100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Historische inleiding van het Privaatrecht 2024/2025

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
30
Geüpload op
27-04-2025
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting bevat een volledig overzicht van alle mogelijke open examenvragen en hun antwoorden voor het vak Historische Inleiding tot het Privaatrecht, gedoceerd door prof. Dave De Ruysscher. De antwoorden zijn duidelijk, gestructureerd en bevatten begrippen, vergelijkingen tussen verschillende juridische scholen en stromingen (zoals Glossatoren, Humanisten, Vernunftrecht, Historische School, enz.). Ook het WPO (werkcollege) is geïntegreerd in deze bundel. Met dit document ben ik in eerste zit geslaagd met 16/20! Let op: dit is geen klassieke, volledige samenvatting van de cursus, maar een gerichte voorbereiding op het examen, ideaal om snel en efficiënt te studeren. Perfect voor studenten die een duidelijk, compact en to-the-point overzicht willen van wat écht belangrijk is voor het examen, inclusief vele vergelijkende vragen die typisch zijn voor deze cursus.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
27 april 2025
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Historische inleiding tot het Privaatrecht
Vergelijkingen
1. Schets het verschil tussen ius civile en ius gentium, en hoe het onderscheid is verdwenen.

Ten eerste moeten we weten dat het ius het algemeen gekend recht van de Romeinen is (het is
geëvolueerd het Fas). Het idee erachter is dat dit recht bekend word gemaakt en dat iedereen het kan
zien. In het ius zijn er twee onderscheiden namelijk: ius civile en ius gentium. Het ius civile is het recht
dat de geschillen tussen burgers onderling zal gaan bespreken, met de praetor Urbanus aan het
hoofd. In het begin was dit recht enkel bestemd voor de Patriciërs, maar dat is ook uitgegroeid tot
voor de Plebejers. Zodra er in het geschil 1 niet romein (vreemdeling) optreed zal dit ius civile
veranderen naar het ius gentium. Het ius gentium wordt door het edict Peregrinus bepaald. Ook zal
dit recht geschillen tussen de vreemdelingen in het Romeinsrijk bespreken. Concreet wil dit zeggen:

Ius civile= recht tussen de romeinen, “burgerlijk recht”

Ius gentium= recht tussen de vreemden onderling en tussen een vreemde en een romein

Het onderscheid is naar het einde toe verdwenen doordat langs een kant het ius civile ook werd
toegelaten aan de Plebejers. Doordat het Romeinse burgerrecht werd toegekend aan vrijwel alle vrije
inwoners van het Romeinse Rijk, verloor het haar exclusieve karakter. Ook door de groei van het rijk
(=groei diversiteit) werden veel regels van het ius gentium opgenomen in het ius civile omdat ze beter
pasten bij de complexe en diverse samenleving van het Romeinse Rijk. In de 6e eeuw na Christus
codificeerde keizer Justinianus het Romeinse recht in de Corpus Iuris Civilis. Dit was een uniforme
verzameling van wetten en rechtsprincipes waarin het onderscheid tussen ius civile en ius gentium
vrijwel verdween. (Het onderscheid is verdwenen door de constitutio Antioniana van 212 n.C. (keizer
Caracalla) die burgerschap (status civitatis) verleende aan nagenoeg alle inwoners in het
(omvangrijke) Romeinse rijk. Zo was er geen nood meer aan een ius gentium omdat iedereen burger
was geworden.)

2. Vergelijk de formulaprocedure met de cognitieprocedure (cognitio extra ordinem).

De formulaprocedure ontstond in de late Republiek en was een verfijning van de eerdere legisacties.
Het proces bestond uit twee fasen: de in iure-fase en de apud iudicem-fase. In de in iure-fase
verschenen de partijen voor de praetor, een magistraat met administratieve en juridische
bevoegdheden, die de rechtsvraag formuleerde in een schriftelijke instructie, de formula. Deze
formula werd vervolgens overgedragen aan de rechter, die in de tweede fase (apud iudicem) een
inhoudelijk oordeel gaf na het bewijs te bekijken. De procedure was flexibel doordat de praetor,
binnen de grenzen van het ius civile, de mogelijkheid had om rechtsmiddelen aan te passen aan
nieuwe situaties via zijn edict. De belangrijkste kenmerken van de formulaprocedure waren dus de
scheiding van de juridische en feitelijke beoordeling, en de belangrijke rol van de praetor als een
onafhankelijke actor.

In de cognitio extra ordinem, die in de keizertijd gangbaar werd, verdwenen deze kenmerken
grotendeels. De cognitio-procedure was een eenheidsprocedure waarbij een keizerlijke ambtenaar
zowel de rechtsvraag als de feiten beoordeelde en zelf uitspraak deed. Dit type proces vond volledig
plaats binnen een administratief kader, zonder tussenkomst van een onafhankelijke rechter zoals de
iudex in de formulaprocedure. De procedure was minder afhankelijk van formele regels en rituelen,
wat het proces toegankelijker en efficiënter maakte. Het keizerlijke gezag stond hierbij centraal, en de
uiteindelijke beslissing was bindend en onherroepelijk.

,Ook de verhouding tot hoger beroep was anders. In de cognitio-procedure ontstond de mogelijkheid
tot appel (hoger beroep), iets wat in de formulaprocedure niet bestond. Dit weerspiegelde het
groeiende belang van centrale controle in het Romeinse rechtssysteem tijdens de keizertijd.

3. Vergelijk de legisactio procedure en de formula procedure.

De legisactio-procedure is het oudste Romeinse procesrecht en gaat terug op de leges (wetten) van
de vroege Republiek/Koningstijd, zoals vastgelegd in de Twaalf Tafelen. Deze procedure was uiterst
formeel en ritualistisch van aard. De procedure telde twee fases: de in iure fase (over het recht) en
de apud iudicem fase (over de feiten). In de eerste fase moesten de partijen een strikt ritueel
uitvoeren, waarbij zelfs de kleinste afwijking kon leiden tot de stopzetting van de zaak. De eerste fase
werd geleid door de pontifex (priester), hij was de enige die het recht kende. Als je een proces wou
dan moest je dit vragen aan de pontifices en zij zouden beslissen of dit uiteindelijk mocht of niet. In
de tweede fase ging het enkel over het bewijs/de feiten, dat je voor de Koning moest brengen. Hier
sprak men van een gesloten systeem en een “geheim” recht (het ius civile maar met kenmerken van
het Fas).

In de late Republiek werd de legisactio-procedure geleidelijk vervangen door de formulaprocedure,
die meer flexibiliteit en aanpassingsvermogen bood. De formulaprocedure werd geïntroduceerd
onder invloed van de praetoren, magistraten die rechtszaken beheerden en rechtstoegang
faciliteerden. Ook het formula proces is in twee fasen (in iure en apud iudicem). In plaats van zich
strikt te baseren op vastgelegde wetten (hij kon telkens nieuwe vorderingen maken), formuleerden
de praetoren in de eerste fase een schriftelijke instructie (formula). De praetor zal niet het proces
stilleggen bij een fout als je je verhaal (geen ritueel) bij hem komt doen. Ook zal de praetor een edict
uitvaardigen waarin het recht staat. Deze kenmerken maken dit recht openbaar. Deze formula diende
als leidraad voor een privérechter, die in de tweede fase van het proces (apud iudicem) de zaak
inhoudelijk behandelde en een uitspraak deed. Ook hij zal zoals de koning enkel naar bewijs en feiten
kijken in deze fase. Bij de praetoren zal er ook een onderscheid gemaakt worden tussen het ius civile
(bij Praetor Urbanus) en het ius gentium (bij Praetor Peregrinus).

4. Vergelijk de Engelse writs-procedure en de Romeinse formula procedure.

In de Romeinse formulaprocedure, die in de late Republiek ontstond, stond de formula (schriftelijk
stuk) centraal. Deze werd opgesteld door de praetor, een magistraat die de rechtsvraag vastlegde en
het proces in goede banen leidde. De procedure bestond uit twee fasen: in de in iure-fase stelde de
praetor de juridische vraag vast in de formula, waarna in de apud iudicem-fase een onafhankelijke
privérechter de feiten beoordeelde en een uitspraak deed. Dit systeem was relatief flexibel, omdat
de praetor zijn edict jaarlijks kon aanpassen om nieuwe rechtsmiddelen te introduceren. Hierdoor
kon het recht mee evolueren met maatschappelijke veranderingen, zoals de toenemende interactie
tussen Romeinse burgers en vreemdelingen.

De writs-procedure in het middeleeuwse Engelse recht werkte eveneens met een schriftelijk stuk, de
writ, die werd uitgegeven door de kanselarij. Een writ was een koninklijk bevel dat een zaak verwees
naar een specifieke rechtbank en deze een bepaalde opdracht gaf, zoals een geschil over land of een
schuldeis. Net als de formula diende de writ om het proces te structureren en te standaardiseren.
Echter, in tegenstelling tot de Romeinse flexibiliteit, was het Engelse systeem afhankelijk van een vast
aantal bestaande writs. Nieuwe writs konden alleen met toestemming van de koning of kanselarij
worden uitgevaardigd, wat het proces minder toegankelijk maakte en vaak leidde tot rigiditeit.

, Beide systemen boden echter een gestroomlijnde aanpak en weerspiegelden een overgang naar
efficiëntere rechtspraak, maar de formulaprocedure was dynamischer en beter aangepast aan
maatschappelijke veranderingen.

5. Vergelijk de Glossatoren met het (juridisch) humanisme.

Glossatoren (juridische) Humanisten
Naam (oorsprong) GLOSSE (glossen) Studia humanitatis
Periode Ca. 1100 – ca. 1265 Ca. 1450 – ca. 1650
Plaats Italië (Bologna) Frankrijk, Nederlanden
(mos gallicus)
Wat doen ze?
Schrijven Glosse, apparatus, summa Taal! Grieks, onderzoek van
(enkel Corpus Iuris Civilis) teksten, niet enkel CIC
Lesgeven Lectura, repetitio, quaestio, Vernieuwing, nieuwe
sedes materiae structuren, CIC niet basis,
Doneau
Methode Scholastieke methode: teksten, Filologisch humanisme
gezag, dialectiek Juridisch humanisme
Belangrijkste auteurs/werken Irnerius, accursius (magna Poliziano, Budé, Alciato, Zäsi
glossa), AZO (summa aurea)
Belang + : eerste verwerking CIC en Onderwijs, uitgave van teksten,
terminologie, maar: weinig ander recht dan CIC
systematisch en teveel termen,
geen aandacht voor praktijk
6. Vergelijk de school van de Glossatoren met de school van het Natuurrecht.

School Glossatoren School Natuurrecht
Naam (oorsprong) GLOSSE (glossen) Recht is logica, alles volgens de
rede (natuur van de mens,
menselijk denken)
natuurrecht (synoniem=
vernunftrecht)
Periode Ca. 1100 – ca. 1265 ca. 1620 – ca. 1750 (19de)twee
voorlopers (Neoscholastiek en
Hugo de Groot)
Plaats Italië (Bologna) Duitsland, Nederlanden (ook
Spanje)
Wat doen ze?
Schrijven Glosse, apparatus, summa Taal! Grieks, onderzoek van
(enkel Corpus Iuris Civilis) teksten, niet enkel CIC
Lesgeven Lectura, repetitio, quaestio, Vernieuwing, nieuwe
sedes materiae structuren, CIC niet basis,
Doneau
Methode Scholastieke methode: teksten, - Recht = logisch denken
gezag, dialectiek - Recht = mechanisch denken
- Onderscheiden algemene/
specifieke - Recht = volledig los
van god
Belangrijkste auteurs/werken Irnerius, accursius (magna Pufendorf, Wolff, Domat
glossa), AZO (summa aurea)
€9,36
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
jessrj

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
jessrj Vrije Universiteit Brussel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
8 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
1 dag geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen