1
,Inhoudsopgave
H1 Inleiding de basis...................................................................................................................................... 3
H2 Natuurlijke personen.............................................................................................................................. 11
Begrippen H2......................................................................................................................................................14
H3 Contractuele samenwerkingsvormen...................................................................................................... 16
H4 Rechtspersonen...................................................................................................................................... 17
H5 het vermogensrecht................................................................................................................................ 20
H6 Goederenrecht....................................................................................................................................... 24
H7 verbintenissenrecht................................................................................................................................ 32
H8 Onrechtmatige daad en andere verbintenissen uit boek 6.......................................................................33
H9 overeenkomsten algemeen..................................................................................................................... 33
H15 Erfrecht................................................................................................................................................. 34
H18 Kadaster............................................................................................................................................... 35
H19 Notaris.................................................................................................................................................. 36
2
,H1 Inleiding de basis.
Privaatrecht regelt betrekking tussen personen (burgers& bedrijven) onderling.
*Uitgangspunt is de horizontale relatie; partijen zijn principieel gelijk. Dit recht is meestal
aanvullend van aard; men mag er dan van afwijken. Andere namen voor privaatrecht zijn;
Burgerlijkrecht of civielrecht.
De hoofdregel is: U bent vrij om te bepalen met wie, en onder welke voorwaarden.
Met andere woorden de wet schrijft u dat niet dwingend voor, u kunt dat zelf regelen.
Privaatrecht is over het algemeen regelend ofwel aanvullend recht.
Privaatrecht regelt de relatie tussen:
-Burgers onderling
-Bedrijven onderling
-Burgers en bedrijven
Voorbeeld: Denk aan het beëindigen van een huurovereenkomst/lidmaatschap die je kan
opzeggen.
Publiekrecht regelt de verhoudingen tussen:
-Overheden onderling en hun onderdanen.
De overheid als zodanig – De overheid, die met het gezag van de staat optreedt tegen over
burgers/bedrijven. De overheid als ouderwets vadertje staat. Die ook heel streng kan zijn.
*Kenmerkend is de gezag houding overheid- onderdaan; verticale relatie.
Dit recht is dwingend van aard; men mag er niet vanaf wijken.
Onderscheid tussen de rechtsgebieden
Privaatrecht Burgerlijkrecht
* Horizontaal/Niet dwingend Civielrecht
Publiekrecht Staatsrecht
*Verticaal/dwingend Bestuursrecht
Strafrecht
Objectief recht
*De bestaande regels die voor iedereen gelden.
In het Engels: Law.
Voor dit recht bestaan nog een aantal andere termen
Geldend recht Omdat het geldende regels betreft
Positief recht Latijn: ponere= plaatsen, stellen, neerzetten
Dus het recht wat ergens geplaatst is,
neergezet is.
Stellig recht Ouderwets Nederlands: stellen=neerzetten.
Dus ook het recht wat ergens geplaatst is,
neergezet is.
3
, Subjectief recht [Subject=Persoon]
*Een recht dat aan bepaald persoon toekomt
Anders gezegd een bevoegdheid.
In het Engels: Right
v.b. ‘’Als je een auto koopt heb je er recht op dat de verkoper hem levert’’
‘’Als eigenaar van een huis, heb je het recht er zelf ook te beslissen’’
Een bevoegdheid [een subjectief recht] is aan de rechtsregels, dus aan objectieve recht,
ontleend.
Voor dit recht kunnen we een onderscheidt maken tussen twee soorten rechten.
Relatieve rechten Dit recht heb je als persoon [uitsluitend] op
Recht tussen persoon en persoon een ander persoon. Het recht bestaat alleen
in de relatie met die persoon.
Absoluut recht Dit recht als persoon op zaak geldt dus voor
Van persoon op zaak iedereen, omdat het op een zaak voor
*Zaak= stoffelijk object b.v. huis, auto, stoel. iedereen geldt. Noemen we het een
absoluut recht.
Aard van de rechtsregels
Dwingend recht -> er mag niet van worden afgeweken
Aanvullend/ regelend recht -> staat ter beschikking; er mag van worden afgeweken
Onderscheid materieel recht & formeelrecht
Materieel recht *Wat is een overeenkomst, Heb ik bij een
De inhoud, het recht zelf onrechtmatige daad recht op
schadevergoeding.
Voorbeelden:
Wetboek van strafrecht Wat is moord, doodslag, en welke straffen
Burgerlijk wetboek staan daarop?
Wetboek kamer van koophandel
Formeel recht *Binnen welke tijd moet ik bij de rechter
Regelt de procedures, hoe haal ik mijn zijn?
recht.
*Wat geldt als dwingend bewijs?
Voorbeelden:
Wetboek van strafvordering *Wanneer ben ik verdachte?
Wetboek van burgerlijke rechtsvordering
Rechtmatig, Juist gemeten naar het geldende objectieve recht
Juridisch een zeer belangrijke term
Rechtvaardig, een eigen persoonlijke subjectief oordeel.
Juridisch niet relevant
Codificeren: het in een wet(boek) vastleggen van het recht
4