- Voorkom hergebruik van vuil materiaal.
, Casus 1: algemene indruk / neurologie bovenste extremiteiten-1
Ontkleedinstructie en materialen
Boven -en onderkleding moet uit, ondergoed (en bh) mag aanblijven.
Materialen: horloge/stopwatch, manchet, stethoscoop (DESINFECTEREN) en meetlint.
Algemene indruk I: Eerste indruk, in spontane houding.
- Maakt de patiënt een zieke indruk?
- Beoordeel bewustzijn volgens APVU (Alertness, pain, voice and unresponsiveness)
- Heeft patiënt pijn? Gelaatsuitdrukking of houding.
- Beoordeel biologische leeftijd en vraag naar ‘echte’ leeftijd.
- Beoordeel persoonlijke verzorging en uiterlijke kenmerken: kleding, haar, subcultuur.
- Lichaamsgeur: zweet, parfum, aceton, alcohol, rook, uremische foetor (nierproblemen,
te veel ureum in bloed), hepatische foetor (leverproblemen).
- Zijn er zichtbare emoties?
- Overig: piercings, tatoeages etc.
Algemene indruk II: In anatomische houding
- Lichaamsbouw:
> Is bouw gerelateerd aan geslacht?
> Voedingstoestand: flanken, zichtbaarheid botten en pezen, adipeus (vetverdeling
feminien? Androgyn (zowel mannelijk als vrouwelijk)?), gezond, mager of cachectisch?
> Symmetrie: schouderhoogte, tailledriehoek, bekkenstand.
> Opvallende aspecten: dysmorfe kenmerken.
- Huid:
> Basispigmentatie: licht, getint, donker? Zon-invloed? Roodheid? Kleurverschillen?
Opvallende (de)pigmentatie?
> Benoem aanwezige bloedingen, verwondingen of hematomen -> waar?
> Benoem littekens: waar? Hoe groot?
> Beharingspatroon: mannelijk of vrouwelijk? Geschoren? Haaruitval? Kaalheid?
Hirsutsime (overmatige beharing bij vrouwen), hypertrichose (overmatige beharing).
> Bekijk handen, vingers en nagels: aan/afwezigheid vergroeiingen (Artrose),
trommelstokvingers (hart- en longafwijkingen met chronisch zuurstof tekort),
putjesnagels (psoriasis), lijnen.
> Palpatie huid: temperatuur (met handrug op thoraxwand), vochtigheidsgraad (klam,
zweten?)
- Beoordeel de huid ook van beide laterale en dorsale zijde.
- Meet lengte, gewicht en buikomvang en beoordeel cardiovasculair risico
> BMI = gewicht (kg)/lengte (m^2)
> BMI onder 18,5 is onder gewicht. Tussen 18,5 en 24,9 is normaal. Tussen 25 en 29,9
is overgewicht en boven 30 is obesitas.
> Gezonde buikomvang vrouwen <88 cm en mannen <102 cm.
,- Specifieke aspecten:
> Icterus: zijn sclerae wit of geel?
> Aan of afwezigheid anemie: kijk in oogonderlid naar conjunctiva en oogrand: roze =
goed doorbloed, bleek = anemie. Kijk in handpalmen: roze is goed doorbloed, bleek
is anemie.
> Aan of afwezigheid cyanose:
- centraal: laat tong uitsteken en kijk mondslijmvlies: roze (geen cyanose) en
blauw/paars (wel cyanose)
- perifeer: kleur van de vingers: roze (geen cyanose), blauw (cyanose)
> Aan of afwezigheid oedeem:
- Periorbitaal: beiderzijds onder oog op oogkasrand druk geven -> putjes?
- Enkeloedeem: beiderzijds enkele seconden druk geven op harde onderlaag. Bij
putjes is er oedeem.
> Beoordeel huidturgor: pak huidplooi onder clavicula en laat los: snel verstrijkend is
goede hydratietoestand, traag verstrijkend is mogelijke uitdroging.
- Vitale functies:
> Pols:
- palpeer met vingertoppen van de dominante hand de pulsaties: niet spoed: a.
radialis. Spoed: a. femoralis of a. carotis.
- Tel pulsaties min 15 seconden mbv een horloge of timer.
- BENOEM bevindingen polsslag: Frequentie in slagen/min, regelmatig of
onregelmatig, krachtig of zwak (alle slagen even sterk?)
- Tachycardie > 100/min en bradycardie < 60/min
> Ademhaling:
- Beoordeel ONOPVALLEND, in aansluiting op tellen van de pols.
- Tel ademhaling gedurende 30 sec.
- BENOEM bevindingen ademhaling: frequentie ademhalingen/min,
ademhalingspatroon: borst of buikademhaling (of combinatie?)
- Tachypnoe > 20/min en bradypneu < 10/min
Bloeddruk meten:
- Patiënt moet bovenarm ontbloten, mouw mag niet tussen arm en manchet komen en
mag arm niet afknellen.
- Patiënt ligt met rug en arm gesteund, benen bij elkaar.
- Plaats manchet circa 3 cm boven elleboog.
- Pijltje moet boven de a. brachialis staan.
- Mag max 1 vinger tussen arm en manchet kunnen.
- Controleer of stethoscoop op membraan staat.
- Palpeer a. radialis terwijl manchet oppompt en pomp totdat je geen pulsatie voelt.
Pomp dan nog 20 tot 30 mmHg erbij.
- Doe stethoscoop op en plaats membraan stethoscoop in elleboogplooi ter hoogte
van a. brachialis.
- Laat manchet rustig leeglopen.
, - Bij eerste tonen (Korotkov I) zit de systolische druk en bij verdwijnen van geluid
(Korotkov V) is de diastolische bloeddruk.
- Lees bloeddruk op 2 mmHg nauwkeurig. Noteer: RR …/… mmHg.
Neurologie bovenste extremiteiten: ontkleedinstructie en materialen
- Trek bovenkleding uit, bh mag aanblijven. Zorg ervoor dat je de spieren goed ziet.
- Materialen: geen
Neurologische inspectie:
- Laat patiënt staan (als dit kan) en check de voor- en achterzijde.
- Check symmetrie van de spieren -> atrofie?
- Let op onwillekeurige bewegingen -> fasciculaties, tremoren, etc.
Motoriek tonus:
- Palpeer de ontspannen spieren van de onder- en bovenarm terwijl je de patiënt afleidt.
- Maak passieve bewegingen in de gewrichten, eerst rustig en daarna een snellere beweging in
dezelfde richting. Maak ook soms zijdelingse bewegingen om meebewegen van de patiënt te
voorkomen (onvoorspelbaarheid)
- Doe dit bij BEIDE ARMEN aan de:
> Elleboog: Breng het afwisselend in flexie en extensie, houdt 1 vinger op de bicepspees.
> Pols: Breng het afwisselend in flexie en extensie, pro- en supinatie.
- Beoordeel normotonie (normale tonus) en symmetrie.
- Benoem de aan- of afwezigheid van:
> hypotonie (geen weerstand)
> hypertonie (verergering bij snelle beweging/knipmesfenomeen) -> piramidebaanletsel.
> rigiditeit (loden pijp- of tandrad fenomeen) -> extrapiramidale aandoening.
Professioneel gedrag:
- Duidelijk communiceren: Jezelf voorstellen, ontkleedinstructie (wat moet uit en wat blijft
aan?), begrijpelijk Nederlands.
- Denk aan comfort van patiënt (warme handen / stethoscoop, hoofdsteun).
- Desinfecteren handen en stethoscoop.
- Korte mouwen, sieraden af, geen nagellak, haar opsteken.
- Leg benodigde materialen van tevoren klaar èn binnen handbereik.
- Voorkom hergebruik van vuil materiaal.
, Casus 1: algemene indruk / neurologie bovenste extremiteiten-1
Ontkleedinstructie en materialen
Boven -en onderkleding moet uit, ondergoed (en bh) mag aanblijven.
Materialen: horloge/stopwatch, manchet, stethoscoop (DESINFECTEREN) en meetlint.
Algemene indruk I: Eerste indruk, in spontane houding.
- Maakt de patiënt een zieke indruk?
- Beoordeel bewustzijn volgens APVU (Alertness, pain, voice and unresponsiveness)
- Heeft patiënt pijn? Gelaatsuitdrukking of houding.
- Beoordeel biologische leeftijd en vraag naar ‘echte’ leeftijd.
- Beoordeel persoonlijke verzorging en uiterlijke kenmerken: kleding, haar, subcultuur.
- Lichaamsgeur: zweet, parfum, aceton, alcohol, rook, uremische foetor (nierproblemen,
te veel ureum in bloed), hepatische foetor (leverproblemen).
- Zijn er zichtbare emoties?
- Overig: piercings, tatoeages etc.
Algemene indruk II: In anatomische houding
- Lichaamsbouw:
> Is bouw gerelateerd aan geslacht?
> Voedingstoestand: flanken, zichtbaarheid botten en pezen, adipeus (vetverdeling
feminien? Androgyn (zowel mannelijk als vrouwelijk)?), gezond, mager of cachectisch?
> Symmetrie: schouderhoogte, tailledriehoek, bekkenstand.
> Opvallende aspecten: dysmorfe kenmerken.
- Huid:
> Basispigmentatie: licht, getint, donker? Zon-invloed? Roodheid? Kleurverschillen?
Opvallende (de)pigmentatie?
> Benoem aanwezige bloedingen, verwondingen of hematomen -> waar?
> Benoem littekens: waar? Hoe groot?
> Beharingspatroon: mannelijk of vrouwelijk? Geschoren? Haaruitval? Kaalheid?
Hirsutsime (overmatige beharing bij vrouwen), hypertrichose (overmatige beharing).
> Bekijk handen, vingers en nagels: aan/afwezigheid vergroeiingen (Artrose),
trommelstokvingers (hart- en longafwijkingen met chronisch zuurstof tekort),
putjesnagels (psoriasis), lijnen.
> Palpatie huid: temperatuur (met handrug op thoraxwand), vochtigheidsgraad (klam,
zweten?)
- Beoordeel de huid ook van beide laterale en dorsale zijde.
- Meet lengte, gewicht en buikomvang en beoordeel cardiovasculair risico
> BMI = gewicht (kg)/lengte (m^2)
> BMI onder 18,5 is onder gewicht. Tussen 18,5 en 24,9 is normaal. Tussen 25 en 29,9
is overgewicht en boven 30 is obesitas.
> Gezonde buikomvang vrouwen <88 cm en mannen <102 cm.
,- Specifieke aspecten:
> Icterus: zijn sclerae wit of geel?
> Aan of afwezigheid anemie: kijk in oogonderlid naar conjunctiva en oogrand: roze =
goed doorbloed, bleek = anemie. Kijk in handpalmen: roze is goed doorbloed, bleek
is anemie.
> Aan of afwezigheid cyanose:
- centraal: laat tong uitsteken en kijk mondslijmvlies: roze (geen cyanose) en
blauw/paars (wel cyanose)
- perifeer: kleur van de vingers: roze (geen cyanose), blauw (cyanose)
> Aan of afwezigheid oedeem:
- Periorbitaal: beiderzijds onder oog op oogkasrand druk geven -> putjes?
- Enkeloedeem: beiderzijds enkele seconden druk geven op harde onderlaag. Bij
putjes is er oedeem.
> Beoordeel huidturgor: pak huidplooi onder clavicula en laat los: snel verstrijkend is
goede hydratietoestand, traag verstrijkend is mogelijke uitdroging.
- Vitale functies:
> Pols:
- palpeer met vingertoppen van de dominante hand de pulsaties: niet spoed: a.
radialis. Spoed: a. femoralis of a. carotis.
- Tel pulsaties min 15 seconden mbv een horloge of timer.
- BENOEM bevindingen polsslag: Frequentie in slagen/min, regelmatig of
onregelmatig, krachtig of zwak (alle slagen even sterk?)
- Tachycardie > 100/min en bradycardie < 60/min
> Ademhaling:
- Beoordeel ONOPVALLEND, in aansluiting op tellen van de pols.
- Tel ademhaling gedurende 30 sec.
- BENOEM bevindingen ademhaling: frequentie ademhalingen/min,
ademhalingspatroon: borst of buikademhaling (of combinatie?)
- Tachypnoe > 20/min en bradypneu < 10/min
Bloeddruk meten:
- Patiënt moet bovenarm ontbloten, mouw mag niet tussen arm en manchet komen en
mag arm niet afknellen.
- Patiënt ligt met rug en arm gesteund, benen bij elkaar.
- Plaats manchet circa 3 cm boven elleboog.
- Pijltje moet boven de a. brachialis staan.
- Mag max 1 vinger tussen arm en manchet kunnen.
- Controleer of stethoscoop op membraan staat.
- Palpeer a. radialis terwijl manchet oppompt en pomp totdat je geen pulsatie voelt.
Pomp dan nog 20 tot 30 mmHg erbij.
- Doe stethoscoop op en plaats membraan stethoscoop in elleboogplooi ter hoogte
van a. brachialis.
- Laat manchet rustig leeglopen.
, - Bij eerste tonen (Korotkov I) zit de systolische druk en bij verdwijnen van geluid
(Korotkov V) is de diastolische bloeddruk.
- Lees bloeddruk op 2 mmHg nauwkeurig. Noteer: RR …/… mmHg.
Neurologie bovenste extremiteiten: ontkleedinstructie en materialen
- Trek bovenkleding uit, bh mag aanblijven. Zorg ervoor dat je de spieren goed ziet.
- Materialen: geen
Neurologische inspectie:
- Laat patiënt staan (als dit kan) en check de voor- en achterzijde.
- Check symmetrie van de spieren -> atrofie?
- Let op onwillekeurige bewegingen -> fasciculaties, tremoren, etc.
Motoriek tonus:
- Palpeer de ontspannen spieren van de onder- en bovenarm terwijl je de patiënt afleidt.
- Maak passieve bewegingen in de gewrichten, eerst rustig en daarna een snellere beweging in
dezelfde richting. Maak ook soms zijdelingse bewegingen om meebewegen van de patiënt te
voorkomen (onvoorspelbaarheid)
- Doe dit bij BEIDE ARMEN aan de:
> Elleboog: Breng het afwisselend in flexie en extensie, houdt 1 vinger op de bicepspees.
> Pols: Breng het afwisselend in flexie en extensie, pro- en supinatie.
- Beoordeel normotonie (normale tonus) en symmetrie.
- Benoem de aan- of afwezigheid van:
> hypotonie (geen weerstand)
> hypertonie (verergering bij snelle beweging/knipmesfenomeen) -> piramidebaanletsel.
> rigiditeit (loden pijp- of tandrad fenomeen) -> extrapiramidale aandoening.