Hoofdstuk 5:
De stralingsbalans van de zon hangt af
van de dichtheid van het wolkendek,
de breedteligging, de lengte van de
dag en de zonnestand.
De Wet van Buys Ballot. In de zomer schuift de ITCG
(tussen III-III) 20° naar het noorden, in de winter 20° naar
het zuiden, hierdoor verandert de luchtstroom van richting
op de evenaar en ontstaat er een moesson ipv passaat.
De Oceanische circulatie heeft 2 kenmerken:
1. Koude en warme zeestromen worden veroorzaakt door
wind, koud van hoge breedte en warm vanaf lage breedte
2. Door verschil in temperatuur en zoutgehalte ontstaat
de thermohaliene circulatie. De diepwaterpomp bij de
polen zet dit ingang (koud en zout water zakt naar
beneden en stroomt zo terug)
Klimaatclassificatie van Köppen:
A (tropisch), C (gematigd), D (land) → w (droge winter), s (droge zomer), f (altijd nat)
B (droge klimaten) → W (woestijn), S (steppe)
E (polaire klimaten) → T (Toendra), F (sneeuwklimaat), H (hooggebergte)
Er zijn 3 klimaatfactoren die invloed hebben op het klimaat:
1. Geografische breedteligging: hoe verder van de evenaar, hoe schuiner de
zonnestralen vallen, hoe lager de temperatuur
2. Gebergte en hoogte, hoe hoger hoe kouder, en loef (nat) en lij (droog) zijde
3. Type oppervlak / omgeving: landen bij de oceaan hebben een ander klimaat (kleiner
temperatuurverschil tussen zomer en winter, meestal natter, invloed van zeestromen
Het westen van de VS kent een woestijnklimaat, gezien de breedteligging niet logisch, maar
gebergte houdt de neerslag tegen en er is een koude zeestroom. Gebergte in Afrika kent
soms een gematigd tot zelfs polair klimaat, dit komt door de hoogteligging. Een eiland van
Japan kent een landklimaat ondanks dat het bijna volledig omringd is door zee. Dit komt
doordat de wind vanuit Siberië komt.
Tropische zone: bij de evenaar, een tropisch regenwoud. Hier is het hele jaar warm en nat
en een onvruchtbare bodem. Vaak een droge periode in de winter, loopt over in savanne
Aride zone: de savanne is een steppe geworden, er zijn geen bomen meer. Als vegetatie
compleet verdwijn is er een woestijn (weinig voedingsstoffen in de grond en leven)
Subtropische zone: droge hete zomers met milde winters door invloeden van woestijnen, of
vochtige warme zomer met milde winters door invloede van de savanne
De stralingsbalans van de zon hangt af
van de dichtheid van het wolkendek,
de breedteligging, de lengte van de
dag en de zonnestand.
De Wet van Buys Ballot. In de zomer schuift de ITCG
(tussen III-III) 20° naar het noorden, in de winter 20° naar
het zuiden, hierdoor verandert de luchtstroom van richting
op de evenaar en ontstaat er een moesson ipv passaat.
De Oceanische circulatie heeft 2 kenmerken:
1. Koude en warme zeestromen worden veroorzaakt door
wind, koud van hoge breedte en warm vanaf lage breedte
2. Door verschil in temperatuur en zoutgehalte ontstaat
de thermohaliene circulatie. De diepwaterpomp bij de
polen zet dit ingang (koud en zout water zakt naar
beneden en stroomt zo terug)
Klimaatclassificatie van Köppen:
A (tropisch), C (gematigd), D (land) → w (droge winter), s (droge zomer), f (altijd nat)
B (droge klimaten) → W (woestijn), S (steppe)
E (polaire klimaten) → T (Toendra), F (sneeuwklimaat), H (hooggebergte)
Er zijn 3 klimaatfactoren die invloed hebben op het klimaat:
1. Geografische breedteligging: hoe verder van de evenaar, hoe schuiner de
zonnestralen vallen, hoe lager de temperatuur
2. Gebergte en hoogte, hoe hoger hoe kouder, en loef (nat) en lij (droog) zijde
3. Type oppervlak / omgeving: landen bij de oceaan hebben een ander klimaat (kleiner
temperatuurverschil tussen zomer en winter, meestal natter, invloed van zeestromen
Het westen van de VS kent een woestijnklimaat, gezien de breedteligging niet logisch, maar
gebergte houdt de neerslag tegen en er is een koude zeestroom. Gebergte in Afrika kent
soms een gematigd tot zelfs polair klimaat, dit komt door de hoogteligging. Een eiland van
Japan kent een landklimaat ondanks dat het bijna volledig omringd is door zee. Dit komt
doordat de wind vanuit Siberië komt.
Tropische zone: bij de evenaar, een tropisch regenwoud. Hier is het hele jaar warm en nat
en een onvruchtbare bodem. Vaak een droge periode in de winter, loopt over in savanne
Aride zone: de savanne is een steppe geworden, er zijn geen bomen meer. Als vegetatie
compleet verdwijn is er een woestijn (weinig voedingsstoffen in de grond en leven)
Subtropische zone: droge hete zomers met milde winters door invloeden van woestijnen, of
vochtige warme zomer met milde winters door invloede van de savanne